Metrostation Manzoni in Rome legt link met Italiaanse wereldliteratuur

Wellicht ben je weleens uitgestapt of voorbij gekomen aan de metrohalte met de naam Manzoni. Die halte kreeg de naam van de Italiaanse schrijver Alessandro Manzoni, geboren in Milaan op 7 maart 1785. Manzoni stamde uit een adellijke familie en verbleef tussen 1805 en 1810 in Parijs, waar hij bevriend raakte met de filoloog Claude Fauriel, die zijn interesse voor de geschiedenis en voor Shakespeare wekte. Zijn gedichten uit die vrijdenkerstijd verloochende hij later. In 1810 keerde hij terug tot de Rooms-Katholieke Kerk. Het metrostation Manzoni werd in gebruik genomen op 16 februari 1980. Tussen 2006 en 2007 werd het station grondig gerenoveerd. Tijdens de werkzaamheden passeerde de metro de halte zonder te stoppen. Op 8 oktober 2007 ging het station Manzoni opnieuw open.

Alessandro Manzoni’s beste lyriek, de vijf Inni sacri (Geestelijke hymnen), ontstaan tussen 1812 en 1822, wekte overal bewondering. Twee historische drama’s, waarin hij zich bewust afkeerde van de vorm van de klassieke tragedie, vestigden zijn faam in Frankrijk en Duitsland. Goethe vertaalde de ode op de dood van Napoleon, Il cinque Maggio (De vijfde mei, 1821). Hoewel Manzoni met het Risorgimento was verbonden, bleef hij ver van de politieke strijd en leidde een teruggetrokken leven.

De historische roman I promessi sposi (De verloofden, aanvankelijk als Gli sposi promessi, 1825-1827, vol lombardismen gepubliceerd, werd na een verblijf van Manzoni in Firenze (1840-1842) herschreven in het Toscaans. Het bezorgde hem Europese roem. De uitgave was van grote betekenis voor de ontwikkeling van de roman en van de Italiaanse taal en wordt thans tot de meesterwerken van de wereldliteratuur gerekend. Ogenschijnlijk is het een Milanese roman uit de tijd van de Spaanse onderdrukking omstreeks 1630 maar is in feite een aan de lokale historie van de zeventiende eeuw gespiegeld stuk wereldgeschiedenis, vol meesterlijk getekende figuren.

Uit het werk blijkt het vaste geloof van de auteur in het goddelijk heilsplan, dat de loop der geschiedenis bepaalt. Na 1842 sleet Manzoni zijn jaren in afzondering en hield hij zich bezig met historische, taalkundige en andere studies. In 1860 werd hij senator en in 1872 ereburger van Rome. Manzoni stierf op 22 mei 1873. Zijn uitvaart werd een nationale gebeurtenis. Verdi schreef voor die gelegenheid zijn Requiem, dat echter pas een jaar later werd uitgevoerd. Zijn buitenhuis in Lecco (bij het Comomeer) is thans het ‘museum van I promessi sposi’.

Tot Manzoni’s bekendste werk behoort:

Poëzie: Del trionfo della libertà (1801); In morte di Carlo Imbonati (1806); Urania (1809).
Politieke ode: Marzo 1821 (1821).
Drama’s: Il conte di Carmagnola (1820); Adelchi (1822).
Proza: Storia della colonna infame (1829).
Theoretische geschriften: Osservazioni sulla morale cattolica (1819); Lettre à Mr. Chauvet sur l’unité de temps et de lieu dans la tragédie (1820); Sul Romanticismo (1823); Del romanzo storico e in genere de’componimenti misti di storia e d’invenzione (1845); Dell’invenzione (1845; dialoog); Dell’unità della lingua e dei mezzi di diffonderla (1868).

ACHTERGROND

Een boek dat onlosmakelijk verbonden is met de Italiaanse onafhankelijkheidsstrijd is De verloofden (I Promessi Sposi), het magnum opus van Alessandro Manzoni (1785-1873). Het is een van de grootste klassiekers uit de Italiaanse literatuur. Voor studenten Italiaans is de originele versie een must, maar in 2004 werd het boek (een kanjer van ruim 650 pagina’s) in een nieuwe Nederlandse vertaling door Athenaeum-Polak & Van Gennep uitgegeven (ISBN: 978 90 253 3411 6). Het boek kostte bij verschijning al ruim 54 euro en vandaag worden op websites voor tweedehandsboeken in goede staat nog altijd stevige prijzen gevraagd voor voor een exemplaar van dit verzamelobject. Vroege drukken in het Italiaans zijn al helemaal onbetaalbaar geworden.

