Een kleine greep uit de fantastische kunstcollectie in Palazzo Barberini

Hierna een heel kleine greep uit de fantastische collectie die je kan bekijken in Palazzo Barberini. Voor alle praktische informatie verwijzen we je graag naar http://galleriabarberini.beniculturali.it/

Sala di Raffaello

Als het doek niet werd uitgeleend voor een of andere belangrijke tentoonstelling vind je hier de wereldberoemde Fornarina, een werk van Rafaël (1483-1520), dat hij in het jaar van zijn dood schilderde. Het schilderij behoorde tot de verzameling Barberini en hangt in dit paleis sinds 1642. Het blijft voor ons één van de absolute topschilderijen in Rome. Dit ongewone werk toont een innemende vrouw die net als de antieke ‘Venus pudica’ een hand schroomvallig voor de naakte borst houdt.

Ooit was het onzeker wie dit werk had geschilderd, eerst werd het toegeschreven aan een leerling van Rafaël, daarna aan Sebastiano del Piombo. Sinds de recente restauratie is de naam van Rafaël duidelijk te lezen op de armband of het lint dat de dame om de linkerarm draagt: ‘RAPHAEL URBINAS’. Ook werd de trouwring weer zichtbaar aan de linkerhand van de vrouw, Rafaël had hem destijds zelf overschilderd.

Op het schilderij is de schone Margharita Luti, de minnares van de schilder afgebeeld, ze werd fornarina genoemd omdat haar vader bakker was (fornaio). Deze vrouw die vaker in het werk van Rafaël figureert is op dit schilderij afgebeeld met een ongewone sensualiteit en iets sluws in haar blik, maar de werkelijke betekenis van het doek, evenals de opdrachtgever, is tot op heden onbekend.

Het valt maar weinig mensen op dat de achtergrond van het schilderij geheel gevormd wordt door de groene planten waar de hoveniers van de renaissance zo dol op waren: laurier en mirte. Röntgenonderzoek wees uit dat er oorspronkelijk achter de dame een landschap geschilderd was in de stijl van da Vinci.

Een verwijzing naar Venus vinden we in de bosbessen die aan de godin gewijd waren, maar ook in de tak kweeperen als symbool voor de vleselijke liefde. Het juweel op het hoofd is hetzelfde als op het schilderij met de gesluierde vrouw (‘Veiled woman’), nu te zien in het Pitti-museum in Firenze.

Rondom de schouw hangt werk van Giulio Romano (1499-1546) en Perin la Vega. Let ook op een verfijnde ‘Maria met Kind en Johannes de Doper’ van Domenico Beccafumi (1486-1551), met prachtige contrasten van licht en donker en eenzelfde soort clair-obscur als bij Leonardo da Vinci. Beccafumi was de belangrijkste Sienese maniërist en wordt beschouwd als de laatste vertegenwoordiger van die school. Van Sodoma (1477-1549) zijn er het ‘Mystiek huwelijk van de H. Catherina’ en de ‘Drie schrikgodinnen’. Deze schilder was een groot bewonderaar van het lijnenspel van Rafaël met wie hij bevriend was en enige tijd samenwerkte.

Tegen de linkermuur (venster) hangt een ‘Triptiek met de Kruisafname’ door Marten van Heemskerck (1498-1574, let op het klassieke rechterpaneel. Van Heemskerck verbleef vanaf 1532 drie jaar in Italië, tijdens zijn verblijf in Rome kopieerde hij monumenten uit de Oudheid. Deze pentekeningen hebben vandaag een immense documentaire waarde omdat de weergave zo nauwkeurig is. Bekend is zijn zelfportret, vandaag in Fitzwilliam Cambridge, met het Colosseum als achtergrond.

Tussen de twee deuren in het verlengde van zaal 1 zien we een mooie ‘Ceres’, toegeschreven aan alleskunner Baldassare Peruzzi (1481-1536). Ceres was de Romeinse godin van de landbouw, overeenstemmend met de Griekse Demeter.

