Pier Paolo Pasolini in de kijker

Clublid Dorinda Dekeyser geeft op 19 november om 20 u. een lezing met als thema ‘Pasolini: de laatste homo universalis’. De toegang is gratis. De lezing heeft plaats in lokaal A.1.3 van cultureel centrum de Romaanse Poort, Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven. Iedereen is welkom.

Pier Paolo Pasolini is één van de hoogst gewaardeerde regisseurs van de Italiaanse filmwereld. Voordat hij zijn eerste film maakte was hij al een bekend schrijver en dichter. Pasolini’s films, doordrongen van de poëzie en politieke waarden die hij zo sterk voelde, waren vaak erg controversieel, veelal door hun seksuele of anti-godsdienstige karakter. De regisseur werd op 2 november 1975 in Ostia ten zuiden van Rome vermoord. Volgens de officiële versie na een seksuele affaire; volgens sommigen had de moord echter politieke achtergronden.

Pasolini werd op 5 maart 1922 geboren in Bologna. Hij studeerde kunstgeschiedenis en filologie. In 1949 vestigde hij zich in Rome, waar hij zich nauw verbonden voelde met het proletariaat van de sloppenwijken. Over dat milieu handelde zijn eerste roman, Ragazzi di vita (1955), evenals zijn filmdebuut Accattone (1961), waarmee hij onmiddellijk bewees een uiterst oorspronkelijk cineast te zijn.

Zijn films zijn gebaseerd op twee, dikwijls verwarring scheppende uitgangspunten: een mythisch-poëtische romantiek, met veel freudiaanse elementen, en een sociaal engagement, gegrond op een orthodox marxisme. Als verklaard marxist wilde hij de christelijke opvattingen toetsen aan de werkelijkheid, waarin hij talrijke vormen van fascisme ontdekte.

Zijn visie werd steeds somberder; zijn pessimisme vond een hoogtepunt in zijn laatste film Salò o le 120 giornate di Sodoma (1975), die hij vlak voor zijn dood afwerkte. Deze verfilming van De Sade plaatste hij in de nadagen van de fascistische periode onder Mussolini, met als stelling dat sadisme gelijk is aan macht.

Als theoreticus heeft Pasolini enkele belangrijke beschouwingen nagelaten over het verband tussen film en poëzie. Als allegorische weergave van het leven van Christus kreeg de film Het evangelie volgens de heilige Matteüs de speciale prijs van de jury op het festival van Venetië in 1964.

Vermeldenswaard is ook nog dat de Italiaanse filmregisseur Bernardo Bertolucci, Pier Paolo Pasolini assisteerde bij diens eerste film, Accattone. Op de foto hierboven zie je Bertolucci (l.) naast Pasolini. Het jaar nadien zou Bertolucci zelf debuteren als regisseur met La commare secca, naar een gegeven van Pasolini.

In de periode 1940-1945 zorgde de oorlog voor een onderbreking van de filmontwikkeling in Europa. Bijna alle films werden onder politiek toezicht gemaakt en hadden een propagandistische waarde. Het creatieve talent was stilgevallen.

Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog kwam de grootste vernieuwing uit Italië met het neorealisme. Vittorio de Sica, Roberto Rossellini en Luchino Visconti verzetten zich tegen de gladde studioproducties en ontwierpen een filmstijl die op vaak documentaire basis uiting gaf aan sociaal-kritische gevoelens.

De Amerikaanse filmindustrie kreeg na de oorlog de concurrentie van de televisie te verduren, wat voor de ontwikkeling van spectaculaire projectiesystemen (cinemascoop, cinerama) en nieuwe technieken (zoals de aanvankelijk in de jaren dertig weinig aangeslagen kleurenfilm) zorgde, maar geen nieuwe artistieke impuls betekende. In Europa werden wel nieuwe filmstijlen ontwikkeld. In Italië verschenen regisseurs zoals Michelangelo Antonioni en Federico Fellini.

Nog later, in het begin van de jaren ’60, werden in Italië steeds nieuwe talenten ontdekt, onder wie vooral Pier Paolo Pasolini opviel, die vanuit een neorealistisch begin een geheel eigen stijl ontwikkelde, waarin zijn marxistische levensbeschouwing duidelijk tot uiting kwam.

Ook in de literatuur was na de oorlog geleidelijk een kentering merkbaar. Halverwege de jaren vijftig begonnen de oppervlakkige zekerheden van het neorealisme af te brokkelen.

Het waren in eerste instantie dichters als Pier Paolo Pasolini en Franco Fortini rond het tijdschrift Officina (1955-1959) die de problematische verhouding tussen poëzie en ideologie centraal stelden en schrijvers als Paolo Volponi en Lucio Mastronardi rond het door Elio Vittorini geleide tijdschrift Menabò (1959-1967) die op zoek gingen naar thema’s en schrijfstijlen die beter uitdrukking gaven aan een moderne geïndustrialiseerde maatschappij en die eigenlijk vooral in polemiek traden met de traditionele literatuur.

Met deze ontwikkelingen werd de weg van het experimentalisme ingeslagen. Een aparte vermelding verdient hier Carlo Emilio Gadda, die met zijn vele stijlregisters en romanstructuren een geheel eigen vernieuwing van de Italiaanse literatuur bewerkstelligde.

De Franse romanschrijver, essayist en criticus Dominique Fernandez, tevens docent Italiaanse letterkunde aan de universiteit van Rennes, werd in 1982 bekroond met de Prix Goncourt voor Dans la main de l’ange (in het Nederlands vertaald als In de hand van de engel, 1986). Het is een geromantiseerde biografie van Pier Paolo Pasolini (in het boek P.P.P. genoemd). Het boek is tegelijkertijd een autobiografie, met een minutieuze Italiaanse sfeerschildering en een rijke culturele setting.

LEZING ‘PASOLINI – DE LAATSTE HOMO UNIVERSALIS’
door Dorinda Dekeyser

Op 19 november om 20 u.
in cultureel centrum De Romaanse Poort,
Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven, lokaal A.1.3.
Gratis toegang.

Pier Paolo Pasolini – enkele werken

Films: Mama Roma (1962); Il vangelo secondo Matteo (1964); Uccellacci e Uccellini (1966); Edipo Re (1967); Teorema (1968); Porcile (1969); Medea (1970); Il decamerone (1971); I racconti di Canterbury (1972); Storie scellerate (1973); Il fiore delle mille e una notte (1974); Orestiade africano (1976); La ricotta (1976).

Geschriften: Le ceneri di Gramsci (1957; poëzie); Una vita violenta (1959; roman); Passione e ideologia (1960; essay); La religione del mio tempo (1961; poëzie); Il sogno di una cosa (1962); Uccellacci e Uccellini, scritti teoretici e technici (1966); Teorema (1968; roman naar de film); ‘Cinema’, in empirismo eretico (1972); La Divina Mimesis (1975); Affabulazione. Orgia (1977-1979); Atti impuri. Amado mio (1982); In de vorm van een roos (1987, een keuze uit de late poëzie); De as van Gramsci (1989, een keuze uit zijn vroege poëzie); Petrolio (1992, postuum verschenen roman); Un paese di temporali e di primule (1993, teksten over Friuli, proza en essays).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s