Kurken maquette Pantheon staat nu op de Vlaamse Topstukkenlijst

Een kurken maquette van het Pantheon in Rome en deel uitmaakt van de archeologische verzameling van de Universiteit Gent, wordt toegevoegd aan de Vlaamse Topstukkenlijst. Het model van het Pantheon werd vervaardigd door de Italiaanse architect Antonio Chichi (1743-1816), een tijdgenoot van de befaamde Venetiaanse architect en graveerder Gianbattista Piranesi waarvan de Gentse Universiteitsbibliotheek schitterende albums en bladen in haar bezit heeft. Wereldwijd zijn er slechts drie exemplaren van de Pantheon-maquette bewaard.

Antonio Chichi maakte verschillende antieke gebouwen uit Rome na. Hij beeldde ze af in de staat waarin ze in zijn tijd verkeerden. De maquettes werden als souvenir aan vermogende toeristen verkocht of dienden als studiemateriaal. Het kurken Pantheon kan worden geopend om de gedetailleerde binnenkant te bekijken.

Vermoedelijk is het achttiende-eeuwse Pantheon in Gent beland door een schenking van Willem I der Nederlanden. Onder zijn bewind – toen België en Nederland nog één waren – werd de Gentse universiteit opgericht. Bij de oprichting legde hij bij wet vast dat rijksuniversiteiten studiecollecties moesten aanleggen.

De archeologische verzamelingen van de universiteit zijn sinds 2000 te vinden in het Pand, het voormalige dominicanenklooster in het Gentse stadscentrum. De verzamelingen zijn zeer divers en bestaan uit vondsten van zowel mediterrane als regionale oorsprong. De meest bijzondere stukken zijn tentoongesteld, terwijl het overige deel ter plaatse in depot wordt gehouden.

Het museum staat open op aanvraag voor zowel onderzoekers en studenten, als voor het brede publiek. Op uitzonderlijke dagen als de Erfgoeddag, de Open Monumentendag of de Nacht der Universitaire Musea is het vrij toegankelijk.

Het Archeologisch Museum verrast haar bezoekers met een fijne collectie van archeologische voorwerpen uit Egypte, Griekenland, Italië, Spanje en Duitsland. Daarnaast zijn fraaie bodemvondsten uit West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Henegouwen te zien, het resultaat van zowel toevalstreffers sinds de achttiende eeuw als van het systematisch archeologisch onderzoek van de Gentse Universiteit vanaf 1950 (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Vakgroep Archeologie). Voor de archeologie in België geldt het Archeologisch Museum van de Universiteit Gent als één der belangrijkste van het land. Regelmatig worden objecten van de Archeologische Verzamelingen uitgeleend voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

De archeologische verzamelingen zijn sterk verbonden met de geschiedenis van de universiteit. Bij de stichting van de Universiteit Gent in 1817 is de opbouw van verzamelingen voor natuurhistorie, zoölogie, mineralogie, anatomie en archeologie al van in het begin voorzien. Dit blijkt niet enkel uit de archivalische bronnen van de Hollandse tijd maar ook uit het ontwerp van de Aula of ‘het Paleis der Universiteit’ door architect Lodewijk Roelandt die het bestaan van een ‘Cabinet d’Antiquité’ of een ‘Cabinet van Archeologie, penningen en zoo oudere als nieuwere zeldzaamheden’ bevestigen.

De kern van de archeologische verzamelingen dankt de universiteit aan een aantal bijzondere figuren. De meest markante was ongetwijfeld kanunnik Martin De Bast. Hij behoorde tot het prominente gezelschap van mensen die de oprichting van de rijksuniversiteit in Gents hebben waargemaakt. Indien het verzamelen van ‘le bel objet’ toen nog een archaïsche vorm van archeologische bedrijvigheid voorstelde, toonde De Bast zich in zijn publicaties een pionier door te wijzen op het belang van de context van de archeologische vondsten en hun plaats als materiële relicten in de geschiedenis.

Zijn unieke verzameling van prehistorische, Gallo-Romeinse en middeleeuwse vondsten afkomstig van het vroegere gebied van het Graafschap Vlaanderen heeft hij quasi integraal aan de universiteit nagelaten. Waarschijnlijk heeft koning Willem I, die de overdracht van de collectie De Bast heeft bekostigd, toen ook de indrukwekkende maquette van het Pantheon geschonken.

Kolonel Bernard Rottiers is een andere figuur. Zijn bewogen leven als militair en zijn omgang in politieke en diplomatieke middens, evenals zijn activiteiten als archeoloog en marchand van archeologische en kunstobjecten kunnen op zijn minst opmerkelijk worden genoemd. Door zijn toedoen werden de collecties van de universiteiten van Gent en Leiden verrijkt met Egyptische, Griekse, Etruskische en Romeinse voorwerpen.