Sala dei Fiorentini

Naast het venster hangt de ‘Heilige Familie’, een doek dat Andrea del Sarto (1486-1530) schilderde net voor hij aan de gevolgen van de pest stierf. We zien een dynamische Madonna met Kind tegenover een statische Jozef. Boven de tafel hangt de ‘Lezende H. Magdalena’ door Piero di Cosimo (1461-1521). Over Cosimo beperkt onze kennis zich tot wat Vasari over hem schreef.

Hij had naar verluidt een vreemde persoonlijkheid, en zoals vele van zijn tijdgenoten voelde hij zich sterk aangetrokken door het Vlaamse realisme. Het venster achteraan op het schilderij wijst op Vlaamse invloed, de vaas, brief en boek creëren diepte. Tijdens de laatste jaren van zijn productie leunde di Cosimo aan bij Leonardo en de jonge Rafaël.

Dit werk werd eerst toegeschreven aan Mantegna. Het losse haar, let op de parels, is een teken van de schoonheid en vroegere losbandigheid van Magdalena. Zonder de halo boven haar hoofd zou men haar overigens niet als een heilige herkennen. Dit werk uit 1501 toont een voorstelling in drie vierde van het gezicht in tegenstelling tot het traditionele profiel.

Sala dei Veneti

Rechts hangt het beroemde werk van Titiaan: ‘Venus belet Adonis op jacht te gaan’, het behoorde toe aan koningin Christina van Zweden. Het lijkt sterk op de versie in het Prado. Aan de overkant zien we ‘Hieronymus en Christus met de overspelige vrouw’, een werk van Tintoretto (1518-1594).

Sala dei Ritratti

Mooi is tussen de twee deuren het portret uit 1546 van Stefano IV Colonna door Bronzino, een geraffineerde artiest die mooie portetten schilderde en zijn modellen altijd afbeeldde in de nobele houding die bij hen hoorde maar met minder aandacht voor de gelaatsuitdrukking. Van Hans Holbein de jonge (1497-1543) bewonderen we het ‘Portret van Hendrik VIII’. De koning staat in groot ornaat voor zijn huwelijk met Anna van Kleef op 6 januari 1540.

Erboven hangt ‘Thomas Moro’. Ook het erg bekende en expressieve ‘Portret van Erasmus’ uit 1517 door Quinten Metsijs, getuigt van een groot inlevingsvermogen en behoort in feite al tot de renaissance. Het werd op doek overgebracht. Van hieruit heeft men toegang tot de kapel, een werk van da Cortona.

Sala dei Manieristi

Kijk hier naar het werk van Jan Metsys (Massys, 1509-1575) ‘Judith met het hoofd van Holofernes’. Deze zoon van Quinten Metsijs was een belangrijke Antwerps maniërist. Van de Antwerpenaar Jacob de Backer (1555-1585) zien we de ‘Dode Christus’

Zaal 9 is gewijd aan Caravaggio (1572-1610) en zijn volgelingen. Van de meester zelf zien we ‘Judith en Holofernes’, met rechts ‘Narcissus aan de bron’ en links ‘S. Franciscus van Assisi. Alleen al deze werken zijn voldoende reden om dit museum te bezoeken. De ‘Narcissus’ getuigt van de vernieuwende kunst van Caravaggio, hij verwerpt ieder decor en vervangt dit door een donkere achtergrond. Narcissus knielt boven het water en gaat helemaal op in het bewonderen van zijn eigen spiegelbeeld, terwijl zijn handen bijna het water raken.

Zoals in alle meesterwerken van Caravaggio speelt licht een hoofdrol, hier valt het licht op de onbevlekte kleding, zijn knie en zijn in gedachten verzonken gezicht, terwijl de blik in de schaduw verborgen blijft.

