Vaticaanse bibliotheek opnieuw open

De Bibliotheca Apostolica Vaticana of de Vaticaanse bibliotheek opende, zoals gepland, gisteren opnieuw de deuren voor de zowat vierduizend bezoekers die toegang hebben tot de omvangrijke collectie. De bibliotheek was drie jaar gesloten wegens een ingrijpende restauratie. Die was dringend nodig, want het gebouw verkeerde in bijzonder slechte staat. Reeds in 1931 vielen er bij een instorting van een gedeelte van de bibliotheek zelfs doden. In de  bibliotheek werd nu een klimaatcontrolesysteem geïnstalleerd om de kostbare manuscripten te beschermen. Ook werden er bijkomende veiligheidsmaatregelen getroffen om diefstal en verlies te voorkomen. De boeken en manuscripten kregen een chip waardoor ze gevolgd kunnen worden. Verder werd het identificatie- en aanvraagsysteem gemoderniseerd. Een aantal kamers werd brandvrij gemaakt. Anderzijds werden vroegere situaties in ere hersteld. Zo werd de voormalige bibliotheek van de 18de-eeuwse kardinaal Francesco Barberini nauwkeurig nagebouwd in wat nu de Barberini-zaal heet.

De onderzoekers kunnen vanaf nu ook beschikken over een draadloze internetverbinding waarmee ze ook foto’s en kopies kunnen aanvragen en een nieuw computersysteem. Het project met de invoering van nieuwe computertechnologie kreeg de naam ‘Pergamom’, naar de oude stad in Klein-Azië, Turkije, die in de Oudheid over één van de eerste grote bibliotheken van de wereld beschikte. Het is de eerste keer dat het systeem op deze schaal wordt toegepast. Verwacht wordt dat nog wel enkele verborgen schatten zullen opduiken. Tot nog toe zijn immers slechts 15.000 tot 20.000 van de ongeveer 65.000 manuscripten geïndexeerd, sinds men daarmee in 1901 begon.

De digitalisering – nu al goed voor zo’n 50 miljoen megabite cultureel erfgoed – wordt versneld doorgevoerd. Toch vertrouwen de verantwoordelijken niet enkel op nieuwe technieken: ook de oude collectie met opnamen op microfilm wordt bewaard en verder uitgebreid. Dankzij de moderne technieken zijn sommige teksten tot honderd keer beter leesbaar dan het origineel. Het origineel van gedigitaliseerde documenten kan in principe niet meer worden geraadpleegd. Dat laat het Vaticaan toe om oude perkamenten en papyrussen in ideale omstandigheden bij een constante temperatuur van 2 graden en 50% luchtvochtigheid te bewaren. Alle zalen in de bibliotheek beschikken over draadloze toegang tot internet. Daaraan zijn ook veiligheidscamera’s van de nieuwste generatie gekoppeld, die elke beweging van de bezoekers in de gaten houden.

Het digitalisatieproces neemt zoveel tijd in beslag omdat men vaak niet weet wie de auteur is of dat het boek vaak aan iemand anders werd toegeschreven. Zo werkt Delio Vania Proverbio, een van de onderzoekers van het Vaticaan, momenteel aan een oud, dagboekachtig Turks manuscript met economische gegevens over het Ottomaanse Rijk in de 16de eeuw. De eerste en laatste pagina ontbreekt. Er staat dus geen auteur vermeld, geen verschijningsdatum of geen inhoud. Het indexeren van dit boek alleen al neemt twee maanden in beslag. Volgens Piazonni zou de hele bibliotheek aan dit tempo pas binnen 2,5 eeuw helemaal zijn geïnventariseerd. Maar zelfs met de modernste technieken zal het wellicht ook nog minstens 40 jaar zal duren om alles te indexeren.

