Ostia Antica dubbel zo groot dan tot nog toe werd gedacht

De archeologische site van Ostia Antica in Rome geeft voortdurend nieuwe geheimen prijs. Zo toonden recente opgravingen aan dat Ostia ook tussen de vierde en de vijfde eeuw nog volop in bedrijf was. In die periode gebeurden er aan het Forum zelfs nog een ingrijpende reeks restauraties. Maar een andere, recente ontdekking in de omgeving tart echt wel alle verbeelding. Het blijkt nu dat Ostia destijds tot wel twee keer groter was dan tot dusver werd aangenomen, groter zelfs dan de bedolven stad Pompeii.

De omgeving van Ostia levert al eeuwenlang fantastische archeologische schatten op, gaande van mausolea tot scheepswrakken uit de keizertijd en talrijke gebruiksvoorwerpen. Na de jongste vondsten lijkt het er echter op dat de geschiedenis en de geografie van Ostia moeten worden herschreven.

De stad bevond zich in de eerste eeuw v. Chr. immers niet alleen aan de gekende zijde, maar strekte zich ook aan de andere zijde van de Tiber minstens zover uit. De sensationele ontdekking van talrijke gebouwen, waaronder torens, opslagplaatsen, muren en een uitstekend wegennet, tonen aan dat het hier gaat om een tot dusver volkomen onbekend stadsdeel, dat doorloopt tot een paar kilometers van de luchthaven Leonardo da Vinci in Fiumicino.

De havenbedrijvigheid in dit gebied moet in de Romeinse tijd nog veel enormer geweest zijn dan tot voor kort werd vermoed.

Dat maakt Ostia tot een stad die in grootte Pompeii minstens overschrijdt. De ontdekking gebeurde in het verlengde van een opgravingscampagne die in 2007 werd gestart door Angelo Pellegrino en Paolo Germoni (soprintendenza speciale per i beni archeologici di Roma ), samen met de professsoren Simon Keay (Universiteit van Southhampton – British School in Rome) en Martin Millet van de Universiteit van Cambridge. Zij gaven leiding aan een team van archeologen en geofysici die het gebied onderzochten dat zich uitstrekt tussen de oude havens van Portus en Ostia.

Hun verbluffende onderzoeksresultaten werden zopas in Palazzo Massimo in Rome gepresenteerd. Het is niet de bedoeling dat de volledige nieuw ontdekte site wordt blootgelegd. Dat kan Rome zich overigens ook financieel niet veroorloven, maar er zullen wel gerichte opgravingen gebeuren op basis van de resultaten van het geofysisch onderzoek. Er zijn dus in de nabije toekomst waarschijnlijk nog heel wat mooie vondsten te verwachten.

De naam Ostia is afgeleid van het Latijnse ostium (ingang). De voormalige Romeinse havenstad bevindt zich ten zuidwesten van Rome. Met de regionale trein vanuit station Ostiense rijd je er in amper een half uurtje naartoe. De site is een bezoek meer dan waard. Vlakbij het archeologische park bevindt zich een imposante burcht, gebouwd door paus Julius II (1483–1486) en een kerk uit de vijftiende eeuw.

Ostia bevond zich aan de monding van de Tiber maar ligt thans door verzanding zowat 3 km van de zee verwijderd. Door regelmatige opgravingen sinds 1870 en vooral vanaf 1909 is een gedeelte van de stad blootgelegd en gedeeltelijk gerestaureerd. Tot nog toe werd gedacht dat men zowat driekwart van de oude havenstad had opgegraven, maar dat blijkt dus niet te kloppen. De kunst- en gebruiksvoorwerpen die hier zijn ontdekt, kan je bekijken in het museum op de site zelf. De site van Ostia Antica behoort tot de meest gewaardeeerde archeologische vindplaatsen ter wereld. Er wordt ook regelmatig geïnvesteerd, al moeten Rome en de Italiaanse staat zorgvuldig omspringen met hun budget.

