Toegang tot de Vaticaanse bibliotheek

Tot de meest schimmige gedeelten van Rome voor buitenstaanders behoort ongetwijfeld de Vaticaanse Bibliotheek en het Vaticaans Archief. Als er ergens in de Eeuwige Stad ruimte lijkt voor allerlei complottheorieën, verborgen schatten en vooral geheimgehouden waarheid, dan is het wel in deze twee instellingen. De meeste mensen zullen nooit uit eigen ervaring de waarheid vernemen. Dr. Michiel Verweij, clublid, en verbonden aan het Handschriftenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel toont hierna de weg die van de ingang van de Vaticaanse staat naar deze tempel van wijsheid voert.

Eerst enkele opmerkingen. Met de Bibliothèque nationale de France in Parijs en de British Library in Londen behoort de Vaticaanse bibliotheek tot de belangrijkste verzamelingen in Europa, zeker voor handschriften. En handschriften vormen nu eenmaal in iedere bibliotheek de trots van de collectie. Ter vergelijking: de Koninklijke Bibliotheek in Brussel staat na Wenen op nummer 5 van de wereldranglijst van verzamelingen van middeleeuwse manuscripten, met ongeveer 5.000 stuks.

De Biblioteca Apostolica Vaticana (zoals de officiële naam luidt) bezit echter zeker twee of drie keer zoveel. Niemand weet dat precies: het is een soort wet dat hoe groter de collectie is, hoe hopelozer de catalogus en de ontsluiting. Brussel is de uitzondering, met de catalogus van Van den Gheyn (begin 20ste eeuw), maar Wenen, München en Parijs zijn in één woord een ramp. Londen gebruikt negentiende-eeuwse catalogi, de Biblioteca Vaticana moet het voor het oorspronkelijke kernfonds nog altijd stellen met de handgeschreven catalogus uit het pontificaat van Urbanus VIII (1623-1644)…

De Vaticaanse bibliotheek gaat in haar huidige vorm terug op de 15de eeuw, toen paus Nicolaas V (1447-1455) en later Sixtus IV (1471-1484) een energieke start maakten met de huidige verzameling. Eerdere collecties hadden periodiek ernstige schade geleden, o.m. tijdens de Babylonische ballingschap in Avignon (1307-1377). Naast het ‘eigenlijke’ fonds van de Vaticani Latini en de Vaticani Graeci zijn in de loop der eeuwen nog andere belangrijke bibliotheken in de Vaticana geïntegreerd. De Universiteitsbibliotheek van Heidelberg migreerde tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) naar Rome als oorlogsbuit, terwijl ook familiecollecties als die van de Barberini en de Chigi er in werden opgenomen. Het resultaat is een van de schitterendste collecties ter wereld.

Gewone bezoekers van de Vaticaanse Musea lopen, zonder het zelf te weten, na de Sixtijnse kapel een hele tijd op grondgebied van de bibliotheek. De salone van paus Sixtus V (1585-1590), vroeger leeszaal, is nu in gebruik als tentoonstellingsruimte. De bibliotheek zelf is enkel toegankelijk voor ‘bevoegde wetenschappers’. En het betreden van deze instelling vormt een heel avontuur, zeker de eerste keer.

Niemand komt de Vaticaanse Bibliotheek binnen zonder het land binnen te komen. En daar begint het al. Ingang van dienst is de Porta S. Anna, de ingang tussen het Sint-Pietersplein en de Vaticaanse Musea. En daar staan Zwitserse gardisten. Wie nog geen toegangsrecht heeft, wordt vriendelijk doch dringend verwezen naar een kantoortje dertig meter verderop. Op weg daarheen passeert men een post van de carabinieri, die de zich steeds onzeker voelende bezoeker met een hoofdknik naar hetzelfde kantoortje verwijzen. Wie al een bibliotheekpas heeft, haalt die met een glimlach tevoorschijn, waarna de Zwitsers salueren en de lettore doorlaten. Maar de beginneling zit op het kantoortje. De procedure die ik hier weergeef, is die zoals deze in 2000 bestond, want eenmaal lettore altijd lettore, ook al moet de lezerskaart geregeld vernieuwd worden.

Op het kantoortje dient de aanvrager van het Vaticaanse toegangsrecht eerst een stevig formulier in te vullen. Als dank daarvoor krijgt hij nadat dit vluchtig overlopen is, een klein papiertje in handen, zowat een kladbriefje, waarmee de aankomende lezer verder kan. Ondertussen doemen links de indrukwekkende gebouwen van het pauselijk paleis op. De weg voert recht op de gallerie af, die het paleis met het Belvedere verbinden en die van de hand van Bramante zijn.

