Het gevleugelde skelet in de San Lorenzo in Damaso

De naam San Lorenzo kom je in Rome wel vaker tegen, maar de basiliek San Lorenzo in Damaso waarover we het vandaag even hebben, loop je soms gewoon voorbij. Nochtans is verre van een klein gebouw en heeft dit gebedshuis zelfs twee ingangen. Eentje langs de drukke Corso Vittorio Emanuele, een tweede als je de hoek omslaat, op Piazza della Cancelleria. De kerk is overigens ingebouwd in het gelijknamige Palazzo della Cancelleria. De basiliek van San Lorenzo in Damaso is ook een titelkerk. De kardinaal van de kerk is de Antonio María Rouco Varela uit Spanje.

De oorspronkelijke San Lorenzo in Damaso uit 380 stond op de plaats waar nu de binnenplaats van de Cancelleria ligt en was gericht naar de Via del Pellegrino, een kleiner straatje dat hier wat verderop evenwijdig loopt met de Corso Vittorio Emanuele. De oude kerk werd gesticht door paus Damasus (366-384), de controversiële 36ste opvolger van Petrus.

Het is immers de vraag of de patroonheilige van deze kerk, de van Spaanse origine Damasus, wel het predikaat ‘heilig’ verdient. Hij werd paus na een bloedige strijd en ook na zijn overwinning werden in de Santa Maria Maggiore bij rellen nog 150 personen gedood. Damasus werd zelfs de moordpaus genoemd. In 371 werd hij aangeklaagd wegens echtbreuk en andere ‘misdaden’, maar hij zou hiervan uiteindelijk worden vrijgesproken.

Damasus had alleszins niet veel bewonderaars, men schreef over hem: ‘hoewel een man met praktische scherpzinnigheid en zelfbewuste energie, ontbrak het hem aan grootsheid van geest. Zijn daden en brieven verraden allemaal hetzelfde droge, kille temperament en zijn gespeend van enige spontane grootmoedigheid…’

Ondanks dit alles was deze paus, volgens theoloog Hans Küng ‘gewetenloze bisschop’, toch uiterst belangrijk voor de toekomst van de jonge Kerk. Hij benadrukte het primaat van de Kerk van Rome en haar bisschop. Onder zijn pontificaat beslisten de beperkte concilies van 369 en 378 dat een bisschop zich pas als legitiem mocht beschouwen wanneer hij als zodanig erkend werd door de bisschop van Rome. Zo kon Damasus echter een groot aantal ariaanse bisschoppen afzetten.

Ook sprak hij als eerste van de ‘sedes apostolica’, hij legde de canon van de heilige boeken vast en gaf de heilige Hiëronymus opdracht een bijbelvertaling in het Latijn te schrijven, gekend als de Vulgaat. Damasus schreef vele epigrammen over martelaren wat hem de titel ‘dichter der martelaren’ bezorgde. Hij had de gewoonte zijn bezoek aan een catacombe, basiliek of kerk voor het nageslacht op een muurplaat ter plaatse vast te leggen als een teken van de episcopale band, een traditie die ook tegenwoordig nog wordt gevolgd. Damasus werd begraven in het familiegraf aan de Via Ardeatina, maar in de San Lorenzo in Damaso worden relieken van hem bewaard.

Paus Damasus had in het huis van zijn vader een titulus ingericht en een basilica gebouwd, daarover bestaat historisch geen enkele twijfel. Uit notities van Damasus zelf blijkt dat alle ruimten van het huis die niet opgingen in de ecclesia domestica, gebruikt werden voor kerkelijke doeleinden waaronder ook het grote archief van de Romeinse kerkgemeenschap dat twaalf eeuwen later jammer genoeg zou verloren gaan tijdens de Sacco in 1527.

De basilica werd door Damasus toegewijd aan de heilige Laurentius, een nu verdwenen epigram op de doopvont vermeldde ‘San Lorenzo in Prasino’. Prasinus betekent lichtgroen, het heeft betrekking op de groene partij, een van de factiones die deelnamen aan de wedrennen op het Circus Maximus, hun stallen lagen net naast de oude San Lorenzo. Tijdens opgravingen in 1988, werden onder de Cancelleria funderingen teruggevonden van de vierde-eeuwse San Lorenzo maar ook van de opslagplaats waar de ‘groene’ ploeg de wedstrijdwagens stalde.

