Interieurgeheimen van de Santa Sabina

Veel mensen betreden de Santa Sabina-basiliek op de Aventijnse heuvel langs een zijingang, maar best neem je toch ook een kijkje in de narthex of het voorportaal, aan de buitenzijde van de hoofdingang. Deze overdekte ruimte behoorde oorspronkelijk tot een door een zuilengang omgeven atrium waar destijds o.a. de doden neergelegd werden om gezegend te worden. De huidige portiek die het voorportaal vormt, is het enige behouden deel van de quadriporticus die rond het vierkante atrium liep. De drie andere zijden verdwenen tijdens de dertiende eeuw bij de bouw van het ernaast liggende klooster.

Het plafond van het portaal steunt op arcaden die gestut worden door vier granieten zuilen en nogmaals vier als een spiraal gedraaide antieke zuilen. Hier bevinden zich enkele sarcofagen en resten van oude transenen uit de vijfde-eeuwse Santa Sabina.

In de muur tegenover de toegangsdeur is door een klein raampje de allereerste sinaasappelboom in Italië te zien, die hier geplant werd door de heilige Dominicus. Dat is tenminste altijd de bedoeling geweest en lange tijd was dit ook zo, maar het huidige boompje vervangt sinds enkele jaren een aan ouderdom gestorven soortgenoot.

Ook die eerdere boom was hoogstwaarschijnlijk geen origineel, al hebben we geen idee welke leeftijd sinaasappelbomen kunnen bereiken… Specialisten mogen ons hierover altijd informeren! Rechts is op een klein bas-reliëf aan de binnenzijde van een cirkelvormig muurtje de biddende Dominicus afgebeeld.

In het voorportaal gaat de aandacht vooral naar de uitzonderlijke, soms gesloten toegangsdeur (uit 430-440) van de Santa Sabina. Ze werd uitgevoerd in cipressenhout en heeft een prachtige marmeren omlijsting, een fries met wingerdranken en dierenmotieven. De deur bestaat uit achttien (van de oorspronkelijk achtentwintig), afwisselend grote en kleine scènes uit het Oude en het Nieuwe Testament.

Deze reliëfs behoren tot de oudste en mooiste houten panelen uit de vroegchristelijke tijd. Hun huidige volgorde stemt echter niet overeen met de oorspronkelijke. Het is overigens vrijwel onbegrijpelijk dat een dergelijk uniek kunstwerk uit de vijfde eeuw hier onbeschut en onbewaakt te kijk staat voor iedereen.

Van boven naar onder herkennen we de volgende scènes:

  • Eerste kolom, zijnde het linkerdeel van de linkerdeur: 1. Kruisiging – 2. (onder vorige) Genezing van de blinde, de vermenigvuldiging van de broden, de bruiloft van Kana – 3. Berisping van Thomas – 4. Roeping van Mozes – 5. Jezus voor Pilatus.
  • Tweede kolom van de linker deur: 1. Verrijzenis – 2. Mozes en het water van Mara, het wonder van de vogels, het manna, het water uit de rots – 3. De verschijning van Jezus aan de vrouwen – 4. De overwinning van het Christendom.
  • Derde kolom zijnde het linker deel van de rechterdeur: 1. Epifanie – 2. Hemelvaart – 3. Verloochening van Petrus – 4. Doortocht van de Rode Zee, het wonder van de slang.
  • Vierde kolom zijnde het rechter deel van de rechter deur: 1. Christus tussen Petrus en Paulus – 2. Triomf van Christus en de Kerk – 3. Ontvoering van Habakuk – 4. Ontvoering van Elias – 5. Mozes voor de farao.

De laatste scène is speciaal. Tijdens de restauratie in 1836 door een Frans team werd de farao voorzien van het hoofd van Napoleon. Het Oude en Nieuwe Testament worden tegenover elkaar gesteld, bijvoorbeeld Mozes voor de farao tegenover Jezus voor Pilatus; de hemelvaart van Christus tegenover deze van Elias.

