Friezenkerk in Rome viert jubileum

Dit jaar is het 25 jaar geleden, dat mgr. Martinus Muskens, toenmalig rector van het Nederlands College in Rome, een Nederlandstalige eucharistieviering hield in de Santi Michele e Magno, ook weleens de San Michele dei Frisoni geheten en bij het Nederlandstalige publiek beter bekend als de Friezenkerk of de kerk van de Friezen. Dat jubileum wordt begin november gevierd, het volledige programma vind je door hier te klikken. De kerk is sinds het begin van de jaren negentig een centrum voor pelgrims en bezoekers uit (voornamelijk) Nederland en bevindt zich aan de Borgo Santo Spirito 21/41, vlak naast het Sint-Pietersplein. In de praktijk blijkt de Friezenkerk soms toch een beetje moeilijk te vinden. Dat komt omdat het gebouw volledig verstopt ligt achter de huizen van de Borgo Santo Spirito. Je moet dus eigenlijk niet naar een kerk zoeken, maar naar een trap. Die trap begint op amper twintig meter van Bernini’s zuilengang die het Sint-Pietersplein omsluit. Als je de trap oploopt sla je linksaf. Dan sta je in de kerk. In tegenstelling tot de kerk Sint-Juliaan-der-Vlamingen is deze kerk geen eigendom van een gemeenschap of stichting, maar behoort ze tot het Vaticaanse patrimonium.

Ruim 1300 jaar geleden werd Willibrordus benoemd tot aartsbisschop van de Friezen, in die tijd een verzamelnaam voor alle bewoners langs de Noordzee, van Vlaanderen tot Denemarken, de zogenaamde Zeven Friese Zeelanden. De kerk van de Friezen is in Rome het enige bestaande gebouw dat nog rechtstreeks herinnert aan de scholae, de pelgrimskerken van verschillende volken, bij het graf van Petrus.

Sinds 1990 is het de ‘nationale’ kerk van Nederland in Rome. Vóór 1990 was dat de Santa Maria dell’Anima, die echter gedeeld werd met Duitsland en Oostenrijk. In 1990 wist mgr. Muskens, de latere bisschop van Breda en op dat moment rector van het Nederlands College in Rome, de oude band tussen de Santi Michele e Magno en Nederland te herstellen. Martinus Muskens overleed in april vorig jaar.

Tijdens de achtste eeuw bouwden Friezen een nederzetting bij de oude Sint-Pieter. Als centrum kozen zij het kerkje gewijd aan de aartsengel Michaël, die volgens de legende bij het mausoleum van Hadrianus zijn zwaard in de schede stak, wat door de paus begrepen werd als een signaal dat de pestepidemie ten einde was. Daaromheen kwamen gastverblijven, een ziekenhuis en een kerkhof.

De scholae van de Friezen wordt genoemd bij de ontvangst van paus Leo III na zijn terugkeer in Rome in 799, bij de begroeting van Karel de Grote in 800, en door Lodewijk II in 844. In 845 verdedigden de Friezen samen met de inwoners van de andere scholae de Sint-Pieter en bijbehorende wijk tegen de inval van de Saracenen, helaas werden de scholae geplunderd. Kort daarna werd de wijk door een muur omgeven, waarvan nog altijd resten te zien zijn.

Het complex werd in 1084 verwoest door de Noormannen, maar vanaf 1141 herrees de kerk, groter en mooier dan de eerste kerk geweest moet zijn. Het was een romaans bouwwerk, met oude zuilen, en een fraaie klokkentoren. Die klokkentoren is nog steeds te bewonderen, maar de kerk ziet er nu heel wat anders uit dan toen deze gebouwd werd.

In de achttiende en negentiende eeuw werd het interieur zo ingrijpend gewijzigd, dat alleen kleine details die ouderdom nog verraden. Zo zijn er bv. twee fragmenten van een grafplaat voor een zekere Hebus, een Friese ridder die in 1004 in Rome op negentigjarige leeftijd overleed. Van het oude, originele kerkje dat bij de kleine nederzetting van weleer hoorde is niets teruggevonden. Het moet volledig verwoest zijn door oorlogsgeweld.

