Het hoofdkwartier van de Dominicanen

In de Santa Sabina, een vijftien eeuwen oude basiliek op de Aventijnse heuvel in Rome, werd het startschot gegeven voor het dominicaanse jubileumjaar. Daarmee wordt de 800ste verjaardag herdacht van de oprichting van de dominicanenorde door de heilige Dominicus de Guzmán. Het feestjaar eindigt op 21 januari 2017 met een eucharistieviering in de Sint-Jan van Lateranenbasiliek (San Giovanni in Laterano) in Rome. Op die dag is het precies 800 jaar geleden dat de Spaanse priester Domingo de Guzmán van paus Honorius III de bul ‘Gratiarum omnium largitori’ in ontvangst nam.

De Santa Sabina all’Aventino is gebouwd in de vorm van een klassieke Romeinse basilica en heeft een rechthoekige vorm en drie beuken. De decoraties zijn gerestaureerd in hun oorspronkelijke staat en hebben een sobere uitstraling. Van grote betekenis is het houtsnijwerk van de houten deuren uit de zesde eeuw met één van de oudste afbeeldingen van de kruisiging van Jezus Christus.

Deze basiliek is traditioneel de kerk waar de paus voorgaat in de liturgie op Aswoensdag. Het hoofdkwartier van de Orde der Dominicanen bevindt zich naast de basiliek. De Santa Sabina is een titeldiakonie. De Slowaak Jozef Tomko is de huidige titulair kardinaal. Maandag en dinsdag brengen we een uitgebreid bezoek aan de Santa Sabina.

De Dominicanen zijn één van de belangrijkste orden van de katholieke Kerk. De orde werd in 1215 door Domingo de Guzman (1170-1221) gesticht in Toulouse. Het eerste algemeen kapittel van de orde vond plaats in 1220 in Bologna. Daar werden enkele regels voor het democratisch karakter van de dominicanenorde vastgelegd. De orde spitst zich vooral toe op de verdieping, verdediging en verspreiding van het katholieke geloof door prediking, onderwijs, communicatiemedia en missionering. Vandaag telt de orde ongeveer 6.300 dominicanen in meer dan 600 huizen in 82 landen, evenals 3.000 dominicanessen.

Dominicus alias Domingo de Guzmán werd geboren in Castilië en sloot zich aan bij de kanunniken van de kathedraal van Osma, waar hij zeven jaar als priester en vervolgens als abt werkzaam was. In 1204 probeerde hij op vreedzame wijze de Albigenzen in Toulouse van hun ‘ketterij’ af te brengen en hen met de Kerk te verzoenen. In 1215 stichtte hij de ‘Ordo Fratrum Praedicatorum’, de orde der predikheren. De leden volgden de Regel van Augustinus die door Dominicus aangevuld werden met de ‘Constitutie’.

Dominicus benadrukte dat kloostergemeenschappen centra van studie, onderricht en gebed dienden te zijn, en dat de broeders op pad dienden te gaan om te preken en te onderrichten. De orde verbood als eerste handenarbeid. In tegenstelling tot de heilige Franciscus, van wie de gelofte van armoede hem ertoe bracht zich onder de armen te begeven, en Gods humaniteit en empathie met zijn leven en leer uit te dragen, was het de heilige Domenicus’ grootste zorg het uitbannen van de ketterij.

Daartoe was het begrip van de precieze doctrine onmisbaar wat alleen kon bereikt worden door intensieve studie. Dominicus weigerde driemaal de bisschopswijding en bleef tot zijn dood een eenvoudige monnik. Hij stierf in 1221, reeds in 1234 volgde zijn heiligverklaring. De orde der Dominicanen telde onder haar leden vele uitzonderlijke theologen waarvan Thomas van Aquino de meest gekende is.

In 1221 arriveerden de eerste dominicanen ook in Vlaanderen. Eerst in Gent, in 1230 in Leuven en drie jaar later in Brugge. Aan het einde van de eeuw telden de Nederlanden een twaalftal kloosters, waarvan zes binnen de grenzen van het huidige Vlaanderen. De Gentse dominicanen hadden later ook nog een beslissende invloed op de ontwikkeling van de begijnenbeweging in Vlaanderen. Begijnen waren vrome vrouwen die zich vanaf het begin van de dertiende eeuw in gemeenschappen (begijnhoven) met een eigen regel verenigden zonder blijvende geloften af te leggen. In België zijn er vandaag 75 dominicanen uit kloosters in Brussel, Leuven, Louvain-la-Neuve, Luik en Knokke, evenals residenties in Gent, Heverlee en Schilde.

De Vlaamse dominicanen waren bijzonder ijverig in de verdediging van de katholieke rechtgelovigheid tegen de lutherse en calvinistische hervormers. Enkelen vervulden daarbij in onze streken echter ook een bedenkelijke rol als pauselijke en keizerlijke inquisiteur, in het bijzonder ten tijde van Karel V.

De dominicanen werden in onze streken, als felle voorvechters van het geloof, echter ook zelf doelwit van vervolging. Kerken en kloosters van dominicanen in onze streken werden zwaar getroffen door de razernij van de calvinistische Beeldenstorm. In Brussel werd het dominicanenklooster op bevel van de Franse koning Lodewijk XIV in 1695 volledig afgebrand.

Tijdens de Franse Revolutie werden de paters in 1796 verbannen en verdween de dominicanenorde bijna volledig in Europa. Maar in de tweede helft van de negentiende eeuw kon zij zich bijna volledig herstellen. Later zouden Vlaamse dominicanen een belangrijke rol vervullen bij de evangelisatie in Congo, maar ook in enkele landen van Latijns-Amerika.

De Vlaamse dominicanen lagen eveneens aan de basis van het weekblad ‘Kerk en leven’, waarvan zij jarenlang de leiding en de uitgave in handen hadden. Ook met uitgaven als ‘Kultuurleven’ en het ‘Tijdschrift voor Filosofie’ en later ook het ‘Tijdschrift voor Geestelijk Leven’ werd getracht om bij te dragen tot de ontwikkeling van de bevolking en het cultuurleven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s