De laatste volkstribuun van Rome

In Rome kreeg je ongetwijfeld al eens te maken met de naam Cola di Rienzo. Een bekende winkelstraat draagt deze naam, op de Pincio in het Villa Borghese-park vind je een buste van hem en halverwege de cordonata, de trap richting Piazza del Campidoglio staat een standbeeld van di Rienzo. Dit kleine bronzen beeld, een werk van Girolamo Masini uit 1887 is wellicht het meest bekende. Het beeld verwijst naar de plaats waar di Rienzo in 1354 vermoord werd, en staat dicht bij de plaats vanwaar hij het volk toesprak en in 1347 tot de allerlaatste volkstribuun van Rome werd aangesteld. Na de unificatie van Italië in 1870 werd Cola vooruitgeschoven als een nationale held en voorloper van het moderne Italië. Het beeld, met de typisch gestrekte arm van de Romeinse orators, staat op een voetstuk dat is gemaakt van fragmenten van monumenten uit de Oudheid, verwijzend naar de wil van di Rienzo om een republiek te funderen op de erfenis van het antieke Rome.

Cola di Rienzo, een verbastering van Nicolà di Rienzo, was de zoon van een cafébaas en bracht het tot notaris. Geïnspireerd door zijn lectuur van de klassieke Latijnse teksten, wou Rienzo de oude grandeur van Rome weer tot leven brengen. De paus verbleef sinds 1309 in Avignon en in het door de adel bestuurde Rome heerste algehele anarchie. Vóór de Aracoeli-kerk (de enorme, hoge trap bestond toen nog niet) hield Cola verkleed als keizer vlammende toespraken tot het volk.

Uit ontevredenheid over de willekeur van de stadsadel sloot hij zich aan bij de volkspartij en werd door deze in 1343 naar Avignon gezonden om van de daar zetelende paus Clemens VI democratische hervormingen in Rome te verkrijgen. Die reis was tevergeefs maar hij werd door Clemens VI wel tot secretaris van de stedelijke Kamer in Rome benoemd.

In de nacht van 9 mei 1347 woont Cola di Rienzo een aantal missen bij en trok vervolgens met zijn aanhangers naar het Capitool. Daar kondigde hij de stichting van de Nieuwe Staat aan. Met behulp van een eigen leger maakte di Rienzo een einde aan de onrust in de stad. Hij vaardigde wetten uit en nam enkele dagen later de titel van volkstribuun aan.

Met de hulp van de stedelijke militie dwong hij de adel te vluchten of zich te onderwerpen; hij voerde een strenge rechtspraak in. Gesteund door Petrarca en anderen die droomden van een herstel van het oude Italië, één land onder leiding van Rome, riep hij alle vorsten en steden van Italië op in Rome een vergadering te houden.

In augustus 1347 werd in Rome een groot Italiaans verbroederingsfeest gehouden. Cola drong er bij keizer Lodewijk IV en tegenkoning Karel IV op aan hun geschil te beslechten en maakte zich de paus tot vijand toen hij voorstelde, door vertegenwoordigers van de Italiaanse steden een keizer te laten kiezen.

Cola di Rienzo regeerde met alle denkbare pracht en praal, reed op een wit paard door de stad, vergezeld door acrobaten, muzikanten en bedienden die geld in de menigte uitstrooiden. Door de hoge belastingen die hij hief om zijn extravagante levensstijl te bekostigen en om zijn huurbendes te kunnen betalen, raakte hij de gunst van het volk snel kwijt waarna het spoedig gedaan was met zijn macht.

De eerste opstand in december 1347 is meteen raak. Di Rienzo (hij was 33 jaar en de vergelijking met Christus lag volgens hem voor de hand) wordt zelfs beschuldigd van ketterij, in de boeien geslagen en gevankelijk naar Avignon gebracht. De paus deed hem in de ban.

Nadat hij enige tijd tussen kluizenaars in de Abruzzen geleefd had, begaf hij zich in 1350 naar Karel IV in Praag, dit in de hoop deze te kunnen meeslepen in zijn strijd tegen de wereldlijke macht van de paus. Maar Karel leverde hem in 1352 aan de paus uit, die hem ter dood liet veroordelen. Het vonnis werd echter niet uitgevoerd en de opvolger van Clemens VI, paus Innocentius VI, trachtte door di Rienzo’s invloed de Romeinse adel te onderwerpen en zond hem in 1354 terug naar Rome.

Opnieuw verdreef Cola di Rienzo de adellijke dwingelanden. Hij liet het beruchte bendehoofd Fra Monreale ter dood brengen, omringde zich met een sterke lijfwacht, heerste streng en verhoogde andermaal de belastingen. De bevolking die di Rienzo nog een kans had gegeven, kon daar niet mee lachen en op 8 oktober 1354 brak een nieuwe opstand onder leiding van Stefano Colonna en Savelli uit.

De opstand kwam op een ochtend nadat hij zijn gezicht had gewassen met Griekse wijn. Toen hij zijn verfriste neus buiten het raam stak zag hij de woedende menigte aan de voet van het Capitool. Vermomd duikt di Rienzo onder in de menigte maar wordt herkend door zijn vele armbanden en ringen.

We lezen over zijn gevangenname: ‘zijn baard afgeschoren, zijn gezicht zwart gemaakt als van een bakker, in zijn groenzijden wambuis met vergulde reukflesjes en purperen baronnen-kousen, de armen gevouwen. In de stilte die viel bewoog hij zijn gezicht en keek van de een naar de ander. Toen we eindelijk op hem insloegen was hij onmiddelijk dood.’

Dit gebeurde aan de voet van het Senatorenpaleis, op de plaats waar nu het beeld staat. Het lichaam van Cola wordt de heuvel afgesleept, door de straten gesleurd en zijn lijk wordt uiteindelijk opgehangen aan de deur van de San Marcello al Corso. Vervolgens mocht iedereen met groenten- en fruitafval gooien naar de man die ooit de afgod van Rome was geweest.

Zijn lijk werd naar het Augusteum gebracht waar het door joden werd verbrand waarna zijn as werd verstrooid. Wagner (1813-1883) heeft aan Cola’s leven de vroege opera Rienzi (1842) gewijd, het was zijn vierde opera maar de eerste die enig succes kende. Wagner componeerde het zes uur durende werk in Parijs waar hij, opgejaagd door schuldeisers naartoe was gevlucht. De opera werd pas in 1969 voor het eerst in Rome opgevoerd.

Bij het beeld van Cola di Rienzo aan het Capitool stond van 1872 tot 1960 een kooi waarin een levende wolvin opgesloten zat, dit ter herinnering aan de wolvin die Romulus en Remus zoogde. Wolven waren vroeger niet zo zeldzaam in Rome. Zo staat in een vijftiende-eeuwse tekst te lezen dat er ’s winters zelfs wolven rondzwierven binnen de gewijde muren van de oude Sint Pietersbasiliek.

Aan de voet van de heuvel stond ook een arendskooi, die vandaag nog te zien is, zowat 100 m rechts van de cordonata (Via del Teatro di Marcello, richting Tiber). Zowel de wolf als de adelaar komen als symbolen in het wapenschild van de stad voor. Beide levende dieren verdwenen in het begin van de jaren ’60 van de vorige eeuw na tussenkomst van dierenactivisten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s