De zeven heuvels van Rome

Wie ook maar een beetje liefhebbert met Rome zal de zeven heuvels waarop volgens de legende de eeuwige stad is gebouwd, zonder moeite kunnen opsommen. Toch ondervinden we regelmatig dat dit toch niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt. Dat komt vooral omdat zich nog andere belangrijke heuvels rond de stad bevinden, zoals de Monte Mario, de Vaticaanse Heuvel, de Velia, de Pincio en de Janiculum. Geen van deze laatste behoren tot de zogenaamde zeven heuvels van Rome. In de praktijk gaat het in Rome eigenlijk om vier grote heuvelruggen en een aantal kleinere heuvelkammen, waarvan een paar hogere toppen een aparte naam kregen. We zetten vandaag de zeven “echte” heuvels even op een rijtje.

Volgens de legende zou Rome door Romulus zijn gesticht op de Palatijn. De andere zes oorspronkelijke heuvels zijn de Aventinus of de Aventijn, de Capitolinus, Capitolijn of het Capitool, de Caelius (of Coelius), de Esquilinus of de Esquilijn, de Quirinalis of de Quirinaal en de Viinalis of de Viminaal.

Hoewel Rome al veel vroeger bewoond was, is het om de legende trouw te blijven gemakkelijk om de geschiedenis van Rome te laten beginnen met de vereniging tot één gemeenschap van de bewoners van de Palatijn en de Quirinaal, de twee oudst bewoonde heuvels. De hieruit ontstane stad kwam al spoedig onder Etruskische heerschappij. Van een Romeins Rijk onder deze koningen was nog geen sprake. Nadat de verdreven koning Tarquinius Superbus in 496 v. C. definitief was verslagen, sloten de Romeinen en Latijnen een verbond, terwijl tevens strijd werd gevoerd met de Volsci, de Sabijnen en de Aequi.

Capitool (Capitolium, Campidoglio)

Samen met de Palatijn de meest bekende heuveltop van Rome. De naam is overgegaan op de driedelige tempel die destijds gewijd was aan het drietal Jupiter Optimus Maximus, Juno en Minerva. Sedert de samensmelting van de nederzetting van de Latijnen op de Palatijn en van de Sabijnen op de Quirinaal was het Capitool de citadel van Rome. De tempel bevond zich op de zuidelijke hoogte van de heuvel.

Op de noordelijke top, de arx (burcht), stond de tempel van Juno Moneta waar vanaf 269 v. C. de rijksmunt gevestigd was. Ten zuidoosten van de laagte tussen beide toppen liet Quintus Lutatius Catulus in 78 v. C. het tabularium (algemeen rijksarchief) bouwen. Dit gebouw bestaat nog altijd. Vanuit de Capitolijnse musea kan je het bezoeken en vanaf het Forum Romanum heb je er een prachtig uitzicht op.

De driedelige tempel (in 509 v. C. ingewijd) was het religieuze centrum van de Romeinse staat en tevens de bewaarplaats van de libri Sibyllini (verzameling orakelboeken), de veroverde vaandels, enz. De tempel stond op een plateau. Op de zuidwestelijke helling daarvan bevindt zich de Tarpeïsche rots, waar verraders werden afgeworpen. Op de zuidoostelijke hoek daalde een slingerende weg (clivus Capitolinus) richting Forum Romanum.

In 387 v. C. werd het Capitool door de Galliërs onder Brennus vergeefs belegerd. De legende wil, dat de verdedigers in de nacht gewekt werden door het gekwaak van de ganzen van het Capitool, de traditionele bewakers van de tempel, waardoor inneming werd voorkomen. In 83 v. C. brandde de tempel af bij de verovering door Sulla. Herbouwd in 69 v. C., brandde hij in 69 n. C. nogmaals af, werd herbouwd in 75 en bleef tot in de zesde eeuw bestaan. In de middeleeuwen werd het gebouw zo grondig verwoest dat er vrijwel niets van het antieke Capitool is overgebleven.

