De grote bazen van de Romeinse straatverkopers

In twee eerdere nieuwsberichten kon je lezen over de illegale en legale straatverkoop en over de bedragen die met straathandel gemoeid zijn. Vandaag nemen we een kijkje achter de schermen, bij de mensen die het allemaal organiseren en draaiende houden. Wie actief wil zijn in het Romeinse straatcircuit moet eerst passeren bij de familie Tredicine. Niemand anders heeft zoveel vergunningen. Zij beslissen, onder meer via een levendige handel in officiële licenties, wie waar komt te staan. Oppermachtig, door velen gevreesd en schijnbaar onaantastbaar controleren ze het grootste deel van de straathandel in Rome.

Met vele honderden zijn ze, de straatverkopers die op vaste locaties allerlei spullen aanbieden, gaande van kleding tot allerlei prullaria, souvenirs en gadgets. De meest bekende zijn ongetwijfeld de talrijke mobiele wagentjes die ‘bibite’ en ‘gelati’ aanbieden, de zogenaamde ‘camion bars’. Ze hebben allemaal een officiële vergunning maar die krijgen ze niet zomaar. Wie actief wil zijn in het Romeinse straatcircuit moet eerst aankloppen bij de familie Tredicine. De waarde van hun imperium wordt geraamd op minstens een miljard euro maar door de vele constructies en firma’s die er deel van uitmaken kan dat bedrag evengoed veel hoger liggen.

Het verhaal van de familie Tredicine leest als een boek. Het is zelfs helemaal niet ondenkbaar dat het ooit nog eens wordt verfilmd. Het verhaal van een straatarme kastanjeverkoper die op enkele decennia tijd uitgroeide tot een van de machtigste figuren in Rome heeft immers onmiskenbare Godfather-trekjes en is een droomscenario voor iedere filmmaker.

Ondertussen kan je in Rome nauwelijks een locatie of monument fotograferen zonder dat er een kraampje van de Tredicines mee in beeld komt en bloeit de handel in licenties meer dan ooit. Alleen al met de straatverkoop draait de familie een omzet van 600 tot 700 miljoen euro per jaar. Per dag wordt ongeveer een miljoen euro winst gemaakt.

De familie bestaat uit vijf leden, vier broers en een zus. Elk van hen staat het hoofd van een bedrijf. Het hoofdkwartier van alle bedrijvigheid bevindt zich in de Colli Albani. Mario, de oudste broer die algemeen als leider van de familie wordt beschouwd, werd in 1992 samen met zijn broers veroordeeld tot vier jaar en twee maanden gevangenisstraf voor samenzwering en intimidatie van straatverkopers maar werd in hoger beroep onverwachts vrijgesproken. Vandaag maakt hij deel uit van de raad van bestuur van Confcommercio, meer bepaald de afdeling die de belangen van de straatverkopers vertegenwoordigt.

De start van het huidige familie-imperium werd gegeven door Donato Tredicine, inmiddels al 80 jaar oud, die op 19 november 1950 vanuit het piepkleine dorpje Schiavi di Abbruzo in Rome arriveerde. Hij kwam aan de kost op een scheepswerf en verdiende na zijn uren een centje bij door in de Romeinse straten, meestal op de hoek van de Via Frattina, vlakbij Piazza di Spagna, met een kolenkacheltje kastanjes te poffen.

Het was het begin van een succesverhaal. Donato, vandaag multimiljonair, geeft nooit interviews, er bestaan nauwelijks foto’s van hem en hij blijft ver onder de radar van de overheid, al doet het verhaal de ronde dat hij zelfs op ver gevorderde leeftijd nu en dan nog eens graag anoniem op een Romeinse straathoek kastanjes verkoopt. Maar dat kan dus ook een stadslegende zijn.

De familiezaken worden sinds het begin van de jaren ’80 geleid door zijn kinderen. Het bedrijfje van Mario werd opgericht in mei 1980. Een paar maanden later richtte ook broer Dino een firma op, waarvan recent een deel van de belangen werden overgedragen aan zoon Dario. Elio lanceerde zijn bedrijf in 1981, Alfiero startte een jaar later ineens twee bedrijven. Zus Emilia begon in 1996 met een eigen firma.

