Piazza del Popolo in de kijker

Een recente en uitgebreide rondvraag bij bezoekers aan Rome bracht een beetje verrassend aan het licht dat bij de meeste toeristen Piazza del Popolo het hoogst scoorde in de categorie ‘Mooiste plein van de stad’. Je zou inderdaad verwachten dat er eerder zou worden gekozen voor beroemde pleinen zoals Piazza Navona of het Sint-Pietersplein. Maar het werd dus Piazza del Popolo en wie dit plein wat beter leert kennen zal inderdaad snel beseffen dat in deze omgeving enorm veel te zien is. Een beetje gids kan je hier gemakkelijk een dagje bezighouden. Tijd dus om de komende dagen even stil te staan bij al het fraaie dat op en rond dit plein te beleven valt. De inleiding voor een compleet bezoek aan Piazza del Popolo lees je hierna. Maandag en dinsdag gaan we wat dieper in op enkele bijzondere bezienswaardigheden.

Het mooie plein heeft dezelfde naam als de hier gelegen fraaie kerk Santa Maria del Popolo, een schitterend gebouw waar we nog uitgebreid op terugkomen. De kerk is vooral beroemd om zijn prachtige kapellen (ondermeer de Chigi-kapel) die in opdracht van vooraanstaande Romeinse families werden gebouwd. Hier bevinden zich ook meesterwerken van ondermeer Raphael, Caravaggio en Bernini. Het uiterlijk van deze kerk is kenmerkend voor de vroege Renaissance in Rome.

Piazza del Popolo kende zowel een bloedig als een feestelijk verleden. Tot in 1826 hadden hier openbare executies plaats, maar van hieruit vertrokken ook de talloze races over de Via del Corso. Het plein was tevens het centrum van het Romeinse carnaval.

Piazza del Popolo is het enige classicistische plein van Rome en werd in 1816 heraangelegd door Giuseppe Valadier, een Fransman die in Rome geboren is. Hij ontwierp een dwarsgelegen ellips die wordt gemarkeerd door halfcirkelvormige siermuren waarop beelden staan. Op de uiteinden van die muren staan de vier jaargetijden. Valadier bouwde ook de hogergelegen Pincio, de heuvel vanwaar je een prachtig uitzicht op het plein en de omgeving hebt.

Aan het einde van de achttiende eeuw kende de interesse voor de klassieke oudheid een ware opleving. De opgravingen in Pompeii en Herculaneum, in Sicilië en in Griekenland brachten de wereld opnieuw in aanraking met de klassieke kunst, waarvan men de eenvoud weer als norm ging stellen. Zo ontstond ook in Italië een nieuwe periode van classicisme. In Rome was Giuseppe Valadier, die ook als stedenbouwkundige optrad, de voornaamste architect die de nodige afstand wist te nemen van het klassieke programma.

De Egyptische obelisk die werd ingewerkt in de fontein in het midden van Piazza del Popolo is precies 24 meter hoog (de totale hoogte van het monument is 36,5 meter) en dateert uit de regeringsperiode van farao Ramses II. We hebben het dan over de dertiende eeuw vóór Christus. De obelisk stond oorspronkelijk in het midden van het circus Maximus. Het is daarmee één van de oudste obelisken in Rome. Alleen de obelisk bij de basiliek van San Giovanni in Laterano is ouder.

De Porta del Popolo heette vroeger Porta Flaminia. Het is de stadspoort aan de noordkant van het plein en deze werd oorspronkelijk opgericht door keizer Aurelianus (270-275) als één van de stadspoorten in de naar hem genoemde grote muur rond Rome (de Aureliaanse Muur). Hij ziet er uit als een Romeinse triomfboog en is aan de noordkant (gezien vanaf de buitenzijde) verfraaid met antieke zuilen en beelden van de apostelen Petrus en Paulus.

Helaas nemen weinig toeristen de moeite om ook even buiten de stadspoort een kijkje te nemen. Let ook even op reusachtige bronzen deurklopper op de poort. Het is dezelfde waarmee in de middeleeuwen talloze pelgrims hun komst in Rome moesten aanmelden.

De decoratie van de binnengevel van de poort is door Bernini ontworpen ter gelegenheid van de intocht in Rome van de Zweedse koningin Christina op 26 december 1655. Op de poort staat de verwelkoming voor deze koningin nog te lezen. Oorspronkelijk werd de poort geflankeerd door twee torens maar die zijn in 1876 gesloopt wegens het (toen al !) toegenomen verkeer. Ook de zijdoorgangen werden toen aangebracht.

Tot diep in de negentiende eeuw was dit de poort waardoor alle pelgrims en belangrijke bezoekers de stad intraden. Ze werd streng bewaakt door douaniers, die vaak een betaling of een waardevol voorwerp van de reizigers eisten vooraleer ze de stad binnenmochten.

Aan het plein staan ook drie kerken: de voormelde Santa Maria del Popolo, en, aan het begin van de Via del Corso, de zogenaamde tweelingkerken Santa Maria dei Miracoli (rechts, met ronde koepel, uit 1679) en de Santa Maria in Montesanto (linkerzijde, met ovalen koepel, uit 1675). De kerken zien er weliswaar gelijkvormig uit maar ze zijn het niet. Dat is echter alleen te zien aan de klokkentorens, maar vooral binnen in de kerken, aan de koepel. Beide kerken zijn wel ontworpen door Carlo Rainaldi, in opdracht van paus Alexander VII, maar ze werden voltooid door Bernini en Carlo Fontana.

Vanaf Piazza del Popolo leiden drie straten naar het stadshart. Wanneer men de lijnen van die straten wat verder zou doortrekken komen ze exact samen op de plaats waar de Egyptische obelisk staat. Het zijn de Via del Babuino (richting Spaanse Trappen), de Via del Corso (recht naar de Piazza Venezia, een afstand van precies 1.500 meter) en de Via Ripetta (richting van de Ara Pacis) en waar vroeger ook het Ripetta-rivierhaventje lag. Aan deze drie straten ontleent de wijk overigens zijn naam: Tridente (Drietand).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s