Paus Franciscus op 27 september te gast in de Gesù-kerk

In de Chiesa Santissimo Nome di Gesù, in de volksmond Il Gesù of gewoon Gesù geheten, werd zopas de tweehonderdste verjaardag gevierd van de heroprichting van de Sociëteit van Jezus, beter bekend als de Orde der Jezuïeten. Daarmee wordt de publicatie van de bulle ‘Sollicitudo omnium ecclesiarum’ van 7 augustus 1814 door paus Pius VIII herdacht. Op 27 september is paus Franciscus te gast in de Gesù voor de jubileumviering van deze verjaardag. De Gesù is sinds haar inwijding in 1584 de belangrijkste kerk van de Orde der Jezuïeten. Morgen en overmorgen brengen we een bezoek aan dit zeer fraaie gebouw, zonder discussie het rijkste barokmonument in Rome. Lees vandaag, morgen en overmorgen over een kerk die je nooit meer zomaar even zal voorbij wandelen.

Paus Clemens XIV had op 21 juli 1773 met ‘Dominus ac Redemptor’ , onder druk van de koningen van Frankrijk, Spanje en Portugal, tot de opheffing besloten van de orde die door Sint-Ignatius van Loyola was gesticht. Jezuïeten waren tot ergernis van de eerder genoemde koningen enkel aan de paus verantwoording verschuldigd. Dat werd door de tegenstanders van de orde handig aangegrepen om hen – afhankelijk van de noden – van allerhande samenzweringen te beschuldigen. Na het verbod van 1773 bleef de sociëteit enkel nog in Rusland bestaan.

De aanzet tot de heroprichting werd in 1801 gegeven met de breve ‘Catholicae fidei’ van paus Pius VII. Daarin werd de Sociëteit van Jezus in Rusland, met zijn tweehonderd leden, officieel erkend. Daarna volgden verzoeken uit onder meer België, Nederland, Engeland en Zwitserland om zich bij de Russische jezuïeten aan te sluiten. Met de bulle uit 1814 kreeg de orde als geheel het recht om seminaries en colleges te leiden.

Jezuïeten worden door de paus onder zijn onmiddellijke bescherming genomen. Paus Pius VIII kende zichzelf en zijn opvolgers het recht toe om welke stappen ook te nemen om “de Sociëteit van Jezus te consolideren, haar tegemoet te komen en te zuiveren als dit ooit nodig mocht zijn.”

Ignatius van Loyola (1491-1556), de stichter van de orde der jezuïeten, bekeerde zich nadat hij in 1521 tijdens de Spaans-Franse oorlog in Pamplona zwaargewond werd. Er volgde voor hem een periode van onmenselijk lijden, waarna Ignatius naar Montserrat trok om voor het beeld van de Zwarte Madonna zijn wapenuitrusting neer te leggen.

Vastend, biddend en levend in grote ontberingen schrijft hij een klein maar uiterst invloedrijk boekje ‘Geestelijke oefeningen’ (1522) dat de essentie bevat van wat het katholieke reveil van de zestiende eeuw zal worden.

In 1537 reist Ignatius naar Rome, waar hij in 1540 van paus Paulus III Farnese de goedkeuring krijgt voor de oprichting van een orde van reguliere geestelijken die zich vooral zal toeleggen op het onderwijs en de opvoeding, de orde der jezuïeten. In 1551 stichtte Ignatius het Collegio Romano en in 1552 het Collegium Germanicum.

In het Norton Simon Museum in Pasadela, Californië, bevindt zich een bijzonder fraai schilderij van Ignatius, uitgevoerd door Rubens. Ook elders ter wereld vind je werk van kunstenaars die zich lieten inspireren door de jezuïetenstichter. Zowel Ignatius, Teresa van Avila, Filipo Neri en Franciscus Xaverius werden op dezelfde dag, 22 mei 1622, heilig verklaard. Het feest van de heilige Ignatius valt op 31 juli, zijn sterfdag.

De opdracht van de ‘Societas di Jesu’ is missionarissen en leraars over de hele wereld te sturen. Deze orde van wereldlijke geestelijken was de belangrijkste kracht achter het herstel van de rooms-katholieke kerk in zijn strijd tegen de lutherse ‘ketterij’.

De jezuïeten zijn moeilijk te begrijpen zonder hun opvattingen over discipline, een kenmerk dat verwijst naar de militaire achtergrond van hun stichter. De Societas is steeds zeer machtig geweest, al is ze gehoorzaamheid verschuldigd aan de paus. Van bij hun oprichting stelde de orde zich onvoorwaardelijk ten dienste van de paus in de strijd tegen de Reformatie.

Anders dan een contemplatieve kloosterorde wilde ze zich voluit engageren in het dagelijkse leven, met catechese en vooral onderwijs, dat een elite moest vormen die mee zou waken over de katholieke leer, ook in de missies.

Terwijl de jezuïeten tijdens de zeventiende eeuw in China zeer gewaardeerd werden als wiskundigen, botsten ze in Europa regelmatig met het gezag van de heersers. Door hun betrokkenheid bij de wereld verwierven de jezuïeten ook een steeds grotere politieke invloed, ze werden concurrenten in de strijd om de macht.

Dat riep argwaan op bij de toenmalige wereldlijke heersers, die zoals verteld de orde verboden in Frankrijk (1763), Spanje, Portugal en diverse Italiaanse gebieden. Tijdens het conclaaf van 1769 waarbij Clemens XIV tot paus werd verkozen, was keizer Jozef II persoonlijk, zij het incognito, naar Rome gekomen om de opheffing van de jezuïetenorde te bepleiten. Dit zou op 21 juli 1773 ook gebeuren.

De jezuïeten zouden zich volgens paus en keizer te veel met staatszaken bemoeien en bovendien te nadrukkelijk in het gewone geloofsleven aanwezig zijn. De generale overste, Lorenzo Ricci, en zijn medewerkers werden in de Engelenburcht gevangen gezet.

Vandaag telt de Orde der Jezuïeten een kleine 20.000 leden in zowat 150 landen en is daarmee de grootste religieuze gemeenschap binnen de Rooms Katholieke Kerk. Zowel in België als in Nederland vind je nog verscheidene jezuïetencolleges. De orde ontwikkelt zich nu vooral in Indië, Vietnam, en in Latijns- en Zuid-Amerika.

Na een noviciaat van twee jaar legt de kandidaat-jezuïet de geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Daarna volgt hij een filosofische en theologische vorming die zes jaar duurt. Ten slotte volgt een periode van zestien maanden geestelijke verdieping die een stage in het buitenland inhoudt.

Na dit lange proces legt de kandidaat zijn plechtige geloften af waarbij hij nog een eed van gehoorzaamheid aan de paus aflegt. Daarmee verplicht hij zich om waar ook ter wereld bekeringswerk te verrichten, als de paus dat zou wensen.

Dat was destijds een angstaanjagende verantwoordelijkheid omdat een aanzienlijk deel van wereld in de zestiende en zeventiende eeuw een uitgestrekte, vijandige, onbekende plek was. Door hun stoïcijnse instelling en militaire gehardheid konden de jezuïeten echter de gruwelen doorstaan in o.a. China en Noord-Amerika. De orde groeide snel. Bij de dood van Ignatius in 1556 telde ze 958 leden, in 1620 omtrent 15.000 en in 1749 reeds 22.500.

www.sjweb.info

www.jezuieten.org/nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s