San Michele kreeg later gezelschap van San Magno, een zuid-Italiaanse bisschop uit de derde eeuw, wiens gebeente de Friezen tijdens een veldtocht tegen de Saracenen hadden ontdekt en naar Nederland wilden brengen. Paus Leo IV hield dat echter tegen en de relieken bleven uiteindelijk in Rome waarna de kerk zijn dubbele naam kreeg. In 1989, het herdenkingsjaar van de heilige Willibrordus (658-739, afkomstig uit Northumbrië), de aartsbisschop van de Friezen, kreeg het complex zijn oorspronkelijke bestemming als ontmoetingsplaats voor de pelgrims uit het noorden terug.

Boven het hoogaltaar hangt een afbeelding van de aartsengel Michaël die verschijnt aan Gregorius de Grote en bisschop Magnus; aan de zijkant sterven mensen aan de pest. Links van de absis bevindt zich een steen die Helena (de moeder van keizer Constantijn) zou hebben meegebracht uit het Heilig Land. Het zou volgens de overlevering de steen zijn waarop Abraham zijn zoon Isaac legde om hem aan God te offeren. In de crypte vindt men resten van de vroeg-christelijke kerk. Links van het hoogaltaar bevindt zich de kapel boven de Heilige Trap. Aan de straatzijde, dus in de Borgo Santo Spirito (dat is de naam van de straat die naar de Tiber leidt) is er op nr. 14 ook een toegang naar deze ‘Scala Santa’.

Bijzonder is het altaar, dat dateert van omstreeks 90 na Christus en toen een onderdeel vormde van een grote heidense graftombe. In de voorzijde van het altaarblok staat de tekst gegraveerd: “Dit is de steen waarop de Maagd Maria eertijds, volgens gebruik van de Hebreëen, in de tempel haar zoon heeft opgedragen”. Deze steen en zou eveneens door Helena in de vierde eeuw uit Jeruzalem naar Rome zijn gebracht.

Het is niet onmogelijk dat deze stenen vroeger gebruikt werden voor aanschouwelijk godsdienstonderricht. Op den duur wist men niet beter of men had met originele voorwerpen te maken en vormden zij voor kerken begeerde objecten om pelgrims aan te trekken. Vanaf de veertiende of vijftiende eeuw werden beide marmerblokken bewaard in het Jacobuskerkje, gelegen halfweg tussen de Sint-Pieter en de Tiber. Door de aanleg van de Via della Conciliazione werd dit kerkje aan het eind van de jaren dertig afgebroken.

De Friezenkerk is gebouwd tegen de Gianicolo of Janiculusheuvel. Dankzij deze unieke ligging is zij bewaard gebleven toen in de zestiende eeuw alle gebouwen die onder aan de heuvel stonden werden gesloopt voor de bouw van de Sint-Pietersbasiliek. Toen werd de kerk een satellietkerk van de Sint-Pieter, waar de Cappella Giulia repeteerde, en waar verschillende Broederschappen, al of niet met de Sint-Pieter verbonden, hun thuis vonden. De kerk behoort zoals verteld tot de extra-territoriale bezittingen van het Vaticaan.

De enige Broederschap die nu nog van de kerk gebruik maakt en die haar namens het Kapittel van de Sint-Pieter in juridisch eigendom heeft, is de Aartsbroederschap van het Heilig Sacrament, bestaande uit broeders die allen op een of andere manier in de Fabbrica van de Sint-Pieter werkzaam zijn of zijn geweest en die regelmatig de plechtigheden in de basiliek opluisteren. De kerk staat op de Unesco Werelderfgoedlijst.

De Kerk van de Friezen kent door haar ouderdom echter heel wat bouwtechnische problemen. Een Nederlandse Stichting met zetel in Hilversum, de Vrienden van de Kerk der Friezen, houdt zich bezig met het inzamelen van giften, die van mei 2008 tot november 2009 al een eerste restauratiefase van de kerk mogelijk hebben gemaakt. Ondanks die inspanningen is er nog een lange weg te gaan voordat de hele kerk gerestaureerd zal zijn.

