Catacomben van Priscilla weer open voor publiek

Na een restauratie die bijna zes jaar heeft geduurd, werden een paar weken geleden de catacomben van Priscilla aan de Via Salaria 430 opnieuw opengesteld voor het publiek. De begraafplaats wordt door velen beschouwd als de mooiste catacomben van Rome en is vooral bekend van de unieke fresco’s die er te zien zijn. Samen met de catacombe van San Callisto behoort dit complex alleszins tot de belangrijkste van Rome.

De graven geven heel wat informatie over het leven en het geloof van de vroege Christenen. Nieuwe restauratietechnieken brachten een aantal nog niet eerder ontdekte fresco’s aan het licht. Een nieuw museum stelt de gerestaureerde marmeren delen van hier gevonden sarcofagen tentoon.

De catacomben van Priscilla, bestaande uit talrijke kilometerslange tunnels, werden vanaf de tweede tot aan de vierde eeuw gebruikt voor christelijke begrafenissen. Vanaf de vijfde eeuw werden de catacomben niet meer gebruikt. Door de Gotische oorlog van 535 tot 554 en vijandige invallen van buitenaf werd het steeds moeilijker om de graven te onderhouden. De catacomben raakten in vergetelheid en werden pas in de zestiende eeuw weer herontdekt door Antonio Bosio.

In de catacomben is de oudst bekende afbeelding van Maria met Jezus te zien, evenals de oudste voorstelling van de eucharistie. Tijdens de voorbije restauratie, waarbij de fresco’s met speciale lasertechnieken werden gereinigd, kwamen nieuwe afbeeldingen tevoorschijn van wat vrouwelijke priesters lijken te zijn.

Op één fresco staat een vrouw gekleed in een soort priestergewaad met haar armen omhoog. Dat zou erop kunnen wijzen dat er in de vroege dagen van het Christendom ook vrouwelijke priesters bestonden.

Het Vaticaan ontkent dit echter. Volgens het Vaticaan mochten vanaf het begin enkel mannen priester worden omdat Jezus alleen maar mannelijke apostels had. Op de fresco met de vrouwelijke priester staat volgens het Vaticaan dan ook gewoon een vrouw die aan het bidden is. Dat er in het verleden vrouwelijke priesters bestonden is volgens de kerkelijke overheid een fabeltje. De catacomben van Priscilla bevatten meerdere fresco’s met vrouwenfiguren.

Wat de graven wél duielijk maken is dat de vroege Christenen, rijk en arm, verenigd werden in hun geloof in Jezus en God. Er is nauwelijks verschil te zien tussen de graven van de gefortuneerde Romeinen en de minder rijken.

De graven zijn een soort nissen in de muur die precies groot genoeg zijn voor één lichaam. Deze nissen werden dichtgemaakt met terracotta of marmeren platen die dan weer beschilderd werden, soms enkel met een beschrijving van de overledene, soms met een bijbels tafereel.

De catacombe van Priscilla bevindt zich ten noordwesten van de Santa Costanza, aan de rand van het Parco di Villa Ada, dat tot 1946 in handen van de Italiaanse koninklijke familie was. De ingang bevindt zich in het klooster van de Benedictijner zusters van Priscilla aan de Via Salaria 430, een plek die vanuit het historische stadscentrum gemakkelijk bereikbaar is per bus.

Op de plaats van de catacombe bevond zich in de oudheid het hypogeum, een particuliere ruimte voor godsdienstige plechtigheden, van de villa van de Acilii, de familie waartoe Priscilla behoorde. Zij was de moeder van senator Pudens en grootmoeder van Prassede en Pudenziana die we beide kennen van de aan hen toegewijde kerken bij de Santa Maria Maggiore.

De basis van de latere uitgestrekte catacomben werd gelegd door de familiebegraafplaats van de Acilii, die al in het begin van de tweede eeuw door de eigenares Priscilla ter beschikking van de christenen werd gesteld. Zo ontstond tijdens de derde eeuw, rond het oorspronkelijke hypogeum, een gangenstelsel van twee verdiepingen.