Kunsthistorisch is het belangrijkste paneel dat met de Kruisiging, helemaal bovenaan de eerste kolom links. Het is één van de oudste kruisigingsscènes ooit en de oudste die te zien is in een openbare ruimte. De scène behoort qua concept en vorm tot de sarcofaagkunst.

Voor een muur met drie puntgevels staan Christus en de beide moordenaars, als oranten, met gespreide armen. De kruisiging wordt slechts gesuggereerd door spijkers in de handpalmen en houten planken achter de hoofden, voeten en handen. Men wil zo weinig mogelijk van het kruis laten zien. De figuren hangen niet, maar staan. Ze zijn verschillend in grootte in overeenstemming met hun waardigheid en belang.

Jezus torent boven beide moordenaars uit, van wie de berouwvolle zondaar groter is dan degene die Hem beschimpte. Net als op alle vroegchristelijke afbeeldingen wordt Christus hier met open ogen en zonder uitdrukking van pijn getoond, omdat de thema’s uit de Passie of de marteldood van heiligen tot het einde van de vierde eeuw niet werden afgebeeld. Let op de te grote ronde hoofden, Christus is met zijn lange haar en volle baard van het ‘Syrische’ type. De geschetste huizenarchitectuur verbeeldt Jeruzalem.

Waarom staat deze kruisiging in een verloren hoekje van het verhaal en niet centraal, kan men zich afvragen? Daarover schrijft Kenneth Clark (Civilisation, 1969) het volgende:

‘We have grown so used to the idea that the Crucifixion is the supreme symbol of Christianity, that it is a shock to realise how late in the history of Christian art its power was recognised. In the first art of Christianity it hardly appears; and the earliest example, an the doors of Santa Sabina, is stuck away in a corner, almost out of sight. The simple fact is that the early Church needed converts, and from this point of view the Crucifixion was not an encouraging subject. So, early Christian art is concerned with miracles, healings, and with hopeful aspects of the faith like the Ascension and the Resurrection. The Santa Sabina Crucifixion is not only obscure but unmoving. The few surviving Crucifixions of the early Church make no attempt to touch our emotions. It was the tenth century, that made the Crucifixion into a moving symbol of the Christian faith’.

Tijdens de eerste eeuwen was het kruis niet gebruikelijk als herkenningsteken bij de christenen. Het kruisigen van veroordeelden was in de Oudheid immers een wijd verspreide en ‘goedkope’ vorm van executie, de kruisdood was bijgevolg een hoogst beladen concept.

De Romeinen gebruikten kruisiging als staatsstraf en die kwam in het Romeinse Rijk zo veelvuldig voor, dat Cicero het had over een ware plaag. Bij het neerslaan van opstanden werden duizenden tegelijk gekruisigd (herinner de opstand van Spartacus).

Kruisiging diende als afschrikwekkende vermaning en gebeurde daarom in het openbaar. De naakte terechtgestelde stierf, vastgebonden of -gespijkerd aan een paalconstructie in T-vorm. Kruisiging was meer dan louter executie, het was een bewuste vernedering als straf voor extreme misdaden.

Ook werden de lijken van gekruisigden doorgaans niet begraven maar liet men ze ter plekke ontbinden. Dat Jezus op Goede Vrijdag alsnog een graf kreeg, mag uitzonderlijk genoemd worden.

Er zijn opmerkelijk weinig afbeeldingen van het kruis bekend die dateren uit de eerste eeuwen. Toch groeit zeker vanaf het jaar 200 het gebruik van het kruis als handgebaar. Christenen gingen het kruis beschouwen als het symbool voor Jezus’ dood en het kruisteken als een eigen herkenningsteken, ze hermuntten het kruis van een martelpaal tot een overwinningsteken. De kern van de boodschap is dat de liefde het haalt van de haat en het leven de dood overwint, de barmhartigheid en de vergeving halen het op hun beurt van de wraak.

Het was keizer Constantijn die op strafrechtelijk gebied de kruisiging als straf afschafte omdat hij vond dat de sterfwijze van de Heer niet meer het wrede en onterende tafereel mocht zijn dat het heidense Rome ervan had gemaakt. Het was verkeerd om gewone criminelen te onderwerpen aan iets wat het christendom als een afschuwelijke maar inmiddels geheiligde vorm van opoffering beschouwde.