De opsplitsing van de zakelijke activiteiten van de familie zorgt voor nogal wat juridische en fiscale mist zodat niet altijd duidelijk wie voor welke bedrijvigheid verantwoordelijk is. Al van bij het begin werkt de familie samen met de Bengaalse gemeenschap in Rome. Vanuit Bangladesh werden in de voorbije jaren honderden immigranten naar Rome gehaald. De meesten worden eerst enkele maanden als goedkope arbeidskrachten te werk gesteld aan de hete vuurpotten met gepofte kastanjes op de Romeinse straathoeken. Als ze betrouwbaar blijken en goed werken krijgen ze de kans om ergens een vaste stand te exploiteren of zelfs een van de mobiele bars te bemannen.

Dat kan op twee manieren: als werknemer of door een kraam te leasen. Werknemer zijn bij de familie Tredicine is echter een relatief begrip. Je wordt weliswaar ingeschreven maar louter als huishoudelijke hulp of klusjesman en slechts voor een zeer beperkt aantal uren, niet als voltijdse werknemer. Nochtans worden de werknemers in een mobiele bar geplaatst en zijn ze van dienst van 8.30 u. tot minstens 20.30 u., ook op feestdagen. Vakantie is niet voorzien.

De verdiensten liggen niet hoog, maximaal 900 euro per maand. Daarmee overleef je niet in Rome en de immigranten zijn dan ook meestal van de familie Tredicine afhankelijk voor huisvesting. Die is uiteraard navenant. Controles op deze uitbuitingspraktijken zijn zeer zeldzaam, de familie heeft veel vrienden. En als er toch eens wordt gecontroleerd zijn de inspecteurs meestal al tevreden wanneer de verkopers legaal in het land zijn en een verblijfsvergunning kunnen voorleggen.

Een jonge Roemeen, die zelf een paar jaar werd uitgebuit, haalde een tijd geleden nog het nieuws omdat hij met succes een rechtszaak had aangespannen tegen Fabrizio Falasca, een neef van Dino Tredicine. Na een lange procedureslag werd Falasca veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 7.000 euro plus de gerechtskosten. De Roemeen is inmiddels geruisloos verdwenen uit Rome. Of hij teruggekeerd is naar zijn vaderland of inmiddels op de bodem van de Tiber ligt zullen we allicht nooit weten.

Een andere manier om zaken te doen met de familie is als verkoper zelf een vrachtwagenbar leasen. De verkopers moeten daarvoor wel zwaar betalen aan de familie Tredicine die de meeste licenties in handen heeft. Een gewone standplaats kost, afhankelijk van de locatie, tussen de 6.000 en 7.000 euro per maand. Een licentie voor een volledig jaar kost 76.000 euro. Speciale en druk door toeristen gefrequenteerde locaties zoals aan het Hassler hotel bovenaan de Spaanse Trappen of een topplaats aan het station kosten nog meer. De standplaatsen aan het Colosseum zijn het duurst.

Uit belastingaangiften blijkt dat de huurders 400 tot 500 euro per maand opgeven als officiële huuronkosten. Het overgrote deel van de huursom wordt dus in het zwart vereffend. Maar wie niet betaalt verliest zijn plaats. Wie op eigen houtje een stand begint krijgt te maken met intimidatie of wordt opgepakt door de politie. Het blijft een raadsel hoe de Bengalezen, die hun kraam meestal onderverhuren aan derden, erin slagen om dat geld bij elkaar te brengen.

Hoewel op de toplocaties natuurlijk wel zeer vlot geld wordt verdiend. De camionbar aan het Colosseum levert dagelijks zo’n 5.000 euro op, op topdagen loopt dat bedrag zelfs op tot 10.000 euro. De dranken en de snacks die worden verkocht zijn ook niet goedkoop. Voor een flesje water betaal je gemakkelijk tot 3 euro, terwijl identiek hetzelfde flesje in een gewone bar of winkel maximaal een halve euro kost.

Mario Tredicine, 62 jaar oud, belandde in november 1987 een tijdje in de gevangenis, samen met Elio, Alfiero, Emilia en twee corrupte politieagenten. In 1992 volgde een effectieve veroordeling voor samenzwering en werd een straf uitgesproken van vier jaar en twee maanden celstraf. In hoger beroep werd iedereen vrijgesproken. Ondertussen bleef de familie licentie na licente verwerven, vaak langdurige contracten voor minstens dertig jaar, en bleven de klachten zich opstapelen omdat aanbestedingen voor vrijgekomen licenties – ongeveer 80 per jaar – steevast aan de Tredicines werden toegewezen.

