Het huis van alle Italianen

De paus en Vaticaanstad worden zo vaak in één adem vermeld dat men zou gaan denken dat elke paus altijd in dat deel van de stad heeft geresideerd, maar dat is zeker niet het geval. De oudste kern van het pauselijke paleis naast de Sint-Pietersbasiliek dateert immers pas van de twaalfde eeuw. In de eeuwen voordien betrok de paus het paleis naast de basiliek van Sint-Jan-van-Lateranen, tot dat afbrandde in 1304. Enkele periodes was de pauselijke residentie zelfs buiten Rome te zoeken, nl. in Viterbo, 90 km. ten noorden van Rome (1257-1281) en in het Franse Avignon (1305-1377).

En ook in Rome zelf hebben nog andere gebouwen hebben tijdelijk dienst gedaan als pauselijke residentie. Zo bv. Palazzo Colonna, waar Odone Colonna bleef wonen wanneer hij (na de beëindiging van het Westers Schisma) in 1417 als enige paus verkozen werd onder de naam Martinus V. Later in diezelfde vijftiende eeuw bleef de Venetiaanse kardinaal Pietro Barbo ook na zijn verkiezing tot paus Paulus II gehuisvest in zijn woning die we thans kennen als Palazzo Venezia.

En van 1605 tot 1870 was het Palazzo del Quirinale op de gelijknamige heuvel de officiële zomerresidentie van de paus. Dat Quirinaalpaleis is in de vier eeuwen van zijn bestaan steeds bestemd geweest voor het staatshoofd: achtereenvolgens voor dertig pausen, een keizer, vier koningen en tot nu toe al tien presidenten. Naar dat Quirinaal willen we je meenemen in deze en de nieuwsbrief van morgen.

De oorsprong van het Quirinaalpaleis ligt in de tuin ervan: in de zestiende eeuw lag de Quirinaalheuvel buiten het bewoonde gedeelte van de stad, in het zgn. disabitato. Behalve enkele kerken en ruïnes van antieke tempels werd deze heuvel vooral ingenomen door landgoederen van adellijke families.

Eén van die landgoederen (vigna) was wel eigendom van de familie Carafa, maar werd gehuurd en ingericht door kardinaal Ippolito d’Este. Diens smaak voor bijzonder sierlijke renaissancetuinen is nu nog steeds bekend door zijn Villa d’Este in Tivoli. Hier in Rome liet d’Este op de Quirinaalheuvel een bijna even mooie tuin aanleggen met een grote variëteit aan bomen en planten tussen schitterende fonteinen en antieke beeldhouwwerken.

Een regelmatige gast op dit landgoed was paus Gregorius XIII (1572-1582), en deze was zo opgetogen over het verblijf hier dat hij er een eigen zgn. palazzetto liet oprichten door architect Mascarino (bijnaam van Ottaviano Nonni). Vooral in de zomermaanden verbleven Gregorius XIII alsook de pausen na hem veel liever hier dan aan de overzijde van de Tiber. De luchtvochtigheid in de omgeving van het Vaticaan is van nature immers veel hoger, wat destijds zeker in de zomer resulteerde in een ondraaglijke, drukkende hitte; in vergelijking daarmee was het klimaat op de hoogste heuvel van Rome, het Quirinaal, veel aangenamer.

Van Gregorius’ palazzetto zie je bij een bezoek aan het Quirinaalpaleis o.a. de beroemde trap die bijzonder sierlijk is in z’n eenvoud: de spiraalvormige trap is niet rond maar ovaal, en de enige lichtbron bovenaan zorgt voor een subtiel spel van licht en duister tussen de elegante dubbele zuilen aan de binnenzijde van het trappenhuis. De treden stijgen slechts langzaam – met vertelt dat de paus op die manier te paard de bovenverdiepingen kon bereiken. Het ontwerp van deze trap werd later nog vaak hernomen, o.a. door Borromini in het Palazzo Barberini.

Pas de volgende paus, Sixtus V (1585-1590), wist deze gronden te kopen, en breidde de gebouwen voort uit met de langwerpige vleugel langsheen de Piazza del Quirinale. De grootste uitbreiding vond plaats onder Paulus V (1605-1621), die zijn architecten Carlo Maderno en Flaminio Ponzio de opdracht gaf om het palazzo zo uit te breiden dat het gebouw een grote rechthoek vormde rondom de Cortile d’Onore. Het is in deze toegevoegde vleugels dat we de prachtigste zalen van het Quirinaalpaleis aantreffen: de Cappella Paolina en de zalen die nu worden aangeduid als de Salone d’Onore en de Salone dei Corazzieri.