Vanuit het interieur van de Santa Sabina zullen we zien dat de binnenzijde van de toegangsdeur eveneens versierd is met reliëfs met planten en geometrische motieven. Vermelden we even dat de Sant’ Ambrogio in Milaan ook over een vergelijkbare, iets oudere houten deur beschikt uit het einde van de vierde of het begin van de vijfde eeuw.

Bisschop Bernward van Hildesheim zag de poorten van de Santa Sabina toen hij met keizer Otto III op de Aventijn verbleef. Voor de dom in Hildesheim bestelde hij daarna poorten met gehistoriseerde panelen, die omstreeks 1015 in brons werden uitgevoerd. Ze zijn nog steeds ter plaatse te bewonderen. De houten deurvleugels van de Santa Maria im Kapitol in Keulen dateren van omstreeks 1015, de panelen van de San Zeno in Verona van 1138.

Meestal betreedt men de basilica langs de rechter zijingang. Het ruime interieur dat aan de basilieken van Ravenna herinnert, vormt een harmonieuze, verlichte ruimte die een goed beeld geeft van de vroegchristelijke kerken. Abstractie makend van de twee zijkapellen die tijdens de zestiende en zeventiende eeuw werden bijgebouwd, bleef de kern van de allereerste tussen 422 en 432 gebouwde kerk behouden.

De ruimte wordt door 24 mooie fluitachtige Korinthische zuilen in drie schepen verdeeld. Ze zijn speciaal voor deze kerk gemaakt in Parisch marmer (van het Griekse eiland Paros in de Egeïsche Zee) en zijn dus niet afkomstig uit de nabijgelegen, nu verdwenen Diana-tempel zoals soms weleens beweerd wordt. Reeds in de prille oudheid werd in Paros marmer ontgonnen. Vanaf het Cycladische tijdperk tot aan de Romeinse tijd was dit de belangrijkste bron van welvaart voor het eiland. Het werd uitgevoerd en aangewend voor de bouw van talrijke heiligdommen.

De tweede-eeuwse kapitelen in de Santa Sabina werden wel gerecupereerd en zijn wellicht afkomstig van de tempel van Juno die ook op de Aventijn stond. Merk op dat de zuilen door bogen met elkaar verbonden zijn, zonder architraaf. In de literatuur wordt de Santa Sabina vaak vermeld als het vroegste voorbeeld in Rome van het gebruik van een arcade boven de zuilen, dat is correct, indien we ons tenminste beperken tot de scheiding tussen schip en zijbeuk.

De oude Sint-Pieterbasiliek die gewijd werd in 326, had vijf beuken, tussen het middenschip en de eerste zijbeuken gebruikte men een architraaf die de zuilen verbond, tussen de eerste en de tweede zijbeuk gebruikte men echter bogen. Dat was ook het geval voor de basiliek van Lateranen (314-318). Deze bouwstijl kwam niet voor bij de Grieken, de oudst bekende arcaden op zuilen vinden we in het paleis van Diocletianus in Split, omstreeks 300 na Chr.

De arcaden zijn bezet met fijn bewerkt polychroom marmer met een decor dat doet denken aan kelken, patenen (voor de hostie maar ook als deksel van een kelk) op een achtergrond die het metselwerk imiteert.

Erboven bevindt zich een doorlopende fries samengesteld uit veelkleurige in geometrische vormen gesneden stukjes marmer, dit ‘opus sectile’ van marmer, porfier en serpentijn boven de arcaden dateert uit 430, net als de lange reeds eerder vermelde wijdingstekst boven de hoofdingang.

Van de oorspronkelijke mozaïekdecoratie die destijds de wanden van de beuk, de apsis en de triomfboog versierden is dit kleine deel het enige wat rest.