Er is wellicht geen enkel ander kunstwerk dat meer impact heeft gehad op de Italiaanse eenmaking dan ‘De verloofden’ van Alessandro Manzoni, zo vond ook Giuseppe Verdi. Dat was geen valse bescheidenheid van de componist van grote nationalistische opera’s als Nabucco en Aida, zoals blijkt uit het Requiem dat hij voor Manzoni’s dood componeerde.

Wie van beide boegbeelden ook het meeste invloed heeft gehad, met De verloofden voorzag Manzoni in de noden van het toekomstige Italië. Ruim 30 jaar vóór de eenwording schreef hij de bestseller die de man in de straat een nationale taal en een nationaal gevoel moest bezorgen. Voor de hedendaagse lezer is De verloofden in de eerste plaats een imposante roman die hem of haar bladzijde na bladzijde in de ban zal houden.

Het verhaal is nochtans vlug verteld: het eenvoudige koppeltje Renzo en Lucia wil niets liever dan zich in de echt laten verbinden door hun dorpspastoor Don Abbondio. Maar dat loopt mis: geïntimideerd door twee desperado’s in dienst van de Spaanse landheer Don Rodrigo weigert de pastoor het huwelijk te voltrekken. Als Don Rodrigo het bruidje op de koop toe wil laten kidnappen, slaan de verloofden op de vlucht.

Lucia valt achtereenvolgens in handen van een aristocratische non-tegen-wil-en-dank en in die van een aartsboef, terwijl Renzo in het woelige Milaan terechtkomt, waar hij ten onrechte wordt opgejaagd als een van de kopstukken van een broodopstand. Uiteindelijk vinden Renzo en Lucia elkaar terug in het lazaret, tijdens een adembenemend beschreven pestepidemie die voor de verzamelde personages de functie van een soort Laatste Oordeel vervult.

Het belang van De verloofden voor de Italiaanse taal, identiteit en cultuur kan nauwelijks worden overschat. In het begin van de negentiende eeuw had Italië geen gemeenschappelijke taal. Vreemde bezettingen hadden de ontwikkeling daarvan in de weg gestaan en het literaire Italiaans was te hoog gegrepen voor het gewone volk. Manzoni besefte dat Italië nooit één kon worden zonder een algemene, voor iedereen toegankelijke taal en besloot met zijn roman een nieuwe standaard aan te reiken. Onder meer in navolging van Dante koos hij voor het Toscaans als basis van het moderne Italiaans.

In 1827 verscheen een eerste versie van De verloofden, maar de uit Milaan afkomstige Manzoni kwam niet verder dan een mengeling van Toscaans en Milanees, die hem niet helemaal kon bevredigen. Dus trok hij met zijn gezin naar Florence om – naar eigen zeggen – “zijn kleren in de Arno te gaan wassen”. In de praktijk betekende dit dat hij zijn magnum opus helemaal herwerkte en ditmaal neerschreef in de taal van de Florentijnse middenklasse. Het boek werd opnieuw gepubliceerd in 1840.

Na de Italiaanse eenmaking ging de inmiddels tot taalcommissaris benoemde Manzoni door op zijn elan: hij vatte het plan op om het pasgeboren Italië te onderwerpen aan een legertje Toscaanse leraars, gewapend met een goede uitspraak en een rijke woordenschat. Die taak werd gelukkig overgenomen door De verloofden, een instantklassieker die sinds 1860 verplichte lectuur is op de Italiaanse schoolbanken. De roman werd de moderne bijbel van het jonge Italië en het referentiewerk voor alle latere Italiaanse literatoren.

Er waren nog andere trauma’s die De verloofden moest helen: door de vele opeenvolgende bezettingen waren grote delen van Italië van elkaar vervreemd. Sommige streken hadden enkel de eeuwenlange onderdrukking met elkaar gemeen. Daarom situeert Manzoni zijn verhaal in de 17de eeuw, tijdens de Spaanse overheersing van Milaan: voor de goede verstaander een duidelijke hint naar de Oostenrijkse bezetting van het hertogdom ten tijde van Manzoni en, ruimer opgevat, naar de vreemde machten die Italië al sinds de plundering van Rome in 1527 regeerden. Dit procédé werd door Verdi trouwens gretig gekopieerd.