De huidige naam Salone dei Corazzieri verwijst naar de vroegere koninklijke, nu presidentiële lijfwacht die daar in het gelid opgesteld staat bij de officiële ontvangst van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. Dat was ook van bij de aanleg de functie van deze majestueuze zaal: hier ontving de paus gezantschappen van over heel de wereld. De decoratie ervan straalt nog steeds het aanzien uit dat de katholieke Kerk in de zeventiende eeuw weredwijd genoot: op de muurschilderingen zie je gezanten uit (voor die tijd) exotische landen als Congo, Japan of Perzië die de pauselijke ontvangst aanschouwen.

Het plafond is van prachtig gesculpteerd houtsnijwerk in geometrische lijnen, getooid met bladgoud in een frisse combinatie met azuurblauwe vlakken; daartussen prijkt het wapenschild van Borghese, de familie van Paulus V, en nu ook dat van de Savoia-dynastie (zie verder). De vloer is bedekt met kostbaar polychroom marmer, afkomstig uit antieke Romeinse villa’s. Tegen een zijwand beeldt een enorm halfreliëf van Taddeo Landini de Voetwassing door Christus uit.

De Salone dei Corazzieri biedt toegang tot de Cappella Paolina, genaamd naar diezelfde Paulus V. Hiermee gaf de opdrachtgever aan het Quirinaal een perfecte tegenhanger voor de Cappella Sistina in het Vaticaanse paleis, met exact dezelfde afmetingen: 40 op 13 meter, en 20 meter hoog. Zijn bedoeling was dat ze ook zou gedecoreerd worden met fresco’s die de vergelijking met de werken van Michelangelo in de Sixtijnse kapel zouden kunnen doorstaan. Dat plan kon hij uiteindelijk niet realiseren, maar het schitterend verguld stucwerk waarmee hij het gewelf liet bezetten biedt evenzeer een majestueuze aanblik.

Andere belangrijke uitbreidingswerken aan het Quirinaalpaleis volgden nadien nog onder Urbanus VIII (1623-1644), die o.a. de tuin uitbreidde met de aankoop van nabijgelegen terreinen en de verdedigingsmuur liet optrekken die de tuin volledig omgeeft. Hij bouwde ook de Torrione, de halfronde bastiontoren aan de zijde van de Piazza del Quirinale, en liet “Loggia delle Benedizioni” boven de hoofdingang ontwerpen door Bernini.

Van dezelfde architect is het ontwerp van de zgn. Manica Lunga, de “lange mouw”, dit is de lange reeks vertrekken die de hele afstand langsheen de huidige Via del Quirinale beslaat. Dat gedeelte was oorspronkelijk bedoeld voor de Zwitserse wacht, en zou later later aan kardinalen onderdak bieden tijdens de conclaven die in het Quirinaal doorgingen.

Voor de decoratie van dit palazzo deden de pausen een beroep op de bekendste schilders van de zeventiende eeuw. De zalen en gewelven zijn dan ook overdekt met prachtige werken van o.a. Guido Reni, Giovanni Lanfranco, Pietro da Cortona, Annibale Carracci, Carlo Marratta en vele anderen. Je bezoekt hier dus niet enkel een paleis, maar tegelijk ook een museum.

In dit paleis, dat vanaf 1605 de officiële zomerresidentie van de paus was, vonden ook zgn. consistories plaats, d.w.z. overlegvergaderingen van de paus met zijn kardinalen, en in de eerste helft van de negentiende eeuw gingen in de Cappella Paolina ook vier conclaven door voor de keuze van een nieuwe paus.

Om te zorgen dat de kardinalen bij hun beraadslagingen niet zouden worden beïnvloed van buitenaf, liet men zelfs het raam dichtmetselen van de aanpalende Sala del Balcone die gelegen is boven de hoofdingang en uitkijkt op het plein. Wanneer er dan een nieuwe paus verkozen was, werd dat wereldkundig gemaakt op een bijzonder spectaculaire manier: de voorlopige muur in het raam werd opengebroken, en vandaar weerklonk dan de vreugdevolle aankondiging “Habemus Papam” over het plein, waarna de nieuwe kerkvorst aan het raam kon verschijnen voor de toegestroomde massa gelovigen.

