Fraai fresco Paul Bril gerestaureerd in Rome

In Rome worden de fresco’s aan de zijwanden van de Scala Santa, de heilige trap, gerestaureerd. De werkzaamheden aan een fraai meesterwerk van de Vlaamse renaissancekunstenaar Paul Bril zijn zopas afgerond. Het fresco bevindt zich nu opnieuw in de staat zoals het er oorspronkelijk waarschijnlijk heeft uitgezien, compleet met alle levendige details. De restauratie verloopt onder toezicht van de Vaticaanse Musea. Met de herstellingen wordt geprobeerd om de oorspronkelijke kleurenpracht en helderheid van de muren en plafonds opnieuw tot hun recht te laten komen. De restauratie van de fresco’s wordt gefinancierd door de Amerikaanse Getty Stichting. Dagelijks bezoeken ongeveer tweeduizend mensen het heiligdom van de Scala Santa.

Aan de restauratie werd tot nog toe negen maanden gewerkt. Twaalf specialisten zijn er bezig met scalpels, laserlicht, zachte sponsjes, de-oxyderende chemicaliën en dun papier met ammonium bicarbonaat de fresco’s langs de Scala Santa met veel geduld te reinigen. Op de fresco’s worden de passie, opstanding en hemelvaart van Christus afgebeeld.

In het verlengde van de hoofdgevel van de basiliek van Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano) zien we aan de overkant van de laan een nogal grijs gebouw, de Scala Sancta, met in de zijgevel een bescheiden edicola met blinkende mozaïeken. Dit is het enige dat rest van het triclinium (achtste eeuw) van paus Leo III.

De Scala Santa is de trap die voert naar de vroegere pauselijke huiskapel Sancta Sanctorum van het Lateraan. Volgens legendarische middeleeuwse getuigenissen zou dit de trap zijn die deel uitmaakte van het praetorium van Pontius Pilatus en leidde naar het bordes waar Jezus na de geseling door Pilatus aan het volk getoond werd. De trap, die bestaat uit 28 marmeren treden, was oorspronkelijk aangebracht in het Lateraans paleis, maar paus Sixtus V liet hem in 1589 overbrengen naar de kapel Sancta Sanctorum op het plein van Sint-Jan van Lateranen. Pelgrims bestijgen de trap geknield. Vroeger kregen ze dan de pauselijke zegen.

De trap zou omstreeks 326 door Helena, de moeder van keizer Constantijn, vanuit Jeruzalem naar Rome gebracht zijn. Twee jaar eerder bezocht de (later heilig verklaarde) Helena de heilige plaatsen in Palestina, waar ze de basilica’s op de Olijfberg in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem liet bouwen. Pas later is haar een rol toegekend bij het vinden van het Heilige Kruis, waarvan Ambrosius voor het eerst omstreeks 395 melding maakt. .

Links en rechts van de eigenlijke Scala Sancta (de middelste trap) bevinden zich telkens twee trappen die door Domenico Fontana ontworpen zijn. Deze trappen mogen met de voeten betreden worden. De beeldengroep links onderaan de centrale trap toont de ‘Ecce Homo’ en rechts de ‘Judaskus’, beide zijn het werk van Ignazio Jacometti (1819-1883). Jacometti is de man die het mooie knielende beeld van Pius IX kapte in de confessio van de Santa Maria Maggiore. In de linkerhoek van de ruimte onderaan de trappen staat een model van het paleis van Pilatus. De veronderstelde plaats van de heilige trap is duidelijk aangegeven.

Hier is het ook dat je even moet kijken naar het werk van de Antwerpse gebroeders Bril. Paul Bril schilderde in de trapzaal links van de Scala Sancta drie fresco’s met oud-testamentische voorstellingen, namelijk op de linker muur het eerste fresco (dus onderaan de trap) met ‘Mozes in een rieten mandje’, en het laatste fresco bovenaan de trap (een Aards Paradijs?) en het muurfresco recht vooruit, op het einde van de trap. In de rechter trapzaal schilderde Paul Bril twee fresco’s met voorstellingen uit het leven van Christus, namelijk de eerste plafondschildering (met walvis) en het eerste muurfresco links, telkens onderaan de trap. De uiterst linkse en rechtse trappen hebben geen fresco’s.

