Nymfaeum van Trajanus ontdekt

Tijdens een persconferentie in hotel Quirinale in Rome hebben twee Britse amateurarcheologen en filmmakers bekendgemaakt dat ze de bronnen van het aquaduct van Trajanus hebben ontdekt. Dat is een mysterie dat archeologen al eeuwenlang bezighoudt. Edward en Michael O’Neill ontdekten in een weiland, vandaag een voederplaats voor varkens, onder een sinds lang verlaten en overwoekerde kapel een reeks tunnels en waterreservoirs. Het zou gaan om het nymfaeum van Trajanus. De plek bevindt zich dicht bij de oevers van het kleine Lago di Martignano, vlakbij het grotere en beter bekende Lago di Bracciano, in vogelvlucht ongeveer 34 km van Rome (een kleine 60 km via de weg). De nymphaea uit de Romeinse tijd bestonden meestal uit een ronde zaal, gedecoreerd met beelden en beschilderingen. Zij dienden als heiligdom, reservoir en verzamelruimte.

Het duo was bezig met de voorbereiding van een documentaire over aquaducten in Rome. Ze vermoeden dat ze het nymfaeum hebben gevonden dat gebouwd was rond de hoofdbron van de Aqua Traiana, een groot aquaduct dat keizer Trajanus in het jaar 109 liet aanleggen. Deze watervoorziening liet in de oudheid ondermeer de watermolens draaien voor het malen van graan en voorzag de omgeving van Trans Tiberim (het huidige Trastevere) van water. Lorenzo Quilici van de Universiteit van Bologna, een hoogleraar gespecialiseerd in antieke topografie en een expert op het gebied van oude aquaducten, steunt de visie van de Britten. Hij meent dat het reservoir en de fundamenten van de kapel deel uitmaakten van een omvangrijk nymfaeum, een monumentaal gebouw met bassins ter ere van watergoden uit de klassieke oudheid.

Vader en zoon O’Neill, tevens enthousiaste amateurarcheologen, zijn al enkele jaren bezig met onderzoek naar de hydraulische systemen en watervoorzieningen uit het Oude Rome. De ondergrondse kamers die werden ontdekt bevinden zich onder de oude kapel van Santa Fiore, dichtbij het Braccianomeer. Het kostte het duo heel wat doorzettingsvermogen en overredingskracht bij de overheid om toegang te krijgen tot de site. Hun ontdekking dateert van juni vorig jaar. De ondergrondse ruimte bevindt zich zowat drie meter onder de oude kapel en bestaat uit twee ovaalvormige kamers. Die waren dichtgemetseld, vermoedelijk in de periode dat de kapel werd gebouwd. Toen het team in gezelschap van Lorenzo Quilici toegang kreeg tot de verborgen kamers ontdekt ze fraai metselwerk in haast onberispelijke staat en dat onmiddellijk als oud-Romeins werd gexc3xafdentificeerd. De blauw gekleurde kamers, versierd met veelkleurige bakstenen, geven toegang tot een lange galerijachtige tunnel, die het begin vormt van het aquaduct.

Het aquaduct van Trajanus bleef in gebruik tot inval van de Goten in 537. Het werd tussen 1605 en 1615 herbouwd door paus Paulus V die het omdoopte tot de Aqua Paola. Het systeem voert tot vandaag nog steeds water naar Rome en voorziet ondermeer de fraaie Fontana dell’Aqua Paola op de Gianicolo-heuvel van water. Het water waarmee de Vaticaanse tuinen worden besproeid is eveneens afkomstig van dezelfde bron. Archeologen wisten wel dat het water van de Aqua Traiana afkomtig was uit de buurt van het Braccianomeer en waarschijnlijk werd gevoed door meerdere kleine en grotere bronnen. De exacte locatie daarvan werd echter nooit ontdekt. Wel bekend zijn de munten die Trajanus liet slaan naar aanleiding van de voltooiing van de bouw van zijn aquaduct. De afbeelding op die munten, een riviergod liggend onder een grote boog geflankeerd door kolommen, zou het nu ontdekte nymfaeum kunnen zijn.

De Aqua Traiana bracht zeer zuiver bronwater naar de Gianicolo, bestemd als bad- en drinkwater. Met een kleiner zijaquaduct werd een gedeelte van het water tot in de omgeving van het huidige Vaticaanstad gebracht, waar het mogelijk de Naumachie van Trajanus van water voorzag. De Naumachia Traiana was een groot stadion dat werd gebruikt voor het naspelen van zeeslagen (naumachiae). Dit stadion bevond zich ten zuiden van de Vaticaanse heuvel. De extravagante zeeslagen waren populair onder de Romeinse bevolking en een aantal jaren eerder liet keizer Domitianus in deze buurt reeds een een grote naumachie bouwen. Zijn opvolger Trajanus liet deze echter na een grote brand in het Circus Maximus afbreken om met de stenen het circus te kunnen herstellen. In 109 liet Trajanus zelf een nieuwe naumachie bouwen, mogelijk op dezelfde plaats als de Naumachie van Domitianus.

