De verovering van Brittannia

Eind mei treden we met een groep S.P.Q.R.’ers (een stukje) in de voetsporen van de Romeinen in Engeland. Julius Caesar was de eerste Romeinse militair die in de zomer van het jaar 55 v. C. met zijn troepen het Kanaal overstak naar Brittannia. Twee legioenen en een afdeling ruiters vertrokken in een tachtigtal vaartuigen vanuit Boulogne. Ondanks de moeilijkheden onderweg, slaagde Caesar erin voet aan wal te krijgen, vermoedelijk in de buurt van Dover. Na enkele gevechten met de Britse Kelten en heel wat schade aan zijn vloot door een storm, keerden caesars soldaten enkele dagen later reeds terug naar Gallië.

In de zomer van het volgende jaar, vermoedelijk op 6 juli bij zonsondergang, stak Caesar voor een tweede keer van wal vanuit Boulogne, ditmaal met meer dan 800 schepen. Dit was een gigantische logistieke operatie. Het opzet was om vijf legioenen en vijf eenheden ruiterij over het Kanaal te brengen, maar nu ook voldoende proviand.

Ditmaal stootte de Romeinse strijdmacht door tot over de Theems, over een afstand van circa 110 km. Ook tijdens deze tweede expeditie raakten Britten en legionairs verschillende keren met elkaar slaags. Uiteindelijk boden de Britten een wapenstilstand aan en leverden gijzelaars uit aan Caesar. Na enkele weken campagne verlieten de Romeinse troepen Brittannia opnieuw.

Net geen eeuw later vielen de Romeinen Brittannia voor een derde keer binnen. Ditmaal kwamen ze om te blijven. De invasie door keizer Claudius in 43 n.C. kwam tot stand om diverse politieke en economische redenen. Brittannia bood in elk geval een groot potentieel aan verhandelbare goederen, waaronder slaven, (edel)metalen, huiden, graan en vee. Maar de nieuwe keizer ging voornamelijk op zoek naar een triomf om zijn militaire macht te demonstreren: het stichten van een nieuwe Romeinse provincie in het zuidoosten van Engeland.

Onder aanvoering van Aulus Plautius stak een omvangrijke krijgsmacht van ongeveer 40.000 soldaten het Kanaal over. Het Romeinse leger bracht ook honderden artilleriestukken en belegeringstuig mee. De oversteek werd door de Classis Britannica – Britse vloot – ondersteund met naar schatting 1.000 vaartuigen!

Drie aparte divisies rukten in drie verschillende richtingen op vanuit de landingsplaats nabij Richborough. De soldaten van Plautius moesten het onderweg opnemen tegen zowat 150.000 Britse krijgers van verschillende stammen, voornamelijk de Catuvellauni en de Trinovantes. Canterbury en Dover werden om strategische redenen vrij snel ingenomen.

Voor de vlotte bevoorrading werd in het kielzog van de voorhoede door de genietroepen al gauw een weg aangelegd vanuit de uitvalsbasis Richborough, via de rivier de Medway richting het huidige Londen. Het uiteindelijke doel van aanvoerder Plautius was de inname van de hoofdplaats van de Catuvellauni: Camulodunum (Colchester).

Een belangrijke veldslag vond plaats bij de rivier de Medway, vlakbij Rochester. De Britten trokken zich terug en vluchtten over de Theems. Korte tijd later viel Camulodunum in Romeinse handen. Keizer Claudius was persoonlijk aanwezig tijdens de laatste fase van deze succesvolle militaire expeditie.

Onder de Flavische keizers breidde het veroverde gebied zich verder uit, voornamelijk door toedoen van Agricola. Tegen het einde van de eerste eeuw n.C. was de romanisatie van Engeland een feit. Het wegennet werd steeds dichter en overal verschenen typisch Romeinse woonkernen met openbare gebouwen en appartementsblokken. Op het platteland rezen de luxueuze villacomplexen als paddestoelen uit de grond.

In de tweede eeuw werd de Muur van keizer Hadrianus in het noorden van Engeland opgetrokken, nog later die van keizer Antoninus Pius (tijdelijk) in Schotland, om de noordelijke grens van de provincie veilig te stellen tegen barbaarse invallen.

De derde eeuw n.C. was een tumultueuze periode voor Brittannia. Omdat Germaanse stammen via de Kanaalzone het gebied onveilig maakten, trok het Romeinse leger een gordel van militaire versterkingen op langs de zuidoostkust van Engeland, op de Noordfranse en zelfs langs de Vlaamse (fort van Oudenburg) en de Nederlandse kustlijn (fort van Aardenburg).

In de loop van de vierde eeuw begon de druk op de noordelijke grens van het Romeinse Brittannia toe te nemen. Hoewel nog heel wat villadomeinen een fase van bloei kenden in deze Laatantieke periode, werd het nakende verval onvermijdelijk door toenemende interne en externe dreigingen.

S.P.Q.R. zal in de lente van MMXVI in de voetsporen van deze Romeinse veroveraars treden en enkele van de hoger genoemde Romeinse sites, maar ook andere, verkennen: Dover (Portus Dubris), het fort van Portchester, Chichester (Noviomagus), Fishbourne (villacomplex), Canterbury (Durovernum) en de uitvalsbasis Richborough.

Om dit doel te bereiken zullen we, net als Caesar, het Kanaal oversteken en voet aan wal zetten bij de Romeinse vuurtoren van Dover, om van daaruit onze vierdaagse veroveringstocht van het Romeinse Zuid-Engeland te beginnen! Vae Victis! (Tekst: Bernard Vandaele)

De uitnodiging en mogelijkheden tot inschrijving lees je hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s