Een kapel als kunstwerk

Na reeds een aantal dagen op en rond Piazza del Popolo verbleven te hebben, stappen we nog één keer de Santa Maria del Popolo binnen. Dit is overigens de laatste aflevering van onze mini-reeks over dit plein. We kunnen er nog dagen over vertellen, maar Rome heeft uiteraard veel meer te bieden dan Piazza del Popolo.

Tegen de pilaar tussen de eerste en tweede kapel in de kerk staat één van de merkwaardigste grafmonumenten van Rome. Het werd in 1771 opgericht ter herinnering aan prinses Maria Flaminia Odescalchi, die op de leeftijd van twintig jaar en elf maanden bij de geboorte van haar derde kind (tertium puerpera) overleed. Een leeuw, een flinke boom, adelaars en engelen, uitgevoerd in brons en veelkleurig marmer, dragen het portret van de overledene in zwart en wit marmer. Leeuw en adelaar zijn de wapendieren van de Odescalchi.

In deze nieuwsbrief schenken we echter vooral aandacht aan de tweede kapel links. Dat is de Chigi kapel die Agostino Chigi in 1513 als familiemausoleum liet bouwen naar een ontwerp van zijn vriend en beschermeling Rafaël. Chigi was bankier en mecenas. Deze kapel kan als een volledig kunstwerk worden beschouwd, waarrin architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst en mozaïeken één geheel vormen. Het is één van de meest indrukwekkende zijkapellen in Rome.

De wijze waarop Rafaël de ruimte heeft opgevat als een op zichzelf staande eenheid, een miniatuurkerkje, was geheel nieuw voor die tijd toen men zulke kapellen uitsluitend beschouwde als een ruimte voor schilderijen en familiegraven. Dank zij de combinatie van perspectivische effecten en kostbare materialen lijkt de grafkapel veel groter en luisterrijker dan zij in werkelijkheid is.

Kijk bij een bezoek eerst eens naar de koepel, waar de zeer mooie mozaïeken (1516) een eigenaardige mengeling tonen van gewijde en profane onderwerpen. Ze werden uitgevoerd naar ontwerpen van Rafaël. We zien een tronende God de Vader bij de schepping van het firmament, omringd door symbolen voor de zon en de zeven planeten en de dierenriem in de positie die zij innamen op de geboortedag van Chigi.

In plaats van de figuren vlak voor te stellen gebruikte Rafaël perspectief en verkorting om de indruk te geven dat de figuren boven de kapel staan en naar beneden kijken. In de tamboer en op de vier penditieven staan scènes (1557) uit de Schepping en de Erfzonde alsook allegoriën op de seizoenen uitgevoerd door Francesco Salviati (1510-1563). Deze Florentijnse maniërist, een vriend van Vasari, nam de naam aan van zijn beschermheer, kardinaal Salviati. Hij was een zeer actieve meester die ook in Fontainebleau (1554) werkte, maar zijn werken zijn vooral in Florence (palazzo Vecchio) en Rome te vinden.

Maar door een bizarre speling van het lot sterven in 1520 zowel Rafaël als Chigi. Tussen het overlijden van Rafaël op Goede Vrijdag 1520 en dat van zijn opdrachtgever Chigi op 10 april 1520 lagen slechts vier dagen.

Het gevolg was dat de werken aan de kapel werden stopgezet. Pas in 1652, meer dan een eeuw later, werden ze hervat door Bernini, in opdracht van kardinaal Fabio Chigi, de latere paus Alexander VII (1655-1667). Het vloermozaïek (zeventiende eeuw) met motieven van de dood (gevleugeld skelet met het wapen van de Chigi) en de merkwaardige hangende lamp met de engeltjes in de toegangsboog zijn ontwerpen van Bernini.

De inscriptie op de vloer zegt: ‘Mors ad coelos (iter)’ of ‘de dood is de weg naar de hemel’. De hoofdletters vormen MDCL of 1650. Dit is het jaar dat deze vloer werd gelegd. Voor het Vaticaan was dat bovendien een Heilig Jaar.

Wat komt uit de tijd van Rafaël en wat is afkomstig van Bernini? De linkerwand: achteraan door Lorenzetto de profeet Janak naar ontwerp van Rafaël (1522), in het midden het monument voor Sigismondo Chigi (1655) door Bernini, vooraan de profeet Daniël (1655) door Bernini. De rechterwand: vooraan Elijah door Raffaello da Montelupo (ontwerp Rafaël) (1522), in het midden het monument voor Agostino Chigi (1655) door Bernini en achteraan de profeet Habakuk met engel (1655) door Bernini.