Enkele verrassingen doken ondertussen al op. Zo werd er een tot nog toe onbekend werk aangetroffen van de Griekse komedieschrijver Menander uit de 3de eeuw. De tekst bevond zich op een perkament dat overschreven was, zoals dat in het verleden wel vaker gebeurde. Men slaagde erin om grote delen van het origineel te herstellen. Het bewaren van zo’n zeldzame en kostbare collectie is alvast geen sinecure. Zo blijkt het nogal moeilijk om ongedierte buiten de Vaticaanse bibliotheek te houden. Amper 8 jaar geleden kreeg men af te rekenen met hout en papier etende xylophagous-insecten. Daarom moet de complete collectie nu en dan worden ontsmet. Daarnaast is er nog een ernstiger, menselijk probleem. Telkens wanneer een manuscript wordt vastgepakt, alleen al om het te openen, beschadigen adem en temperatuur het werk waardoor het steeds weer een beetje wordt geruxc3xafneerd.

De bibliotheek ging in de zomer van 2007 dicht, dit tot wanhoop van wetenschappers en onderzoekers. Die bleven de voorbije jaren dus een beetje verweesd achter. Ze konden weliswaar digitale kopiexc3xabn van oude manuscripten bestuderen, maar de leeszaal, waarvan normaal dagelijks toch zowat een honderdtal mensen gebruik maken, was tijdens de werken verboden terrein. In de eerste plaats waren er ingrijpende verbouwingswerken nodig omdat de vijfhonderd jaar oude gebouwen door het groeiende gewicht aan boeken dreigden in te storten. Dat probleem stelt zich voorlopig nog niet in de Vaticaanse geheime archieven die zich gedeeltelijk ondergronds bevinden, maar waar zich ondertussen toch ook een onbekend aantal plafondhoge rekken bevinden, goed voor een totale lengte van ruim 84 kilometer.

De pauselijke bibliotheek werd omstreeks 1450 op initiatief van de eerste renaissancepaus Nicolaas V opgericht. Paus Leo XIII (1878-1903) stelde als eerste de instelling open voor onderzoek. De bibliotheek bevat ruim 1,6 miljoen werken, inclusief 83.000 incunabelen (wiegendrukken) en meer dan 150.000 manuscripten. Ze bezit tevens 300.000 muntstukken, 100.000 etsen en 20.000 kunstvoorwerpen. Eén van de kostbaarste stukken in de collectie is de Codex Vaticanus, ook wel Codex B of Codex 03 genoemd, de oudst bekende complete bijbel uit het jaar 325.

Hoewel zijn levenswijze sober was, wilde paus Nicolaas V van Rome de meest prestigieuze stad van de Renaissance maken. “Opdat het prachtige uitzicht van de stad het geloof der nederigen zal versterken”, zou hij verklaard hebben. Nicolaas V lokte allerlei wetenschappers, schrijvers en kunstenaars naar Rome. Bovendien vormden zijn boeken de kern van de Vaticaanse Bibliotheek. Daarnaast gaf hij opdracht tot het vertalen van veel Griekse literatuur naar het Latijn en liet hij plannen ontwerpen voor het Vaticaanse Paleis en de Sint-Pietersbasiliek.

Er bestond echter al vanaf de vierde eeuw een documentenverzameling die als bibliotheek en archief diende. Reeds in de zesde eeuw werd de bibliotheek een primaire taak genoemd en werd ze onder primicerius notariorum geplaatst. Aan het eind van de achtste eeuw werd de eerste bibliothecaris-kardinaal benoemd, die tevens fungeerde als kanselier. Deze verzameling ging in de dertiende eeuw helaas verloren. Een nieuwe verzameling werd opgebouwd maar deze moest zo vaak verhuizen vanwege de conflicten tussen de paus en de Duitse keizer en later tussen pausen en tegenpausen, dat er alleen al door die voortdurende ingrepen vele documenten voorgoed verdwenen. De boeken verhuisden in de veertiende eeuw mee met de pausen naar Avignon en keerden met hen terug na hun periode van ballingschap.

Paus Johannes XXII (overleden in 1334) begon met de derde bibliotheek, maar deze belandde in particuliere handen, namelijk in die van de familie Borghese, en werd pas in 1891 teruggegeven. Paus Eugenius IV (overleden in 1447) beweerde slechts een collectie van 350 Latijnse, sommige Griekse en slechts enkele Hebreeuwse werken te bezitten. Het was dus zijn opvolger, paus Nicolaas V, die pas echt begon met de aankoop van manuscripten en mensen in dienst nam om documenten te laten kopiëren. Vlak na zijn dood in 1455 omvatte de collectie overigens al zowat 1.500 manuscripten.