Matthias (1550-1583) en Paul (1554-1626) Bril werden beiden werden geboren in Antwerpen, maar werkten vooral in Rome waar ze ook Brill en Prull genoemd werden. Paul Bril volgde les bij zijn vader en zette zijn opleiding voort in Antwerpen, bij Damiaen Wortelmans, en trok omstreeks 1575 op jonge leeftijd naar het buitenland. Na enige tijd in Lyon te hebben doorgebracht, reisde hij aan het eind van de jaren 1575 door naar Rome, waar hij in het atelier van zijn oudere broer Matthijs Bril ging werken. Matthias, Mattheus of Matthijs was vijf jaar eerder al naar Rome vertrokken. Al snel zou duidelijk worden dat Rome de ideale biotoop was voor de jonge Zuid-Nederlandse kunstenaar.

Paul Bril maakte al gauw erg grote vorderingen en raakte meteen gefascineerd door de overvloedig in Rome aanwezige antieke kunst en cultuur. De schilder was iemand die snel vrienden maakte en zich goed wist te integreren in het sociale Romeinse leven. Zo werd hij ondermeer lid van de Accademia di San Luca en van de kunstenaarsgroep Virtuosi al Pantheon. In 1592 trad hij in het huwelijk. Evenals zijn broer kreeg Paul Bril opdrachten van de pausen Gregorius XIII, Sixtus V, Clemens VIII en Paulus V. Zij kwamen in dienst van paus Gregorius XIII (1572-1585) voor wie zij in het Vaticaan in de loggia’s tien fresco’s schilderden. Beide werkten ook in de Galleria Geografica (1583) waar ze op landkaarten landschappen aanbrachten met herders en hun kudde. Matthijs stierf onverwacht in Rome op 8 augustus 1583, zijn broer zou de fresco’s in de galleria verder afwerken.

Paul Bril werkte na Gregorius XIII ook voor Sixtus V (Santa Maria Maggiore en de Scala Santa) en Clemens VIII en voor belangrijke families zoals Borghese, del Nero en Mattei. Vanaf 1590 produceerde hij ook landschappen en stedelijke gezichten van Rome die zeer in trek waren bij Italianen en Vlamingen. Ze werden vaak ondertekent met een ‘bril’. De goede relaties van Paul Bril met Jan Brueghel de Oude en Adam Elsheimer (1578-1610) waren belangrijk voor zijn latere oeuvre. Het lange leven van Paul Bril liet hem toe een brug te slaan tussen de zestiende-eeuwse Vlaamse maniëristenstijl en het geidealiseerde zeventiende eeuwse Italiaanse landschap.

Het atelier van Paul Bril in Rome was rond 1600 een waar trefpunt van allerlei kunstenaars die zich wederzijds inspireerden, waaronder Adam Elsheimer, Frederik van Valckenborch, Sebastiaan Vrancx en Jan Brueghel de Oude. Vooral de werken van deze laatste zijn op dat moment sterk verwant aan die van Bril. Er ontstond echter ook een soort kruisbestuiving met Italiaanse schilders die streefden naar een klassieke stijl en een geïdealiseerd landschap, zoals in de eerste plaats Annibale Carracci. Bril werd niet alleen door hen beïnvloed, hij inspireerde ook kunstenaars als Domenichino en Giovanni Battista Viola.