Dikwijls gebeurt dat onrechtstreeks, maar toevallig blijkt de winnaar dan afkomstig te zijn uit Schiavi di Abbruzo, het geboortedorp van stamvader Donato Tredicine. “Dat is toeval. Bovendien, het feit dat iemand veel licenties heeft is niet ons probleem, wij stellen ze alleen maar ter beschikking”, zegt Davide Bordoni, als schepen/wethouder en loco-burgemeester verantwoordelijk voor handel, over dat opmerkelijke toeval.

De Tredicines controleren niet alleen de meeste stands van drank, kleding, bloemen, fruit en ijs. Ze hebben ook een stevige hand in de kraampjes die jaarlijks in de kerstperiode ter gelegenheid van La Befana op Piazza Navona worden opgesteld. De verkoop van snoepgoed, speelgoed en kerstartikelen op die locatie levert op twee weken tijd per kraam 50.000 tot 60.000 euro nettowinst op. Ook hier worden de licenties verdeeld door de familie. Hetzelfde gebeurt bij de stands die worden opgesteld bij grote evenementen, zoals bijvoorbeeld het jaarlijkse popconcert op 1 mei op Piazza San Giovanni in Laterano. Een voorzichtige raming leert dat de familie minstens 22 procent van alle detailhandel in de stad controleert. Vermoedelijk ligt het werkelijke cijfer een aanzienlijk stuk hoger.

De familie beschikt over een advocatenteam dat uitsluitend voor hen werkt. De advocaten behandelen alle klachten en juridische problemen en regelen de aankomst en eventuele uitzettingen van immigranten die voor de familie werken. Mario Tredicine maakt deel uit van het Algemeen Bestuur van Fiva, de afdeling die bij Confcommercio de belangen van de ambulante handel vertegenwoordigt. Zijn broer Alfiero is de voorzitter van Apre Confesercenti Roma. Dino zit in de directie van Fivag-Felsa-Cisl nazionale. Er wordt in de regio of in Rome geen enkel voorstel gelanceerd of geen enkele maatregel genomen zonder dat de Tredicines hun zegen hebben gegeven. De familie slaagde er ook in voet in huis te krijgen bij de vakbonden, die in het verleden soms nogal luidruchtig protesteerden tegen het personeelsbeleid bij de Tredicines. Sindsdien zijn er geen klachten meer.

En dan is er Giordano Tredicine, een kleinzoon van stamvader Donato. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2008 haalde hij 5.284 voorkeurstemmen, wat voldoende was om een zitje te verwerven in de gemeenteraad van Rome. Giordano Tredicine werd zelfs gebombardeerd tot vice-voorzitter van zijn partij, Il Popolo della Libertà (PDL), de partij van Silvio Berlusconi. Al gauw zorgde hij voor een fikse rel toen hij op slinkse wijze een omstreden voorstel door de gemeenteraad probeerde te sluizen. Het kwam erop neer dat het toekennen van vergunningen voor straatverkoop aanzienlijk versoepeld en goedkoper zouden worden en dat er een hogere tolerantiedrempel voor het vaststellen van misbruik zou worden ingesteld. Ook het gebruik van het openbaar domein voor verkoop zou eenvoudiger worden. De oppositie doorzag het plan en schreeuwde moord en brand zodat het voorstel op het nippertje werd afgevoerd.

Maar de toon was meteen gezet. Ondervraagd door een journalist verklaarde de politicus: “Ik weet niet hoeveel licenties mijn familie heeft. Ik ben daar niet mee bezig. Ik werk in de politiek. Ik bekostig mijn politieke campagnes zelf. Mijn familie heeft daar niets mee te maken. Het feit dat ze destijds werden gearresteerd? Dat was een vergissing. Ikzelf ben nog nooit door het gerecht ondervraagd”. Aldus onorevole Giordano Tredicine. Politieke tegenstanders laten overigens geen middel onbenut om de bevolking te wijzen op de familiebanden van de politicus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.