Een heel andere sfeer spreekt uit het schilderij met ‘Judith die het hoofd van Holofernes afhakt’. Het geweld en de wreedheid van het tafereel zijn vol dramatische details weergegeven zoals het druipende bloed en het stijve, verkrampte lichaam van Holofernes wiens rollende ogen reeds de dood uitdrukken. Let op de gezichtsuitdrukking van de oude vrouw die met haar handen het kleed vastgrijpt en zelfs het donkerrode doek op de achtergrond. Alleen de in het wit geklede Judith die met ferme hand haar zwaard doet neerkomen, lijkt haar emoties onder controle te hebben.

Hoewel Caravaggio door zijn ongeregelde leven geen leerlingen had, werden de schilders uit zijn tijd duidelijk door hem beïnvloed. Dat wordt duidelijk in deze zaal. Onder hen Carlo Saraceni wiens ‘H. Gregorius’ met de prachtige rode cape hier te zien is. Zo ook Valentin de Boulogne met zijn ‘Christus die de kooplieden uit de tempel verjaagt’. Onder de weinige buitenlandse schilders die door Caravaggio beïnvloed werden, kennen we Van Honthorst uit Utrecht, van wie zich in Rome werken bevinden in de Santa Maria in Aquiro en de Santa Maria della Scala.

Bewonder ook de ‘Heilige Cecilia en de engelen’ door Carlo Saraceni (1579-1620). Na de dood van Caravaggio in 1610 kwam hij met zijn Venetiaans kleurengevoel goed in de Romeinse markt te liggen.

In zaal 10 bevindt zich direct links het bekende werk met een ‘Slapende putto’, een mooi fresco in perspectief, een werk van Guido Reni. Kijk vooral ook naar het beroemde ‘Portret van Beatrice Cenci’ van dezelfde Reni (1575-1642), het is een wonder van verfijning.

Dit schilderij is erg belangrijk. Guido Reni zou Beatrice in de Engelenburcht hebben bezocht en moet getuige zijn geweest van haar onthoofding. Toen Beatrice reeds op het schavot stond keek ze hem recht in de ogen. Het is deze blik die hij heeft vastgelegd in dit portret. Herman Melville (1819-1891), de auteur van Moby Dick, schreef dat hij naar palazzo Barberini ging ‘om Beatrice Cenci te zien. Een uitdrukking van lijden. Een blik die onschuld uitschreeuwt.’

Naast andere werken van Guido Reni, hangen hier ook werken van Carracci en Lanfranco zoals ‘La musica’, let op de voeten van de harp spelende Venus. Merk ook de bekende ‘Geseling’ door Guercino (1591-1666).

Salone di Pietro da Cortona

In zaal 11 (het Salone di Pietro da Cortona) bevindt zich ‘de dwerg van de hertog van Crequi’ door François Duquesnoy, ook bekend als Francesco Fiammingo. Aan de wanden van dit salon zijn kartons te zien die barokschilders als Andrea Sacchi, Lanfranco en Bernini tijdens de zeventiende eeuw maakten voor de mozaïeken in een koepeltje van de Sint Pietersbasiliek en voor wandtapijten uit de Barberini-weverijen. De grootste attractie in deze zaal is echter afkomstig van da Cortona en zo belangrijk dat we morgen even terugkomen op dit adembenemende kunstwerk.

Het Salone di Pietro da Cortona met een plafondfresco in perspectief is adembenemend. Het kan geen kwaad hier even op de banken te gaan zitten en gewoon een tijdje te kijken. Het meesterwerk van Pietro da Cortona, werd tussen 1633 en 1639 geschilderd en stelt de grootsheid van de familie Barberini voor. Hun wapen met bijen in een lauwerkrans wordt gedragen door de Deugden in de gedaante van allegorische figuren. Als men echt wil weten wat barok is, zal dat na een bezoek aan deze zaal beseffen. Dit gewelf is tegelijk theater en opera, het is overweldigend in vorm en kleur.