Op de Capitolijnse heuvel bevindt zich vandaag de kerk S. Maria in Aracoeli. De lager gelegen Piazza del Campidoglio is ontworpen door Michelangelo. Aan de noordwestkant wordt het begrensd door een monumentale trap, die naar de stad leidt, en door een met beelden bezette balustrade; daartegenover liggen in het midden het Palazzo Senatorio (Senatorenpaleis, thans het stadhuis van Rome) en links en rechts het Capitolijns Museum en het Palazzo dei Conservatori (Conservatorenpaleis, thans museum, waaraan het eveneens tot museum ingerichte Palazzo Caffarelli aansluit). Midden op het plein staat een kopie van het beroemde bronzen ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius. Het echte exemplaar bevindt zich in het nabijgelegen museum.

In navolging van Rome hadden ook vele andere steden in het westen van het Romeinse rijk een Capitolium (hoofdtempel, altijd aan een forum gelegen), waarvan de naam soms (zoals in Keulen) in die van een kerk bewaard is gebleven. Het gebouw in Washington waar het Congres van de Verenigde Staten is gevestigd, heet eveneens Capitool. In navolging hiervan is ook in verschillende Amerikaanse staatshoofdsteden een Capitool gebouwd.

Palatijn (Monte Palatino, Palatinus of Palatium)

De heuvel werd misschien wel genoemd naar de herdersgodin Pales en was in de oudheid onderverdeeld in het eigenlijke Palatium in het zuiden, de Germalus in het westen en de Velia, de verbindingsrug met de Esquilijn. Op de Palatino wordt de stichting van Rome gesitueerd. De heuvel was vanaf de achtste eeuw v. C. bewoond. De oudste opeenvolgende nederzettingen waren min of meer vierkant (Roma Quadrata) en omringd door een muur, waarvan nog resten te zien zijn.

De Palatijn ontwikkelde zich van woonwijk van de aristocraten (Republiek) tot paleisheuvel (keizerrijk). Aan de naam Palatium is het woord paleis ontleend. Aan de westzijde van de heuvel bevinden zich enkele zeer oude relicten, nl. van een weg (de ‘Trap van Cacus’) en van het Huis van Romulus. Voorts liggen hier enkele resten van de tempels van de Magna Mater of Cybele en Apollo, evenals de enige op de heuvel bewaard gebleven particuliere woning, het Huis van Livia (Domus Livia of Casa di Livia), vermoedelijk het huis van Augustus, met zeer fraaie muurschilderingen. In het oosten (thans Vigna Barberini) bevond zich een groot tempelcomplex, gewijd aan Jupiter Ultor.

Tussen deze beide delen strekken zich van noord naar zuid de resten uit van vier paleizencomplexen: de overblijfselen van het paleis van Tiberius, de Domus Flavia, de Domus Augustana (niet het paleis van Augustus, maar van de augustus, d.i. de keizer) en de uitbreiding van Septimius Severus. Van het paleis van de Flaviërs, voor keizer Domitianus gebouwd, rest nog de monumentale ingangspartij. Goed bewaard bleef verder een van de nymphaea (zalen met fonteinen) en herkenbaar is de weidse nis in de aula regia of troonzaal. Van de naar de Circus Maximus gekeerde gevel van de Domus Augustana bleef de achterwand bestaan; een van de zalen werd waarschijnlijk reeds in de vierde eeuw veranderd in een kapel, de San Cesareo in Palazzo.

Naast de Domus Augustana liggen de resten van het Stadion of Hippodroom van Domitianus, dat 150 m lang was, daarachter die van de keizerlijke thermen. Tegen de onderbouw van deze laatste liet Septimius Severus de beroemde siergevel van het Septizonium optrekken, die bestond uit vermoedelijk zeven verdiepingen, balkons en fonteinen.

De Monte Palatino bleef, ook na de val van het oude Rome, de residentie van keizers die Rome bezochten, het laatst van Otto III, terwijl ook verscheidene pausen er geresideerd hebben. In de na-Romeinse tijd zijn vele andere bouwwerken op de heuvel verrezen. Thans bestaat nog een deel van de Ortì Farnesiani (16de eeuw), de oudste botanische tuin van Europa.

Celio (Monte Celio, Mons Caelius, Coelius)

Deze bevindt zich in het zuidoosten van de stad. Hij was al vóór de republiek binnen de stadsmuur van koning Servius Tullius (ca. 550 v. C.) betrokken. Volgens anderen gebeurde dat pas in de eerste helft van de 4de eeuw v. C. en omsloot de muur slechts de westelijke helft van de Celio. In de late republiek was de Celio een dichtbevolkte wijk van huurkazernes. Hij werd door een brand in 27 n. C. verwoest. Na de wederopbouw werd de Celio een woonwijk van welgestelden.