Paus Sixtus IV (overleden in 1484) schreef de pauselijke bul Ad decorem militantis ecclesiae die op 15 juni 1475 verschijnt. Hierin zet hij een juridisch kader op voor de bibliotheek en benoemt de eerste bibliothecaris, de humanist Bartolomeo Platina. In 1481 waren er al 3.500 banden en werd er een klein gebouw ingericht als archief en bibliotheek. Paus Sixtus V (overleden in 1590) gaf architect Domenico Fontana opdracht een nog groter gebouw neer te zetten, dat vandaag nog steeds deel uitmaakt van het bibliotheekgebouw.

In het begin van de zeventiende eeuw werd, op bevel van Paus Paulus V (overleden in 1621), het archief afgesplitst van de bibliotheek. Zo ontstonden de beroemde geheime Vaticaanse archieven. In 1623 kwamen vele drukken en handschriften uit de Biblioteca Palatina te Heidelberg naar het Vaticaan, de basis van het fonds Palatini. De Codices Reginenses komen dan weer uit de collectie van koningin Christina van Zweden. Napoleon roofde een groot deel van de Vaticaanse Bibliotheek en bracht de werken in triomf naar Parijs.

In 1815 keerden de meeste werken terug, maar een aantal boeken bevindt zich ook nu nog steeds in de Bibliothèque Nationale de France. Van een teruggave spreekt niemand meer. De Fransen houden de buit van hun roofzuchtige keizer angstvallig in eigen handen. De Vaticaanse Bibliotheek verwierf in de loop der eeuwen ook handschriften en oude drukken uit het bezit van de Romeinse families Chigi en Barberini. De codices uit het bezit van de familie Ottoboni staan bekend als de Ottoboniani.

Door de eeuwen heen hebben verschillende bibliothecarissen van de Vaticaanse Bibliotheek, ook in andere functies, naam gemaakt. Marcello Corvini werd zelfs tot paus gekozen, maar regeerde als Marcellus II slechts 22 dagen. Caesar Baronius was een beroemd kerkhistoricus en kardinaal. Angelo Mai was al beroemd als bibliothecaris van de Biblioteca Ambrosiana in Milaan door zijn ontdekkingen van verloren gewaande teksten in palimpsesten, tweemaal beschreven handschriften. De benedictijn Jean Baptiste François Pitra was al bekend als handschriftenexpert en medewerker van Dom Prosper Guéranger in de abdij van Solesmes en van uitgever Jacques Paul Migne.

De huidige collectie handschriften en oude drukken, met name ook incunabelen, is uitzonderlijk door de omvang, diversiteit en kwaliteit. Van zeer vele teksten bezit de Vaticaanse Bibliotheek het enige handschrift of handschriften met een bijzondere geschiedenis, waaronder autografen, auteurshandschriften. Ook zijn er vaak meerdere (zeldzame) oude drukken van teksten aanwezig. Aan de bibliotheek is tevens een bibliotheekacademie, de Scuola Vaticana di Biblioteconomia, verbonden.

Tot 14 juni 1966 diende de bibliotheek ook als achtergrondcollectie van op de ‘Index van verboden boeken’ geplaatste boeken. De Index librorum prohibitorum of kortweg Index was een door de paus vastgestelde lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen omdat ze door de Rooms-Katholieke Kerk verwerpelijk werden geacht. Het doel van de lijst was te voorkomen dat de gelovigen zouden worden gecorrumpeerd en dat probleem werd als acuut aangevoeld nadat de boekdrukkunst de verspreiding van boeken op zeer ruime schaal had mogelijk gemaakt. In 1966 maakte Paus Paulus VI een eind aan de Index. Auteurs waarvan werk op de lijst stond, werden wel aangemoedigd hun werken aan te passen zodat ze van de lijst konden worden afgevoerd, en om hun werk voor publicatie te laten lezen. Ook werd verklaard dat de morele autoriteit van de Index nog altijd bleef bestaan.

www.vatlib.it
www.archiviosegretovaticano.va

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s