De Santa Francesca Romana: het klooster dat slechts één dag per jaar te bezoeken is

Als je ooit van het Capitool richting Tiber bent afgezakt, heb je zeker al de eenvoudige huizen opgemerkt vlak voor het Theater van Marcellus, langs de gelijknamige straat. Op het achttiende-eeuwse fresco boven de toegangsdeur op nummer 40 na is de bakstenen gevel uiterst sober, maar zoals vaak in Rome gaat daarachter een interieur schuil met een bijzondere artistieke en historische waarde. Dit is namelijk de Tor de’Specchi, het klooster van Santa Francesca Romana.

Francesca Bussa de’Leoni werd geboren in Rome in 1384 en leefde dus in een voor Rome turbulente periode. De paus was er nog maar pas teruggekeerd na 65 jaar verblijf in Avignon, maar door het Westers Schisma kwam het meermaals voor dat er niet één paus werd verkozen, maar ook een tegenpaus. Bovendien had de stad vaak te lijden onder epidemies, rivaliteit tussen de machtige families en bezetting door het leger van de koning van Napels.

Hoewel Francesca reeds op twaalfjarige leeftijd werd uitgehuwelijkt aan Lorenzo Ponziano, een rijke man uit Trastevere, wilde ze zich liever wijden aan contemplatie, liefdadigheid en armoede. Ze legde zich vooral toe op de verzorging van mensen die lichamelijk of geestelijk ziek waren. Ze was dan ook enorm geliefd in Rome en men schreef haar zelfs wonderbaarlijke genezingen toe. Hoewel haar huwelijk stand hield tot aan de dood van haar man Lorenzo in 1436, legde Francesca reeds in 1425 samen met negen gezellinnen de gelofte van toewijding aan Maria af (oblazione), vanwaar hun naam: oblaten. Aanvankelijk bleven ze elk in hun gezin wonen, maar in 1433 werd de beweging erkend door de paus en betrokken de leden een woning aan de voet van de Capitoolheuvel. Van die gemeenschap was Francesca de leidster vanaf 1436 tot aan haar dood op 9 maart 1440.

Zoals ook de oblaten na haar, werd ze begraven in hun ‘huiskerk’, de Santa Maria Nova, de kerk die in de negende eeuw was opgericht in de resten van de tempel van Venus en Roma op het Forum Romanum. Al gauw na haar dood in 1440 deelde Francesca met Petrus en Paulus de status van beschermster van de stad Rome. Haar overlijdensdatum 9 maart was destijds zelfs een officiële feestdag in Rome. De officiële heiligverklaring kwam er echter pas in 1608 en die gaf aanleiding tot grootse festiviteiten in heel de stad. De kerk Santa Maria Nova werd voortaan aan haar toegewijd, en heet sindsdien de Santa Francesca Romana. Nog in diezelfde eeuw werd haar oorspronkelijke graf in die kerk vervangen door een praalgraf.

De oblaten – voluit: de Oblaten-Dominicanessen van Monte Oliveto – waren geen slotzusters, maar vormden een open religieuze gemeenschap van vrouwelijke leken die zich toelegden op armoede, handarbeid, gebed, liefdadigheid en bijstand. Dergelijke open gemeenschappen waren er wel méér in het toenmalige Rome, maar enkel deze van de oblaten heeft de eeuwen weten te overleven. Hun regel houdt het midden tussen het lekenbestaan en de regel van Benedictus: ze zijn geen slotzusters, maar leven in een open klooster dat contact houdt met de buitenwereld.

Overeenkomstig Benedictus’ regel zijn er dagelijks zes gezamenlijke gebedsmomenten. Daarnaast zijn bijstand en liefdadigheid steeds hun voornaamste activiteit gebleven, maar het actieterrein is in de loop der eeuwen verschoven: eerst naar onderwijs en opvoeding van minder begoede meisjes; tegenwoordig bieden ze een onderkomen aan vrouwelijke universiteitsstudenten, en verstrekken ze godsdienstonderricht aan kinderen ter voorbereiding van hun eerste communie.

De zusters wonen nu nog steeds in het onderkomen dat de stichters in 1433 hadden betrokken, naast de ‘Tor de’Specchi’ of ‘Spiegeltoren’, zo genoemd omdat zijn ronde vensters aan spiegels deden denken. Later werd die toren ingelijfd in het kloostergebouw en werd de naam Tor de’Specchi gebruikt voor het geheel.

