De Via dei Banchi Vecchi

Rome telt veel charmante plekjes en iedereen heeft wel een voorkeur voor zijn of haar persoonlijke straatje, hoekje, gebouw of pleintje. Een straat die door veel mensen wordt gewaardeerd is de Via dei Banchi Vecchi, gelegen ten westen van Campo de’ Fiori, in het verlengde van de al even veelzijdige Via del Pellegrino. De Via dei Banchi Vecchi, niet te verwarren met de noordelijker lopende Via dei Banchi Nuovi, biedt fijne winkeltjes, gezellige bars en, hoe kan het ook anders in Rome, heel wat geschiedenis.

De Via dei Banchi Vecchi was een zogenaamde Via Papalis. Ze behoorde tot de route die de pauselijke stoet volgde na de aanstelling van een nieuwe paus. Komende van het Vaticaan stak het pauselijke gezelschap tegenover de Engelenburcht de Tiber over, volgde de Via dei Banchi Vecchi, vervolgens een kort deel van de Via del Pellegrino, draaide dan even naar het noorden om vervolgens de Via del Governo Vecchio, toen nog Via del Parione genaamd, naar het oosten te volgen. Daarna passeerde de paus de resten van het Theater van Pompeius, om uiteindelijk langs de Via delle Botteghe Oscure en de Via di San Marco het toen nog grotendeels bedolven Forum Romanum over te steken en zo ten slotte de Sint-Jan van Lateranen te bereiken.

In de Via dei Banchi Vecchi vind je o.m. de Santa Lucia del Gonfalone, ooit de parochiekerk van de bekende Italiaanse goudsmid, beeldhouwer, medaillemaker, bronsgieter en schrijver Benvenuto Cellini. In 1514 ging hij in de leer bij de goudsmid Antonio di Sandro, beter bekend onder zijn schuilnaam Marcone. In dienst van paus Clemens VII vervaardigde Cellini medailles en stempels voor deze kerkvorst, later werd hij onder diens opvolger Paulus III stempelsnijder bij de munt.

Na muntmeester geweest te zijn van Alexander de’ Medici, vertrok Cellini in 1540 naar het hof van Frans I van Frankrijk, voor wie hij het beroemd geworden gedreven gouden zoutvat vervaardigde (1539-1543, Kunsthistorisches Museum Wenen). Er ontstond grote opschudding toen het wereldberoemde zoutvat in 2003 werd gestolen uit het museum. Het werd teruggevonden in 2006.

In 1545 keerde Cellini terug naar Italië en trad hij in dienst van Cosimo I de’ Medici. Tot zijn belangrijkste werken uit die periode behoren de enorme Buste van Cosimo I (1544-1547, Bargello, Florence), een groot crucifix (1562, Escoriaal, Madrid) en de vermaarde Perseus (1553, Loggia dei Lanzi, Florence). Cellini’s maniëristische beeldhouwwerken zijn zeer gedetailleerd uitgevoerd.

In de Italiaanse letteren neemt Cellini een bijzondere plaats in om zijn klassiek geworden Vita di Benvenuto Cellini (begonnen in Florence, 1558; handschrift in de Biblioteca Laurenziana, Florence, 1ste ed. 1728), de eerste belangrijke autobiografie in Italië. Het relaas is niet altijd betrouwbaar, maar geeft niettemin een boeiend tijdsbeeld. Hector Berlioz baseerde er zijn opera Benvenuto Cellini (1838) op.

Maar nu even terug naar onze kerk in de Via dei Banchi Vecchi, die vroeger Santa Lucia della Chiavica genoemd, dus van de riool. De kerk kreeg haar naam ‘del Gonfalone’ of van het vaandel omdat ze na de val van Cola di Rienzo (zie onze Nieuwsbrief van 28 november 2014) in 1354 het verzet leidde tegen de misbruiken van de Romeinse adel, en Rome ‘onder het vaandel van de vrijheid, het vaderland en de gerechtigheid’ haar rechten had teruggegeven.