De tekst, uitgevoerd in een mooi geschrift all’antica, vermeldt in zeven hexameters met klassiek gouden letters op een blauwe achtergrond de naam van de stichter Piero d’Illiria en de toenmalige paus Celestinus I (422-432). Links stelt een strenge vrouw de Kerk van de joden voor die door Petrus bekeerd werden, de ex-circumcisione. Rechts stelt een even strenge vrouw de Kerk van de niet-joden voor, dus van de heidenen, die door Paulus bekeerd werden, de ex-gentibus.

Deze vijfde-eeuwse allegorische voorstellingen vinden we ook terug in de Santa Pudenziana. Vanaf de vijfde eeuw is er een klassieke renaissance in Rome. De Kerk neemt voortaan afstand van haar oosters verleden en sluit gewild aan bij de klassieke Oudheid, volgens de Kerk wordt het Romeinse Rijk duidelijk opgevolgd door een christelijk rijk.

Dit nieuwe standpunt begint met paus Damasus (336-384) wanneer de Kerk van Rome poogt haar oosterse wortels af te zwakken en te verbergen, en zich tracht voor te doen als van origine en inspiratie Romeins. Dat de officiële taal van de Kerk eerst nog vooral Grieks was en haar leiders Grieken, meer dan Latijns of Romeins, zou vanaf nu veranderen. Voortaan komen Petrus en Paulus, de prinsen der apostelen en patroonheiligen van de stad, Romulus en Remus vervangen als ‘nieuwe stichters’ van het christelijke Rome.

Voor het eerst zullen we deze omwenteling waarnemen in de Santa Pudentiana, daarna in de Sint-Paulus buiten de Muren en krijgt zijn hoogtepunt met de Santa Sabina, die de eerste Romeinse kerk is die volledig geconcipieerd werd naar de nieuwe klassieke geest van de vijfde eeuw. Vergeleken met de in Rome behouden paleo-christelijke kerken, vinden we in de Santa Sabina een tot dan ongekende elegantie en schoonheid.

De opstelling van de figuren en de tekst vertonen dezelfde geest van klassieke renaissance als de keuze van de zuilen, kapitelen en prachtige proporties van het gebouw. Ook de Santi Cosma e Damiano is een voorbeeld van de klassieke renaissance, maar deze kerk heeft haar architecturale zuiverheid grotendeels verloren.

Tijdens de restauratie van de Santa Sabina in de periode 1936 tot 1938 werden de 34 dichtgemetselde brede bovenvensters opengebroken. Daarbij heeft men de resten teruggevonden van enkele van de negende-eeuwse transennae waarin schijven seleniet waren gezet die bij wijze van glas werden gebruikt.

Als doorschijnend materiaal werd soms gebruik gemaakt van zeer dun geslepen albast of marmer, hier koos men voor seleniet of ‘wittige maansteen’, een gesteente bestaande uit monoclien en transparant gips (seleniet is dus niet de afgeleide van het scheikundig element selenium met atoomnummer 34). Een moderne vlakke houten zoldering werd aangebracht analoog met de vijfde-eeuwse, vrijwel gelijkaardig met aan het plafond in de San Giorgio in Velabro.

In de vloer van het middenschip, voor de schola cantorum, ligt de met mozaïek ingelegde grafplaat van fra Munoz da Zamora, de achtste magister generaal van de dominicanenorde die in 1300 overleed. Het is het enige soortgelijk mozaïek in Rome, en zou volgens sommige bronnen een werk zijn van niemand minder dan de franciscaanse ordebroeder Iacopo Torriti van wie we de uitzonderlijke mozaïeken kunnen bewonderen in de concha van de Santa Maria Maggiore en de Sint Jan van Lateranen.

Torriti was ook kunstschilder, we herinneren ons zijn fresco’s uit 1280 in de bovenkerk van de San Francesco in Assisi, als top-mozaïekkunstenaar bracht hij tijdens de tweede helft van de dertiende eeuw de Romeinse mozaïekkunst tot een laatste hoogtepunt.

Het niet zichtbare graf van Sabina waarvan de deksteen volgens het verhaal door de furie van de duivel gebarsten is, bevindt zich onder het hoogaltaar. De oorspronkelijke schola cantorum, ambonen en cathedra waren een geschenk van Eugenius II (824-827).