Voorafgaand aan het restauratieplan is er tussen 1998 en 2003 een historisch onderzoek van de kerk uitgevoerd, waarbij ontdekt werd dat een aantal reeds bestaande scheuren in bepaalde muren waren vergroot. Diepgaand onderzoek naar de stabiliteit van de kerk door ir. Leonardo della Chiaie toonden ook aan dat er ongebruikelijke ‘bewegingen’ waren gebeurd in het kerkgebouw. Ze waren het grootst rond het jaar 2000.

De ingenieur vermoedt dat ze terug te voeren zijn op de aanleg van de grote parkeergarage in de Gianicoloheuvel, vlakbij Vaticaanstad. Daardoor is de vochthuishouding in de bodem onder de kerk veranderd en dat zou hebben gezorgd voor de bewegingen. Metingen hebben echter aangetoond dat de bewegingen vrijwel verdwenen zijn, ze hebben hetzelfde patroon gevolgd als de omliggende gebouwen.

De sacristie is als nieuw uit de restauratie te voorschijn gekomen. Hier is één van de twaalfde-eeuwse Romaanse zuilen, die tijdens een restauratie in de achttiende eeuw allemaal in de muren en pilasters waren weggewerkt, in volle lengte opnieuw zichtbaar gemaakt. Er is een houten entresol, via een trap te bereiken, aangebracht, waardoor meer opbergruimte is gecreëerd. Ook is er een middeleeuws deurgat ontdekt uit de tijd van de bouw van de kerk, door de restaurateurs voorzien van een ijzeren sierhek, dat voortaan toegang verleent tot een nieuwe ruimte met tongewelf.

Deze ruimte naast de Memoriekapel heeft altijd al bestaan, maar was afgesloten omdat zij tot honderd jaar geleden functioneerde als verzamelgraf van leden van de Broederschap. De beenderen zijn verzameld en met piëteit naar een ander verzamelgraf overgebracht. De ruimte is geheel gebruiksklaar gemaakt. Er hangt een devotielamp die aangeeft dat zich onder de vloer nog steeds stoffelijke resten bevinden. Een poortje links in dit coemeterium, eveneens bij de laatste restauratie ontdekt, geeft toegang tot een smalle bergruimte. Archeologisch onderzoek wees uit dat deze ruimte een deel van een Romeinse cisterne is geweest.

De meest opzienbarende vondsten gebeurden in deze Memoriekapel. Toen de zich daarin bevindende cementvloer werd opengehakt kwam daaronder een vloer te voorschijn van opus spicatum, kleine steentjes gelegd in visgraatmotief. Dit was een wijze van vloerleggen die in de Romeinse tijd gebruikelijk was. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in het Romeinse huis, dat onder de San Clemente ligt. De vloer die in de Friezenkerk werd gevonden dateert vermoedelijk uit de laat-Romeinse tijd, al stellen sommigen dat de vloer eigenlijk veel dieper zou moeten liggen en niet min of meer op gelijk niveau met de vloer van de kerk.

Een tweede vondst in de Memoriekapel is een anoniem graf, gegraven door de cementen vloer en de visgraatvloer heen. In dit graf zijn de stoffelijke resten gevonden van tenminste een zestal personen, vermoedelijk elders opgegraven en hier bijeen gebracht. Tussen deze beenderen werd een jacobsschelp ontdekt, eenzelfde soort schelp die je op oude afbeeldingen kunt zien en die pelgrims op de hoed of op hun mantel droegen tijdens hun bedevaart naar Santiago de Compostella of een andere bedevaartsplaats.

De schelp is dan ook van twee gaatjes voorzien, die dienden om er een draad doorheen te halen om hem op een kledingstuk te bevestigen. Deze schelp wijst erop dat het om beenderen van pelgrims gaat. Uit welke tijd? Uit de middeleeuwen, de vroege of de late? Zijn zij van uitputting in Rome gestorven? Zijn het de stoffelijke resten van Friezen, die ooit vlak bij hun scholae begraven zijn, hun stoffelijke resten werden gevonden en later in een verzamelgraf bijeen gelegd? De Friezenkerk herbergt allicht nog heel wat raadsels, probeer ze bij gelegenheid zeker eens te bezoeken. De openingsuren vind je op de website.

www.friezenkerk.nl

www.friezenkerk.org

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s