Een bezoek aan de Santissima Trinità dei Pellegrini ai Catinari

Op de hoek van de kleine Piazza Trinità dei Pellegrini en de Via dei Pettinari, in het verlengde van de Via Capo di Ferro, bevindt zich de roestkleurige Santissima Trinità dei Pellegrini ai Catinari. Links naast de kerk staat het Ospizio dei Convalescenti e Pellegrini dat nu gesloten is maar ooit bekend was bij alle Romebezoekers. Veel mensen lopen deze aan de buitenzijde niet bijzonder aantrekkelijke kerk voorbij, nochtans is er best wel wat te bekijken. De kerk bezit ondermeer enkele kunstwerken waaronder de Heilige drie-eenheid uit 1625 van de hand van Guido Reni en de beeldengroep Matthëus en de engel uit 1614 die samen door Jacob Corneliszoon Cobaert en Pompeo Ferrucci werd gerealiseerd.

De kerk was tot voor kort dramatisch vervallen en werd zelfs een tijdlang ingenomen door daklozen. Nadarfsluitingen verhinderden dat je er fatsoenlijk kon binnenwandelen. Vandaag zijn de meest noodzakelijke gevelherstellingen uitgevoerd en ook het interieur is gedeeltelijk in ere hersteld.

De zondagmis, opgedragen door drie priesters, wordt opgeluisterd door een uitstekend koor. Deze toch indrukwekkende kerk werd gesticht door Filippo Neri (1515-1595) en was gedurende vele eeuwen een begrip in Rome. Samen met het voormelde hospitium was ze bedoeld voor de opvang van de bedevaarders tijdens de jubeljaren.

Tijdens het heilig jaar 1550 werden hier een half miljoen bedevaarders bijgestaan, wat een enorm aantal is als je weet dat de stad toen amper 40.000 inwoners telde. De accommodatie en voeding (o.a. tot 250 g vlees) waren bovendien gratis. Priesters kregen bijkomend een onbeperkt rantsoen wijn en brood, en ’s avonds ook nog een schotel vijgen en noten. Deze dagmenu’s bevinden zich nog steeds in het archief.

De later heilig verklaarde Filippo Neri trok regelmatig tot aan de Milvische brug in het noorden van de stad om pelgrims persoonlijk op te vangen. Hij waste hun voeten en begeleidde hen tot aan het Ospizio. In het vooruitzicht van het heilig jaar 1575, misschien het meest succesvolle ooit, werd het Ospizio sterk uitgebreid door paus Gregorius XIII.

Over deze kerk en het hospitium worden heroïsche verhalen verteld. Edelen, hoge prelaten en zelfs pausen stonden in voor dagdagelijkse taken. Tijdens de gevechten van 1849 op de Gianicolo, werden hier de gewonde opstandelingen verzorgd.

Onder hen Goffredo Mameli, de componist van het Italiaanse volkslied. Hij stierf in dit hospitium aan zijn verwondingen. Een tegen de gevel aangebrachte marmeren plaat herinnert hieraan, ‘in questo ospizio Goffredo Mameli poeta e molti altri valorosi morirono di ferite (stierven aan verwondingen) a difesa di Roma per la libertà d’ Italia nell’ anno 1849′.

De gevel van de Trinità werd in 1723 toegevoegd door Francesco de Sanctis, de architect van de Spaanse Trappen die hij na dit project, tussen 1723 en 1726, bouwde. Het interieur heeft Korinthische zuilen, het koor heeft een hoefijzervormige overwelving met apsis.

Boven het hoogaltaar bevindt zich de indrukwekkende ‘Drievuldigheid’, in 1525 gemaakt door Guido Reni (1575-1642). Tijdens de achttiende en negentiende eeuw werd dit altaarstuk beschouwd als één van de grote bezienswaardigheden in Rome, een verplicht nummer voor iedere jonge kunstenaar die zijn vak ernstig nam. Vandaag komt er amper iemand naar kijken.

Ook de beperkte schildering in de lantaarn is het werk van Reni. Er zijn maar weinig schilders in de geschiedenis die zo snel tot de top van de roem zijn opgeklommen en daarna zo diep zijn verzonken als Reni. Nog ruim een eeuw na zijn dood waren kenners, toeristen en medekunstenaars het erover eens dat hij zijn inspiratie rechtstreeks aan de hemelse engelen moet ontleend hebben.

Onloochenbare genieën waaronder ook Gian Lorenzo Bernini vonden dat hij ‘beelden uit het paradijs’ schilderde, en namen zijn werk tot voorbeeld. Maar in 1846 omschreef John Ruskin in ‘Modern painters’ de grote Reni als ‘een smet en schandvlek, een wanklank, een uitgesproken sensualiteit en onzuiverheid’. Vijftig jaar later verklaarde Bernard Berenson dat ‘wij ons van Guido Reni afwenden met een onuitsprekelijke afkeer’.

Links en rechts van de communiebank staan de bronzen kandelaars die door de bevolking van Rome geschonken werden bij de inwijding van de kerk. Van Cavalier d’Arpino zijn enkele betere werken te zien, zoals Maria met heiligen in de tweede kapel links. Van Baldassare Croce vinden we ‘Gregorius de Grote bevrijdt de zielen uit het vagevuur’ in de derde kapel links.

Niet te missen is, in de laatste kapel rechts, in feite het transept, de beeldengroep boven het altaar waarvan de Mattheüs-figuur werd uitgevoerd door Jacob Corneliszoon Cobaert (1535-1615), de engel is van de hand van Pompeo Ferrucci (1566-1637). Cobaert werd geboren in Edingen en verbleef vanaf 1552 in Rome, men noemde hem Coppe Fiammingo . Hij woonde achter de Sint-Pietersbasiliek die toen in opbouw was.

Het hospitium dat functioneerde tot 1870, werd tot voor kort gebruikt als biljartzaal. Het was hallucinant te zien hoe de Romeinen met de keu omgingen tussen de beeldhouwwerken en schilderijen die de vroegere weldoeners uitbeeldden. Vandaag is de ruimte er nog erger aan toe en wordt ze gebruikt als werkplaats. Men kan zich het belang van dit complex in het verleden vandaag nog moeilijk voorstellen, hier werd geschiedenis geschreven.

De kerk is alle dagen open van 7.30 u. tot 12.30 u. en van 16.30 u. tot 19.30 u.

roma.fssp.it

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s