Plexiglas voor sprekend beeld Pasquino

Het befaamde sprekende beeld Pasquino op de gelijknamige Piazza in Rome werd vorig jaar gerestaureerd. Het stadsbestuur wil niet dat er nog spotprenten en kritische boodschappen op het gereinigde beeld en de sokkel worden geplakt. Anderzijds wil men wel de eeuwenlange traditie van Pasquino als “sprekend beeld” behouden. Daarom werd er nu naast het beeld een display uit plexiglas geplaatst waarop kritische Romeinen hun boodschappen vol kritiek en ongenoegen kwijt kunnen. De charme is er hoe dan ook een beetje af.

Pasquino dankt zijn naam waarschijnlijk aan een kleermaker met dezelfde naam die hier vlakbij woonde en naar verluidt zijn kritiek op het pauselijk beleid niet spaarde. Na de dood van de kleermaker ging het spotten gewoon door, maar werden in zijn naam briefjes, spotprenten, commentaren en complete scheldpartijen op het beeld gehangen. Die gewoonte is doorheen de eeuwen blijven bestaan en zo ontstond de naam sprekend beeld. Doelwit van al die spot was en is steevast de overheid. Destijds waren dat de adel en de paus, nu zijn het vooral de politici genre Berlusconi die het moeten ontgelden.

De Italiaanse premier zal er vandaag niet meer van wakker liggen, maar de pausen werden in het verleden vaak razend om de spottende teksten die met de regelmaat van de klok en altijd ongezien op de sprekende beelden verschenen. Paus Benedictus XIII vaardigde zelfs de doodstraf uit voor iedereen die betrapt werd op het aanbrengen van teksten of spotprenten op Pasquino.

Vooral Adrianus VI, de paus uit de Nederlanden, slaagde er tijdens zijn kortstondige bewind in de satirische spotternijen op de beelden tot een hoogtepunt te brengen. De paus dreigde er zelfs mee het beeld in stukken te laten hakken en in de Tiber te gooien. Onmiddellijk liet Pasquino weten dat hij in het water, net als de kikkers, nog veel luider zou kwaken. De paus zag dus maar wijselijk van zijn voornemen af.

Ook de opvolgers van Adrianus VI hebben er nog een paar keer mee gedreigd het beeld te vernietigen. In 1829, na het overlijden van paus Leo XII, werden er dagenlang wachtposten bij Pasquino geplaatst om te voorkomen dat men de dode paus zou laten uitlachen door het beeld. Nog geen uur nadat de bewakers uiteindelijk verdwenen dankte het beeld de pauselijke gardisten heel hartelijk voor “de bewezen militaire eer”.

Het beeld van Pasquino werd in 1501 ontdekt, vlakbij Palazzo Braschi, dat toen werd bewoond door de renaissance-intellectueel Oliviero Carafa. Hij liet Pasquino opstellen op de plaats waar het zich nog steeds bevindt, op de plek die vandaag de naam Piazza Pasquino draagt, vlakbij Piazza Navona. Het beeld werd na verloop van tijd gexc3xafdentificeerd als van de Griekse mythologische figuur Menelaus, die het lijk draagt van Patroclus, de beste vriend van Achilles. Het dateert uit de derde eeuw voor Christus.

Ook vandaag nog wordt Pasquino vrijwel dagelijks voorzien van commentaar, sinds kort dus op plexi en niet meer op het stenen beeld zelf. Omwille van de langdurige restauratie vielen de politieke, satirische en religieuze grappen een tijdje stil maar de jongste tijd herleeft de traditie weer wat. Pasquino is immers een Romeins symbool en één van de weinige monumentale overblijfselen die al eeuwenlang voor hetzelfde, oorspronkelijke doel wordt gebruikt. “Pasquino behoort tot het culturele erfgoed, dat laat je niet zomaar verdwijnen” klinkt het bij de Romeinen. Ten slotte nog dit weetje: de woorden paskwil of pasquinade (smaadschrift, satirisch pamflet, spotgedicht,…) zijn direct afgeleid van de naam van dit beeld.

