De legendarische Tarpeïsche rots in Rome

Als je vanaf de Via Luigi Petroselli de Vico Jugario inloopt, zie je op een bepaald moment links boven je de flank van de legendarische Tarpeïsche rots of de Rupe Tarpea. Alleen al over dat gegeven bestaat discussie, want hoewel sommigen beweren dat dit overblijfsel helemaal geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke rots, zijn anderen ervan overtuigd dat het hier effectief om de laatste resten van de Tarpeïsche rots gaat. Het is slechts na veel aarzelen dat historici uiteindelijk hebben beslist om deze 25 m hoge, nogal abrupte zuidflank van de Capitolijnse heuvel als zodanig te identificeren. Een kleine minderheid blijft echter de rots situeren onder de huidige Santa Maria in Aracoeli.

Dat lijkt echter niet logisch. Wij zijn geneigd de beruchte rots inderdaad te situeren op de plaats waar (komende vanaf Piazza del Campidoglio aan de andere zijde) de Via Monte Tarpeo eindigt aan het begin van het Forum Romanum. Wat we vandaag beschouwen als de Tarpeïsche rots ligt aan de voet van de als parkeerruimte gebruikte Piazza della Consolazione, met daar vlakbij, hoog boven een trap, de Santa Maria della Consolazione staat.

Ongetwijfeld zijn in de loop der eeuwen stukken van de oorspronkelijke rots weggehakt, afgevoerd als bouwmateriaal of gewoon om plaats te maken voor andere zaken. Wat er in de loop der eeuwen op stedenbouwkundig vlak in deze kernzone van de historische stad allemaal is gebeurd, valt helaas niet meer te achterhalen.

De Tarpeïsche rots (Saxum Tarpeium of Rupes Tarpeia) heeft in de geschiedenisboeken een beruchte plaats verworven. In de eerste eeuwen van Rome werden verraders of tegenstanders van deze rots geduwd om vele meters lager te pletter te vallen. Volgens de Romeinse Twaalftafelenwet kon men van de Tarpeïsche rots worden gegooid voor het afleggen van valse getuigenissen of als slaaf een diefstal te plegen.

Andere vergrijpen waarvoor men deze straf kon krijgen waren verraad tegenover de eigen meester, incest, het overlopen naar de vijand of vluchten, landverraad en incest als Vestaalse maagd. De uitvoering van de straf was in handen van tribunen of tribunen en consuls. De laatst bekende executie vond plaats in 43 na Chr., daarna werd deze straf afgeschaft.

De Twaalftafelenwet of Duodecim Tabularum Leges noemt men de oudste optekening van de civiele wetten van het Romeinse Rijk, die aan de basis stonden van het Romeinse recht. De Wet van de Twaalf Tafelen dateert van omstreeks 451 v. Chr. en kwam volgens de overlevering tot stand op aandringen van de plebejers.

Een college van tien mannen, de decemviri legibus scribundis, zouden de tot dan ongeschreven wetten van het gewoonterecht hebben genoteerd op twaalf stenen tafelen, zodat ze voor iedereen zichtbaar en kenbaar zouden zijn. De commissie was oorspronkelijk samengesteld uit tien patriciërs, die onder opschorting van de bestaande constitutie, met buitengewone volmachten (consulari imperio) moesten zorgen voor de codificatie van het recht.

Na een voorafgaande studie over het Griekse rechtssysteem, met name die van Solon, de Solonische codex, redigeerden zij tien tabulae, waaraan een tweede commissie, bestaande uit vijf plebejers en vijf patriciërs, er in 450 v. Chr. nog twee toevoegden. Zo kwam de Twaalftafelenwet tot stand. Het was de eerste keer dat er geschreven wetten waren in Rome.

De inhoud is typerend voor een republiek waarin het leger centraal stond. Na de verwoesting van de originele stenen tafelen door de Galliërs, werd een bronzen versie geplaatst, die in de loop der eeuwen eveneens verdween en, zoals zoveel andere bronzen voorwerpen en beelden, waarschijnlijk werd omgesmolten voor een volgende doel. Het is algemeen geweten dat vele bronzen (kunst)voorwerpen die vandaag in Rome te zien zijn, zoals het baldakijn dat Bernini maakte voor de Sint-Pietersbasiliek of de kanonnen van de Engelenburcht, vervaardigd zijn met brons dat afkomstig is uit de oudheid.

De Wet omvatte zowel civiele rechten als de te volgen civiele procedures uit de oud-Romeinse tijd. De tekst van de oorspronkelijke Wet is verdwenen, maar er zijn wel citaten teruggevonden. Opmerkelijk is de inscriptie dat men bij een beschuldiging van diefstal, toen reeds de intentie om te stelen diende te bewijzen.

Eén van de inscripties maakte het de pater familias mogelijk om een pasgeboren nakomeling met een zichtbaar gebrek (lichamelijk gehandicapt) zonder het risico op strafvervolging te doden. Dat moest wel gebeuren vóór het kind tien dagen oud was. Dit was een onderdeel van het ius vitae necisque, het recht om te oordelen over het leven en dood van de eigen kinderen.

