De Accademia Nazionale di San Luca

De voorbije dagen hadden we het een paar keer over de Accademia di San Luca, de vereniging van kunstenaars die in 1577 in Rome werd opgericht. Die bestaat nog altijd, al is ze nu wel gemoderniseerd. Je kan deze unieke plek zelfs bezoeken. Tegenwoordig is de Accademia gevestigd in Palazzo Carpegna, aan Piazza dell’Accademia di San Luca, dat is vlakbij de Trevifontein. De Galleria dell’Accademia Nazionale di San Luca is gratis toegankelijk van maandag tot zaterdag van 10 tot 19 uur.

Lang vóór de Accademia werd opgericht, bestond er in Rome al de Compagnia di San Luca, een gilde van schilders en miniaturisten, dat officieel de statuten neerlegde op 17 december 1478. Tot de stichtende leden behoorde de bekende schilder Melozzo da Forli. Deze vereniging had een gildehuis naast een aan San Luca gewijd kerkje in de buurt van de Santa Maria Maggiore.

De vereniging, die de belangen van kunstenaars moest verdedigen, is vernoemd naar de evangelist Sint-Lucas, de patroonheilige van ondermeer de schilders en kunstenaars. De legende van Lucas die een portret van de Madonna met het kindje Jezus zou hebben geschilderd, is uit Griekenland afkomstig en ontstond wellicht tijdens de zesde eeuw.

Het thema ‘Lucas die de Madonna met Kind schildert’ is afgebeeld op vele altaarstukken, met name vooral op deze van de plaatselijke schildersgilden. In de westerse kunst vinden we de schilderende Lucas terug vanaf de twaalfde eeuw, vanaf de veertiende eeuw wordt Lucas vereerd als patroonheilige van de schilders en beeldsnijders. Verschillende voorstellingen van de Madonna worden vereerd als werk van de heilige Lucas.

In 1577 vormde paus Gregorius XIII de Romeinse broederschap om tot de Accademia di San Luca. De eerste directeur (principe) van de Accademia was Federico Zuccari. De vereniging stond in hoog aanzien en wist snel een grote hoeveelheid macht en invloed te verwerven.

Reeds in 1588 schonk paus Sixtus V de San Martina-kerk aan de vereniging. Die kerk bestaat nog altijd als de Santi Luca e Martina en is gelegen aan de Via di Curia 2 aan het Forum Romanum. Het gebouw wordt zoals eerder verteld nog steeds door de Accademia Nationale di San Luca beheerd.

De macht van de vereniging bleef de jaren nadien steeds toenemen. Zo verleende paus Paulus V de Accademia in 1605 het recht om op de feestdag van Sint-Lucas een veroordeelde gratie te verlenen. Vanaf 1620 breidde paus Urbanus VIII de rechten van de vereniging nog uit. De Accademia kon vanaf dan zelf beslissen wie in Rome als kunstenaar mocht worden beschouwd.

De groep kwam bovendien onder de hoge bescherming te staan van kardinaal Francesco Barberini, de neef van Urbanus VIII, die eigenlijk optrad als stroman van de paus zelf. Dezelfde paus gaf de Accademia in 1633 het recht om een belasting te innen van alle erkende kunstenaars, kunstverdelers en -verkopers. Zonder lidmaatschap was het aanvaarden van opdrachten in Romeinse kerken onmogelijk. De Accademia nam bovendien een percentage op het loon dat de aangesloten kunstenaar met zijn werk verdiende.

Al die gunstmaatregelen zorgden voor heel wat klachten en gemor bij artiesten die zich onheus behandeld voelden. De instelling behartigde nu immers vrijwel oppermachtig (want gesteund door de paus) de belangen van de lokale kunstenaars en had daarbij ook nog eens een monopolie. Buitenlandse kunstenaars konden weliswaar ook lid worden maar velen (waaronder heel wat ‘Fiamminghi’) trokken zich van deze regels niets aan en gingen hun eigen weg.

Verscheidene prominente kunstenaars weigerden zich aan te sluiten bij de Accademia, laat staan dat ze er op één of andere manier bij betrokken wilden zijn. Ook werden weleens leden uit de vereniging gegooid omdat ze kritiek hadden gegeven op de werking van het instituut of interne geheimen lekten.

In die beginjaren oefende de paus een grote controle uit over het leiderschap van de Accademia di San Luca, wat natuurlijk een manier was om de kunstproductie en het talent in de eigen omgeving te houden. Het aantal principi of directeuren die het instituut in de loop der eeuwen heeft geteld is indrukwekkend. Onder hen bevinden zich kunstenaars zoals Bernini, Domenichino, da Cortona en Romanelli, om er slechts enkele te vermelden.