Daarbij concentreert de auteur zich op de wederwaardigheden van de massa. Anders dan bij Walter Scott of Honoré de Balzac, die respectievelijk voor de adel en de bourgeoisie kozen, wordt de echte geschiedenis bij Manzoni geschreven door de man in de straat. Bij hem speelt de gewone man de hoofdrol.

Met De verloofden wilde Manzoni de Italianen niet alleen verenigen, hij wil ze ook opvoeden. Daarvoor hanteert de schrijver een waardepakket dat nauw verbonden is met zijn achtergrond. Manzoni was een adellijke bastaard uit Lombardije. Na een bewogen jeugd – het huwelijk van zijn ouders liep op de klippen, zijn moeder verhuisde naar Parijs en de kleine Alessandro bezocht het ene internaat na het andere – besluit hij op zijn twintigste zijn moeder achterna te reizen.
In Parijs frequenteert hij de literaire salons en komt hij in contact met de grote verlichte denkers van die tijd. Hij laat de jaren van ijzeren discipline in de colleges achter zich: het verlichte Parijs is voor de jonge Manzoni een openbaring.

Maar een losbandig leventje in de salons zit er niet in. Amper drie jaar na zijn aankomst in Parijs trouwt hij met Henriëtte Blondel, een protestantse die zich onder invloed van een bevriend bisschop tot het katholicisme bekeert. Manzoni, die zijn geloof al vrij vroeg was afgevallen, volgt zijn vrouw in haar bekering. Sterker nog: het verloren schaap legt plots een tomeloze geloofsijver aan de dag. Hij zweert zijn vroege classicistische gedichten af en begint aan een reeks geschriften die overlopen van patriottisme en moralisme en die hem bombarderen tot het culturele boegbeeld van het opkomende Risorgimento, de Italiaanse nationalistische beweging.

Als hij een tiental jaren later, in 1821, aan De verloofden begint, zijn de al te dweperige kantjes van zijn vaderlandsliefde er al afgeslepen. Manzoni is rijper en bedachtzamer geworden en heeft een haarscherp inzicht gekregen in wat het toekomstige Italië nodig heeft. Hij vat het plan op katholicisme, nationalisme en verlichting tot een romantisch geheel te smeden.

Daartoe creëert hij een aantal realistische en zeer herkenbare personages. Maar na de erkenning komt ook de kritiek: Manzoni confronteert de Italianen met hun tekortkomingen. Zo is Don Abbondio, de pastoor met de zwarte soepjurk en ufo-achtige hoed, een onderkruiper die zijn geloof en zijn potjeslatijn alleen bovenhaalt wanneer het hem uitkomt.

Daarbij is hij ongeveer even principevast als de doorsnee Italiaanse politicus maar dat hindert de critici niet. Dat hij de pestepidemie aan het eind toch overleeft, is een illustratie van de raad die Manzoni het jonge koppel (en daarmee alle kinderen van het nieuwe Italië) meegeeft: “Zeg hun dat ze altijd vergevingsgezind moeten zijn, altijd alles moeten vergeven!”

Dat soort gemoraliseer dreigt algauw op de zenuwen te gaan werken, maar Manzoni weet het evenwicht te bewaren via de ironie. Zo begint hij een van zijn talloze lyrische beschrijvingen van het Italiaanse landschap als volgt: “Aan de lucht te zien beloofde het een mooie dag te worden. Aan de ene kant stak een bleke, koele maan nog net af tegen een onmetelijk, bleek hemelsblauw veld dat verder naar het oosten licht geel roze kleurde. Lager aan de horizon hingen enige blauwzwarte, vormeloze wolkenslierten, de laagste aan de onderkant afgezet met een ajourrand van vuur die gaandeweg heller en feller werd”.

Om even later kurkdroog op te merken: “Als Renzo daar gewoon aan de wandel was geweest, had hij zeker omhooggekeken en die dageraad bewonderd, maar hij lette op de weg en stapte flink door om warm te worden en er snel te zijn”.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s