Het kosmopolitische karakter van de haven met haar kantoren van handelscorporaties uit het gehele Middellandse-Zeegebied blijkt uit de veelheid van uitheemse heiligdommen (o.a. van Isis en Mithras), fora en marktpleinen, een theater, horrea (graanpakhuizen), tabernae (winkels) en thermopolia (kroegen). Opmerkelijk zijn de grote blokken flatwoningen, soms met een gemeenschappelijke tuin in het midden, die in baksteen waren opgetrokken (insulae).

Mozaïeken en wandschilderingen verlevendigden de interieurs. In de oudheid werden mozaïeken gebruikt als vloerversiering. De Romeinen gebruikten beton als basismateriaal, waarop een mozaïek van glas, steen, keramiek en andere materialen werd gelegd. Op het grootste marktplein hadden mozaïekvloeren een met de latere uithangborden vergelijkbare functie voor de verschillende groepen kooplui uit het hele Romeinse rijk.

Toen Ostia op het hoogtepunt van haar bloei was (begin tweede eeuw) woonden er naar schatting 50.000 mensen, maar ook dat aantal is nu wellicht aan herziening toe. Een nieuwe periode van opbloei kende de stad in het begin van de vierde eeuw. Daarvan getuigen luxueuze, grootscheeps aangelegde villa’s met nymphaea (fonteinen), mozaïeken, enz. en een vroeg-christelijke, door Constantijn de Grote gebouwde basilica. Tot voor een paar jaren werd aangenomen dat die bloeiperiode relatief kort heeft geduurd, maar de recente bevindingen maken duidelijk dat die tot in de vijfde eeuw doorliep.

Op Isola Sacra, een eiland tussen de zee en de beide mondingen van de Tiber ligt een begraafplaats met tal van interessante kleine grafgebouwen. Ostia heeft de regelmatige stadsaanleg – met loodrecht elkaar kruisende hoofdstraten (cardo en decumanus) in het midden – steeds behouden. De eerste uitbreiding vond de plaats in het eerste kwart van de eerste eeuw v. Chr. Uit beide periodes zijn gedeelten van de stadsmuur en de poorten bewaard gebleven.

Volgens de overlevering was de vierde koning van Rome, Ancus Marcius (ca. 630 v. Chr.), de stichter van Ostia, maar andere bronnen dateren het ontstaan in ca. 338 v. Chr. Ook archeologische gegevens wijzen op een nederzetting uit de vierde eeuw v. Chr., die de oude Latijnse havenstad Antium (338 v. Chr. door Rome onderworpen) gedeeltelijk moest vervangen. Behalve door de grote zoutketen (salinae) en als oorlogshaven (vooral in de Tweede Punische Oorlog (218–201) kwam Ostia al vroeg tot bloei als overslagplaats voor de graanvoorziening van Rome.

Nadat de stad tijdens de burgeroorlog door Marius was verwoest, werd zij door Sulla herbouwd en gemoderniseerd, met o.a. ruime en nieuwe stadsmuren. Haar grootste uitbreiding en vernieuwing kreeg de stad echter in de keizertijd, vooral sinds keizer Claudius de haven 5 km naar het noorden van de oude Tibermond verplaatste. Deze nieuwe haveninstallaties (Portus Augusti of Portus Romanus), waaraan in 42 n. Chr. werd begonnen, werden door keizer Nero in 54 n. Chr. opengesteld en in 106 met een bassin vergroot door keizer Trajanus.

Trajanus gaf ook, wegens de verzanding van de oude Tibermond, de rivier een nieuwe uitweg naar zee door een nieuw kanaal (fossa Traiana) aan te leggen. Mede door de toenemende verzanding, ook van de nieuwe Tibermond, kon in de loop van de vijfde eeuw het verval van Ostia niet uitblijven. De stad werd herhaaldelijk geplunderd en grotendeels verlaten. In de middeleeuwen werden de ruïnes als marmergroeven gebruikt en ging er net als op het Forum Romanum in Rome veel materiaal verloren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s