De Muur van Servius Tullius

We hadden het enkele dagen geleden over de toch wel spectaculaire ontdekking die gebeurde onder Palazzo Canevari aan Largo di Santa Susanna in Rome, waarbij een tempel en een woning uit het begin van de zesde eeuw v. Chr. werden opgegraven. Als gevolg daarvan moet nu ook het juiste traject van de Muur van Tullius worden herbekeken. Dat is de eerste stadsmuur rond Rome die werd voltooid door koning Servius Tullius. Op verschillende plaatsen in Rome zijn nog steeds delen van die originele muur te zien. De fraaiste resten vind je vlak naast het spoorwegstation Roma Termini en op de Aventijn. Vandaag bekijken we deze Mura Serviane, ook weleens de Republikeinse Muur genoemd, even van dichterbij.

Het kan interessant zijn om de bestaande resten van de Muur van Tullius in Rome eens volledig af te stappen. Het is een minder zware opgave dan de Muur van Aurelianus afwandelen, maar het vergt wel wat meer zoekwerk. Er bestaat voldoende kaartmateriaal en documentatie om die resten zonder veel problemen op te sporen, al blijven ze soms beperkt tot enkele blokken steen of zit een stukje muur goed verstopt tussen twee moderne gebouwen.

Wie aan zo’n wandeling begint (best niet beperken tot één dag) maakt als het ware een speurtocht doorheen het Oude Rome. De zoektocht naar de wortels van de Eeuwige Stad stopt nooit, ook al bevinden we ons in dit geval in de vrij prille Republikeinse tijd, zo’n 2.500 tot 2.600 jaar geleden. Het mag al een wonder heten dat er ook maar iets is overgebleven uit die periode. Soms kan je resten van de Muur van Tullius gewoon letterlijk naast de straat vinden, waarbij de auto’s en de aanleg van de weg in kwestie gewoon voorrang kregen. Het stuk muur dat in de weg zat, werd gewoon weg gehakt.

Vlak naast het spoorwegstation Roma Termini bevinden zich een aantal zware opgestapelde steenblokken. Het zijn de resten van de Mura Serviane, de historische stadsmuur uit de Republikeinse tijd maar die in latere eeuwen verschillende keren werd hersteld. Op Piazza Albania op de Aventijnse Heuvel vind je ook nog verschillende mooie restanten van de Muur van Tullius. Mits enig zoekwerk en wat opmerkingsgave, kom je ook elders in de stad nog resten van de originele stadsmuur tegen.

Het historische belang van de Mura Serviane is niet te onderschatten. Bedenk dat het wellicht deze versterkte muur is geweest die de Carthagers onder leiding van Hannibal uiteindelijk deden afzien van een aanval op de stad. Zonder deze muur was Rome misschien al lang geleden van de kaart verdwenen of had de stad nooit de status gekregen die ze in de komende eeuwen wist op te bouwen. Dat is natuurlijk giswerk.

De muur aan Stazione Termini is het grootste behouden deel van de verdedigingsmuur die zowat zes eeuwen ouder is dan deze van Aurelianus (270-275). De eerste stadsmuur wordt zoals verteld toegeschreven aan koning Servius Tullius. Maar volgens de legende bouwde de eerste Etruskische koning van Rome, Tarquinius Priscus (616-579) echter ook al een stadsmuur met een lengte van elf kilometer. Als dat klopt, was dit (strikt genomen) de tweede muur van Rome en is die van Servius Tullius de derde. De eerste, uit de tijd van Romulus, de stichter van de stad, kronkelde zich rond de Capitolinus.

De muur van koning Tarquinius Priscus zou de ‘zeven heuvels’ hebben omvat, maar niet het latere Campo Marzio, het Marsveld in de Tiberbocht. Hij werd opgebouwd in opus quadratum en zou daarna voltooid zijn door Servius Tullius (579-534), de opvolger van Priscus. De Muur van Priscus en die van Servius Tullius zijn dus meer dan waarschijnlijk dezelfde, al bracht deze laatste wel zeer forse verstevigingen en uitbreidingen aan. Dat zou in de komende eeuwen wel vaker gebeuren.

De muur werd gebouwd volgens de zogeheten ‘cyclopische bouwwijze’, waarbij grote steenblokken van ongelijke grootte in mekaar gepast en opgestapeld werden. In Rome heeft men zich lange tijd tevreden gesteld met de plaatselijke tufsteen die men onder andere vond net naast het Capitool.

Deze steen, vandaag ‘cappellaccio’ genoemd, was vast geworden vulkanische as, somber grijs van kleur en uiterst brokkelig zodat hij gemakkelijk te verwerken was. De muur was twintig meter hoog, drie tot vijf meter dik, had twaalf poorten en liep deels langs de Tiber. Trastevere, het Marsveld en de hele actuele Via del Corso vielen buiten de stadsmuur.

