De slaapkamer van koningin Christina

Palazzo Corsini in Rome werd in de periode 1732-1736 door Ferdinando Fuga grondig verbouwd voor kardinaal Neri Corsini, een neef van Clemens XII (Lorenzo Corsini, 1652-1740). Het oorspronkelijke gebouw, palazzo Riario, was in de periode 1505-1511 gebouwd voor de achterneef van Sixtus IV, kardinaal Raffaele Riario, de man die ook de Cancelleria bouwde (1486-1500) en Michelange1o in 1496 naar Rome haalde. Na een vermeende samenzwering waarin deze kardinaal Riario betrokken was, eiste Leo X in 1517 de Cancelleria op, in ruil voor het sparen van zijn leven. Beroemdheden als Michelangelo, Bramante en Erasmus waren ooit gasten in palazzo Corsini. Dit gebouw zal echter onlosmakelijk verbonden blijven met de illustere koningin Christina van Zweden. Vandaag kan je er nog steeds een gedeelte van haar ooit immense kunstverzameling bekijken.

Galleria Corsini is dagelijks behalve op dinsdag open van 8.30 u. tot 19.30 u. De kassa bevindt zich op de eerste verdieping. Rechts kan je de lift nemen. Er bevindt zich een indrukwekkende verzameling Vlaamse meesters, alleen die al maken een bezoek aan dit gebouw meer dan waard.

Na het bezoek van deze zalen krijgt men de indruk dat alle Vlaamse schilders afkomstig waren uit Antwerpen. Dat is natuurlijk niet zo maar omstreeks 1560 waren in Antwerpen wel zowat 300 meesters in de schilderkunst en de grafiek actief, terwijl er niet meer dan 169 bakkers en 78 slagers waren. De kunstproductie zal dus ongetwijfeld navenant geweest zijn.

Lorenzo Corsini werd in 1691 nuntius in Wenen en in 1706 kardinaal. Reeds ‘papabilis’ bij de dood van Clemens XI en Innocentius XIII, werd hij op 12 juli 1730 na een moeilijk conclaaf tot opvolger gekozen van Benedictus XIII. Hij was toen reeds ziekelijk. De paus bleek echter onverwoestbaar. Hij bestuurde de Kerk vanuit zijn bed, in 1732 werd hij zelfs volledig blind en kon hij niets meer ondertekenen zonder dat men zijn hand vasthield.

Regelmatig werd gemeld dat hij stervende was en werden reeds geheime conclaven gehouden. Als staatsman ondervond Clemens XII vlug dat de macht van de paus onbestaande was, men ontnam hem zelfs territoria zonder hem te consulteren of te informeren. De paus stond machteloos tegenover het vorstelijk absolutisme: de Poolse Successieoorlog (1733-1735) en de Vrede van Wenen (1738) bewezen de neergang van het pausschap als politieke macht.

Hij bepaalde wel nieuwe regels voor de pauskeuze (1732), steunde de missionering in Libanon en als Florentijn was hij een kunstbeschermer, zelfs toen de pauselijke kas leeg was. Hij stelde de collectie van de latere Capitolijnse Musea in 1734 open voor het publiek en stichtte daarmee het eerste openbaar toegankelijke museum ter wereld.

Hij was de paus die het roken van tabak verbood en het eerste papiergeld in Italië liet drukken. Hij was tevens de eerste paus die in 1738 een brief schreef aan de Dalai Lama, de zevende van de Dge-lugs-pa lijn, omdat hij jezuïten naar Tibet wenste te sturen. Maar die reis ging niet door omdat de paus een negatief antwoord kreeg.

We vinden het wapen van Clemens XII o.a. terug op de in zijn opdracht opgerichte Trevifontein. Het grafmonument van Clemens XII bevindt zich in de door hem gebouwde cappella Corsini van de Sint-Jan van Lateranen in Rome. Deze kapelliet hij oprichten ter ere van zijn patroon Andreas. De porfieren urn en de zuilen behorend bij zijn graf ontleende hij aan het Pantheon, ze worden omlijst met mooie marmeren ‘deugden’ en bovenaan een bronzen standbeeld door Gianbattista Maini, de man die ook de beeldengroep voor de Trevifonein maakte.