In 1495 werd binnen de muren van het in opbouw zijnde palazzo een nieuwe kerk gebouwd die enkele tientallen meters verderop naar het noorden lag ten opzichte van de oorspronkelijke vierde-eeuwse kerk. Tijdens de Franse bezetting werd de kerk gebruikt als paardenstal, waarna uiteraard een grondige restauratie nodig was. De San Lorenzo in Damaso werd verscheidene malen ingrijpend verbouwd, o.a. door Giuseppe Valadier in 1807 en door Virginio Vespignani in de periode 1868-1882. Na de brand van 1939 werd het plafond, met de rozen van kardinaal Pietro Riario, volledig vernieuwd.

De huidige kerk bewaart helaas geen enkele herinnering meer aan de eerste basiliek of de middeleeuwen. Is een bezoek aan deze kerk dan de tijd waard? Daarover verschillen de meningen. Leo van Egeraat vindt ze ronduit lelijk. In een andere reisgids lezen we ‘rather quaint’, en Georgina Masson beschrijft de kerk in haar boeken als ‘waardig’ en meldt dat deze basiliek een ‘overdadige indruk’ geeft.

De ruimte heeft een originele indeling met drie schepen en een voorhal gevormd door arcaden, maar het geheel is inderdaad niet buitengewoon aantrekkelijk. De wijzigingen die Bernini in 1638 aan het het koor en transept aanbracht werden later verwijderd. Rechts van de hoofdingang, tegen de gevelmuur, zie je het het gruwelijke graf uit 1633 van Alessandro Valtrini. Op een ‘wapperend’ stenen gordijn, toonbeeld van de onbestendigheid van het leven, of is het gewoon een doodskleed, bevindt zich een bijzonder luguber gevleugeld skelet dat het portret van de overledene toont. Valtrini, een vermogend man, liet een grote som geld aan de kerk na en dit monument was het bedankje.

In de grote eerste zijkapel rechts (achter glas) wordt een veertiende-eeuws houten kruisbeeld bewaard waarvoor de heilige Birgitta van Zweden gewoon was te bidden en dat volgens de legende ooit tot haar zou gesproken hebben. Ter hoogte van het koor tegen de rechter zijmuur, rechts van de toegang tot de sacristie, staat het graf van graaf Pellegrino Rossi. Als kenner van het staatsrecht en een onkreukbaar man werd hij midden het revolutiejaar 1848 door paus Pius IX tot eerste minister van de Kerkelijke Staat benoemd, een functie die tot dan toe steeds door een kardinaal werd uitgeoefend. Toen hij op 15 november het parlement wou toespreken werd hij doodgestoken.

Het grote schilderij boven het hoogaltaar toont een ‘Kroning van Maria’ door Federico Zuccaro (1540-1609). Je kent deze schilder o.a. van de fresco’s die hij uitvoerde in de Trinita dei Monti en van zijn schilderijen in de San Marcello. In de kapel aan het einde van het linker zijschip hangt een twaalfde-eeuws schilderij dat Maria toont, geïnspireerd op Byzantijnse iconen. Destijds droeg de figuur een gouden kroon en had het schilderij een zilveren omkadering die 25 kilo woog. Maar de troepen van Napoleon Bonaparte namen deze waardevolle delen mee als souvenir en zijn verloren gegaan.

Net vóór deze madonna vind je de tombe van kardinaal Scarampi wiens paleis gesloopt werd om plaats te maken voor de Cancelleria. De barse trekken van deze strijdbare man die zowel generaal als admiraal is geweest en die bij Belgrado de Turken versloeg, werden door Paolo Romano (actief in de periode 1404-1417, niet te verwarren met Giulio) realistisch uitgebeeld. Van deze Romano kennen we ook de twee engelen in de San Cesario bij de thermen van Caracalla.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s