Boven het altaar in de kapel heeft Sebastiano del Piombo de geboorte van Maria geschilderd. In de hoeken van de kapel zijn vier nissen met beelden van profeten. Twee ervan, ‘Jonas en de walvis’ en ‘Elia’, zijn door Lorenzetto naar een ontwerp van Rafaël gemaakt. In de Galleria Borghese bevindt zich een beeld uit de oudheid van een jongetje met een dolfijn. Het is op dit beeld dat Rafaël zijn Jonas heeft gebaseerd. De twee profeten, Habakuk en Daniël, behoren tot het latere werk van Bernini. Het is in die periode dat hij een volledig eigen stijl ontwikkelt.

Volgens het verhaal werd Daniël in een leeuwenkuil geworpen, waar hij zes dagen zou blijven. In de kuil zaten zeven leeuwen, die men dagelijks twee lijken en twee schapen te gaf. Na enkele dagen hield men op met de leeuwen te voederen, zodat ze Daniël zouden verslinden. In Judea leefde toen de profeet Habakuk. Hij was met wat groenten en enkele broden op weg naar het veld om het aan de maaiers te brengen. Een engel van God gaf Habakuk echter de opdracht de maaltijd naar Babel te brengen, naar Daniël in de leeuwenkuil. Habakuk antwoordde: ‘Heer, ik ben nooit in Babel geweest en die leeuwenkuil is mij onbekend.’ Toen greep de engel hem bij de haren vast en droeg hem met de snelheid van de geest naar Babel, waar hij hem boven de kuil plaatste.

Van de vier profeten in de hoeken van de kapel zijn dus Habakuk (achter, rechts van het altaar) en Daniël met de leeuw (vooraan, links van het altaar) werk van Bernini. De twee andere, Jonas met de walvis en Elia, zijn naar een ontwerp van Rafaël vervaardigd door Lorenzetto (1490-1541). De Jonas (links van het altaar) is geinspireerd op een klassiek antiek beeld van een jongen met een dolfijn dat zich nu in de Villa Borghese bevindt.

Tot diezelfde wereld behoort Lorenzetto’s (1490-1541) bronzen antipendium (onder het altaar) dat ondanks zijn godsdienstig onderwerp volkomen classicistisch van geest is. Het gaat dan ook terug op een antiek reliëf dat zich nu in het Louvre bevindt. Erboven ziet men het altaardoek ‘De geboorte van de Maagd’ van de Venitiaan Sebastiano del Piombo (1485-1547) die in Rome samen met Michelangelo werkte.

Vasari beweert dat hij een leerling was van Giovanni Bellini en daarna van Giorgione (dat beweerde hij ook van Titiaan). Sebastiano kwam in 1511 naar Rome en begon in de Villa Farnesina waar op dat ogenblik Rafaël werkte. Nadat hij met deze laatste ruzie had gemaakt werd hij een volgeling van Michelangelo die hem met tekeningen en ontwerpen steunde.

Volgens het oorspronkelijke ontwerp moest er in de vloer een koperen rooster worden aangelegd. Hierdoor zou er een verbinding gerealiseerd zijn tussen de tombes in de crypte onder de vloer van de kapel en de stem van de priester die aan het altaar de misviering hield. Toen Fabio Chigi aan Bernini de opdracht gaf ontstond echter het idee om een tondo in de vloer te maken. In de tondo wordt een menselijk skelet met vleugels afgebeeld.

In de tondo zie je ook het wapenschild van de familie Chigi. Het was de bedoeling van Alexander VII om de twee beelden van de profeten die nog gehakt moesten worden door verschillende beeldhouwers te laten maken. Behalve Gian Lorenzo Bernini moest ook Alessandro Algardi een beeld afwerken. De paus was ervan overtuigd dat beide kunstenaars door de onderlinge concurrentie nog beter hun best zouden doen.

Maar nog vooraleer Algardi aan zijn opdracht kon beginnen stierf hij, zodat Bernini ze alletwee mocht maken. De merkwaardige marmeren piramiden links en rechts tegen de zijmuren, die de graven aanduiden van Agostino Chigi en zijn broer Sigismondo, werden lange tijd beschouwd als een werk van Bernini. Nu staat vast dat ze deel hebben uitgemaakt van het oorspronkelijk ontwerp van Rafaël.