Die Sala del Balcone was overigens niet alleen de eerste zaal vanwaar de paus tegenover zijn volk kwam te staan, maar was ook de laatste zaal in dit paleis waarheen een overleden paus werd gebracht. Hier werd zijn stoffelijk overschot voorbereid op de balseming, en daarnaar verwijst de andere, ietwat lugubere naam: Sala dei Precordi, naar de Italiaanse term voor ingewanden, die immers moesten worden verwijderd voor het balsemen. Die ingewanden werden bewaard in twee metalen urnen die vervolgens werden bijgezet in de kerk van Santi Vicenzo e Anastasio, tegenover de Trevifontein.

De rustige voortgang van de rij der pausen werd in 1809 echter bruusk onderbroken. Napoleon had reeds Lombardije en andere gebieden van Noord-Italië veroverd, maar kreeg geen steun van de paus – die hij dan ook meteen tot tegenstander verklaarde. In dit paleis diende de Franse generaal Radet zich in 1809 aan bij paus Pius VII, met het dringende verzoek om afstand te doen van de wereldlijke macht. Toen Pius dat weigerde, werd hij door de Fransen gevankelijk meegevoerd naar Fontainebleau, en werden Rome en de pauselijke staten ingelijfd bij het Franse rijk.

Dit luidde het begin in van een zwaar artistiek verlies voor heel Italië en in het bijzonder voor Rome, want de Fransen eigenden zich ontelbare unieke kunstwerken van onschatbare waarde toe om de kern te vormen van het nieuwe Musée Napoléon in Parijs. Slechts een klein deel ervan vond achteraf zijn weg terug naar het land van herkomst; het merendeel bevindt zich nu nog steeds in datzelfde Parijse museum, dat nadien de naam Musée du Louvre kreeg.

Na de inname van Rome door Napoleon in 1809 kreeg ook het Quirinaalpaleis een nieuwe bestemming: het werd door de bouwmeesters van Napoleon in gereedheid gebracht als keizerlijke residentie en aangepast aan de toenmalige smaak. Vandaar de fresco’s in empirestijl, o.a. de triomftocht van Julius Caesar voorstellend, die zonder scrupules werden aangebracht over de religieuze voorstellingen van vroegere eeuwen heen.

Ook de structuur van het paleis werd aangepast aan de wensen van het keizerlijke echtpaar: daarvoor werd o.a. de lange gang in de vleugel van Sixtus V opgedeeld in drie afzonderlijke zalen, waardoor de bijbelcyclus met de fresco’s van Pietro da Cortona tweemaal werd doorsneden. Maar uiteindelijk heeft Napoleon nooit werkelijk in dit paleis verbleven.

In 1814 kon Pius VII terugkeren naar Rome en het Quirinaal opnieuw in bezit nemen. Maar niet lang nadien kwam vanuit Piemonte de Risorgimento-beweging op gang, die ertoe zou leiden dat het Italiaanse schiereiland opnieuw verenigd werd – een politieke eenheid die het na de val van het Romeinse rijk in 476 na Chr. niet meer had teruggevonden! Deze periode viel bijna volledig onder de regering van paus Pius IX (1846-1878), de langst regerende paus van de hele geschiedenis.

Een eerste poging van de Italiaanse troepen onder leiding van Garibaldi om Rome te annexeren in 1849 was niet gelukt, maar omdat de paus de dreiging duidelijk voelde, had hij zich reeds in 1850 definitief teruggetrokken uit het Quirinaal en een onderkomen gezocht in de Vaticaanse paleizen: daar wist hij zich veiliger achter de vestingmuren van Sangallo.

Terwijl de buitenstedelijke gebieden al eerder waren ingelijfd, werd de stad Rome zelf pas in 1870 geannexeerd bij het herenigde Italië: op 20 september van dat jaar vielen de stormtroepen (bersaglieri) binnen langs een bres die ze in de Aureliaanse Muren geschoten hadden naast de Porta Pia, en trokken ze de stad binnen langs de toenmalige Via Pia – waarom die nadien de naam Via XX Settembre kreeg, is meteen duidelijk.

Het Quirinaalpaleis kwam nu toe aan het nieuwe staatshoofd, Vittorio Emanuele II, die door de aanhechting van Rome, koning van heel Italië was geworden. Maar niet zonder schroom nam hij bezit van het voormalig pauselijke paleis: hij wilde immers de haast uitsluitend katholieke bevolking van de nieuwe hoofdstad niet voor het hoofd stoten. Pas in juli 1871 nam hij het Quirinaal in gebruik als koninklijk paleis.