Viminale (Monte Viminale, Collis Viminalis)

De naam is waarschijnlijk afgeleid van vimina, Latijn voor wilgenhout dat weelderig groeide tussen de Quirinale en de Cispio, een top van de Esquilijn. Hier staat (vóór het huidige Stazione Termini, bij de voormalige Porta Viminalis) nog een brokstuk van de aan koning Servius Tullius toegeschreven muur. In werkelijkheid dateert deze uit de republikeinse tijd.

Quirinaal (Quirinale, Collis Quirinalis)

Bevindt zich ten noordoosten van de Capitolijnse heuvel in één van de oudste delen van de stad. Hier bevonden zich ondermeer een Sabijnse vesting en een aan de krijgsgod Quirinus gewijde tempel. In de Romeinse keizertijd was het de woonplaats van vele patriciërs, o.a. de dichter Martialis, en werden er de thermen van Diocletianus en Constantijn de Grote aangelegd.

In 1574 begon paus Gregorius XIII hier met de bouw van een zomerresidentie (Palazzo del Quirinale), grotendeels naar ontwerp van Ottaviano Mascherino, voortgezet door Domenica Fontana, Giovanni Lorenzo Bernini en Ferdinando Fuga. Het bouwwerk raakte pas in de achttiende eeuw volledig voltooid en werd gebruikt voor enkele conclaven. Het was van 1870 tot 1946 de koninklijke residentie. Vandaag is het de ambtswoning van de Italiaanse president.

Aventijn (Aventino, Mons Aventinus)

Is de zuidelijkste van de zeven heuvels van Rome. De Aventijn bestaat uit twee delen: de Grote Aventijn en de zuidelijk daarvan gelegen Kleine Aventijn. De meest beroemde bezienswaardigheid op de heuvel is waarscbijnlijk de kerk Santa Sabina, de hoofdkerk van de orde der Dominicanen. Vanaf dit punt op de Aventijn heeft men een uitstekend uitzicht op het Vaticaan. Volgens de legende werd Remus op de Aventijn begraven nadat zijn broer Romulus hem had gedood.

Op deze in oudheid druk bevolkte heuvel stonden een aantal belangrijke gebouwen. De Tempel van Juno Regina werd al in de vierde eeuw v.Chr. gebouwd en hier werd het uit de veroverde Etruskische stad Veji afkomstige standbeeld van de godin Juno geplaatst. Ook het archief van het plebs bevond zich hier. Het werd, tezamen met de tempel, beheerd door de aediles plebis. Andere tempels op de heuvel waren gewijd aan Bona Dea, Ceres, Diana en de maangodin Luna. Keizer Decius liet er in de 3e eeuw een groot thermencomplex bouwen, de Thermen van Decius.

De Monte Gianicolo (Janiculum, Janiculus) behoort NIET tot de legendarische zeven heuvels. Hier, op de westelijke oever van de Tiber, werd in de oudheid de god Janus vereerd (vandaar de naam). De strategisch gelegen heuvel werd door de bouw van de muur die Aurelius ca. 275 n. C. liet aanleggen, bij het stadsgebied getrokken. In 1849 verdedigde Garibaldi zich op deze heuvel tegen de troepen van generaal Oudinot. Op de Gianicolo liggen o.m. de kerken S. Onofrio en S. Pietro in Montorio. Aan de voet ervan ligt de bekende wijk Trastevere.

Advertenties

2 Reacties to “De zeven heuvels van Rome”

  1. Joost Kuper-Ravelli Says:

    Ik heb trouwens naar aanleding van jullie artikel “The seven hills of Rome’ gekocht: erg leerzaam en leuk. Behoorlijk geologisch, wat de achtergrond van het ontstaan en de ontwikkeling van Rome behoorlijk verduidelijkt. Nogmaals dank.

  2. Joost Kuper-Ravelli Says:

    Goed verhaal, dank. Wat inderdaad altijd goed werkt is het noemen van gebouwen (zoals hier o.a. de Santa Sabina) zodat zo’n heuvel een duidelijker locatie op de kaart krijgt.
    Ook hoor ik veel over de Celio; die zou ook bestaan uit een groot en een klein deel. Wat weet u daarover?
    Groet van Joost.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s