Bramante was ongetwijfeld een geniaal architect, maar hij heeft nooit de uitvinding van de auto voorzien. Laat staan van de parkeerplaats. De eerste binnenhof van het Vaticaanse paleizencomplex is inderdaad voornamelijk parkeerplaats, maar de toegang daartoe biedt slechts plaats aan één auto tegelijk. Daar staat dan ook de derde politiepost op onze weg, die voornamelijk tot taak heeft te verhinderen dat het Vaticaanse aantal auto-ongelukken dramatische vormen aanneemt. Veiligheidshalve laat de lettore hier ook even zijn kaart of papiertje zien, slaat rechtsaf en gaat recht op de deur van het heiligdom af.

Wie al lettore is, geeft zijn kaart aan de portier af. Wie die status nog niet heeft bereikt, moet eerst naar de segretaria. Wachten na het belletje tot een zoemtoon aangeeft dat u binnen mag. U overhandigt uw aanbevelingsbrieven aan de secretaris. Op zich is dit zeker niet ongebruikelijk: net als in veel andere bibliotheken laat men alleen ‘gekwalificeerde onderzoekers’ toe en men tracht dat dan te bewijzen met getuigenissen van de hand van professoren of directeurs van de buitenlandse instellingen in Rome.

De brief wordt zeer aandachtig gelezen, waarbij het gelaat van de secretaris toch meestal enige twijfel verraadt of de persoon die voor hem staat, inderdaad identiek is met de persoon over wie in de brief gesproken wordt. Dan vraagt hij met een lichte zucht, uiteraard in het Italiaans, hoe lang je nodig denkt te hebben. Afhankelijk daarvan krijgt de kaart een geldigheid van een aantal ingressi. En dat aantal is niet overdreven hoog. Toen ondergetekende in 2000 deze weg voor de eerste keer aflegde, was hij drie maanden in Rome voor zijn onderzoek. De secretaris vroeg of 10 ingressi volstonden…

Blijkbaar heb ik toen zo ongelukkig gekeken dat ik er prompt 5 dagen bij kreeg. De trotse bezitter van een nieuwe lezerskaart begeeft zich dan naar de portier en geeft daar zijn kaart af. Het bezit heeft niet lang geduurd… In ruil daarvoor krijgt hij een sleuteltje met een nummertje. Het is van kapitaal belang dat de lettore dit nummertje onthoudt, anders is hij reddeloos verloren en mogelijk tot eeuwig rondzwerven in de bibliotheekgangen gedoemd! De sleutel past op een kastje, waar u uw spullen in kwijt kunt. Dan naar boven, naar de tweede verdieping.

Daar dient de lettore de keuze te maken tussen de stampati of gedrukte boeken en de manoscritti. In beide gevallen begeeft hij of zij zich naar de balie en geeft daar het sleuteltje af. Men dient zijn naam op een blad te plaatsen naast het nummertje, maar wie het nummertje niet onthouden heeft, zit dan al in de problemen. Ik heb het eens meegemaakt dat een Nederlandse Benedictijn (denk ik) zich in deze situatie bevond. En hij sprak bovendien geen Italiaans. ‘I don’t remember’, zei hij vertwijfeld, maar hij was Benedictijn en dat hielp ook al heel wat.

Bovendien is het bibliotheekpersoneel zeker niet van slechte wil. Integendeel. Men vult vervolgens de bestelbon in, waarbij, opnieuw, het nummertje van het sleuteltje vermeld dient te worden, en wacht rustig af tot het handschrift gehaald is (wat vrij snel gebeurt: de Vaticaanse bibliotheek werkt vrij efficiënt). De ervaren bezoeker gaat dan vaak naar het enige echte geheim van de Vaticaanse bibliotheek: in de tussenhof tussen de twee dwarsgalerijen tussen de gallerie van Bramante (namelijk die welke gevormd worden door de salone van de Bibliotheek van Sixtus V, en de zogenaamde Braccio nuovo, waar o.m. de Augustus van Primaporta staat), bevindt zich een bar. De goedkoopste van heel Rome, want hier geldt het Vaticaanse prijsbeleid. Niet een of andere strikt geheimgehouden tekst is het ware geheim van deze venerabele instelling, maar een bar.

De rest is snel verteld. Nadat het laatste boek is teruggegeven (om dat te controleren gebruikt het personeel weer het sleuteltje en bijbehorend nummer), krijgt de lettore het sleuteltje weer terug, daalt af, neemt zijn spullen uit het kastje en overhandigt het sleuteltje aan de portier. Deze haalt met een nonchalant gebaar de kaart door een elektronische leesmachine en geeft het aan de rechtmatige eigenaar. Een laatste saluut van de Zwitserse gardist en voor het oog van de ‘buitenstaanders’ verlaat de lettore het land. En laat er geen twijfel over bestaan: voor de ware liefhebber is er geen fijnere en mooiere bibliotheek dan de Vaticaanse en uw reporter kan nauwelijks wachten tot zijn volgende bezoek.

https://www.vatlib.it/

Michiel Verweij is verbonden aan het Handschriftenkabinet
van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s