Het gereconstrueerde geheel dat we vandaag zien is het resultaat van de recente restauratie waarbij zowel materiaal gebruikt werd uit de vijfde als uit de negende eeuw. De beide ambonen en de paaskandelaar zijn duidelijk kopieën. In de oude christelijke basilieken waren er twee ambonen aan de uiteinden van de afsluiting van het koor en het schip van de kerk.

Later groeide die uit tot de preekstoel, maar nadat die preekstoel in onbruik raakte na het Tweede Vaticaans Concilie, werd weer overgeschakeld op abonen. Het evangelie wordt voorgelezen vanaf de ambo aan de noordzijde (links vanuit de kerk) de andere lezingen aan de zuidelijke zijde (rechts vanuit de kerk).

Merk op dat de negende-eeuwse platen van de kooromheining versierd zijn met geometrische compositieschema’s die zich inspireerden op voorbeelden uit de zesde eeuw, de tijd van Justinianus. De plaat onder de rechter ambo, toont een complexe compositie met vlindervormige palmetten, hartvormige bladeren, lelies en vogels.

Ze staan in twee met elkaar verbonden cirkels van vlechtwerk met dubbele cannelures, waarin rombussen (gelijkzijdige parallellogrammen, meestal met stompe hoeken) van lijsten zijn ingevoegd, die diagonaal door vier vlechten worden doorkruist.

Dergelijk thema is ook te zien in analoge platen uit de tijd van Paschalis I (817-824) in de Santa Prassede en in de Santa Cecilia in Trastevere, die vergelijkbare luchtige composities van cirkels, vierkanten, rombussen en rechthoeken tonen. Let tevens op de panelen aan de linkerkant. Onder de linker ambo zien we een rankenmotief zoals in San Clemente en een verdeelde rechthoek met vogels en bladeren.

Het niet zo heel bijzondere fresco in de concha is het werk van de nochtans zeer gewaardeerde Taddeo Zuccaro (1529-1566). Die had tijdens de vervaardiging een duidelijk gebrek aan inspiratie, ofwel kreeg hij van zijn opdrachtgevers geen enkele artistieke vrijheid: het fresco volgt ruwweg de compositie van het mozaïek dat zich destijds al op deze plaats bevond.

Op de boog daarboven staan geschilderde medaillons met heiligen en aan weerszijden de afbeelding van de twee symbolische heilige steden. Het fresco werd in 1836 herschilderd, allicht nogal wat ‘ruined by restoration’, wat misschien ook mee verklaart waarom het fresco er maar povertjes uitziet.

In het linkerschip vinden we de rijkelijke, barokke zeventiende-eeuwse Catharina van Siena-kapel met Sassoferrato’s alom gekende, zeer mooie ‘Rozenkrans Madonna’ uit 1643. Sassoferrato (1609-1685), genoemd naar zijn geboortedorp nabij Urbino, was een leerling van Dominichino, wat echter weinig invloed had op zijn latere werk. Naast portretten ging hij zich specialiseren in een zoetzemige religieuze kunst zoals Perugino.

De tekening van Sassoferrato is steeds zeer helder en de kleuren zijn zuiver, wat erg ‘onbarok’ aanvoelt. Omdat men weinig over zijn leven wist, geloofde men zelfs nog tijdens de achttiende-eeuw dat hij een tijdgenoot van Rafaël was. Vandaag doen zijn werken zelfs denken aan de Nazareners, een genootschap van Duitse kunstschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw en die worden gerekend tot de Duitse romantiek. Zeer veel tekeningen van zijn hand bleven bewaard, ze bevinden zich in Windsor Castle in het graafschap Berkshire in Engeland.

Advertenties

Eén reactie to “Interieurgeheimen van de Santa Sabina”

  1. Daar ben ik dan jarenlang achteloos aan voorbij gelopen. Ik ga er de volgende keer toch echt met wat meer respect naar kijken. Grote dank voor de aanvullende informatie. Ga daar vooral mee door!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s