Archeologe Marleen Martens wint onze Romulus 2006

De archeologe Marleen Martens, coördinator van de opgraving van o.a. het grootste Romeinse grafveld in de Benelux, ontving gisteravond uit handen van Marc Vervenne, rector van de KU Leuven, de Romulus 2006, dit in aanwezigheid van de Leuvense burgemeester Louis Tobback en een afgevaardigde van de ereconsul van Italië in Leuven. Deze trofee wordt jaarlijks op 21 april uitgereikt door S.P.Q.R., onze vereniging van Romevrienden. De Romulus, een ambachtelijk vervaardigde en gepersonaliseerde bronzen replica van de beroemde Romeinse wolvin, is bestemd voor een persoon, organisatie of bedrijf, welke het voorbije jaar een opmerkelijke inspanning heeft gedaan voor de promotie van Rome of Italië in het algemeen. Deze prestatie kan zich situeren in eender welk milieu. Vorig jaar ontving auteur Carine Cuypers de Romulus voor haar prachtige boek ‘De Magie van Rome’.

“De inspanningen waarmee Marleen Martens en haar team de Romeinse oudheid in onze streken heeft gereconstrueerd, getuigen van veel geduld en respect voor het Romeinse verleden. Al die opgravings- en onderzoeksijver heeft bovendien reeds geleid tot belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen (o.a. een internationaal congres over de Mithras-cultus na de ontdekking van de eerste Mithrastempel in onze gebieden en interessante tentoonstellingen, waarvan de belangrijkste volgende maand in Tienen van start gaat. Dat verdient alle waardering en aanmoediging”, schrijft S.P.Q.R. in een mededeling aan de pers.

Met de prijsuitreiking van dit jaar pleit S.P.Q.R. tevens voor meer aandacht en middelen voor archeologische sites en vondsten, zeker als het om (Gallo)-Romeinse overblijfselen gaat. Dat dit nodig is, bewees de Gentse professor Hugo Thoen enkele maanden geleden op een doeltreffende manier, toen hij in kranteninterviews verklaarde dat de legers van Julius Caesar nooit op het grondgebied van het huidige België zouden geweest zijn.

Caesar (of zijn troepen) zijn hier zeker geweest, maar er wordt gewoon niet naar gezocht. De schaarse opgravingen die her en der in onze streken zijn uitgevoerd, staan in schril contrast tegenover de immense oppervlakte die nog nooit op archeologische sporen is onderzocht. Meer zelfs: in Vlaanderen wordt bijna alles ongedocumenteerd vernietigd. Er wordt weliswaar gewerkt aan een nieuw decreet op archeologie, maar er zal nog veel water door de Tiber moeten vloeien vooraleer dit ooit in voege komt. Wat archeologie betreft is er in ons land nog veel werk te verrichten.

Van 1997 tot 2003 werden op het Grijpenveld in Tienen grootschalige noodopgravingen uitgevoerd. Een zone van 45 ha werd bedreigd door de aanleg van een bedrijvenzone. In het totaal werd een aaneensluitend stuk van 20 ha opgegraven, meteen het grootste opgravingsproject in België. In de zomer van 2002 kwamen in Grijpen (Tienen) totaal onverwacht de overblijfselen van de houten grafkamer van een tumulus van aan het licht. De tumulus van Grijpen bevond zich aan de zuidwestelijke rand van de vicus van Tienen, niet ver van een grafveld langs een uitvalsweg.

Op het Grijpenveld werden in het totaal zo’n 4.500 sporen opgegraven. Een groot deel van deze sporen behoren tot de Gallo-Romeinse vicus en het grafveld en werden bestudeerd in het kader van een gesubsidieerd onderzoeksproject. Omwille van het buitengewoon onderzoekspotentieel werd gezocht naar extra middelen om de overblijfselen van de Gallo-Romeinse periode te bestuderen en om de uiteindelijke resultaten bekend te maken aan het publiek in de museumsite van vzw Suikermuseum in Tienen. Voor het driejarig onderzoeksproject van de nederzetting en het grafveld werden op 15 mei 2003 subsidies toegekend in het kader van het museumdecreet.

Deze unieke en grootschalige opgraving van een volledig Gallo-Romeins grafveld, het grootste in de Benelux, leverde een schat aan voorwerpen en vondsten op, van kostbare dingen die de nabestaanden meegaven in het graf tot magische objecten en ontroerende persoonlijke bezittingen van de overledene. Het project werd uitgevoerd door het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE, toen nog IAP) en de Stad Tienen en werd financieel gesteund door de GOM voor Vlaams-Brabant.

Het opgravingsteam, dat van 1997 tot 2003 het Grijpenveld ontsloot, telde 35 personen in permanente dienst en verschafte aan zo’n 690 jongeren een stageplaats. De kostprijs van het project bedroeg 2,2 miljoen euro. Na de opgravingen volgde een studieproject (kostprijs 315.000 euro, uitgevoerd door een team van 9 personen). Dit onderzoeksproject onder leiding van Marleen Martens van het VIOE werd ondergebracht in een gebouw van de Stad Tienen, annex aan het museum ‘Het Toreke’.