Wel versierde Bernini de twee piramiden met marmeren medaillons. Het lijkt waarschijnlijk dat deze graven Canova’s monument voor de Stuarts in de Sint Pietersbasiliek tot voorbeeld hebben gediend, net als het graf van Canova zelf in Venetië. De soms afgeschermde lunetten (1653) boven de graven zijn van de hand van Raffaelle Vanni, de man die de koepel voor het hoogaltaar schilderde.

Vergeet vooral niet vanuit deze kapel te kijken naar de overkant van de kerk, dus naar de rechter zijbeuk die eerder werd bezocht, en wel naar de vorige week ter sprake gekomen Cybo-kapel uit 1687 (de tweede kapel geteld vanaf de ingang). Die is dus 150 jaar jonger dan de Chigi-kapel waarin we ons nu bevinden.

Het is weinig bekend, maar hier zie je nu één van de mooiste perspectieven van Rome. Steek eerst aan de overkant, in de Cybo-kapel even de verlichting aan, en keer dan even op je stappen terug. Wat je te zien krijgt is subliem.

In de derde kapel links staat tegen de linker muur een sarcofaag met een buste (1639) en rechts ervan nog een borstbeeld, allemaal van de hand van Alessandro Algardi. De vierde kapel links bevat zowel op de zijmuren als in de koepel fresco’s uit 1637 van Pieter van Lint (1609-1690, ook Lindt), in het Italiaans Luigi Gentile.

Hij was een Antwerpenaar (en geen Brusselaar zoals vaak wordt vermeld en hier ook is aangegeven) die zich in 1633 (het jaar dat hij in Antwerpen vrijmeester werd) in Rome vestigde en er een succesvolle carrière maakte tot 1640.

De Italiaans-Vlaamse stijl van Pieter van Lint is weinig aan Rubens verschuldigd en zijn godsdienstige onderwerpen zijn nauw verwant met het genrestuk. Behalve in de Biblioteca Vaticana is dit het enige publieke werk van Van Lint dat nog te zien is in Rome.

Het museum voor Schone Kunsten in Antwerpen bezit verschillende werken van hem, afkomstig uit lokale kerken en abdijen. Het kruis boven het altaar dateert uit de zestiende eeuw. Voor deze vierde kapel ligt bij de derde pilaar in de middenbeuk het vloergraf (dat het dichtst bij de kapel ligt) van een Spaanse geestelijke en jurist.

Zijn verwanten lieten in de tekst op het graf vermelden dat hij amper negenendertig jaar oud was toen hij de dood vond door een trouweloos huisdier. Terwijl hij zijn kat aan het aaien en knuffelen was, beet het beest hem een vinger af, wat de onfortuinlijke man een infectie opleverde die hem het leven kostte. De tekst is nu jammer genoeg erg afgesleten en nog amper leesbaar.

Bernini baseert zich nauwgezet op dit verhaal. Hij heeft weliswaar slechts één leeuw uitgehakt en die likt de voet van Daniël. Een probleem voor Bernini, die graag grote beelden maakte, was dat de nissen van de kapel niet al te groot zijn. Daarom werd het beeld van Jonas van Lorenzetto uit de nis bij de deur gehaald en verplaatst naar een andere nis.

Zo kon Bernini de vrijgekomen ruimte gebruiken voor één van zijn beelden. Zo ontstond de mogelijkheid om beide Bernini-beelden diagonaal tegenover elkaar te plaatsen en ze op elkaar te laten reageren. Eeuwen later zou thrillerauteur Dan Brown er gebruik van maken om ze de weg te laten wijzen naar een duister Vaticaans complot.

De engel die bij Habakuk komt aangevlogen (de nis rechts van het altaar) wijst met zijn hand naar de schuin tegenoverstaande Daniël. De vinger van Habakuk is gericht op de arbeiders op het land waar hij zijn mandje met voedsel naar toe wil brengen. Daniël kijkt naar boven, waar in de lantaarn God de Vader is afgebeeld.

De houding van het lichaam van Daniël is buitengewoon ingewikkeld. De inspiratiebron voor deze vreemde, gedraaide houding heeft Bernini gevonden in de beroemde Laocoön-beeldengroep die zich nu in de Vaticaanse musea bevindt. In de kapel zie je ook nog de dierenriem en de vier seizoenen, waarvan er twee nauwelijks nog te zien zijn. Links en rechts bevinden zich twee piramides van bruin marmer met daarop twee medaillons, maar niet van goud.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s