Op bezoek in de Romeinse catacomben

We maken het regelmatig mee: fervente Romebezoekers die, zelfs na tien tot twintig trips richting eeuwige stad nog nooit een bezoek hebben gebracht aan de catacomben. Toegegeven, het eerste deel van de Via Appia Antica is geen aangename weg voor voetgangers, maar vlakbij de plaatsen waar je moet zijn stopt een bus. Bovendien zijn er in Rome nog andere catacomben dan de overbekende San Callisto of San Sebastiano. Aan de Via Salaria bv. vind je de interessante catacomben van San Priscilla. In Rome zijn er ruim zestig bekende catacomben, samen goed voor tientallen kilometers onderaardse gangen, vaak over verdiepingen. Slechts een beperkt aantal is opengesteld voor het publiek. Daaronder deze van San Callisto, San Sebastiano, San Domitilla, San Agnese en San Priscilla. Een bezoek aan Rome is onvolledig zonder de catacomben.

De catacomben (in het Latijn catacumbas en in het Grieks kata kumbas = bij de terreinglooiing) ontleenden vermoedelijk hun naam aan een laag gelegen terrein vlakbij de Via Appia Antica, iets buiten Rome, die vervolgens overging op de christelijke begraafplaats, ingericht in de steengroeve onder de nabijgelegen kerk van San Sebastiano. Deze begraafplaats bleef het langst bekend en daarom ging de benaming catacombe over op alle soortgelijke begraafplaatsen, niet alleen in Rome, maar ook elders.

De catacomben bestaan uit ingewikkelde stelsels van gangen in de wanden waarin horizontale grafnissen (loculi) zijn uitgehakt, die gewoonlijk door een marmeren plaat met inscriptie gesloten werden. Vanuit de gangen kan je rechts en links afzonderlijke grafkamers (cubicula) betreden, die rijkere graven in de vorm van het arcosolium bevatten, ofwel sarcofagen, in uitgekapte nissen geplaatst. Deze grafkamers zijn gewoonlijk rijkelijk met schilderingen versierd, die gedeeltelijk teruggaan op hellenistische motieven en anderzijds de vroegste vorm van de specifiek christelijke kunst uitmaken. De voornaamste terugkerende motieven zijn: de Goede Herder (Christus), de vis met de broodkorven (de wonderbare broodvermenigvuldiging), de duif met de olijftak (vrede in het hiernamaals), het anker (de hoop), het kruis (het geloof). Voorts tref je klassieke bevrijdings- en reddingsmotieven zoals Jona door de walvis aan land geworpen, de redding van de drie jongelingen uit de vuuroven, enz. De ziel in het bezit van de eeuwige vrede wordt verbeeld door de oranten, staande figuren, biddend met uitgestrekte armen.

Catacomben kwamen vanaf de tweede eeuw behalve te Rome nog voor in Napels, op Sicilië, op Malta en in Noord-Afrika, o.a. te Cyrene. Omdat de catacomben als begraafplaatsen door de Romeinse wet werden beschermd, vormden ze ten tijde van de vervolging een veilig toevluchtsoord voor de christenen, die er niet zozeer verbleven dan wel eens hun liturgische plechtigheden vierden. Na de kerkvrede, toen de catacomben gaandeweg hun betekenis als begraafplaats verloren, bleef men nog slechts de graven of grafkamers van de martelaars in ere houden. Toen men echter steeds meer relieken van bloedgetuigen naar de kerken overbracht, verloren de catacomben hun betekenis helemaal. Ze geraakten in verval en werden uiteindelijk vergeten.

In de zestiende eeuw trokken zij de aandacht van oudheidkundigen, onder wie Antonio Bosio (1575–1629) die pionierswerk verrichtte, maar het zou uiteindelijk duren tot in de negentiende eeuw vooraleer men overging tot een wetenschappelijk en systematisch onderzoek. Er bestaan ook niet-christelijke, met name joodse catacomben, verspreid over heel Rome en zelfs ook aan de Via Appia nabij deze van San Callisto. Zij zijn wellicht de voorbeelden geweest voor de christelijke catacomben, omdat de eerste christelijke gemeenschap in Rome grotendeels uit het jodendom afkomstig was. Het begraven van overledenen in ondergrondse catacomben was zeker geen christelijke uitvinding. Algemeen wordt aangenomen dat de joodse en christelijke catacomben van Rome uit ongeveer dezelfde periode dateren: van het begin van de derde eeuw tot het begin van de vijfde eeuw na Christus.

De nissen in de wanden van de catacomben, die dienst deden als begraafplaatsen, werden verzegeld met een muurtje dat met kalk bestreken werd. In die kalk vonden onderzoekers van de universiteit van Utrecht stukjes verkoold hout afkomstig uit de kalkovens. Op basis van de soorten koolstof in het hout, konden de wetenschappers achterhalen uit welke tijd het plantaardige materiaal dateert. De kalk uit de catacomben van Villa Torlonia zou volgens die analyse tussen 50 v. C. en 400 na C. gemaakt zijn. De vorsers denken dat de joodse catacombe in de tweede eeuw na Christus in gebruik is genomen. Pas een eeuw later begon de bouw van de christelijke catacomben. Waarschijnlijk zijn de christelijke begraafpraktijken beïnvloed door de joodse, concludeerden de wetenschappers in het blad Nature. De theorie en de koolstofdatering steunen echter op een paar onzekerheden. Zo gaan de onderzoekers ervan uit dat in de kalkovens jong snoeihout gestookt werd. Maar als de houtskool afkomstig was van eeuwenoude bomen, zou de houtanalyse het pleister ouder kunnen doen lijken dan het is.

Nog niet zolang geleden ontdekten Italiaanse en Franse archeologen langs de antieke Via Labicana, op zowat drie kilometer van de oude stadsmuren van Rome, een nog onbekende christelijke ondergrondse begraafplaats uit de vierde tot de zevende eeuw. Dat gebeurde in het kader van opgravingen in opdracht van de Pauselijke Commissie voor Archeologie. Volgens de commissie, die sinds 1850 verantwoordelijk is voor de ruim zestig catacomben in Rome, werden in de zogenaamde catacomben van Sint-Petrus en Sint-Marcellinus tussen de 20.000 tot 25.000 mensen begraven. In totaal gaat het om 4,5 kilometer galerijen in drie etages. De ontdekking was historisch vooral interessant omdat er op deze plaats ook enkele kostbare sarcofagen, fresco’s en muurschilderingen werden aangetroffen. De meeste daarvan verkeerden wel in slechte staat. Een nog ouder gedeelte van hetzelfde catacomben-netwerk zou een duizendtal lichamen bevatten uit de tweede eeuw na Christus, wat uitzonderlijk vroeg is. Omdat er zoveel lichamen in korte tijd begraven zijn – naar verluidt met rijke en mooie kleding aan – vermoeden de archeologen dat deze christenen zijn omgekomen bij een ramp of een epidemie.

www.catacombe.roma.it

http://web.tiscali.it/catacombe_priscilla/

www.catacombsociety.org

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.