Wat heel wat mensen niet weten is dat er in Rome naast Pasquino nog vijf andere sprekende beelden bestaan. Dat zijn Abate Luigi, Marforio, Madama Lucrezia, Il Babuino en Il Facchino. Op deze beelden laten de Romeinen reeds honderden jaren spottende teksten, politieke commentaren, spotprenten en regelrechte scheldpartijen achter. Doelwit van al die spot is vrijwel altijd de overheid. In de middeleeuwen was dat de adel en de paus, nu zijn het de politici die het moeten ontgelden. Al werden er in het verleden ook weleens aan andere beelden bepaalde boodschappen bevestigd, het voormelde zestal, met Pasquino op kop, behoren tot het kleine kransje van de “echte” sprekende standbeelden. We zetten ze graag nog eens op een rijtje.

Il Babuino (De Baviaan) heeft zijn naam echt niet gestolen: het is met voorsprong waarschijnlijk het lelijkste standbeeld van heel Rome. Il Babuino kreeg zijn naam al in het prille begin van zijn bestaan. De Romeinen hebben het beeld – bij een eerste blik doet het denken aan een soort mislukte sater – altijd een afgrijselijke creatie gevonden. Hoewel het beeld oorspronkelijk een Griekse Sileen moest voorstellen, een fabeldier uit de Griekse mythologie, half mens, half paard of bok, vonden de inwoners van Rome het eerder op een aap lijken.

Toch werd het beeld op een bepaalde manier populair al hing dat niet van zijn schoonheid af. Het was kardinaal Dezza die het beeld lang geleden als eerste respect betoonde. Deze kardinaal was namelijk zo bijziend dat hij de Sileen aanzag voor een heilige en elke keer als hij hem voorbijliep, nam hij uit eerbied zijn hoed af en deed hij een schietgebedje. Hierdoor verwierf het beeld een soort cultstatus bij de Romeinse bevolking.

De invloed van “de baviaan” was erg groot, want de Via Paolina, waar het beeld zich op diverse plaatsen heeft bevonden, werd later zelfs omgedoopt tot de huidige Via del Babuino. Niet iedereen krijgt in Rome zomaar een straat die zijn naam draagt. De Baviaan dus wel. De fontein is gelegen naast de kerk van Sant’Atanasio dei Greci.

Abate Luigi, het beeld van een onbekende Romein, wellicht een magistraat of redenaar, werd in 1515 tijdens wegenwerken vlakbij het Largo di Torre Argentina ontdekt. De Romeinen vonden dat de beeltenis op een abt leek (of een priesterfiguur die waarschijnlijk echt heeft bestaan) en doopten hem Luigi. Hij werd in eerste instantie naast het Palazzo Vidoni geplaatst, vlak bij de Sant’Andrea della Valle. Hij had het op deze plek echter zwaar te verduren. Toen hij voor de zoveelste keer door stenengooiende kwajongens werd bekogeld, werd hij in de hal van het Palazzo gezet, onbereikbaar voor de Romeinse jeugd. Sinds 1924 staat het beeld tegen de zijgevel van de Sant’ Andrea della Valle.

Abate Luigi heeft de pech nu en dan beroofd te worden van zijn niet al te stevig vast zittende hoofd. De Romeinse stadsdiensten hebben echter voldoende oude stenen hoofden in voorraad en zorgen, wanneer Luigi’s hoofd nog eens verdwenen is, snel voor een nieuw exemplaar. Je merkt ook duidelijk aan het beeld dat het hoofd er absoluut niet op thuishoort.

Madama Lucrezia is, net als Abate Luigi, vooral gespecialiseerd in het verspreiden van erotische berichten en het doorgeven van liefdesboodschappen en als dusdanig nuttig voor het vertellen van roddels en schandalen en het maken van stiekeme afspraakjes. Het beeld staat op de Piazza Venezia naast de Basilica San Marco en werd door kardinaal Lorenzo Cybo, die rond het jaar 1500 kardinaal van de San Marco was, op het plein geplaatst. Het gaat om een beschadigd beeld van de godin Isis.

