Het palazzo Sessoriano, het Amfitheater Castrense en het Circus van Varius

Het palazzo Sessoriano (oorspronkelijk palatium Sessorianum) was een keizerlijk paleis dat werd gebouwd in het begin van de derde eeuw. Gedurende een gedeelte van de derde en de vierde eeuw woonden de Romeinse keizers in dit enorme complex. De bouw begon onder keizer Septimius Severus (193-211) en werd voltooid door de knettergekke Heliogabalus of Elagabalus (218-222). De nieuwe keizerlijke residentie werd gebouwd omdat de keizers in die periode vonden dat deze plaats beter geschikt was om te wonen dan in de oude paleizen op de Palatijnse heuvel. Vandaag zijn de meeste aspecten van deze voormalige keizerlijke residentie volkomen vergeten. Onterecht, want er zijn ook nu nog wel degelijk restanten van deze ooit zo belangrijke site te zien.

Tussen 317 en 322 was het complex eigendom van keizerin Helena, de moeder van keizer Constantijn. Het gebouw bevond zich ten zuidoosten van de Esquilijn. Tussen Porta Maggiore en de basiliek Santa Croce in Gerusalemme werden resten van het complex teruggevonden. De romp van de Santa Croce heeft zelfs deel uitgemaakt van het Sessorianum. Op vescheidene plaatsen vind je nog sporen van het originele Sessorianum terug.

Keizer Constantijn, maar mogelijk waren het zijn zonen, liet volgens de overlevering ter nagedachtenis aan Helena een gedeelte van het derde-eeuwse Sessorianum tot kerk verbouwen om daarin de kostbare relikwieën te bewaren die zijn moeder Helena uit Jeruzalem had meegebracht. Daarbij werd de grote rechthoekige zaal van het complex (ongeveer 36 m x 22 m) tot een éénbeukige basiliek ingericht. Het was de basis van de huidige Santa Croce in Gerusalemme.

De keizerlijke architect beperkte zich tot het aan de zaal toevoegen van een apsis, de ruimte werd op die manier een soort kapel voor de keizerlijke familie. Ook twee aangrenzende vertrekjes werden ingenomen, het ene staat al eeuwen bekend als de kapel van de heilige Helena, terwijl het andere in de late vijftiende eeuw aan de heilige Gregorius werd gewijd. Het zou duren tot de achttiende eeuw vooraleer de basiliek grondig werd gerestaureerd door paus Benedictus XIV.

Het palatium Sessorianum bestond naast een paleis uit tuinen, het amfitheater Castrense, het circus van Varius, thermen (die later door Helena zouden gemoderniseerd worden) en een basilica voor het afhandelen van staatszaken.

Tussen 271 en 280 werd de Aureliaanse Muur rond Rome gebouwd. Deze werd dwars over het terrein van het Sessorianum getrokken en om bouwmateriaal te sparen werd de buitenmuur van het amfitheater gedeeltelijk opgenomen in de stadsmuur.

Ook het circus werd door de muur letterlijk in twee gesneden en werd afgebroken. Het Circus van Varius was 630 m lang en 125 m breed en dus langer dan het Circus Maximus. Een leuk souvenir uit dit circus is terug te vinden op de Pincio-heuvel. Het gaat om de obelisk die destijds fungeerde als spina in het circus van Varius. De spina is de verhoogde afscheiding in het midden van de renbaan in een Romeins circus, waar de wagenmenners in de oudheid met hun twee-, vier- en zesspannen omheen moesten rijden.

Deze obelisk komt niet uit Egypte maar werd in opdracht van keizer Hadrianus (117-138) gemaakt voor het graf van zijn in 131 na Chr. verdronken minnaar Antinoüs. De obelisk is 9,24 m hoog, met voetstuk 17,26 m. De obelisk werd in 1570 in de buurt van de Santa Croce in Gerusalemme teruggevonden.

Naast de kerk ligt een groot klooster uit de tiende eeuw dat gedeeltelijk het Amphitheatrum Castrense overdekt. Het klooster heeft een zeer mooie bibliotheek met fresco’s geschilderd door Giovanni Paolo Pannini, bekend om zijn spectaculaire ‘pasticio’-schilderijen van monumenten en kunstgalerijen. De bibliotheek is helaas niet toegankelijk voor het publiek maar als je toch eens tot hier zou geraken, heb je een uniek en prachtig uitzicht op de kruidentuin van de paters.

Als je, nog wat verderop, na de doorgang in de stadsmuur, het sterk naar links draaiende voetpad volgt, kom je aan de derde-eeuwse buitenmuur van het voormelde Amfitheater Castrense dat niet voor het publiek toegankelijk is.

Het is een ellipsvormig amfitheater dat werd gebruikt voor dierengevechten en ontleent zijn naam aan het Latijnse woord ‘castrum’ dat niet zozeer kamp maar ‘keizerlijk onderkomen’ betekende. Wegens de naam vertellen sommige gidsen verkeerdelijk dat het een oefenterrein was voor de keizerlijke garde.

Toen keizer Aurelianus (270-275) de nieuwe stadsmuur plande, maakte hij zoals eerder verteld gretig gebruik van de bestaande muren van dit amfitheater. Het bouwwerk, dat praktisch geheel uit baksteen werd opgetrokken, dateert uit het einde van de Severische dynastie, het werd gebouwd door Heliogabalus (218-222), de onevenwichtige fantast die ook de zonnetempel op de Palatijn bouwde.

De buitenkant van het amfitheater bestond uit een aantal bogen die werden ondersteund door pilaren en omlijst met Korinthische zuilen, wat op bepaalde plaatsen nog zichtbaar is. Van de drie bouwlagen is alleen de eerste vrij goed bewaard gebleven.

Ten slotte nog een tip: vanaf het dakterras van het luxehotel met de toepasselijke naam Domus Sessoriana (Piazza Santa Croce in Gerusalemme) heb je een prachtig uitzicht over de hele omgeving en de overblijfselen die er nog van het oorspronkelijke palatium, het amfitheater en het circus te zien zijn. Bluf je naar binnen en ga er rustig een glaasje drinken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s