Zes pausen liggen hier begraven waaronder de heilige pausen Marcellinus (296-304), de 28ste opvolger van Petrus, Marcellus I (308-309) en Liberius (352-366). Werden hier ook begraven, de pausen Siricius (384-399), Caelestinus I (422-432) en paus Vigilius (538-555).

Het Pontifcia Accademia Cultorum Martyrum of de Pauselijke Academie voor de Cultuur der Martelaren, dat bij verscheidene gelegenheden in de diverse catacomben vieringen houdt ter ere van de martelaren, organiseert in de catacomben van Priscilla zijn belangrijkste herdenking op 1 januari. Die dag wordt er een processie gehouden met brandende kaarsen.

De Pontifcia Accademia Cultorum Martyrum is een onder de Romeinse Curie ressorterend genootschap van geleerden dat in de negentiende eeuw werd opgericht met als doel de devotie tot de heilige martelaren te bevorderen. Zij bestuderen ook het leven van de martelaren en de heilige plaatsen die met hen in verband staan.

De Academie werd op 2 februari 1879 als Collegium Cultorum Martyrum gesticht door de archeologen Armellini, Hytreck, Orazio Marucchi en Stevenson.

In de catacomben heeft men inscripties gevonden met de naam Priscilla en van Acilius Glabrio die vermeld wordt in de teksten van Suetonius en Cassius Dio. Keizer Domitianus (81-96) had hem in 91 ter dood veroordeeld om dezelfde reden als Flavius Clemens, de man van Domitilla (catacombe van Domitilla), namelijk omdat ze ‘nieuwe dingen ‘ (res novae) wilden invoeren, wat zoveel betekende als christen zijn.

De Cappella della Velata (cubicolo della Velata) is genoemd naar de muurschildering achter in de kapel. Aanvankelijk werd aangenomen dat het ging om een meisje dat in bijzijn van Maria de kuisheidsgelofte aflegde, maar volgens de huidige interpretatie zijn het voorstellingen van het huwelijk, de vroomheid en de moederrol van de gestorvene.

In het midden stapt de overleden vrouw als orante de eeuwige glorie binnen. Links toont men haar huwelijk, bruid en bruidegom staan voor de bisschop die het huwelijk inzegent. De jonge man draagt een flammeum, de sluier waarmee de vrouw zich aanstonds bedekt.

De vrouw heeft een boek waarin de plichten van de echtelieden opgesomd zijn (tabula nuptialis). Rechts zien we de vrouw als moeder. Het plafond van de cubicolo wordt volledig beheerst door de Goede Herder.

De herdersfiguur staat te midden van twee olijfbomen waarop twee duiven zitten met een olijftak in de bek. In deze cubicolo komen dus de drie symbolen samen: De Goede Herder brengt redding door zijn liefde, de orante brengt redding door haar voorbede en de duif brengt redding door de olijftak, die de vrede van God verkondigt.

Het fresco links van de Velatio dat het offer van Abraham uitbeeldt, is voor de helft verdwenen. Abraham, bijna geheel zichtbaar, wijst Isaak de plaats aan waar het brandhout moet liggen. Achter Isaak verschijnt de ram. Rechts van de Velatio, zien we de drie joodse jongens in een Babylonische oven (zie hierna de Cappella Greca).

Gekleed in oosters tenue staan ze daar als oranten. De duif met tak symboliseert de goddelijke interventie. Boven de ingang wordt Jonas uit de walvis geworpen. Deze verhalen uit het Oude Testament symboliseren de redding door de verlossing. Het verhaal van Jonas symboliseert ook de verrijzenis van Christus. Zoals Jonas drie dagen in de walvis doorbracht, zo heeft Christus drie dagen in het graf doorgebracht. De prachtige pauw is het symbool van de onsterfelijkheid.

In een volgende kapel is op het plafond naast Maria die het Kind op haar schoot houdt, een figuur afgebeeld die naar een ster wijst, een verwijzing naar een profetie van Jesaja: ‘De Maagd zal zwanger worden en zij zal een zoon baren…’. Deze schildering zou de oudst bekende voorstelling van Maria zijn.