De naam is volgens de verhalen afkomstig van Lucrezia d’Alagno, de minnares van Alfons V van Aragon, de koning van Napels. Ze was ook bevriend met paus Paulus II die haar het beeld heeft geschonken. Toen deze Lucrezia in 1479 stierf werd de sculptuur achtergelaten aan de buitenzijde van Palazzo Venezia. Het beeld raakte snel meer en meer verwaarloosd en werd door de Romeinen al vlug opgenomen in de galerij der sprekende beelden.

Marforio dateert uit de 1ste eeuw en stelt waarschijnlijk Oceanus voor, al is in diverse publicaties te lezen dat het ook om Neptunus of zelfs Jupiter zou kunnen gaan. In 1594 werd het beeld van naast de Mamertijnse gevangenis op het Forum Romanum overgebracht naar de fontein bij het Conservatorenpaleis. Later kwam het terecht o
p de binnenplaats van het Capitolijns museum.

Het beeld werd teruggevonden op het Forum van Augustus, bij de tempel van Mars Ultor. Het Forum van Augustus werd in de Middeleeuwen Martis Forum genoemd: de naam Marforio zou hiervan afgeleid zijn. Andere bronnen menen dat de naam afkomstig is van de familie Marfoli die zou verbleven hebben in de buurt van de Carcer Mamertinus, waar het beeld zich oorspronkelijk bevond.

Het beeld werd ooit geplaatst tegen de ondersteuningsmuur van de S. Maria in Aracoeli als verfraaiing van een fontein ontworpen door Giacomo della Porta. Toen paus Innocentius X halverwege de 17de eeuw het Palazzo Nuovo liet bouwen werd de fontein ontmanteld en werd Marforio in een vrij ondiepe nis in de binnenplaats van het paleis geplaatst.

Marforio liggend op de zij en gekleed in een kleed dat zijn borst vrijlaat, heeft één hand op zijn knie en houdt daarmee een schelp vast, die samen met de linkerhand, rechtervoet en een deel van het gelaat gecreëerd is tijdens de restauratie in 1594 door Ruggero Bescapxc3xa8, in opdracht en onder leiding van dezelfde Della Porta. Onder het beeld kronkelen de tentakels van een grote inktvis in de richting van het water in het eronderglegen travertijnen bassin met ronde rand. Door zijn huidige, superbeschermde plek in Palazzo Nuovo op het Capitool, heeft Marforio als sprekend beeld tegenwoordig het minste te vertellen.

Tenslotte is er nog Il Facchino. Dit fonteinbeeld herinnert aan een voortdurend dronken waterbezorger. Het beeld bevond zich oorspronkelijk in de Via del Corso, aan de gevel van het Palazzo del Banco di Roma. In 1874 werd het verplaatst naar de huidige plaats in de Via Lata, een zijstraatje van de Via del Corso. Volgens een inmiddels verdwenen inscriptie zou het beeld een zekere Abbondio Rizzio voorstellen, een waterdrager die enorme zware tonnen kon heffen maar die verzot was op wijn en voortdurend dronken rondzwalpte. Daarom is het des te ironischer dat hij nu een watervat in handen houdt. De waterverkopers waren in die periode erg actief. Ze brachten water uit de diverse openbare fonteinen van deur tot deur.

Het gezicht van Facchino is nogal beschadigd. Het is de jongste van de pratende beelden. Het zou vervaardigd zijn door Jacopo del Conte in opdracht van de Gilde der Waterverkopers. Maar Jacopo del Conte was een kunstschilder, geen beeldhouwer, die echter wel goed bevriend was met de meer veelzijdige Michelangelo. Dat is de reden waarom sommigen menen dat Michelangelo zijn jonge vriend een handje geholpen heeft bij de realisatie van Il Facchino. Daarvan bestaan echter geen schriftelijke bewijzen maar het is wel een mooi verhaal om te vertellen aan bezoekers.

www.statueparlantiroma.it

Clubleden van S.P.Q.R.
lezen meer Romenieuws !

Klik hier voor informatie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s