De San Giorgio in Velabro

Aan de Via del Velabro vind je de San Giorgio in Velabro, een kerk die in de zevende eeuw werd gebouwd op de plaats van een zesde-eeuwse diaconie van oosterse monniken. Ze werd geopend in 685 na Chr. en was na de hier vlakbij gelegen Santa Maria in Cosmedin (Piazza della Bocca della Verità) één van de allereerste Romeinse diaconieën met een gebedshuis. Niet alleen in ouderdom, ook in stijl en geschiedenis vertonen beide kerken opmerkelijke overeenkomsten. Paus Gregorius I, bijgenaamd de Grote (590-604) gaf de hier werkzame monniken toestemming om naast hun zorgverleningsactiviteiten ter plaatse ook hun priesterlijk ambt uit te oefenen zodat deze diaconie reeds erg vroeg werd uitgebreid met een kerk.

Zowel de vroege, eerste cultusplaats als de diaconie maakten voor de bouw gebruik van bestaande gebouwen uit de tijd van keizer Septimius Severus (193-211). De Griekse paus Leo II (682-683) restaureerde het cultusgedeelte zeer ingrijpend, en wijdde de vernieuwde kerk aan San Giorgio (Joris) en San Sebastiano.

Amper zes decennia later koos paus Zacharias (741-752), ook een Griek, voor een totale nieuwbouw vanaf de fundamenten. Daarbij bleef het grondplan hetzelfde met drie onregelmatige schepen waarbij de buitenmuren versmallen naar de apsis toe. De zeer mooie Ionische porticus of voorhal en de romaanse campanile werden pas tijdens de twaalfde eeuw toegevoegd. De toren is iets zwaarder dan bij dit soort kerken gebruikelijk is, maar bezit toch een grote schoonheid.

Op 27 juli 1993 werd de porticus volledig vernield door een aanslag die werd uitgevoerd met een bomauto die door de maffia tot vlakbij de ingang van de kerk was gereden. In de kerk worden foto’s van deze vernielingen getoond. De duizenden fragmenten werden bij elkaar gepuzzeld en nauwkeurig gerestaureerd. Wie op archiefbeelden ziet hoe de porticus verwoest was, staat versteld dat de restauratie zo goed is gelukt.

Op de kerkgevel, binnen de porticus, staat links hoe hoog de Tiber reikte in december 1870, het bewijst nog maar eens hoe deze kerk (en vele andere Romeinse gebouwen) gedurende eeuwen kwetsbaar waren voor de vernielende overstromingen. Let bij het binnengaan op het hoogteverschil maar vooral op de prachtige omlijsting van de ingangsdeur.

Het interieur uit de achtste eeuw bleef helemaal ongeschonden en maakt bij elk bezoek steevast grote indruk door de stilte en verlatenheid. Toeristen tref je hier nauwelijks gaan, die gaan in deze omgeving liever hun hand in de Bocca della Verità steken, een oud putdeksel dat in de portiek van de Santa Maria in Cosmedin staat.

Zeer mooi ook zijn de grijsschakeringen van de antieke zuilen, het stenen altaar met een prachtig twaalfde-eeuws ciborium en het sobere houten plafond. Een ciborium is een altaaroverkapping die op vier zuilen rust en de vorm heeft van een omgekeerde drinkbeker, vervaardigd uit metaal, hout of steen. Soms heeft het ook de vorm van een baldakijn. Oorspronkelijk was het bedoeld als bescherming, maar later werd het meer als versiering toegepast.

De enige kleurentoetsen binnen deze gewijde ruimte komen van het dertiende-eeuwse mozaïek op het altaar en het fresco in het schelpvormige bovendeel, de concha. De twee rijen van acht granieten en marmeren pijlers, gerecupereerd uit antieke gebouwen, zijn verbonden door onversierde, onregelmatige bogen, ze hebben Ionische en Korinthische kapitelen uit de zevende eeuw.