Vanaf het ontstaan van de Accademia bepaalden de statuten van de vereniging dat elke kandidaat een kunstwerk en, later, een portret moest schenken aan de Accademia. Dat is de reden waarom in Palazzo Carpegna vandaag een volkomen unieke en onwaarschijnlijke collectie schilderijen, sculpturen, tekeningen en vijfhonderd portretten is opgeslagen.

Het is uiteraard een heterogene verzameling, maar ze bevat werken van o.a. Rafaël (Sint-Lucas schildert de Maagd), Canova, Titiaan, Rubens met ‘Nimfen kronen de godin van overvloed’, Il Guernico, Guido Reni, Pietro da Cortona en vele anderen. Dat veel mensen hier zomaar voorbij wandelen zonder te beseffen wat zich achter de muren bevindt, is bijzonder jammer.

De Accademia Nazionale di San Luca is een moderne nakomeling. In 1932 moest de vereniging verhuizen toen hun onderkomen bij de voormelde Santi Luca e Martina werd gesloopt tijdens de aanleg van de Via dei Fiori Imperiali. Ze kwamen terecht in het zestiende-eeuwse Palazzo Carpegna, gebouwd door Giacomo della Porta.

Bekijk binnen vooral de spiraalvormige trap naar de bovenste verdiepingen, gebaseerd op een ontwerp van Francesco Borromini. De trap bevindt zich achteraan in de smalle ingangshal, maar de eerste bocht wordt listig verborgen door in stucwerk uitgevoerde bloemenslingers. De eerste trap van dit slingerende type doet meteen denken aan het mausoleum van Hadrianus, de huidige Engelenburcht.

Een dergelijke oprit moet in de zeventiende eeuw ongetwijfeld praktisch geweest zijn. Dankzij zo’n trap was het bv. mogelijk om tonnetjes drinkwater op de rug van een muilezel tot de bovenste verdieping te brengen. Veel rijke Romeinen lieten immers tot ver in de negentiende eeuw het lekkere water uit de Trevifontein door hun personeel naar hun vaak hoog gelegen woonvertrekken sleuren.

In zaal I, links op de lange gang, bevinden zich verschillende Vlaamse werken. Rechts bij het binnenkomen hangt van Frans Pourbus de Jonge (1569-1622) een damesportret. Ernaast een mooi aan Adriaan Isenbrandt (ook wel geschreven als Ysenbrant, Ysenbrandt of Hysebrant) toegeschreven ‘Huwelijk van de heilige Catharina’. Isenbrandt (1490-1551) van wiens leven weinig is geweten en die Rome nooit zou bezocht hebben, vestigde zich in 1510 in Brugge.

In dezelfde zaal vind je een werk dat Rubens speciaal voor de Accademia schilderde. Ernaast hangt een anoniem Vlaams werk uit de zestiende eeuw, hier aangegeven als ‘scuola tedesca’. Daarnaast vinden we een werk van de Antwerpenaar Johannes Fyt (1611-1661), hij was gespecialiseerd in grote jachtbanketten. Aan de andere wand naast de deur hangt een ongewoon werk van Van Dyck (1599-1641) dat de Maagd met het Kind toont met engelen. Let in deze kleine zaal ook op de ‘Venus kijkend in de spiegel’ door Veronese en op een portret van Clemens IX van de hand van Baciccio (1639-1709).

Zaal II (tijdens ons laatste bezoek gesloten wegens werkzaamheden) bevat een deel van een fresco van Rafaël en ‘Judith en Holofernes’ van de Venitiaanse schilder Piazetta (1682-1754).

In zaal III bevindt zich het ‘Gabinetto Riservato’ waar we werk vinden van Palma il Giovane (1544-1628) – let op de drie gratiën – en van Cavalier d’Arpino (1568-1640). Van Guido Reni (1575-1642) bevindt zich hier een merkwaardige La Fortuna.

Opmerkelijk: alle schilderijen in deze zaal tonen vrouwelijk naakt. Dat is echter geen toeval. Canova haalde deze werken uit de ‘Galleria de’ quadri in Campidoglio’, dat is de huidige pinacotheek van de Capitolijnse musea en stelde ze hier op om een ‘Scuola del Nudo’ te vormen.

Zaal IV herbergt het ‘Gabinetto dei Disegni’. De laatste zaal, Zaal V, bevat portretten van kunstenaars uit vervlogen tijden. Let op Gaspari van Wittel (1653-1736) met de immense pruik, voorlaatste van de bovenste rij, het portret werd uitgevoerd door zijn zoon Luigi Vanvitelli (1700-1773).

Deze laatste, met passer en bouwontwerpen vind je als derde portret van de onderste rij, het werk werd uitgevoerd door een onbekende meester. De collectie is deze zaal wordt nu en dan afgewisseld. De lange gang vormt de Gipsoteca. Hier gaat alle aandacht uiteraard naar Thorvaldsen en Canova. De Accademia beschikt tevens over een uitgebreide bibliotheek. Regelmatig zijn er speciale tentoonstellingen.

Officiële website

Praktische informatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.