Het voorportaal van Rome

Piazza del Popolo zou je kunnen beschouwen als het voorportaal van Rome. Vandaag arriveren erg veel bezoekers via de luchthavens Ciampino en Leonardo da Vinci (Fiumicino) ten zuiden van de stad maar de voorbije eeuwen was Piazza del Popolo het eerste wat de ontelbare pelgrims, kooplieden, avonturiers en voorname bezoekers zagen zodra ze na een vaak erg lange en gevaarlijke reis via de stadspoort Rome binnenstapten of binnenreden. De plek ontstond in zijn (grofweg) huidige vorm in de derde eeuw v. Chr. en was tot diep in de negentiende eeuw de voornaamste toegang tot Rome voor zowat iedereen die uit de toenmalige continentale wereld kwam.

In 1926 schreef Felix Timmermans: “De Vlaamse kunstenaars gingen om te bewonderen, de vromen gingen om te bidden, de dichters om te dromen’. Pelgrims die zuidwaarts naar het graf van Petrus trokken, wisten dat er op het einde van de Via Flaminia een stadsgezicht in het verschiet lag dat in het christelijke westen zijn weerga niet kende. Ze zongen ‘Ave Rome, urbs beata, super petram collocata’.

“Terrarum dea gentiumque, Roma, Cui par est nihil et nihil secundum” – Rome, godin van landen en volken, door niets geëvenaard, niet eens bij benadering, schreef de dichter Martialis (40-104) reeds in de oudheid. In feite zou iedereen vanaf Piazza del Popolo zijn bezoek aan Rome moeten beginnen, de stad die volgens Lucianus (39-65) de ‘caput mundi’ is, volgens Livius (59 v. Chr. -17 n. Chr.) ‘caput orbis terrarum’en volgens Piranesi (1720-1778) ‘de beroemdste stad van het universum’.

Op 11 april 1770 reden Leopold en de veertienjarige Wolfgang Amadeus Mozart tijdens een heftig onweer over Piazza del Popolo richting Vaticaan waar ze onderdak vonden in het huis van de Portugese gezant. Toen Johann Wolfgang von Goethe zich op 29 oktober 1786 op deze plaats bevond, bedenkt hij: ‘Amper durfde ik mijzelf zeggen waar ik heen ging, zelfs onderweg was ik nog bang, en pas toen ik onder de Porta del Popolo doorging wist ik me van Rome verzekerd”.

Herman Schaepman (1844-1903), een Nederlandse priester, dichter en staatsman, wiens graf je nog steeds kan bezoeken in het Campo Santo Teutonico naast de Sint Pietersbasliek , schreef in 1877: “Rome voor de eerste maal zien is een verrassing, Rome wederzien is het hoogste genot. Rome zien is ontwaken, Rome wederzien is leven”. En voorts: “Wij zijn te Rome, dat is alles en alles zegt het ons, wij behoren niet meer aan ons zelven, wij worden als gedragen, wij zweven in een hogere, reinere en betere dampkring, wij doorleven een ogenblik van onverdeeld en onvermengd genot”.

Bedevaarders komende uit het noorden hadden hun eerste visueel contact met de Urbs Aeterna vanaf de Monte Mario, de hoogste noordelijke heuvel van Rome (139 m) waar nu de sterrenwacht en het metereologisch instituut staan. Men noemde hem de heuvel van het geluk, de ‘mons gaudii’, want daar zag men voor het eerst het panorama van de stad. Men viel op de knieën, kuste de grond en zong de hymne die tot vandaag de bedevaarders zingen bij een heilig jaar: o Roma nobilis, orbis et domina / cuncatarum urbium excellentissima / roseo martyrum sanguine rubea… – ‘o edel Rome, hoofd van de wereld en van alle steden, de meest eminente, schitterend door het rode bloed van de martelaren…’ en men eindigde met ‘te benedicimus, salve per saecula’, wees gezegend voor de eeuwigheid.

Deze eerste aanblik moet voor de bezoekers overdonderend geweest zijn. In hun druilerige land had niets hen kunnen voorbereiden op dit schouwspel. Velen, en zeker de pelgrims en gelovigen, hadden bij hun aankomst in Rome, met binnen de 20 km lange muren een haast eindeloze hoeveelheid heiligdommen, het gevoel in een droomrijk van wonderen beland te zijn. Het was op Piazza del Popolo dat Luther in 1510 bij zijn aankomst in Rome op de knieën viel, zijn handen ten hemel hief en uitriep ‘ Gegroet, heilig Rome, gewijd door de heilige martelaren en door het bloed dat zij hier hebben vergoten’.

Bertus Aafjes noteert: “Rome, het warme hart der wereld. Rome, een koraaleiland van kathedralen en paleizen boven de kerkhoven der martelaren. De bodem is er een sarcofaag vol heiligengebeenten en kostbaar antiek. Rome, de stad van het purper der pausen, het rood der kardinalen. Stad van ieder die op aarde iets zoekt en stad van wie op de wereld niets zoekt. Stad van pelgrims, archeologen en luiaards. De pelgrim vindt er het gruis van zijn dierbare martelaren, de pink, de arm, en soms het hele smetteloze lijf van zijn lievelingsheilige. Rome, de stad van de archeologen, in wie de beelden der goden nieuwe aanbidders vinden. Stad vooral van de luiaards, nietsnutten en dichters. Zij zitten aan de voetstukken van eeuwenoude pilaren en genieten van de ruïnes in een wijsheid zonder wetenschap. Zij kijken naar de wanden vol heiligen en mijters in een vroomheid zonder geloof”.

Maar niet enkel bedevaarders of kunstenaars arriveerden op Piazza del Popolo. In zijn dagboek beschrijft Johan Burckhard hoe op 22 januari 1506 de eerste 150 Zwitserse infanteristen op het plein verschenen “allen al gekleed en bewapend op kosten van de paus” (Julius II). Zij vormden het allereerste contingent Zwitserse wachten die voortaan zouden instaan voor de nabije veiligheid van de paus.

Tijdens de vijftiende eeuw waren de Santa Maria del Popolo, de kerk die we naast de poort zien en het bijbehorende Augustijnerklooster, nog volledig omringd door wijngaarden en moestuinen die zich van de Aureliaanse muur tot aan de San Lorenzo in Lucina uitstrekten. In 1561 gaf Pius IV opdracht de toen bouwvallige antieke poort door de huidige Porta del Popolo te vervangen. Dit was de eerste stap naar de creatie van het huidige plein. De volgende stap was de oprichting van de obelisk in 1589 door Sixtus V.

De eerste steen van de twee kerkjes aan weerszijde van de Via del Corso werd in 1662 gelegd, in 1697 waren ze klaar. Dat uitzicht behield Piazza del Popolo zowat gedurende een eeuw, een min of meer wigvormig plein met aan de zijde van de stad een meesterlijk barok toneeldecor. Van hieruit vertrokken ook de paardenraces zonder berijder over de Via del Corso, de zogenaamde ‘Barberi’. Het was ook de p aats waar de hoge burgerij ’s avonds een eindje ging rijden en waar de diligences uit het noorden halt hielden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s