De apsis is verhoogd, dit is wellicht een ingreep die in de elfde eeuw gebeurde. De mooie antieke vensters werden tijdens de vorige eeuw gerestaureerd. Let ook op de houten, met stenen belegde open dakstoel van de zijschepen. Rechts naast de ingang zien we in de zijschepen tegen de buitenmuur, fragmenten van de ontmantelde negende-eeuwse schola cantorum.

Het fresco van de apsis uit 1295 werd in de zestiende eeuw nogal grof bijgewerkt zodat van het origineel helaas weinig overblijft. Het stelt de zegenende Christus voor omringd door Maria, de apostel Petrus en de heiligen Gregorius met paard links en Sebastiaan rechts. Dit werk werd lange tijd toegeschreven aan Giotto (1266-1337), maar recent onderzoek houdt het bij Pietro Cavallini (ca. 1259-1330) en/of zijn school.

De in Rome geboren en overleden Cavalini is wellicht wat minder bekend maar wordt weleens de vader van de westerse schilderkunst genoemd. In de weinige van hem behouden werken zien we nog de meester van de antieke en Byzantijnse uitbeeldingsvormen, maar door zijn bijzonder coloriet en door de variatie in de lichaamshoudingen, brengt hij de traditionele uitbeeldingswijzen tot een ontwikkeling die, net als bij de iets jongere Giotto, leidt tot een nieuwe of toch vernieuwende schilderkunst.

Onder het hoogaltaar van de San Giorgio in Velabro rust achter tralies een stukje van de schedel van de heilige Giorgio. Het relikwie zou in 749 in het Lateraanse paleis gevonden zijn en door paus Zacharias (741-752) in plechtige processie hierheen gebracht. Andere bewaarde relieken zijn het zwaard en het vaandel van de betwiste heilige.

Giorgio of Gregorius of Joris, die wij kennen als de overwinnaar van de draak, was afkomstig uit het toen Griekse Cappadocia. Hij was een hoge militair in het leger van Diocletianus (285-305) en drong er bij de keizer op aan de christenvervolging te staken. Het gevolg was dat hij aan de beulen overgeleverd werd.

Gregorius moest een gehele nacht het gewicht van een zware steen op zijn borst verdragen, daarna werd hij op een rad met ijzeren tanden langzaam ontvleesd, in de kokende olie geworpen en kreeg hij een gifbeker te drinken. Maar sterven deed hij niet. Terwijl hij rustig de folteringen onderging flitste er een bliksemstraal uit de hemel en een stem riep: ‘Joris wees niet bang, ik ben bij jou’. Keizerin Alexandra was zo onder de indruk dat ze zich meteen bekeerde. Giorgio werd uiteindelijk onthoofd.

Later werd hij uiteraard de patroon van het Byzantijnse leger en was zeer populair bij de Grieken in Rome. Sint-Joris of San Giorgio is één van de heiligen die wellicht nooit heeft bestaan en zijn bestaan dankt aan een mix van legendes en mythologie. Sint-Joris wordt traditioneel afgebeeld met een draak, die hij volgens de overlevering zou hebben gedood. De draak staat hierbij symbool voor het heidendom. Het verslaan van de draak symboliseert de bekering van een heidens land of stad tot het christendom.

Recent trok ook het Vaticaan het bestaan van de heilige Giorgio in twijfel, zodat hij zijn statuut van heilige verloor, maar voor de San Giorgio in Velabro veranderde er duidelijk niets. Sebastiaan, de medepatroon van deze kerk en eveneens een militair, hield Giorgio hier geruime tijd gezelschap tot hij een eigen kerk kreeg aan de Via Appia, de San Sebastiano ad Catacumbas of Sint-Sebastiaan buiten de Muren.

Tegen de linker buitenmuur van de San Giorgio in Velabro bevindt zich een kleine antieke boog, de Arco degli Argentari. Dat is een volgend verhaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s