Dit klooster is niet toegankelijk voor buitenstaanders, behalve op één enkele dag per jaar: op 9 maart, de feestdag van Santa Francesca van Rome.

Ondanks de latere uitbreidingen zijn de structuren uit de late middeleeuwen nog uitzonderlijk goed bewaard. De huidige inkomruimte was oorspronkelijk het dierenverblijf; elders zijn de natuurstenen muren met gotische ramen nog duidelijk zichtbaar. Zoals in de meeste Romeinse huizen uit die tijd bevond de trap zich aan de buitenzijde; deze treden zijn vermoedelijk zelfs gehouwen uit marmer van het Forum Romanum.

Bij de uitbreiding van het klooster werd die trap (foto boven) geïncorporeerd in het grotere geheel en werd de trapzaal versierd met fresco’s van Antoniazzo Romano die je nog steeds kan bewonderen. Ook de kamer van Francesca zelf kan je bezoeken, evenals de refter van het einde van de vijftiende eeuw. Op een wand ervan worden in tien monochrome fresco’s uit 1485 de verzoekingen van de heilige uitgebeeld.

Eveneens uit de vijftiende eeuw dateert het oratorium (de gebedsruimte), waarvan de muren van boven tot onder gedecoreerd zijn met polychrome fresco’s uit 1468 van diezelfde Antoniazzo Romano of een leerling; in 25 scènes illustreren ze het leven van Francesca. De afbeeldingen zijn bijzonder interessant omdat ze gesitueerd zijn in het vijftiende-eeuwse Rome: de omliggende wijk Campitelli, de Tiber, de Santa Maria Nova en het leven in de stad. Bovendien is elk tafereel toegelicht: niet in het Latijn, maar in de Romeinse volkstaal van die tijd. Om meer dan een reden vormt deze oude refter dus een uniek tijdsdocument. Bijzonder is ook de beschilderde houten zoldering.

Bij de latere uitbreiding van het klooster werd ook de nabijgelegen kerk van Santa Maria de Curte geannexeerd; deze is nu enkel vanuit het klooster toegankelijk en wordt aangeduid als de Benedenkerk. Ze bestaat uit drie schepen, waarvan het middelste overspannen is met een azuurblauw gewelf dat bezaaid is met gouden sterren. In de absis zie je verguld stucwerk uit de zeventiende eeuw. Met precies dezelfde afmetingen als de Benedenkerk is daarop dan in 1596 de Bovenkerk gebouwd, gewijd aan Maria Boodschap (Santissima Annunziata) en in barokstijl versierd met een veelkleurige marmeren vloer; op de muren wisselen schilderijen, fresco’s en rijkelijke brocaatbekleding elkaar af. De geraffineerde zoldering van verguld houtsnijwerk van de zeventiende eeuw toont in het midden Francesca en de engel. Haar oorspronkelijke grafzerk is ingewerkt in een van de muren van deze Bovenkerk.

Vooral in de zeventiende eeuw, na de heiligverklaring van Francesca, kende de gemeenschap zo’n grote bloei dat de woningen rond de Tor de’Specchi niet meer volstonden en werden de gebouwen sterk uitgebreid. Sinsdien heeft het klooster zijn omvang en uitzicht weten te bewaren: een groot huizenblok tussen de Via Montanara, Via Capizucchi, Via della Tribuna di Tor de’Specchi en Via del Teatro di Marcello. Er werd o.a. een grotere refter gebouwd: de barokrefter. Behalve voorstellingen van heiligen zie je daar ook de wapenschilden van de Tor de’Specchi en van Bussa, de familie van Francesca. In diezelfde periode ontwierp Carlo Maderno de wijdse kloosterrondgang. Binnen het kloostercomplex hebben de zusters ten slotte ook nog een grote binnentuin: destijds een moestuin, nu is hij aangeplant met citrusbomen.

Wie op het einde van de komende krokusvakantie in Rome is, heeft dus een unieke kans om dit klooster op 9 maart te gaan bezichtigen. Vele van de genoemde kunstwerken zijn overigens in uitstekende staat na de restauraties van de laatste decennia. (Tekst: Hugo De Keersmaecker).

  • Het huis in Trastevere waar Francesca met haar man woonde is nu een centrum voor spiritualiteit met verblijfsmogelijkheid: www.sfromana.it.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.