Het plafond vertelt ontzettend veel, maar eigenlijk draait alles om de triomf van de goddelijke voorzienigheid waardoor Urbanus VIII Barberini (1623-1644) op de pauselijke troon terechtkwam. Er was immers een nieuw kiessysteem ingevoerd dat de pauskeuze moest bepalen. Door dat gewijzigde systeem kon de tiara niet aan de Barberini ontsnappen en leidde tot zijn verkiezing.

Op de wolken links troont de goddelijke Voorzienigheid met een scepter in de hand. De voorgangers van da Cortona plakten als het ware verschillende schilderijen tegen het plafond, da Cortona maakt er één groot geheel van. Alle latere plafonds in Europa zijn op dit gewelf geïnspireerd.

Bedenk dat het plafond van bijvoorbeeld de Sant’ Ignaziokerk (geschilderd door Andrea Pozzo) dateert van 1684, het in stukjes onderverdeelde gewelf van de Sixtijnse kapel dateert van 1508. Het meesterwerk van da Cortona in de Chiesa Nuova werd geschilderd tussen 1647 en 1666. Van da Cortona werd gezegd dat hij vuur had in zijn kleuren, heftigheid in zijn handen, vaart in zijn kwast.

De details zijn al even opmerkelijk. In het midden wordt de kroon van de onsterfelijkheid toegevoegd aan het wapen van de familie Barberini (drie bijen). Dit wapen wordt gesteund door drie vrouwen, Geloof, Hoop en Liefde. De vrouw bovenaan die de tiara toevoegt aan het wapen is de stad Rome. Naast de pauselijke tiara zie je de lauwerkrans voor de dichters. Kardinaal Maffeo Barberini was immers ook dichter en kreeg dezelfde bekroning als Petrarca.

Het plafond is in vijf delen verdeeld door een schijnarchitectuur die uit de hoeken komt, een opera in vijf bedrijven, met een soort kroonlijst in het midden. Bewonderenswaardig is de manier waarop de verschillende taferelen door middel van grisaille van elkaar worden gescheiden. Men ziet Venus, de schoonheid, Bacchus, en een vrouw die met opgeheven armen met de Bijbel de wierook in de richting van het goddelijke wuift.

Het is goed om hier even te beseffen dat je naar een fresco kjkt, wat betekent dat het schilderen van een figuur zoals deze van de goddelijke voorzienigheid bijvoorbeeld drie dagen in beslag nam, een stukje hemel één dag. Wat werd geschilderd moest bovendien onmiddellijk correct zijn, men kreeg geen tweede kans. Daarom hebben Italianen zo’n bewondering voor fresco-schilders.

Volgens de Romeinen waren vier zaken belangrijk voor een barokschilder: hij moest fresco’s schilderen, grote composities aankunnen, hij moest zijn klassieken kennen en het moest gaan met ‘facilità’. Da Cortona had dat allemaal in zich. Als waardering voor dit plafondfresco in het palazzo Barberini werd hij onderscheiden als ‘vorst’ van de Accademia di San Luca.

De Italiaanse schilder en bouwmeester Pietro da Cortona heette eigenlijk Berrettini. Hij werd geboren in Cortona op 1 november 1596. Zijn vader was metselaar. In 1612 komt hij naar Rome en wordt opgemerkt door de Barberini’s wat zijn loopbaan een hoge vlucht zal geven. Als schilder, architect en decorateur zou Cortona uitgroeien tot de meest universele kunstenaar van de Romeinse barok.

Samen met Bernini en Borromini, die in hetzelfde decennium werden geboren, behoort Cortona tot de grootste toonaangevende kunstenaars van Rome. Zijn illusionistische barokke schildertrant is te zien in verschillende fresco’s, o.a. in de Galleria Capitolina, in de Santa Bibiana (1624-1626) en natuurlijk in palazzo Barberini. In Firenze decoreerde hij palazzo Pitti. De onderwerpen van zowel fresco’s als schilderijen zijn meestal ontleend aan de klassieke mythologie of geschiedenis en geven in allegorische vorm commentaar op het leven van zijn opdrachtgevers en de eigen tijd.