Mede dankzij gravures naar zijn werk door Hendrick Goudt (Utrecht) zijn ook Pieter Paul Rubens, Jacob Pynas, Pieter Lastman, Cornelis van Poelenburgh en Bartholomeus Breenbergh in meerdere of mindere mate schatplichtig aan Paul Bril. Zo vormde Bril, naast zijn vriend Elsheimer, een belangrijke schakel in de gecompliceerde ontwikkeling van het landschap omstreeks 1600. Zelf keerde hij na 1610 echter weer terug naar de oudere schema’s. Afgezien van Willem van Nieulant, die zijn stijl getrouw kopieerde, had Bril toen nog maar weinig navolgers.

Paul Bril schilderde fresco’s met landschappen in verscheidene kerken maar ook in paleizen van de pausen en kardinalen in Rome. Zijn grootste bekendheid kreeg hij met zijn kleine landschappen op koper en paneel. Daarnaast bleven er vrij veel tekeningen van hem bewaard. Bril schilderde aanvankelijk bos- en panoramische landschappen met historische of bijbelse voorstellingen erin verwerkt, geheel in de Vlaamse maniëristische traditie. Zijn doeken worden gekenmerkt door een onrustige opbouw met diagonalen, een verfijnde detaillering en het traditionele kleurenpalet van bruin, groen en blauw. Gaandeweg verhoogde hij het realistische gehalte van zijn landschappen door de natuur en de gebouwen meer als structurele elementen te laten fungeren.

Na 1600 ondergaat zijn werk een verandering, zijn composities worden rustiger en horizontaler, het kleurengebruik naturalistischer. Van omstreeks 1600 af verandert echter geleidelijk zijn uitbeelding van het landschap. De blik van de toeschouwer wordt niet meer, als langs een theaterdecor van verschillend belichte vlakken naar de diepte gevoerd. In één oogopslag ziet hij thans voor zich een groots, in de breedte uitgewerkt landschap. De massieve rostpartijen, de glooiing van de heuvels, maar vooral de dwars door het schilderij lopende diagonalen, waarmee zijn composities zijn opgebouwd, getuigen van een meer synthetische visie. Het rustige evenwicht, het brede ritme van lijnen en vormen verleent nu aan zijn landschappen een heldere overzichtelijkheid, een voorname beheersing, die wij ‘klassiek’ zouden kunnen noemen. Het zijn als gedroomde achtergronden van taferelen uit de Griekse en Romeinse godenleer en heldensagen: heroïsch en tegelijk vredig en sereen.

Zijn oeuvre had een zeer grote invloed op de evolutie van het Europese landschap, denken we maar aan Claude Lorrain en Poussin. In dat verband moet trouwens worden vermeld, dat Agostino Tassi, de Italiaanse leerling van Paul Bril, op zijn beurt de leermeester is geweest van Claude Lorrain. Werken van beide broers vinden we overvloedig in talrijke musea (vooral in het Louvre) en galerijen in Europa, en in verscheidene kerken in Rome en andere steden. Het is jammer dat de gebroeders Bril bij ons wat miskend, zelfs onbekend zijn. In Antwerpen hangt slechts één werk van Paul Bril.

In Rome bleef Bril al die tijd een man van aanzien. Uiteindelijk werd hij zelfs ‘principe’ en raadslid van de voormelde prestigieuze Accademia di San Luca. Deze eer die hem als eerste landsschapschilder en als eerste buitenlander ten deel viel, was te danken aan het feit dat hij reeds tijdens zijn leven beschouwd werd als een van de grootste meesters in zijn genre, alhoewel zijn landschappen lange tijd hun Vlaams karakter bleven behouden. In 1612 beschouwde de Italiaanse auteur Mancini hem als de ‘eerste’ onder de Romeinse ‘paesanti’, de Romeinse meesters van het landschap. Bril zou Rome dan ook niet meer verlaten. In 1592 trad hij in het huwelijk met een Romeins meisje, Octavia Barra, die hem drie kinderen schonk. Na een leven geheel gewijd aan de schilderkunst overleed hij in de eeuwige stad op 7 oktober 1626, in de leeftijd van 72 jaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s