Christina van Zweden had zich aan haar hof omgeven met musici, dichters en geleerden, onder wie de Franse filosoof René Descartes. In 1654 deed zij afstand van de troon, werd katholiek en vestigde zich in Rome. Behalve enkele korte reizen bleef Christina, de ‘Minerva van het noorden’ tot haar dood in Rome, ze trouwde nooit en had geen kinderen.

Christina was een verstandige vrouw, klein (1,5 m) en naar verluidt ‘niet aangenaam’ om aan te kijken. Ze had een grote haviksneus, een misvormd lichaam en een zware mannenstem. Scarlatti schreef voor haar zijn eerste werken, ze liet zich omringen door filosofen en theologen, sprak vijf talen en had goede noties van Arabisch en Hebreeuws.

Christina had bovendien een immense sexuele appetijt, zowel voor mannen als voor vrouwen die ze in een niet aflatende stroom in dit paleis ontving. Arrogant en extravagant hield ze ervan de hogere klasse te schandaliseren.

Haar bekering tot het katholicisme was meer een ontsnapping want “het gedoe met heiligen en dogma’s” heeft haar nooit geïnteresseerd. Ze was wel vroom, waste de voeten van de pelgrims in de Santa Trinita dei Pellegrini en beklom de Scala Santa of de Heilige Trap op haar blote knieën.

Een Franse bezoeker beschreef Christina een jaar voor haar dood als volgt: “Ze is meer dan 66 jaar oud, uitzonderlijk dik en vet. Haar uiterlijk, stem en gezicht zijn als die van een man. Ze heeft een dubbele kin waaruit plukken baard tevoorschijn komen. Ze heeft lichtbruin haar, niet langer dan een handpalm, en draagt dat bepoederd en ongekamd. Ze glimlacht veel en is zeer beleefd.”

Tot aan haar laatste dagen droeg Christina een wonderlijke combinatie van mannen- en vrouwenkleding, stevige platte schoenen, een korte rok en daaroverheen een mannenjas. Maar de Romeinen waren in de loop der jaren aan haar gewend geraakt en noemden haar liefdevol ‘La regina di Roma’.

Als je vandaag de kunstverzameling in Palazzo Corsini bezoekt kom je op zeker ogenblik in zaal 5. Dat is de vroegere slaapkamer van Christina van Zweden waar ze op 19 april 1689 overleed. Toen ze stierf zei ze: ‘ik ben vrij geboren, ik heb vrij geleefd en ik sterf bevrijd’. Maar het ‘sprekende standbeeld’ Pasquino omschreef haar in die periode als ‘koningin zonder rijk, christene zonder geloof, vrouw zonder schaamte’.

De slaapkamer van Christina is een uitbundige ruimte, met twee vergulde Corinthische zuilen van geverfd gips. De kleurige plafondschilderingen hebben als thema de verhalen over Mozes en Salomo. Rondom de Bijbelse scènes bevinden zich allerlei groteske figuurtjes zoals vrouwelijke sfinxen en bloemmotieven. Aan de muur hangt een portret van Christina als de godin Diana, in haar jonge jaren geschilderd door de Leidenaar Justus van Egmont.

In deze zaal bevindt zich nog een ‘Stilleven met jachtbuit’ door Johannes Hermans (1630-1667) en ‘Soldaten in een grot’ door Anton Goubau (1616-1698). Boven de tafel rechts zien we ‘Aanbidding der koningen’ en ‘Aanbidding der herders’ beide door Jan Miel (1599-1663) die uit Beveren kwam, werk van hem vinden we in verschillende Romeinse gebouwen en kerken.

Met een indrukwekkende processie werd haar lichaam overgebracht naar de Sint Pietersbasiliek en bijgezet in de crypte. Zo werd ze één van de slechts vijf vrouwen die hun laatste rustplaats hebben gevonden in dit mannenbolwerk. Haar grafmonument werd ontworpen door Carlo Fontana en bevindt zich links in de eerste doorgang van de rechterzijbeuk, schuin tegenover de Pietà van Michelangelo.

Christina’s rijke kunstverzameling werd meteen na haar dood verkocht om haar vele schuldeisers te kunnen betalen. Haar bibliotheek werd voor weinig geld opgekocht door de paus. De huidige Galleria Nazionale d’Arte Antica di Palazzo Corsini is ingericht in de kamers van wat ooit Christina’s vleugel was. Daar komen we binnenkort nog even op terug.

Palazzo Corsini, Via della Lungara 10, Rome.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s