Nu was het aan de Savoia’s op hun stempel op het gebouw te drukken. De grootse zaal voor de consistories die Paulus V had laten bouwen, werd ingericht als diner- en balzaal: de Salone d’Onore, die ongetwijfeld één van de hoogtepunten van een bezoek aan dit paleis vormt, met enorme luchters van Boheems kristal, metershoge spiegels met barokke gesculpteerde vergulde lijsten, een gigantisch vloertapijt van 300 m² in één stuk, enz. De toenmalige bestemming als balzaal blijkt nog steeds uit het balkon voor het orkest, hoog tegen de zijmuur.

Ook andere zalen kregen een nieuwe inrichting of zelfs een nieuwe bestemming. Voor de herinrichting grepen de Savoia’s met neo-rococo terug naar de stijl van Louis XIV: een stijl die luxueuze rijkdom uitstraalt met z’n overdaad aan gouden glittering, sierlijke krullen en alomtegenwoordige spiegels, zoals we die wellicht het beste kennen van het paleis van Versailles.

De meubilering die je in het paleis te zien krijgt, werd hier allemaal bijeengebracht in de periode van de Savoia’s. Bij zijn vertrek uit het Quirinaal had Pius IX immers alle roerende goederen laten overbrengen naar het Vaticaan – op twee Chinese vazen na, die nog steeds in het Quirinaal staan. Alle andere meubels zijn hierheen overgebracht vanuit Turijn en andere paleizen die door de eenmaking aan de Savoia’s ten deel waren gevallen, zoals dat van Colorno (bij Parma) en Napels.

Uit het bezit van die koninklijke dynastie stamt ook de enorme collectie oude wandtapijten: het Quirinaal kan zelfs bogen op de grootste verzameling wandtapijten ter wereld, in totaal niet minder dan 268 stuks. Bij je bezoek krijg je slechts een deel daarvan te zien, o.a. zestiende en zeventiende-eeuwse tapijten uit de cyclus van Amor en Psyche, en andere uit de cyclus van Don Quichote; de meeste zijn afkomstig van befaamde ateliers zoals Gobelins in Parijs of Brabantse manufacturen. Een groot gedeelte van de collectie is nu ondergebracht in de depots van het Quirinaal, waar ze onderhouden worden door een eigen team restaurateurs.

De herbestemming van de zalen door de Italiaanse koningen getuigde niet altijd van evenveel respect. Zo werd de intieme Annunziata-kapel, die was ingericht in opdracht van Paulus V en met fresco’s van Guido Reni was versierd, gebruikt als dienstruimte voor de aanpalende eetzaal. En de imposante zaal waar eens de pausen de buitenlandse gezantschappen hadden ontvangen, werd door koningin Margherita, de echtgenote van Umberto I, enige tijd zowaar als tenniszaal gebruikt! Nog maar enkele jaren geleden ontdekte men bij restauratiewerken het materiële bewijs daarvan: een tennisbal die geklemd zat achter een figuur van Landini’s reliëf van de Voetwassing.

Aldus deed het Quirinaal dienst als koninklijk paleis voor de vier koningen die het herenigde Italië gekend heeft: Vittorio Emanuele II , Umberto I, Vittorio Emanuele III tot aan z’n troonsafstand in mei 1946 en ten slotte Umberto II, die gehuwd was met de Belgische prinses Marie-Josée, dochter van de Belgische koning Albert I. Deze Umberto II wordt wel eens ‘de koning van één maand’ genoemd, omdat hij slechts van 9 mei tot midden juni 1946 regeerde.

Na Wereldoorlog II namen de Italianen het de dynastie immers bijzonder kwalijk dat Vittorio Emanuele III niet duidelijker afstand had genomen van het fascisme, en op 2 juni werd een volksraadpleging (plebiscito) gehouden, waarbij de meerderheid van de stemmen de voorkeur gaf aan de afschaffing van de monarchie. Op 18 juni werd de Italiaanse republiek uitgeroepen; Umberto II had al vijf dagen voordien het land definitief verlaten, en twee jaar later werd zijn ballingschap bij wet bekrachtigd.

Zo kwam het Quirinaal ten dienste te staan van het huidige staatshoofd: de president van Italië. Als de media het nu hebben over ‘il Quirinale’, bedoelen ze daar dan ook mee: de president. De eerste president die dit effectief als paleis gebruikte was Luigi Einaudi (1948-1955); nu is het Giorgio Napolitano, de elfde president van de Italiaanse republiek, verkozen in 2006 en herverkozen in 2013.

Evenals enkele (maar niet alle) voorgangers woont Napolitano hier ook effectief: niet in het ambtelijke paleis dat we hierboven beschreven hebben, maar in één van de bijgebouwen binnen het complex. Of hij in Rome verblijft, kan je gemakkelijk zien aan de vlag boven op de Torrino: in dat geval wappert de presidentiële standaard links van de Italiaanse vlag en die van Europa.