Kenmerkend voor zijn schilderstijl zijn de dynamische composities met veel volle figuren, een weelderige kleurenrijkdom, een pasteuze penseelvoering en een licht coloriet. Op een vrijwel unieke manier verbindt hij het barokke classicisme met een Venetiaans kleurengebruik. Het ‘cortonisme’ dat een sprekende narratieve stijl combineert met spectaculaire composities waarin veel perspectieven met illusionistische effecten voorkomen waarbij personnages ogenschijnlijk opstijgen naar de hemel (di sotto in su, van onder naar boven) heeft talrijke schilders uit heel Europa geïnspireerd.

Alhoewel hij zelf beweerde dat architectuur voor hem slechts een tijdverdrijf was behoorde hij tot de grootste bouwmeesters van zijn tijd. Zijn meesterwerk is de Santi Martina e Luca (1635-1650), maar hij tekende ook het plein en de gevel van de Santa Maria della Pace (1656-1657), de gevel van de Santa Maria in Via Lata (1658-1662) en de koepel van de San Carlo al Corso.

Naast fresco’s vinden we in Rome ook vele schilderijen van zijn hand, o.a. in de Sint Pietersbasiliek en vooral in San Carlo in Catinari. Ook in de pinacotheek van de Capitolijnse Musea bevindt izch heel wat werk van Cortona. Tegen het eind van zijn leven wijdde Cortona zich aan de bouwkunst en schreef een verhandeling over de schilderkunst. Cortona stierf in Rome op Rome 16 mei 1669.

Tweede verdieping – zuidvleugel

Een bezoek aan de appartementen van Cornelia Castanza Barberini, die in 1728 met Giulio Cesare Colonna trouwde, toont het leven van de aristocratie tijdens de achttiende eeuw. Hier werden ook werken samengebracht van Boucher, Fragonard, Canaletto en Tiepolo. In een klein salon zie je een beschilderde zijde met indianengevechten. Let ook op de alkoof met een geheime doorgang. In het grote salon toont het plafond de vier continenten waarbij Azië niet erg overtuigend is.

Bij het verlaten van het museum op het gelijkvloers, steek je de patio over, waar je aan de overzijde de ingang tot het Numismatisch Museum aantreft dat op de eerste verdieping ligt. Het is de moeite de fantastische wenteltrap op te gaan naar dit museum. Ga minstens tot halfweg en kijk naar boven en vooral naar beneden.

Dit is de gekende ovale wenteltrap met dubbele zuilen, een werk van Borromini. Het is de barokke versie van een traptype dat reeds bekend was uit het werk van Bramante en Vignola. Doordat het licht van bovenaf op de door dubbele zuilen gedragen trap valt, ontstaat er een bekoorlijk spel van licht en donker en krijgt je steeds wisselende perspectieven te zien..

Advertenties

7 Reacties to “Een kleine greep uit de fantastische kunstcollectie in Palazzo Barberini”

  1. Frans Debacker Says:

    Bedankt voor de informatie.

  2. Beste lezers, wie lid is van onze Romevereniging S.P.Q.R. krijgt elke werkdag een nieuwsbericht mét foto’s en in een prettig leesbaar formaat. Je kan je aanmelden op http://www.spqr.be. Deze site, http://www.romenieuws.be, doet enkel dienst als (beperkt) archief van onze nieuwsbrieven. Zonder afbeeldingen wel te verstaan.

  3. Hansoli Says:

    Heerlijk om languit op een bankje gelegen het mooie plafond te bewonderen, met al die bijen.

  4. Fantastisch artikel, maar jammer dat er nooit afbeeldingen getoond worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s