Een fraai marmeren vrouwenbeeld uit de hellenistische tijd, gevonden in Piraeus in 1821, dankt de universiteit aan de Brugse reder Jean Baptiste Delescluze. Misschien zijn ook door hem een aantal Egyptische stukken in de universitaire collectie gekomen.

In 1836 kocht de Universiteit Gent een deel van de verzameling van graaf de Renesse-Breidbach die op verschillende plaatsen in Rijnland, de Moezelstreek en Limburg resideerde. Deze bestaat dan ook meestal uit bronzen, glazen en keramische vondsten afkomstig van Gallo-Romeinse necropolen uit die gewesten. De gaaf bewaarde voorwerpen, vooral de keramiek, vormen nog steeds belangrijke typespecimens voor het academisch onderwijs en het onderzoek vandaag.

Naar het einde van de negentiende eeuw toe groeide de verzameling aan met vondsten uit binnen- en buitenland, vooral dankzij de inzet van mensen als de professoren Joseph Roulez, Adolphe De Ceuleneer en Louis Cloquet.

De kennis van de bronstijd van onze gewesten, meer bepaald haar laatste fase, raakte vanaf het begin van de twintigste eeuw in een stroomverstelling dankzij de spectaculaire vondsten van bronzen wapens en voorwerpen die aan het licht kwamen bij baggerwerken in de Schelde, de Leie en de Dender, en de graafwerken van de dokken van Port-Arthur te Gent. Zij behoren zonder twijfel tot de pronkstukken van het museum.

De toenmalige conservator van het museum, Joseph Maertens, leverde bijzonder werk. Naast de verrijking van de universitaire collecties met objecten uit Noord-Afrika, Italië, Frankrijk en België dankzij zijn bemiddeling of eigen schenkingen, was hij ook verantwoordelijk voor de publicatie van de eerste volwaardige cataloog van de Gentse universitaire archeologische collecties in 1938.

Nauwelijks bekend is de aanwezigheid in het museum van indrukwekkende verzamelingen van Merovingische, middeleeuwse en post-middeleeuwse voorwerpen (sieraden, wapens, metalen huisraad, vaatwerk, glas, bouwkeramiek,…) die in negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw in het museum zijn beland. Veel is afkomstig van Gent zelf of van verschillende Vlaamse steden en gemeenten. Wegens plaatsgebrek wordt niets daarvan tentoongesteld en een groot deel overigens is nauwelijks onderzocht.

Kort voor, en vooral na de Tweede Wereldoorlog, kreeg onder impuls van Hubert Van de Weerd en Sigfried De Laet de archeologie in België definitief een wetenschappelijk karakter. In de archeologie van Noord-West-Europa heeft de huidige Vakgroep Archeologie een benijdenswaardige plaats weten te veroveren die ze nog steeds in ere houdt. Ook buitenlandse missies (Iran, Griekenland, Emiraten, Siberië, Italië, Tunesië, Portugal) werden toen ondernomen en zijn vandaag nog steeds kernprojecten binnen het archeologisch onderzoek van de UGent.

Door het verbod op uitvoer van archeologische stukken zijn de archeologische verzamelingen niet meer aangegroeid met vondsten uit het buitenland, maar des te meer met binnenlandse: Hofstade bij Aalst (Gallo-Romeins heiligdom), Blicquy bij Ath (Gallo-Romeins necropool), Destelbergen (necropool late bronstijd, Gallo-Romeinse nederzetting), Sint-Gillis-Waas/Kemzeke (grafheuvel midden-bronstijd, nederzetting ijzertijd), Verrebroek (mesolithische nederzetting), Maldegem (Romeins legerkamp), Evergem/Kluizendok (verschillende periodes).

De archeologische wetenschap krijgt steeds meer een interdisciplinair karakter waarbij de partnerwetenschappen als geografie, pedologie, geologie, scheikunde, archeozoölogie of paleobotanie en nieuwe disciplines als diverse remote sensing-technieken (luchtfotografie, electrische weerstandsmeting,…) een vaste plaats hebben verworven. Interdisciplinariteit is noodzakelijk om een betrouwbaar totaalbeeld van de materiële leefwereld van de mens in het verleden op relevante wijze te reconstrueren.

Die aanpak kan het museum op dit ogenblik niet meer ten volle illustreren. In de toekomst zullen multi-mediale technieken een rol spelen om de laatste resultaten van het interdisciplinaire onderzoek voor specialisten, studenten en een breed publiek te ontsluiten. Het Archeologisch Museum van de Universiteit Gent bewaart dus het midden als behouder van een academisch erfgoed dat perfect de evolutie van de archeologie naar een volwaardige wetenschap illustreert, en als presentator van enkele aspecten van het recente onderzoek via vondsten in context: inter utrumque.

Het Archeologisch Museum (Het Pand, Onderbergen 1, Gent) is te bezoeken na afspraak: patrick.monsieur@ugent.be of 09 264 41 39.

Bronnen: Academisch Erfgoed; Patrick Monsieur (Universiteit Gent).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s