Zijn voorganger Carlo Azeglio Ciampi liet het paleis grondig restaureren van 1999 tot 2006, waarbij de bepleistering van het exterieur ook z’n originele travertijnkleur terugkreeg. De okerkleur die je nog op oudere foto’s ziet, werd pas een goede eeuw geleden aangebracht; dat de originele tint die van travertijn was, bewijzen schilderijen van Vanvittelli en andere contemporaine artiesten. In het interieur ontdekten de restaurateurs vaak artistieke fresco’s uit de periode van de pausen die verscholen zaten achter de beschilderingen van de periode van Napoleon of van de Savoia’s.

Zodra de grootste restauratiewerken achter de rug waren, werd dit paleis op vrij regelmatige basisopengesteld voor bezoek: voor Ciampi en zijn opvolger is dit immers niet enkel het paleis van de president, maar ook ‘la casa degli italiani’, het huis van alle Italianen.

In het oudste gedeelte, het Palazzetto van Gregorius XIII, bevindt zich de eetzaal met ongetwijfeld het mooiste uitzicht van heel Rome: vanuit die zaal, de hoogste van het paleis dat gelegen is op de hoogste heuvel van Rome, geniet men een panorma van 360 graden over heel deze prachtige stad. Maar dat genot is voorbehouden aan de grootsten der aarde: hier is het dat de president diners aanbiedt aan buitenlandse staatshoofden in een select gezelschap van hoogstens 16 mensen.

De ambtelijke vertrekken van de president liggen verder westwaarts achter dat gedeelte, maar die ruimtes krijg je als bezoeker van het paleis uiteraard niet te zien. Maar je maakt wel een rondgang langs de staatsievertrekken die nu nog steeds gebruikt worden voor plechtige zittingen. In totaal kan je 23 zalen bezichtigen.

Bij je bezoek zal je ongetwijfeld ook de de Corazzieri opmerken, de presidentiële lijfwachten die vooral bekend zijn in hun indrukwekkende parade-uniform met een bronzen borstharnas of kuras (vanwaar hun naam), een helm met een echte paardenstaart enz.

Tijdens de bezoekuren van het Quirinaal fungeren zij er als toezichters en zaalwachters: zij vormen immers de enige bewakingseenheid die dit paleis mag betreden. Ook in een veel eenvoudiger uniform zijn ze duidelijk herkenbaar aan hun boomlange gestalte: 1,90 m. is de vereiste minimumlengte om tot dit elitekorps te mogen toetreden.

De befaamde tuinen van het Quirinaal, die met hun oppervlakte van 4 ha hoog boven de stad uittorenen, zijn slechts één enkele dag per jaar toegankelijk voor het grote publiek, namelijk in de namiddag van 2 juni, de Dag van de Republiek, de Italiaanse nationale feestdag. De 20.000 bezoekers die er jaarlijks op af komen, kunnen dan hun ogen de kost geven aan een enorme botanische rijkdom, want de tuin telt bomen en planten die gezanten en hoogwaardigheidsbekleders van over heel de wereld hebben geschonken aan de paus; sommige bomen zijn al 400 jaar oud.

Voorts staan her en der antieke beeldhouwwerken en sarcofagen opgesteld, evenals tal van fonteinen. Het pronkstuk daarvan is ongetwijfeld de Orgelfontein, waarvan de kracht van het vallende water de energie levert om de orgelpijpen muziek te doen produceren, aangestuurd door een metalen trommel met contactpunten (ongeveer het principe van een muziekdoos).

Het hoofdgebouw is toegankelijk op de meeste zondagvoormiddagen (in 2014 zijn er dat 32 om precies te zijn) van 8.30 tot 12 u., behalve in de vakantieperiodes. De exacte data vind je op www.quirinale.it => visita il palazzo. Het is zaak er ’s ochtends vroeg bij te zijn, want je kan niet reserveren en de rij wachtenden groeit in de loop van de voormiddag snel aan tot een lengte van soms enkele honderden meters.

Op diezelfde website vind je ook 360° foto’s van vertrekken waar je anders nooit kan komen.En als je een beetje Italiaans machtig bent, kan je ook vanuit je gemakkelijke zetel een bijzonder boeiende rondleiding bijwonen.

Klik hier om een interessante reportage van Rai Tre over het Quirinaal te bekijken.

Virtueel bezoek: klik hier.

Met dank aan Hugo De Keersmaecker voor deze bijdrage.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s