In de praktijk werd deze wet echter zeer ruim geïnterpreteerd. Ook bastaarden of (indien het niet in de erfopvolging paste) meisjes werden ter dood gebracht of in het beste geval ergens gedumpt. Het achterlaten van pasgeboren kinderen op publieke vuilnishopen was in het hele Romeinse Rijk tot 374 na Chr. volkomen legaal. De kinderen overleefden dit meestal niet of kwamen (in het beste geval) terecht in de slavernij omdat ze toevallig werden gevonden.

Maar nu even terug naar de Tarpeïsche rots, die zijn naam dankt aan de mythische Vestaalse maagd Tarpeia, de dochter van Spurius Tarpeius die op de Capitolijnse heuvel burchtbewaker was in de periode van de stichting van Rome, tevens de tijd van de legendarische Sabijnse maagdenroof. Dit verhaal, waarin Tarpeia een belangrijke rol speelt, gaat terug tot de verste geschiedenis van Rome. Nadat hij zijn broer had gedood, deed Romulus zijn best om de door hem gestichte stad te bevolken. Hij verkondigde dat alle vogelvrijverklaarden die in Rome hun toevlucht kwamen zoeken, veilig zouden zijn.

Dat lukte aardig. Al snel ontstond een grote nederzetting die echter uitsluitend uit mannen bestond. Om dit probleem op te lossen besloot Romulus de jonge vrouwen van de naburige stam der Sabijnen, die op de Quirinaalheuvel woonden, te ontvoeren. Romulus nodigde de Sabijnen uit om samen met hun familie de spelen bij te wonen die hij op de Palatijnse heuvel zou organiseren naar aanleiding van de consualia, het feest van Consus, de Romeinse god van de geborgen oogst. Tijdens de feestelijkheden, toen de Sabijnen met het hoofd in de wolken rondliepen en al aardig beneveld waren door drank, werden alle huwbare Sabijnse meisjes door de Romeinen weggevoerd. In totaal zouden 683 Sabijnse vrouwen gevangen genomen zijn.

De Sabijnen waren uiteraard razend en konden niet lachen met deze flagrante schending van de regels van gastvrijheid. Titus Tatius, de koning van de Sabijnen, reageerde eveneens woest op deze daad en vormde een leger om de Romeinen een lesje te leren. Om een nakende oorlog te vermijden zou Tarpeia toen de Sabijnse koning hebben aangeboden zijn troepen toegang tot de burcht op de Capitolijnse heuvel te geven. Zij deed dit echter niet zozeer om de vrede te bewaren, maar wel om er zelf beter van te worden. Voor haar diensten verlangde zij immers een gepaste beloning, wat haar meteen tot verraadster van het prille Rome maakte.

De Sabijn beloofde haar te vergoeden met alles wat hij en zijn troepen aan hun linkerarm droegen. Dat waren gouden armbanden en ringen, maar ook zware bronzen schilden. De jonge vrouw verheugde zich in het vooruitzicht van al die kostbare sieraden. Maar zodra de Sabijnen boven op de rots stonden, liet Tatius het meisje bedelven onder de bronzen schilden van zijn manschappen. Daarna werd ze meer dood dan levend vanaf de rots te pletter gegooid. Zoals wel vaker gebeurde in die tijd werd haar bedrog met bedrog terugbetaald, ditmaal door de vijanden van Rome. Sindsdien heet deze rotsflank de Tarpeïsche rots. Er bestaan munten uit deze tijd waarop het legendarische verhaal van Tarpeia die wordt bedreigd door de vijandelijke schilden staat afgebeeld.

Het ultieme gevecht tussen Romeinen en Sabijnen in het dal tussen het Capitool en de Palatijn, op de plaats van het latere Forum Romanum, werd verijdeld dankzij de bemiddeling van de Sabijnse vrouwen die zich nog vóór de strijd opstelden tussen de twee partijen en verzoening eisten. Omdat de voorbereiding op de oorlog een aantal maanden had geduurd, troffen de Sabijnen hun vrouwen aan met nieuwe mannen. De meeste voormalige Sabijnse maagden waren inmiddels zwanger of hadden al kinderen.

Het conflict eindigde met een verbond tussen de Romeinen en de Sabijnen, waarbij Titus Tatius en Romulus samen regeerden. Na de moord op Titus Tatius stelde Romulus, nog steeds volgens dezelfde overlevering, het college der Sodales Titii in, met de bedoeling diens herdenkingscultus te verzorgen.

De veronderstellingen dat Titus Tatius zijn naam zou gegeven hebben aan de oud-Romeinse tribus van de Tities, en dat zijn co-regentschap met Romulus door de Romeinse geschiedschrijving zou uitgevonden zijn als historisch precedent voor het collegialiteitsprincipe in de Romeinse republikeinse magistratuur, kunnen onvoldoende worden bewezen.

Ook veel later bleef deze kant van de Capitolijnse heuvel een absoluut te mijden plaats. Eeuwenlang geloofden de Romeinen dat het hier spookte. Bovenaan stond een nog steeds bestaand beeldhouwwerk van een paard dat door een leeuw wordt aangevallen. Kleine misdadigers, oneerlijke handelaars en chronische schuldenaars werden tijdens marktdagen op dit beeld publiek vernederd waarbij hun gezicht met honing werd ingesmeerd, wat massaal insecten aantrok en hun tronie voor ettelijke dagen letterlijk brandmerkte, zodat ze door het publiek werden herkend en gemeden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s