Romeinen stierven niet door loodvergiftiging

De Romeinen stierven dan toch niet uit door loodver­giftiging. Daarvoor bevatte hun leidingwater niet genoeg lood, zo blijkt uit nieuw onderzoek, schrijft de krant De Standaard.  Het drinkwater in het oude Rome werd via met lood beklede aquaducten en een uitgebreid loden buizenstelsel tot bij de stadsbewoners gevoerd. Daardoor moet het tot honderd keer meer lood hebben bevat dan het originele water uit de bron kilometers verderop. Dat hebben Franse, Britse en Amerikaanse onderzoekers ontdekt. Ze hebben daarvoor naar lood geboord in de ondergrond van Portus, een zeehaven in de buurt van Rome. Portus was een havendok uit de keizertijd, dat via een kanaal verbonden was met de rivier de Tiber. De vorsers namen bodemstalen in het havenbassin – dat nu een waterplas is – en in het kanaal naar de Tiber.

Maar al hadden de Romeinen dus tot honderd keer meer lood binnen, de concentratie in het Romeinse water was nog steeds onvoldoende om tot degeneratie van de Romeinen te leiden of hun misdaadcijfers de hoogte in te jagen. Dat laatste is traditioneel een populaire theorie, gebaseerd op de vaststelling dat lood nadelig inwerkt op de menselijke hersenen. De onderzoekers hebben uiteraard geen water uit het keizerlijke Rome meer ter beschikking, dus moeten ze het doen met zijdelingse gegevens. De concentratie van de lood-isotopen in het slib van de haven, een kleine 50 kilometer stroomafwaarts van de stad, gaat netjes mee op en af met het wel en wee van de stad. Al is ‘netjes’ misschien een wat overdreven term: men is niet eens zeker van de bevolkingscijfers van het antieke Rome – ook daarvoor zijn weer onrechtstreekse benaderingen nodig, schrijven ze in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Het havenbassin werd uitgegraven rond het jaar 112, onder keizer Trajanus. Het bleef dienstdoen tot in de middeleeuwen, waardoor de vorsers een loodprofiel van zo’n duizend jaar kunnen schetsen. Ze namen een boorkern van 9 meter in het korte verbindingskanaal met de zee, en een van 13 meter in het Canale Romano naar de Tiber. Ter vergelijking namen ze ook een kern van de huidige Tiber. Daarbovenop maten ze de loodisotopen in vijf loden waterbuizen uit de antieke stad. De precieze samenstelling van lood hangt af van de plaats waar het gedolven werd, dus kan het geen kwaad om de samenstelling van het lood in het slib te vergelijken met die van de buizen waar het vandaan kwam.

De isotoop-samenstelling van het slib komt, zowel tijdens het keizerrijk als tijdens de vroege middeleeuwen, goed overeen met die van de buizen – waarvan het lood uit mijnen buiten Italië komt. De vervuiling volgt het verval van Rome. Toen de aquaducten na de Gotische Oorlogen van 535-554 hersteld werden, was er een piek in de loodvervuiling, toen oude pijpen doorgespoeld werden. Ook de schade aan de waterleidingen door de plundering van Rome door de Arabieren in de negende eeuw was te zien. Maar al bij al was de loodconcentratie in het drinkwater, hoe hoog ook, niet voldoende om echt ­schadelijk te zijn, besluiten de auteurs.

Advertenties

Eén reactie to “Romeinen stierven niet door loodvergiftiging”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s