In de Cappella Greca, de trots van de catacombe van Priscilla, werden Griekse inscripties gevonden. Het lokaal wordt door twee bogen verdeeld in twee ruimten. De zijwanden en de overspanningsbogen zijn met fresco’s bedekt. Omdat de archeologen vrezen dat de elektrische verlichting de fresco’s zou aantasten zijn van de belangrijkste fresco’s slechts kopieën te zien. De gebruikelijke thema’s vinden we ook hier.

In het centrum van de overspanningsboog boven de ingangsdeur slaat Mozes water uit de rots. Rechts dansen de ‘Drie jongelingen in de vurige oven’. Schilderingen zoals die van de drie jongelingen, waarschijnlijk uit de derde eeuw, tonen dat deze kunstenaars zeer vertrouwd waren met de methoden van de Hellenistische manier van schilderen die o.a. ook in Pompeii werden toegepast.

Zij waren volledig in staat met een paar grove trekken van het penseel een menselijke gestalte voor te stellen. Let op de levendigheid van de figuren, hun Frygische mutsen en de merkwaardige vorm van de oven. Links van Mozes strekt een man in pallium (de lange wollen, meestal witte mantel bij de Romeinen) de rechterarm uit naar de drie jongens, het zou Daniël kunnen zijn.

Links boven Mozes zien we een allegorie van de zomer. De andere seizoenen zijn verdwenen. Het hoofd van de zomer is gekroond met aren. Het op elkaar volgen van de seizoenen en vooral het weer opbloeien van de natuur na de winter geldt ook als een symbool van de verrijzenis.

In het midden van de tweede overspanningsboog brengen de drie wijzen geschenken aan pasgeboren kindje Jezus. De zijwanden vertellen de geschiedenis van de maagdelijke Suzanna. Suzanna, die zich onbespied waant en een bad wil nemen, wordt belaagd door twee oude mannen met duistere bedoelingen (rechts).

Als zij niet op hun toenaderingspogingen ingaat, dienen zij een klacht tegen haar in. De mannen beweerden dat ze Suzanna op heterdaad betrapten toen zij in het park gemeenschap had met een jonge kerel, die helaas had weten te ontkomen. Suzanna wordt ter dood veroordeeld.

In haar vertwijfeling wendt zij zich tot God. Deze zendt Daniël, die de onschuld van het meisje bewijst. Hij neemt de mannen afzonderlijk een verhoor af en vraagt hen, onder welke boom ‘het’ gebeurd is. De ene zegt: ‘onder de mastiekboom’, een struikachtige boom, de andere verklaart dat het ‘onder de steeneik’ was.

Zo is ook het verhaal van Suzanna het symbool van de redding. Op de linkerwand leggen de oude mannen een hand op het hoofd van het meisje. Zo stelde men in die tijd iemand in staat van beschuldiging.

De derde overspanningsboog wordt geheel beheerst door de ‘fractio panis’, het breken van het brood. Aan tafel zitten vijf mannen en twee gesluierde vrouwen. De man links verricht de liturgische handeling, hij breekt het brood. Op de tafel staat een kelk en een schaal met vissen en de zeven manden met brood aan weerszijden zouden kunnen verwijzen naar de wonderlijke vermenigvuldiging van de broden.

Op grond van deze elementen wordt aangenomen dat het gaat om een voorstelling van de eucharistie. Vanwege de haardracht van een van de vrouwen aan tafel, die is gekapt in de stijl van Faustina, de vrouw van keizer Antonius Pius (138-161) gaat men ervan uit dat de schildering uit de tweee eeuw dateert. Daarmee zou het dus de oudste voorstelling van de eucharistie viering zijn.

Alle informatie (toegangsuren, bereikbaarheid, geleide bezoeken,…) over de catacomben van Priscilla vind je op deze website:

www.catacombepriscilla.com

Een gedeelte van het complex kan je bekijken via de Google Streetview-techniek.

Klik hier voor een virtueel bezoek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.