De plaats van Gallië in het Romeinse Rijk

Regelmatig lezen we berichten over Romeinse vondsten in onze streken, archeologische ontdekkingen uit de Romeinse tijd, enz. Hoewel onze gebieden behoorden tot het uitgestrekte Romeinse Rijk wordt ook vaak de term Gallo-Romeins gebruikt. Maar Gallië was een zeer groot gebied, dat zich veel verder uitstrekte dan alleen maar onze gewesten.

Gallia Transalpina (ook Gallia Comata of Gallia Ulterior genoemd), heette bij de Romeinen de streek begrensd door Alpen, de Rijn, de Atlantische Oceaan, de Pyreneeën en de Middellandse Zee en omvatte het huidige Frankrijk en België, evenals een deel van Nederland, Zwitserland en Duitsland.

Zowel geografisch als historisch ervan gescheiden was Gallia Cisalpina (ook Gallia Togata of Gallia Citerior genoemd), dat het noorden van Italië omvatte en door de Po verdeeld werd in Gallia Transpadana ten noorden van de rivier en Gallia Cispadana ten zuiden ervan.

Aan het einde van de derde eeuw v.C. was heel Gallia door Kelten bewoond. In Midden-Gallia waren de talrijkste en sterkst georganiseerde volken gevestigd, omdat dit gedeelte van het land het vroegst bezet en het pre-Keltische element er het zwakst vertegenwoordigd was. Tussen de Seine en de Loire lag het grondgebied der Carnutes, in wier dichte bossen de druïden van het hele land hun jaarlijkse bijeenkomsten hielden.

Hun voornaamste steden waren Autricum (Chartres) en Cenabum (waarschijnlijk Orléans). Ten zuiden van de Loire lag Avaricum (Bourges), de hoofdplaats van het volk der Bituriges. Het uitgestrekte gebied tussen Loire en Saône behoorde toe aan de Aedui, die de vesting Bibracte en handelsplaatsen langs de stromen bezaten. Het Centraal Plateau met zijn strategische punten, als Gergovia, was bezet door de Arverni. In Aremorica (Bretagne en Normandië), dat pas later gekeltiseerd werd, was het pre-Keltische element sterker.

Meer oostwaarts, aan de oevers van de Seine, de Oise en de Marne, woonden de Parisii rond hun hoofdplaats Lutetia, ten westen van de Jura de Sequani (Vesontio = Besançon), voorts in Zuid-Gallia de Alobroges (Vienne, Genève, Grenoble). Het noorden van Gallia was de woonplaats van de Belgae, onderverdeeld in Morini en Menapii, Atrebates, Nervii, Bellovaci, Suessiones (Noviodunum = Soissons), Remi (Durocortorum = Reims), Treveri, Aduatuci en Eburones.

Julius Caesars veldtocht (58-51 v.C.) betekende het einde van de onafhankelijkheid van de Gallische Kelten. Reeds omstreeks 120 v.C., toen de Romeinen het door Kelten en Liguriërs bedreigde Massilia (sedert 600 v.C. het uitgangspunt voor de verbreiding van de Griekse beschaving via de Rhône naar het binnenland) hulp boden, was de verovering van een gedeelte van Gallia Transalpina begonnen.

Door de stichting (125-118 v.C.) van een Romeinse provincie, Gallia Narbonensis, werd de verbinding tussen Italië en Spanje verzekerd. Na een tijdelijke desorganisatie door de inval der Cimbren en Teutonen (113-101 v.C.) richtte keizer Augustus in 27 v.C. Gallia definitief in.

Hij verdeelde het door Caesar veroverde gebied in drie keizerlijke provincies (de Tres Galliae): Aquitania, tussen Pyreneeën, Loire en Cevennen; Lugdunensis, tussen Loire, Atlantische Oceaan, Seine en Saône en tenslotte Belgica, tussen Seine, Noordzee en Rijn. Gallia Narbonensis werd later Senaatsprovincie.

Keizer Diocletianus (244-311 na Chr.) verdeelde bij zijn reorganisatie van het Romeinse Rijk Gallia in twee diocesen, die elk een aantal provincies omvatten. De Romeinse overheersing, die vijf eeuwen duurde, wordt de Gallo-Romeinse periode genoemd. In Gallia Cisalpina (het geboorteland van dichters als Catullus en Vergilius en van prozaschrijvers als Livius en Plinius) had Cispadana reeds in 90 v.C. en Transpadana in 49 v.C. Romeins burgerrecht verkregen.

In de keizertijd werd het geleidelijk over Gallia Transalpina uitgebreid en reeds onder Claudius I (48 n.C.) werden Galliërs tot de Romeinse Senaat toegelaten. Eerst werden de hogere standen geromaniseerd, dus gewonnen voor de Grieks-Romeinse beschaving, door de Latijnse taal verspreid. Via de hoge standen, en ook doordat Galliërs in het Romeinse leger werden ingelijfd, werden bredere lagen van de bevolking bereikt en had het Latijn in verrassend korte tijd het Keltisch verdrongen.

De fundi of grote domeinen werden de nieuwe vormen van landbouwexploitatie, ook voor de wijnbouw. Stenen huizen, tempels, theaters en amfitheaters kwamen in de plaats van de vroegere houten constructies. Nieuwe steden werden gesticht; de keramieknijverheid was belangrijk. Het wegennet werd uitgebreid en verbeterd. De Germaanse invallen vanaf het midden van de derde eeuw luidden het einde van deze bloeitijd in. Vervolgens maakte het gebied deel uit van het Frankische Rijk en Frankrijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s