Een bezoek aan de Santi Luca e Martina en het graf van Pietro da Cortona

Zoals in een eerder verhaal verteld is de Santi Luca e Martina onlosmakelijk verbonden met Pietro da Cortona, de kunstenaar die de kerk zowel ontwierp als bouwde. De kerk was oorspronkelijk toegewijd aan de heilige Martina die ten tijde van keizer Alexander Severus (222-235) de dochter was van een consul. Toen zij, volgens het verhaal, als christene een offer moest brengen in de tempel van Apollo sloeg zij een kruis voor diens beeltenis dat in stukken viel, waarna vervolgens ook nog eens de tempel instortte. Dat had ze beter niet gedaan, want Martina werd onderworpen aan de meest gruwelijke martelingen en uiteindelijk in 230 onthoofd.

Al gauw ontstond een cultus rond de vereniging van Martina, die later ook heilig werd verklaard. Tijdens de zevende eeuw werd door paus Honorius I (625-638) in de ruïnes van het Secretarium Senatus, een bijgebouw van de Curia, de Santa Martina ‘in Tribus Foris’ of ‘Tribus Fatis’ gebouwd. ‘Fatis’ is een verwijzing naar de Tria Fata, de drie verdwenen beelden van de Parcen of schikgodinnen die voor de Janustempel bij de Curia stonden.

Ze bepaalden het lot of fatum van de mensen net als de drie Griekse Moerae of Moirai, in het Grieks, Parcae in het Latijn, Moeren of Moiren in het Nederlands. De attributen waarmee de godin wordt afgebeeld zijn een wiel en een weegschaal. De Griekse auteur Homerus refereert in zijn werken aan de lotsgodin Moira wanneer hij schrijft dat wat zij vastlegde onherroepelijk was en dat zowel stervelingen als goden er aan gebonden waren.

In de mythologie werd het blinde onafwendbare noodlot uitgebeeld door drie jonge vrouwen: wanneer Klotho (of Clotho) naar het spinnewiel greep werd de mens geboren, Lachesis spon de levensdraad, lang of kort, met of zonder (veel) knopen en zo besliste hoelang de mens zou leven, en ten slotte Atropos, de onafwendbare, die uiteindelijk de levensdraad zou doorknippen.

Voor de zevende-eeuwse Santa Martina was een eerste ingrijpende restauratie nodig tijdens de periode van paus Alexander IV (1254-1261). Bij die gelegenheid deponeerde de paus een groot aantal relikwieën van martelaren afkomstig uit de bouwvallige, en toen nog onbeschermde catacomben.

Tijdens de middeleeuwen diende de Santa Martina als vertrekpunt voor de talloze processies die de veronderstelde Via Sacra volgde. In feite namen ze daarmee de gebruiken en gewoontes over uit het verleden. De Romeinse kalender met feesten ter ere van goden en halfgoden werd gaandeweg vervangen door de martelaren- en heiligenkalender.

In 1588 schonk paus Sixtus V (1585-1590) de (toen nog zo geheten) Santa Martina-kerk aan de Accademia di San Luca, de Romeinse kunstacademie die hier uiteraard de evangelist Lucas wilde vereren. Zo kwam de kerk aan haar dubbele naam, de Santi Luca e Martina. Ze wordt overigens nog steeds beheerd door de Accademia.

In 1634 werd Pietro da Cortona verkozen tot voorzitter van de Accademia di San Luca. Dat was een beslissing die het leven van de kunstenaar voor altijd zou verbinden met de Santi Luca e Martina. Da Cortona nam zijn nieuwe taak ernstig en begon vrijwel onmiddellijk met de restauratie van de crypte. Het was, zoals zo vaak in Rome gebeurt bij dergelijke werkzaamheden, haast onvermijdelijk dat dit ontdekkingen opleverde.

In hetzelfde jaar werden in een sarcofaag van terracotta de stoffelijke resten gevonden van de in de oudheid gemartelde heilige Martina. Dat was bijzonder goed nieuws, want een dergelijke vondst zou ongetwijfeld meer financiële middelen losweken en extra bezoekers naar de kerk lokken. Ook paus Urbanus VIII (Barberini) (1623-1644) was verheugd over de ontdekking maar vond dat de bestaande kerk niet meer voldeed om op waardige wijze de relieken van de heilige te eren.

In 1642 gaf de paus Pietro da Cortona, die toch al nauw verbonden was met het gebouw en het restauratieproject, de opdracht voor een volledige nieuwbouw. Het nieuwe heiligdom verrees bovenop de onderbouw van de oude kerk die zoals verteld eerder al de resten had gebruikt van het antieke Secretarium Senatus, het secretariaat van de Curia.

Het resultaat was een absoluut meesterwerk. Hier verrees de eerste grote barokkerk in Rome die zowel ontworpen als gebouwd werd door dezelfde persoon, zonder meer een genie, en die in zijn vakgebied op dezelfde hoogte mag worden geplaatst als bv. Bernini.

In Rome zal je de naam en het werk van Pietro da Cortona vaak tegenkomen, dat is op zich al een boeiende speurtocht doorheen de stad! Behalve het bouwen van de kerk, liet da Cortona bij zijn dood een legaat na, dat voldoende was om het interieur af te werken. Vandaag is de Santi Luca e Martina nog steeds één van de meest complete gebouwen van da Cortona.