Een gonfalon (Italiaans: gonfalone) is een oorlogsvaan, in de kleuren van of met het volle wapen van de ridder (Italiaans: gonfaloniere). In de middeleeuwen en de renaissance werd het de benaming voor de kerkbanier, die door de paus werd verleend aan vorsten die de kerk moesten verdedigen. Beroemd is de door Titiaan tweezijdig beschilderde gonfalon (thans in Urbino). Als heraldische figuur komt de gonfalon soms in geslachtswapens voor, maar meestal zijn ze geplaatst naast het schild. Vierkant van vorm, gewoonlijk van onderen in drie afgeronde, brede repen uitgetand en in de breedte opgehangen met drie ringen aan een dwarsstok, voorzien van koorden, kwasten en franjes.

Het gebeurt soms dat de deur van de kerk openstaat en dan kan je er wel even een kijkje nemen. Er worden ook regelmatig concerten gegeven door het Coro Polifonico Romano. Bij de kerk hoort tevens een oratorium. Laat je niet ontmoedigen wanneer de deur altijd gesloten lijkt: er is ook een zijingang rechts van de kerk. De gevel werd getekend door Domenico Castelli die Il Fontanino genoemd werd (1582-1655). Deze architect verrichte heel wat werk in Rome. Hij is ondermeer de ontwerper van het barokaltaar van de Santi Cosma e Damiano, ook herbouwde hij de San Girolamo della Carita.

Het interieur van de Santa Lucia is dat van een typische barokkerk met vele schilderijen van ons onbekende meesters. De befaamde ‘confraternità del Gonfalone’ opereerde vanuit deze kerk. Deze broederschap werd in 1263 opgericht door de franciscaanse wijsgeer en mysticus Bonaventura (1221-1274), naast Thomas van Aquino was hij de grootste theoloog uit de bloeitijd der scholastiek.

In 1574 maakte Gregorius XIII deze broederschap tot de allereerste ‘arciconfrateria’. De achttien leden werden ‘raccomandati della Santa Vergine’ genoemd, beschermelingen van Maria. Tijdens bepaalde processies droegen ze een wit habijt met rood kruis en sloegen zich tot bloedens toe met een geselkoord op de rug.

De kerk van Santa Lucia fungeerde tijdens het Romeinse carnaval om onduidelijke redenen als het startpunt van een loopwedstrijd voor joden richting Sint-Pietersplein. Bisschop Johann Burckhard, de kroniekschrijver en ceremoniemeester van vijf opeenvolgende pausen, maakt er in 1499 en 1501 melding van. Later werd de bizarre loopwedstrijd, waarbij veel onderdelen gericht waren op de vernedering van de (verplicht) deelnemende joden op bevel van Pius V (1566-1572) ‘uit respect voor de heilige apostelen’ naar de Via del Corso verplaatst. Vandaag is de Santa Lucia de kerk van de ‘missionari Clarettiani’.

Op de gevel van het huis nr. 131, links tegenover de Santa Lucia, zie je hoog naast de lantaarn een inscriptie. Ze vermeldt dat keizer Karel IV (1346-1378), koning van Bohemen en stichter van de Praagse universiteit, hier een logement voor Boheemse pelgrims stichtte dat in 1457 herbouwd werd.

Een eindje verderop de Via dei Banchi Vecchi bevindt zich aan de linkerkant van de straat op nr. 22-24 een apotheek in een fraai zestiende-eeuws gebouw dat bekend staat als het Palazzo dei Pupazzi of marionetten. De hele gevel is bedekt met sierlijke renaissancereliëfs van wapentrofeeën en door cupido’s gedragen guirlandes van bloemen en vruchten.

Zowat honderd meter verder tref je rechts de korte Via del Pavone (pauw). Hier bevond zich aan het begin van de zeventiende eeuw de apotheek van de uit Delft afkomstige Hendrik de Raeff bij wie Jan Brueghel de Oude, Rubens, Adam Elsheimer en Paul Bril regelmatig over de vloer kwamen. De Raeff, die in 1614 tot deken van het Romeinse apothekersgilde werd gekozen, hield zich ook bezig met archeologie. Hij heeft o.a. de catacomben van Domitilla ontdekt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s