Italië viert 150ste verjaardag

Italië bestaat op vrijdag 14 januari precies 150 jaar en dat wordt passend gevierd. President Giorgio Napolitano (ondertussen zelf ook al 85) geeft het startschot in Reggio Emilia, waar op 7 januari 1797 de Italiaanse vlag werd gecreëerd in wat toen nog de (door Napoleon in het leven geroepen) Cispadaanse Republiek heette. Die vlag, de groen-wit-rode tricolore, werd later de Italiaanse vlag.

De president reist ook naar de drie hoofdsteden die het verenigde Italië al kende sinds 1861. In Turijn (1861-1865), Florence (1865-1871) en Rome (sinds 1871) overhandigt hij aan de plaatselijke burgemeesters de Italiaanse vlag als symbool van de eenheid. Giuseppe Garibaldi (1807-1882) vertrok op 5 mei 1860 met 1.162 vrijwillgers op twee boten naar Sicilië om het zuiden van Italië te bevrijden van het Spaanse juk. Garibaldi veroverde grote delen van Italië in samenwerking met graaf Camillo Cavour, de premier van het Koninkrijk Piëmont-Sardinië. Dat was de drijvende kracht achter de eenwording, die in 1861 haar beslag kreeg met de aankondiging van het Koninkrijk Italië.

Ook de Ronde van Italië, de 94ste editie van de Giro, zal dit jaar helemaal in het teken staan van de 150ste verjaardag van de eenmaking. De renners zullen 21 ritten moeten rijden en in totaal 3.496 kilometer overbruggen. De Giro begint op 7 mei in Turijn, de eerste hoofdstad na de eenmaking. De Ronde van Italië 2011 zal de voetsporen van Guiseppe Garibaldi volgen, de nationalistische strijder die 150 jaar geleden voor de eenmaking van Italië zorgde. Garibaldi begon zijn veroveringsstrijd in Sicilië, waardoor de renners voor het eerst sinds 1989 de vulkaan Etna voor de wielen krijgen.

Het gebied dat we vandaag kennen als Italië ontstond meer dan tweeduizend jaar geleden, toen de Romeinen de Etrusken en andere volken op het Apennijnse Schiereiland onderwierpen. Italia zou eeuwenlang de centrale provincie zijn van het Romeinse Rijk, de grootste mogendheid van de klassieke oudheid. In 476 zetten barbaarse Germanen de laatste West-Romeinse keizer af.

Italië ging de duistere middeleeuwen in, een periode van politieke verdeeldheid en onderlinge oorlogen. Grote geesten, zoals Dante Alighieri (1265-1321), de grootste dichter van Italië, hielden de herinnering aan en de hoop op de Italiaanse eenheid levend. In de 19de eeuw ontstond de Risorgimento (wederopstanding of verrijzenis), een brede patriottische volksbeweging, die uiteindelijk de gedroomde Unitxc3xa0 d’Italia tot stand bracht.

Alleen San Marino, de kleinste en oudste onafhankelijke republiek van Europa, deed niet mee. Ook bleef de paus de Kerkelijke Staat regeren, totdat Italiaanse troepen in 1870 Rome en omgeving veroverden. De Italiaanse staatkundige vereniging was een langdurig proces, politiek gezien beginnend bij het Congres van Wenen (1815).

In 1861 werd de Italiaanse staat uitgeroepen, met eerst Turijn en later Florence als hoofdstad. De Italianen kregen Venetië in 1866 in handen dankzij een bondgenootschap met Pruisen tegen Oostenrijk. De verhouding met de, toen nog, grote Pauselijke Staat, die het land doormidden deelde, bleef zoals gezegd moeilijk, zodat Rome pas na een oorlog in 1870 tot hoofdstad kon worden uitgeroepen.

Het eenwordingsproces eindigde na de Eerste Wereldoorlog, waar bij het Verdrag van Saint-Germain de laatste onafhankelijke steden in het Koninkrijk Italië werden opgenomen. De relatie tussen het Vaticaan en de Italiaanse staat werd pas definitief geregeld met het concordaat  van 1929 (Verdrag van Lateranen), waarbij van de wereldlijke macht van de paus slechts Vaticaanstad overbleef, een ministaatje in de stad Rome. Italië kreeg een tweekamerstelsel met een door de koning benoemde Senaat en een gekozen Kamer. Het universeel stemrecht voor mannen werd op 25 mei 1912 ingevoerd met eerste verkiezingen op 26 oktober 1913. Vrouwenkiesrecht is pas in 1945 ingevoerd.

Gedurende de eerste decennia werd het gezag van de regering ondermijnd door de twisten tussen de politieke partijen – de liberalen en de radicalen – en persoonlijke schandalen van politici. De belangrijkste politieke figuren in deze tijd waren Agostino Depretis en Francesco Crispi. In dit tijdperk verwierf Italië ook enkele koloniale bezittingen: Eritrea (1882-1890), Italiaans Somaliland (1899-1905) en, na een oorlog tegen Turkije, die het land tevens de Dodekanesos opleverde, Libië.

Na de ineenstorting van het fascistische regime werd de monarchie ter discussie gesteld, dit door de opstelling van het koningshuis ten tijde van het fascistische bewind. In een referendum, gehouden op 2 juni 1946, koos een krappe meerderheid van de bevolking voor een staatsvorm als democratische republiek. Naar aanleiding daarvan is deze dag een officiële vrije dag, bekend als ‘Dag van de Republiek’.

De democratische republikeinse grondwet trad op 1 januari 1948 in werking. Daarin is onder meer bepaald dat mannelijke afstammelingen van de koninklijke familie Italië niet meer in mochten (deze bepaling is door de regering Berlusconi in 2002-2006 uiteindelijk geschrapt nadat de nazaten van het koningshuis een beroep deden op het Europese recht van vrijheid van verkeer) en is hen de koninklijke titel ontnomen. Ook is de fascistische partij (PNF) verboden en is bepaald dat de republikeinse staatsvorm niet gewijzigd kan worden. De Italiaanse republiek heeft een president (Giorgio Napolitano, foto onder), die voornamelijk een ceremoniële functie vervult.

Het volledige (uitgebreide) verhaal van de Italiaanse eenmaking kan je ondermeer hier lezen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s