De magische poort van de alchemist

In de noordelijke hoek van het parkje van Piazza Vittorio Emanuele II, niet ver van de basiliek Santa Maria Maggiore en stazione Termini, bevindt zich de zogenaamde Porta Magica, de magische poort, ook wel bekend als de Porta Ermetica of de Porta dei Cieli. Links en rechts van deze zogenaamde toverpoort bevinden zich twee beelden van Bes, een nogal afzichtelijke Oud-Egyptische halfgod. De Porta Magica is een overblijfsel en de enige van de vijf poorten die ooit deel uitmaakten van de ingang van Villa Palombara, die ongeveer op deze plaats werd gebouwd door Massimiliano Palombara, de markies van Pietraforte (1614-1680), tevens één van de meest bekende alchemisten uit de zeventiende eeuw.

De markies omringde zich voortdurend met talrijke andere alchimisten en hield in zijn villa vaak samenkomsten met zogenaamde tovenaars en magiërs. Door zijn rijkdom en positie (hij was ondermeer goed bevriend met Christina van Zweden, die zelf veel belangstelling had voor alchemie en een geavanceerd laboratorium bezat dat werd beheerd door alchemist Pietro Antonio Bandiera) trad de markies op als beschermheer van dit soort figuren. De markies was ook lid van de Rozenkruisers, een esoterische orde.

In 1656 kreeg de markies een zekere Francesco Giuseppe Borri op bezoek, een jonge arts en alchemist uit Milaan, die eerder uit de Jezuïetenorde was gezet wegens zijn overweldigende belangstelling voor occulte zaken. Hij vertelde de markies dat in zijn tuin de juiste kruiden groeiden waarmee hij een product kon maken waarmee gewoon metaal kon worden getransformeerd tot goud.

Borri kreeg van de markies toestemming om in zijn tuin en in zijn laboratorium te experimenteren. Borri zou de formule om goud te maken op punt hebben gesteld maar stapte daarna door één van de poorten waarna hij op onverklaarbare wijze verdween. Maar er bleef wel een hoopje goud achter, samen met enkele documenten waarop een ingewikkelde formule was neergeschreven, evenals puzzels en magische symbolen die verwezen naar de Steen der Wijzen.

Volgens de aanwezigen een duidelijk bewijs van een succesvolle alchemistische transmutatie. De markies wilde op zijn beurt de formule gebruiken om goud te maken maar slaagde er na vele pogingen niet in de vreemde tekens en symbolen te ontcijferen. De markies was enigszins wanhopig, want samen met Borri was nu ook het geheim verdwenen.

De alchemist Giuseppe Borri had echter een goede reden om op geheimzinnige wijze te verdwijnen. Hij was toen al op de vlucht voor de inquisitie, die al een tijdje achter hem aan zat. Na zijn verdwijning zou hij in verschillende Europese steden gesignaleerd zijn, waar hij illegaal de geneeskunde beoefende. Borri werd in 1659 effectief beschuldigd door de inquisitie voor ketterij en vergiftiging. Uiteindelijk werd hij gearresteerd en tussen 1671 en 1677 opgesloten in de gevangenis van Castel Sant’Angelo in Rome.

Toen hij vanaf 1678 onder strenge voorwaarden werd vrijgelaten, bood zijn oude vriend Massimiliano Palombara hem onderdak in zijn villa. Tussen de jaren 1678 en 1680 graveerden Borri en Palombara op de poorten en de muren van de villa de symbolen en puzzels van het manuscript, dit in de hoop dat op een dag iemand in staat zou zijn om ze te ontcijferen. De originele formule hield de markies angstvallig bij zich.

Het raadselachtige document zelf zou volgens sommigen hebben deel uitgemaakt van het befaamde Voynich manuscript, een mysterieus, geïllustreerd handschrift met een onbegrepen inhoud. Het werd in de vijftiende eeuw door een onbekende auteur geschreven in een onbekende taal. Het document is nog steeds niet ontcijferd, hoewel het onderwerp is geweest van veel onderzoek door professionele cryptografen en amateurcryptografen, inclusief roemrijke codebrekers uit de Tweede Wereldoorlog.

Geen van allen heeft ook maar een enkel woord ontcijferd. Al die mislukte pogingen hebben het Voynich-manuscript tot de heilige graal van de cryptografie gemaakt, maar bij sommigen ook het vermoeden versterkt dat het niets anders is dan een opeenvolging van betekenisloze lettertekens. Het boek is genoemd naar de Pools-Amerikaanse boekhandelaar Wilfrid M. Voynich, die het in 1912 in handen kreeg. Op dit moment is het eigendom van de Universiteit van Yale. De eerste facsimile-editie werd uitgegeven in 2005.

Beide alchemisten werden in Rome door heel wat mensen beschouwd als knettergek. Maar de markies was rijk en machtig en werd met rust gelaten. Borri daarentegen had meer pech en werd in 1691 opnieuw opgesloten in Castel Sant’Angelo, waar hij in 1695 ook stierf. Toen markies Palombara zijn dood voelde naderen, gaf hij een steenhouwer opdracht de originele formule in steen uit te hakken en liet deze aanbrengen boven de toegangsdeur van zijn laboratorium.

Zowel de villa als het laboratorium van de alchemist zijn in de tweede helft van de negentiende eeuw echter afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe wijk, maar de geheimzinnige poort is als enige overblijfsel nog steeds zichtbaar. In 1873 werd de magische deur weliswaar afgebroken maar in 1888 herbouwd en geplaatst in het parkje van Piazza Vittorio Emanuele II. In die tijd werden ook de twee standbeelden van de god Bes toegevoegd. Die stonden oorspronkelijk in de tuinen van Palazzo del Quirinale.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s