Beroemd Jezus-icoon drie dagen te zien in kerk San Silvestro in Capite in Rome

Het Santo Volto-icoon, beter bekend als de beeltenis van Edessa, is op 6, 7 en 8 december uitzonderlijk te zien in de San Silvestro in Capite-kerk aan Piazza San Silvestro. Het icoon waarop het gezicht van Jezus zou te zien zijn, bevindt zich sinds 1869 in de Matilda-kapel van het Vaticaan. Het werd sindsdien nog één keer getoond aan het publiek, namelijk tijdens Expo 2000, de universele wereldtentoonstelling in Hannover, in het paviljoen van de Heilige Stoel. Nu wordt het drie dagen lang tentoongesteld in de kerk waar het icoon zich oorspronkelijk bevond. Nadien keert het paneel terug naar het Vaticaan. In de kerk wordt als vervanging een nieuw kunstwerk geplaatst, gemaakt door Ivan Polverari.

Volgens de overlevering werd het gezicht van Jezus op deze icoon niet door mensenhanden vervaardigd maar raakte het op mysterieuze wijze geprint op het paneel. De barokke lijst rond het gezicht werd in 1623 toegevoegd door zuster Dionora Chiarucci, hoofd van het klooster. De nonnen kregen van het Vaticaan verbod om het fameuze icoon te tonen, vermoedelijk om concurrentie met de zweetdoek van Veronica te voorkomen.

Dat zat zo. Volgens het verhaal bood Veronica die doek aan Jezus aan om zijn zweet en bloed af te vegen toen hij zijn kruis droeg. Zijn gelaat werd vervolgens op miraculeuze wijze op het doek geprint. Later zou Veronica met haar heilige doek keizer Tiberius van een slepende ziekte genezen hebben. Het doek bevindt zich in het beeld van de Heilige Veronica in de Sint-Pietersbasiliek in Rome, al claimen ook enkele andere kerken de originele doek in hun bezit te hebben.

De oorspronkelijke San Silvestro in Capite-kerk werd door paus Paulus I (757-767) gebouwd op de plaats van een door keizer Marcus Aurelius (161-180) opgericht gebouw dat mogelijk een zonnetempel of een tempel ter ere van Apollo was. Nadat in 761 de werken aan de kerk voltooid waren, liet de paus uit de catacomben de resten van ‘ontelbare heiligen’ overbrengen, waaronder de relieken van drie pausen uit de eerste eeuwen. Het zijn de heilige pausen Anterus (235-236, de 18de opvolger van Petrus), Stefanus I (254-257) en Silvester I (314-335 – tijdgenoot van keizer Constantijn).

Wegens de plunderingen, vernielingen en het algemene verval van de catacomben, wijzigde de Romeinse Kerk haar politiek betreffende het verplaatsen van relieken, wat Rome gedurende eeuwen steeds formeel had verworpen. Enkel de pausen afkomstig uit het oosten hadden deze praktijk aangenomen. Rond 750 herneemt Rome dit gebruik met de Griekse paus Zacharius (741-752).

Paus Innocentius II (1130-1143) stichtte het bijhorende klooster. In het begin van de dertiende eeuw werd de kerk herbouwd en einde zeventiende eeuw werd alles nog eens overgedaan. De campanile uit 1210 draagt een oudere, twaalfde-eeuwse bronzen haan, opmerkelijk genoeg de enige in Rome. De oude Sint Pietersbasiliek had ook een haan, die is nu te zien in de als klein museum ingerichte schatkamer van de Sint-Pietersbasiliek.

De huidige San Silvestro (1593-1601) is een ontwerp van Francesco da Volterra (1535-1594) die bij het begin van de werken stierf. Carlo Maderno (1556-1629) bouwde de koepel (1595) zoals hij ook de koepel van de San Giovanni dei Fiorentini en de Sant’ Andrea della Valle realiseerde. We kennen Maderno ook als de architect die de Sint Pietersbasiliek verlengde en een gevel gaf. Carlo Rainaldi tekende het hoogaltaar en zorgde voor de versieringen (1680-1696).

Sinds 1890 wordt de kerk op verzoek van Leo XIII bediend door Engelse rooms-katholieke priesters, de ‘Padri Pallottine’ zijnde de Society of the Catholic Apostolate. Aan de Tiber bevindt zich het stichtingshuis van deze orde, opgericht door Vincenzo Pallotti (1844). Zij beheren scholen in de hele wereld.

In de voorhal (met mooi zicht op de campanile) bevindt zich uiterst rechts van de deur tegen de kerkgevel een marmeren plaat uit 1119 waarop de abt van het Sint-Silvesterklooster, een zekere Pietro, een ex-communicatie uitspreekt tegen al wie de zuil van Marcus Aurelius, waarvan de kerk destijds eigenaar was, aan anderen zou verkopen of verhuren. Het is de grote verticaal geplaatste steen helemaal rechts in de middelste horizontale rij.

Het interieur van de kerk is in vrij slechte staat. Begin 2008 werd met enkele restauratiewerken begonnen. In de kapel links van de ingang wordt rechts tegenover de pietà, in een wassen bol in een glazen kistje op het altaar een deel van de schedel van Johannes de Doper bewaard. Het is één van de talrijke schedels van Johannes die in Rome en elders circuleren.

Johannes de Doper werd in opdracht van Herodes Antipas, zoon van Herodes de Grote die de tempel van Jeruzalem herbouwde, gearresteerd omdat hij diens woede had opgewekt door hem te verwijten in strijd met de joodse wet te zijn getrouwd met Herodias, de vrouw van zijn halfbroer. Herodias organiseerde een verjaardagsfeestje voor haar man, waarop haar dochter Salome zo verleidelijk danste dat ze van haar stiefvader alles kon krijgen wat ze maar wenste. Ze koos op aanstoken van Herodias, het hoofd van Johannes de Doper op een zilveren bord. Naar dit reliek verwijst de naam van de kerk ‘in capite’. De kapel die o.a. door Petrarca vermeld wordt in een brief aan zijn vriend Philippe de Vitry, wordt vrij druk bezocht.

De kerk heeft een prachtig zeventiende-eeuws orgel en veel schilderijen uit dezelfde periode. De eerste kapel rechts toont een mooie ‘Madonna en Kind met de heiligen Antonio en Stefano’ (1695), een werk van Giuseppe Chiari (1654-1727) van wie veel fraai werk in verschillende Romeinse musea te zien is. Let ook op de ‘Sint Franciscus’ door Orazio Gentileschi (1563-1639) uit Pisa in de tweede kapel rechts. Orazio was zowat de enige vriend van de schilder Caravaggio. Hij nam veel van diens stijl over, maar wel herdacht en op een eigen subtiele manier.

In de tweede kapel links wordt in de kerstperiode een prachtige kerststal geplaatst, een evocatie van een oude Romeinse straat. Er zijn overblijfselen van een cosmatenvloer uit de dertiende eeuw in de laatste kapel links. De penditieven van de koepel werden geschilderd door Pomarancio (Cristoforo Roncalli). In de crypte die je gedeeltelijk vanuit het transept kan zien, zijn er tufa-blokken en andere overblijfselen te zien van de eerste kerk uit de achtste eeuw.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s