Tegenwoordig wordt er overigens aan getwijfeld dat de muur aan Termini inderdaad uit de zesde eeuw v. Chr. dateert. Men houdt het vaker bij 378 v. Chr., al is de kans groot dat bepaalde delen inderdaad veel ouder zijn en effectief in de tijd van Servius Tullius of zelfs nog eerder werden gebouwd. Het is geschiedkundig een gevaarlijke redenering omdat Etruskische steden destijds echte bolwerken waren, maar het is momenteel volkomen onduidelijk of de stad Rome toen ook al op een dergelijke manier werd versterkt.

Wel zeker is dat in het begin van de vierde eeuw, nadat de stad deels bezet werd door Galliërs, overigens een actie die het jonge Rome bijna fataal werd, de beslissing werd genomen om een muur te bouwen waarbij oude rotsblokken en nieuwe blokken van tufsteen, afkomstig uit de steengroeve van Grotta Oscura werden gebruikt. Een aantal strategische punten werden verstevigd met een wal en een greppel achter de muur. De nu nog zichtbare delen dateren wellicht uit de tijd kort na de voormelde veldtocht tegen Rome door de Galliërs onder Brennus (390 v. Chr.) toen de stadsmuur, volgens Livius, vernieuwd, uitgebreid of gebouwd werd.

Servius Tullius (579-534) was de opvolger van de eerste Etruskische koning Tarquinius Priscus (616-579) en naar eigen zeggen de zoon van een slavin van koning Tarquinius en verwekt door een goddelijke geest die uit de vlammen van een haardvuur opsteeg. Dat is natuurlijk op z’n minst een twijfelachtig verhaal.

Volgens keizer Claudius en afgaande op muurschilderingen in de Etruskische ‘tomba François’ nabij Vulci, was Servius Tullius echter gewoon een Etruskische avonturier, Mastarna genaamd, die er als leider van een gewapende bende in slaagde zich met geweld de macht over Rome toe te eigenen. Hij steunde daarbij op de onderste lagen van de bevolking, wat ook de basis was voor zijn verhaal over zijn afkomst uit de slavenklasse.

Servius Tullius ontwikkelde wat we nu een burgerleger zouden noemen, met gelijk bewapende soldaten die getraind waren om in slagorde te vechten. Deze militaire revolutie, in feite Grieks van origine, ging gepaard met ingrijpende sociale en economische veranderingen. Dit leidde tot een stormachtige economische ontwikkelingen en een grote bouwkundige bedrijvigheid. Er ontstonden in die tijd tal van tempels en heiligdommen op het Forum Romanum, het Forum Boarium, de Capitolinus en de Equilinus.

Vandaag vind je in de Via Leonina, niet ver van het Colosseum, een hoog oplopende trap, de Salita dei Borgia. Tot halfweg de negentiende eeuw liep deze trap vanuit de Via Leonina zonder onderbreking door tot aan Piazza di San Pietro in Vincoli, dus over de huidige Via Cavour. Vandaag stap je rechtstreeks vanaf de Via Cavour door de Scalinata dei Borgia naar Piazza di San Pietro in Vincoli. Aan de plek, waar later deze trappen werden aangelegd, is het jammerlijke einde van koning Servius Tulllius verbonden.

Servius Tullius had een dochter Tullia, die met een zekere Tarquinius was gehuwd. Tullia was echter zo op macht belust, dat ze haar echtgenoot ertoe aanzette haar vader van de troon te stoten. Het koningschap was in die tijd niet erfelijk. Na gewond te zijn geraakt tijdens een vechtpartij die Tarquinius in de Curia had uitgelokt, stierf de Etruskische koning Servius Tullius, verraden door zijn eigen dochter, zwaar gewond en verminkt op straat, precies op de plaats waar nu de Salita dei Borgia ligt.

Meer dan vijf eeuwen later vertelt Titus Livius (59 v. C. – 17 n. Chr.) in zijn lijvige werk over de geschiedenis van Rome dat Tullia, meegesleept door waanzin en razernij, met haar rijtuig het lijk van haar vader verpletterde. De wagen en Tullia zelf werden bespat met het bloed van haar vermoorde vader, en zo reed ze volgens de verslaggever naar huis. Haar man werd op die manier als Tarquinus Superbus (534-509 v. Chr.) alsnog de allerlaatste koning van Rome.

Sinds die dag staat het illustere trappenstraatje bij de Romeinen bekend als de Vicus Scelaratus (Vicolo Scellerato) of het ‘straatje van de misdaad’. Het feit dat een straatnaam de geschiedenis zowat 25 eeuwen overleeft, is ook al vrij uniek. In Rome krijg je echter het gevoel dat dit een alledaags fenomeen is. Dat zal wel te maken hebben met de onvoorstelbare brokken oudheid en archeologische ontdekkingen die je in Rome bij de minste wandeling tegemoet komen. Inderdaad, je hoeft er in deze archeologische speeltuin zelfs niet echt naar te zoeken. Wat is dit toch een fijne stad!

Eén van de vele links waar je meer info kan vinden over de Mura Serviane.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s