In de middeleeuwen verviel het enorme gebouw tot een ruxc3xafne, waarna het vrijwel volledig verdween. De buurt tussen de Vaticaanse heuvel, de Engelenburcht en de Via Cornelia stond tot aan de 11de eeuw nog wel bekend als naumachiae en in de 8ste eeuw werd hier de kerk San Pellegrino in Naumachia gebouwd. Restanten van de oorspronkelijke Naumachie zijn ten noordwesten van de Engelenburcht teruggevonden. Twee delen van de fundamenten van tribunes, met gewelfde gangen en restanten van vier rijen zitplaatsen, zijn bewaard gebleven. Uit onderzoek bleek dat op deze fundering waarschijnlijk nog hogere tribunes waren gebouwd die via trappen bereikbaar waren. Onder de arcaden van vele ingangen waren winkels en bordelen gevestigd, waarmee de constructie van de Naumachie te vergelijken was met het circus of het amfitheater.

De bewaard gebleven constructie is gemaakt van beton bekleed met baksteen, wat typerend is voor de tijd van Trajanus. De muren waren bekleed met een waterwerende specie en voorzien van drainagepijpen, waardoor vrijwel zeker is dat dit geen gewoon circus was, maar een stadion waar waterspelen werden gehouden. Door de grote afmetingen van de naumachie werd wel lange tijd gedacht dat dit wel een circus was. Op oude kaarten van Rome in de oudheid staat het gebouw dan ook aangegeven als “Circus van Hadrianus”, mogelijk vanwege het Mausoleum van keizer Hadrianus (de huidige Engelenburcht), dat er direct naast stond.

De bronnen waarmee Trajanus zijn watervoorziening liet voeden, waren ook voor de Etrusken al erg belangrijk. Ook de Romeinen hadden goed begrepen dat zuiver, vers drinkwater een grote verbetering op het vlak van hygixc3xabne en sanitair betekende. Het is geen toeval dat het Romeinse rijk zich ten tijde van Trajanus op het hoogtepunt van zijn macht bevond. De Aqua Traiana was het tiende aquaduct dat in Rome gebouwd werd. Voordien kreeg de wijk Trans Tiberim alleen drinkbaar water aangevoerd van aquaducten op de oostelijke oever van de Tiber, dat via pijpleidingen aan bruggen naar de wijk moest worden gebracht. In de eerste eeuw was de bevolking in Trans Tiberim echter sterk toegenomen en dat maakte de aanvoer van meer water noodzakelijk.Het reeds bestaande Aqua Alsietina aquaduct had ook Trans Tiberim als eindpunt, maar voerde ondrinkbaar water aan dat alleen werd gebruikt voor het vullen van de Naumachie van Augustus en voor de landbouw.

Het grootste deel van de Aqua Traiana lag op grondniveau, pas bij het naderen van de stad ging het aquaduct op arcaden boven straatniveau verder. De maximale hoogte van het aquaduct was zes meter. Doordat het hoofdreservoir op de top van de Gianicolo stond, kon men de kracht van het naar beneden stromende water gebruiken om een aantal watermolens aan te drijven, die voor de industrie werden gebruikt. De kracht van het water was groot genoeg om ook de wijken van de stad op de oostelijke oever te bedienen. Via de leidingen aan de bruggen kwam zo voor het eerst water van de westelijke oever het stadscentrum binnen. Het belangrijkste eindpunt waren de Thermen van Trajanus op de Oppius, die de keizer gelijktijdig had laten bouwen.

Een gedeelte van dit aquaduct staat nog steeds overeind, ondermeer langs de Via Aurelia, maar ook ondergronds zijn restanten teruggevonden. In tegenstelling tot de andere aquaducten, zijn er van de Aqua Traiana niet veel details meer bekend. Dit komt doordat dit aquaduct pas werd gebouwd nadat de Romeinse schrijver Frontinus zijn beroemde standaardwerk over de Romeinse watervoorziening al had geschreven, de aquis urbis Romae, ook bekend als de aquae ductu. Daarin wordt de geschiedenis en de capaciteit van de verschillende aquaducten nauwkeurig beschreven.

De O’Neills leiden een klein productiehuis voor het maken van documentaires en films, Meon Htdtv Productions Ltd. Beiden zijn gefascineerd door de watervoorziening in de oudheid en de hydraulische technieken uit die periode. Ze voeren dan ook al jaren een diepgaand onderzoek naar de aquaducten van Rome. Ze documenteren en filmen deze oude structuren vanuit een historisch oogpunt maar schenken ook aandacht aan latere restauraties en de huidige staat van de aquaducten.

Wetende dat tot vandaag watervoorziening in heel wat delen van de wereld een groot probleem is, blijft het fascinerend om te zien hoe de Romeinen in de oudheid die problemen al hadden opgelost. Lorenzo Quilici, hoogleraar oude topografie aan de Universiteit van Bologna, noemt het verbazingwekkend dat het nymfaeum eeuwenlang verborgen bleef. De site wordt nu verder onderzocht, hopelijk gerestaureerd en ooit toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Hier kan je enkele trailers bekijken van de toekomstige documentaire over de ontdekking:

http://vimeo.com/meonhdtv

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s