De aandacht van de nochtans talrijke toeristen die hier passeren gaat, heel begrijpelijk, uiteraard vooral naar het Forum Romanum en het mooie uitzicht dat je vanaf deze plek op de archeologische site hebt, maar velen negeren deze kerk volkomen. Een nadeel is natuurlijk ook wel dat de Santi

Interessant om weten is dat kerk pas tijdens de twintigste eeuw werd bevrijd van de omliggende gebouwen. Dat gebeurde tijdens de aanleg van de Via dei Fori Imperiali, toen heel wat gebouwen moesten verdwijnen. De bijzonder mooie voorgevel in travertijn is lichtelijk convex, een duidelijke verwijzing naar leeftijdsgenoot Borromini (1599-1667). Beide orden eindigen in een horizontale gebogen architraaf.

De beelden van de evangelisten in de pendentives van de koepel zijn toevoegingen uit de achttiende eeuw, gebeeldhouwd door Filippo della Valle, Camillo Rusconi en Giovanni Battista Maini. Aan de rechterkant van de ingang bevindt zich het monument voor Carlo Pio Balestra (1776) door Tommaso Righi en een monument voor Giovanna Garzoni door Mattia De Rossi.

Het gebouw is zonder meer een typisch product van de barok. Het klare, nog steeds witte interieur (maar oorspronkelijk dus ook zacht gekleurd) oogt sober in die zin dat geen gekleurde marmers of fresco’s werden gebruikt. Dat benadrukt nog eens het complexe wisselspel van de architectonische elementen, zoals het ongetwijfeld de bedoeling van Pietro da Cortona was.

Het grondplan is een kruis, de centrale bouwvorm van de vroege renaissance. Door het toevoegen van apsiden aan iedere kruisarm en de schuine afsnijding van de koepelpijlers werd de tekening vloeiend gemaakt, wat herinnert aan de Gouden Zaal van Villa Hadriana in Tivoli, die trouwens ook de San Carlo alle Quattro Fontane van Borromini beïnvloedde. Boven het hoogaltaar hangt een kopie van de aan Rafaël toegeschreven ‘Sint-Lucas die de Madonna schildert’, het origineel bevindt zich in de Accademia di San Luca.

De onderkerk kan je eveneens bezoeken maar is echter vaak gesloten. Soms is ze gewoon toegankelijk, in het andere geval kan je een priester of verantwoordelijke in de bovenkerk aanspreken om beneden een kijkje te mogen nemen. Met wat geluk wordt dat toegestaan. Je bereikt het benedendeel langs een trap links van het bronzen hoogaltaar.

Deze ruimte heeft echter de herinnering aan de oude zevende-eeuwse kerk helaas geheel verloren. Het is best mogelijk dat men ooit onder de huidige muurbekleding nog een gedeelte van het antieke Secretarium Senatus zal terugvinden. Wellicht zijn de zuilen van cipollino en pavonazetto die de crypte omgeven zelfs afkomstig uit het oorspronkelijke

Onderaan de trap bevindt zich het graf van Pietro da Cortona. Dat is overigens een goede quizvraag, want niet zoveel mensen weten dat de kunstenaar hier ook begraven is. Tegenover het graf zie je de inscriptie die vermeldt dat keizer Vespasianus (69-79) een beloning uitlooft aan diegene die Gaudentius, de (vermoedelijke) architect van het Colosseum ombrengt. Uiteindelijk zou Gaudentius als christen in zijn eigen Colosseum gedood worden.

Een gang leidt naar een octogonale ruimte met een ‘Dode Christus’, een terracotta van de hand van Alessandro Algardi, en naar een kapel die is toegewijd aan de heilige Martina. Hier bevindt zich een mooi bronzen altaar dat ontworpen werd door, jawel, Pietro da Cortona. In de naaste kapel zie je nog een terracotta door Algardi met een groep heiligen, Martina, Epifanio en Concordio.Nieuws uit Rome – http://www.spqr.be

Pietro da Cortona (1596-1669) was in Rome even beroemd als zijn tijdgenoot Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Hij begon in Firenze als leerling van zijn vader die metser was, maar al gauw ontpopte hij zich als schilder, architect en decorateur. Hij zou uitgroeien tot de meest universele kunstenaar van de Romeinse barok. Reeds in 1612 arriveerde hij in Rome. Een andere beroemde tijdgenoot, Peter Paul Rubens, had toen Rome al verlaten.

Na zijn aankomst in Rome werd Pietro da Cortona al snel opgemerkt door de machtige familie Barberini, wat zijn loopbaan een hoge vlucht zou geven. Hoewel hij zelf schreef dat architectuur voor hem slechts een tijdverdrijf was, behoorde da Cortona tot de grootste architecten van zijn tijd.

Zijn meesterwerk is deze Santi Martina e Luca, maar hij tekende in Rome ook het plein en de gevel van de Santa Maria della Pace, de gevel van Santa Maria in Via Lata en de koepel van de San Carlo al Corso.

In Rome bevinden zich ook heel wat fresco’s van zijn hand, o.a. in Palazzo Barberini en het Palazzo del Quirinale maar ook in kerken zoals de San Carlo al Corso en de Chiesa Nuova.

Da Cortona liet tevens vele schilderijen na, je vindt een aantal meesterwerken in o.a. de Vaticaanse Musea, in de San Carlo in Catinari en in de Pinacotheek van het Capitolijns museum.

Praktische informatie Santi Luca e Martina.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s