Het klooster van Sant’Onofrio

Het klooster van Sant’Onofrio (al Gianicolo), zoals de naam het aangeeft gelegen op de Janiculus-heuvel in Trastevere, behoort tot het grondgebied van het Vaticaan. Het is de officiële kerk van de pauselijke Orde van de Ridders van het Heilig Graf. Eén van de zijkapellen is volledig gewijd aan deze Orde en een voormalige grootmeester, Nicola Canali, ligt er begraven. Sinds 1946 maakt de Society of the Atonement hier de dienst uit, ook bekend als de (Franciscan) Friars and Sisters of the Atonement of de Graymoor Friars and Sisters. Het is een Amerikaanse religieuze orde die in 1898 in New York gesticht werd. Hun vestiging in Rome is de enige op het Europese continent. De misvieringen gebeuren in het Italiaans. In feite zijn het Anglicanen, maar omdat ze de autoriteit van de paus aanvaarden, werd deze gemeenschap door Pius X in 1909 opgenomen binnen de katholieke Kerk. De paters hebben ook een oecumenisch centrum, het Centro pro Unione, met boekenwinkel, aan de Via di Santa Maria dell’Anima 30, vlakbij Piazza Navona.

De vrij drukke verkeersweg naast het klooster, die pas in 1884 aangelegd werd, verstoort de sereniteit van de omgeving. Toen de zalige eeuweling Nicola de Forca Palena (1349-1449), broeder van de Orde der Heremieten van de heilige Hiëronymus, dit klooster in 1434 oprichtte, moet het op deze heuvel als een haast onbereikbare en eenzame kluis hebben gelegen. De kloosterlingen werden de Gerolamini genoemd omdat ze de regel van de heilige Hiëronymus volgden, de ascetische vertaler van de bijbel (Vulgaat).

De keuze als patroon van de Egyptische heremiet Nicolaas Onuphrius of Onofrio, in het Engels Saint Humphry, met feestdag op 12 juni, verwijst naar de kluizenaar die de ontbering zo ver dreef dat hij zich enkel kleedde met zijn eigen haar. Zijn cultus kwam in de twaalfde eeuw naar Rome samen met de kruisvaarders. In de daaropvolgende eeuwen werd deze plaats op de helling van de Janiculus voor de Romeinen geleidelijk een pelgrimsoord, zodat in 1446 een zeer steile trap aangelegd werd die de Tiberoever verbond met het klooster. Die trap bestaat nog altijd.

In 1588 werd een weg aangelegd tot aan de Sint-Pietersbasiliek. Het is deze weg die vele eeuwen later werd uitgebouwd tot de drukke slingerweg die er vandaag eveneens nog steeds ligt. De heremietenorde werd in 1933 opgeheven door een gebrek aan kluizenaars, maar toch is er iets van de oorspronkelijke sfeer behouden gebleven.

De Sant’ Onofrio bleef tijdens de Sacco di Roma in 1527 wonderlijk genoeg gespaard, omdat het klooster door de troepen van keizer Karel V gebruikt werd als hoofdkwartier. Rome viel op 6 mei 1527 en de volgende dagen ten prooi aan een ongedisciplineerd leger van 25.000 Duitse en Spaanse soldaten die zich te buiten gingen aan plundering, verwoesting, ontering, verkrachting en moord. Met dit wapenfeit waren de vijandelijkheden tussen keizer Karel V en paus Clemens VII beslecht.

Eeuwen later, tijdens gevechten van 1849 tussen de Fransen en de troepen van Garibaldi, kwam deze kerk in een soort ‘no man’s land’ te liggen. Toen Garibaldi de klokken opeiste om ze tot kanonballen te smelten weigerde de rector van het klooster ze af te geven. Hij vond dat de klokken die geluid hadden tijdens de dood en bij de begrafenis van de grote Italiaanse dichter Torquato Tasso (1544-1595) moesten gespaard worden. Tasso behoort tot de grootmeesters van de Italiaanse letteren, net als Dante en Petrarca en het klooster van Sant’Onofrio wordt steevast met hem in verband gebracht.

Het herderspel ‘Aminta’ dat in feestelijke muzikaliteit eigenlijk nooit overtroffen werd, en het kruisvaardersepos ‘La Gerusaleme liberata’ met ‘Goffredo’, jawel, ‘onze’ Godfried van Bouillon, zijn hoogtepunten uit de Italiaanse renaissance-poëzie, en hadden eeuwenlang een diepgaande invloed. De betoverende Armida die de kruisvaarder Rinaldo behekste, werd het hoofdpersonage in tal van opera’s, waaronder werk van Händel. Andere componisten waren Lully, Haydn, Gluck en Salieri.

Ook de levensloop van Tasso sprak tot de verbeelding. Torquato Tasso was paranoïde en leed aan achtervolgingswaanzin. Zijn religieuze twijfels dreven hem soms tot waanzin. Zeven jaar lang verbleef hij in een inrichting voor geestelijk gestoorden. En toen de paus zich over de dichter ontfermde door hem in dit klooster gastvrijheid te verlenen, was zijn geest zo goed als uitgeblust.

Ontroerd door Tasso’s geestelijk en lichamelijk verval, besloot de stad Rome hem op het Capitool tot ‘dichtervorst’ te kronen. Dat moest gebeuren op 26 april 1595, maar daags daarvoor, de erebogen stonden er al, overleed Tasso hier in het klooster van Sant Onofrio, hij was 51 jaar.

Zijn sterfkamer op de eerste verdieping is nu een klein museum, het Museo Tassiano. De collectie omvat o.m. manuscripten en edities van zijn werk. Ook het dodenmasker van Tasso is hier bewaard gebleven. Je kan het museum bezoeken, maar enkel op afspraak. Daar komen we morgen nog even op terug.

Tasso werd vooraan in deze kerk begraven. Het is een troost dat hij na een leven vol tragische wederwaardigheden, een vredig einde vond op een zo rustige plaats. Het monument voor Tasso in de kerk is eigenlijk zijn oorspronkelijke grafsteen, die nooit als dusdanig is gebruikt. De kerk heeft drie klokken, waarvan de kleinste de ‘klok van Tasso’ wordt genoemd omdat ze, toen de dichter-schrijver stervende was, werd geluid tot hij zijn laatste adem had uitgeblazen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s