Marleen Martens is tevens de drijvende kracht achter de belangrijke tentoonstelling ‘Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd’, die plaats heeft van mei 2006 tot mei 2009 in museum ‘Het Toreke’ op de Erfgoedsite in Tienen.

Achtergrond en cv

Na haar studie aan het lyceum in Hasselt (Wetenschappen-Latijn), studeerde Marleen Martens Archelogie aan de KU Leuven. Het onderwerp van haar thesis luidde ‘Hellenistische Paleisarchitectuur. Representativiteit en Politieke Macht’, met als promotor Marc Waelkens, bekend van de fantastische opgravingen in Sagalassos.

In het kader van een Erasmus uitwisselingsproject studeerde de laureate een jaar aan de universiteit van Lecce (Italië), en haalde vervolgens aan de KU Leuven de titel van ‘Master in Conservation and Restoration of Historic Towns and Buildings’, met als thesis: ‘In situ Conservation of Archaeological sites’ (promotor Koen Van Balen).

Ondertussen had Marleen Martens de opgravingsmicrobe al flink te pakken. Van haar 16de tot 18de jaar ging zij in de zomer helpen opgraven in Ename (Oudenaarde). Daarna volgde Tongeren en Vaste (Zuid-Italië) en vanaf 1992 tot 1996 trok zij elke zomer twee maanden mee naar Sagalassos met prof. Waelkens. Vanaf 1997 tot 2003 coördineerde zij het opgravingsproject van het Grijpenveld (20 ha)

Dat leverde in het verleden al enkele interessante tentoonstellingen op, waaronder ‘De Gallo-Romeinse vicus van Tienen” (1999-2003) en de expo ‘Breekbaar/fragile. Romeinse glas uit de vicus van Tienen’ (2002). Naar aanleiding van haar ontdekking van de eerste Mithras-tempel in de Benelux organiseerde zij ook het internationale congres ‘Roman Mithraism. The evidence of the finds’. Het is de verdienste van Marleen Martens dat de studie van dergelijke tempels en de cultus daarrond, voortaan met andere ogen wordt bekeken, dit na de vondsten in en rond de tempel.

Nieuw is ook het besef dat deze cultus onze gebieden destijds volledig heeft doordrongen. Voor de Mithrasspecialisten was het een grote verrassing dat zeer specifieke cultusvoorwerpen lokaal werden vervaardigd. Dit omdat zij getuigen van een ver doorgedreven kennis van de inhoud van de Mithras-cultus zelf. Haar grote passie is de studie van de rituele/religieuze/sociale wereld van de Gallo-Romeinen, meteen één van de zwaartepunten van het onderzoek in Tienen.

Publicaties

Martens M. 1999. Een tempel voor Mithras in de vicus van Tienen, Hermeneus 73/3, 244-251.

Martens M. 2001. De pottenbakkerswijk in de zuidwestelijke periferie van de vicus van Tienen. In: Schrijvers A. & Van Impe L. (eds) Op het spoor van het verleden. Archeologie op de hogesnelheidslijn, 2001, Herent, 117-119.

Martens, M. 2004 “The Mithraeum in Tienen (Belgium), small finds and what they can tell us,” in Martens and De Boe 2004, 56-80.

Martens, M. and G. De Boe 2004. Roman Mithraism: the evidence of the small finds. Acta of the international conference, 7-8 November 2001, Tienen, Belgium (Archeologie in Vlaanderen, Monografie 4 (Brussels).

Martens M. 2004 Re-thinking sacred “rubbish”: the ritual deposits of the temple of Mithras at Tienen (Belgium), Journal of Roman Archaeology 17, 333-353.

Martens M. & T. Debruyne 2004 Een omgrachtte nederzetting uit de 6de en 5de eeuw voor Christus, Provinciale Infordag Archeologie 2004, 9-11.

Martens M.; T. Debruyne & A. Ervynck 2004 Un enclos xc3xa0 fonction multiple du VIe/Ve sixc3xa8cle dans le Wijngaardberg, Tirlemont (Tienen), Lunula Archaeologia protohistorica XII.

Martens M. ; T. Debruyne & R. Degeest 2004 Hoezo contextanalyse? Onderzoeksvragen -en methoden voor de Gallo-Romeinse site van het Grijpenveld, Romeinendag 2004, 65-66.

Martens, M. “Creating Order in Waste: structured deposits in Roman Tienen,” in Hingley R. & Willis S. (eds), Promoting Roman Finds: context and theory, Durham 6-7 June 2002 (Durham).

Martens, M. et al. 2002. “La cxc3xa9ramique d’un enclos claudien dans le vicus de Tirlemont et la commercialisation du sel au dxc3xa9but de l’xc3xa9poque romaine en Gaule du Nord,” SFECAG. Actes du Congrxc3xa8s de Bayeux (Marseilles), 388-401.

Martens, M. and S. Willems. 2002. “La production et la diffusion de cxc3xa9ramiques locales. Les exemples de Tirlemont et de Tongres,” SFECAG. Actes du Congrxc3xa8s de Bayeux (Marseilles), 331-343.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s