Dioscurenfontein op Piazza del Quirinale wordt gerestaureerd

Er komt voorlopig nog geen einde aan de restauratieprojecten die momenteel in Rome aan de gang zijn. Vooral de fonteinen worden de jongste paar jaren in een versneld tempo aangepakt. Dat komt vooral omdat Rome steeds vaker kan genieten van het kapitaal van gulle sponsors die dit soort projecten graag bekostigen. Op Piazza del Quirinale staat op dit moment de fontein van de Dioscuren in de steigers. De restauratie kost 200.000 euro, een bedrag dat volledig wordt betaald door zakenman Alisher Usmanov, de rijkste man van Rusland.

De grote fontein valt op door de immense paarden en de obelisk. De twee naakten zijn een voorstelling van de tweeling Castor en Pollux. Ze zijn 5,6 m hoog en werden hier in 1589 in opdracht van paus Sixtus V (1585-1590) geplaatst door Domenico Fontana (1543-1607), de man die in Rome verschillende obelisken, meestal exemplaren die in de oudheid door de keizers uit Egypte waren meegebracht opnieuw in het straatbeeld liet verschijnen. Omwille van de reusachtige paarden bij de fontein wordt de Quirinaalheuvel door de Romeinen soms ook wel Monte Cavallo genoemd.

De beelden van Castor en Pollux aan de fontein zijn Romeinse kopieën naar Griekse originelen uit de vijfde eeuw v. Chr. en bevonden zich ooit nog in de Thermen van Constantijn, die hier vlakbij lagen. In de literatuur worden de beelden soms vermeld als origineel Grieks. Deze beelden behoren tot de kleine groep antieke sculpturen die door de eeuwen heen altijd bovengronds is gebleven.

Op de sokkels staat te lezen dat ze het werk zouden zijn van Praxiteles (half vierde eeuw v. Chr.) en Phidias (sterft omstreeks 432 v. Chr.). Deze foutieve vermeldingen werden wellicht omstreeks 450 na Chr., net vóór de plundering door de Vandalen, met opzet aangebracht om te vermijden dat de beelden zouden worden vernietigd.

Anderen beweren dat de namen de beelden moesten beschermen tegen al te puriteinse christenen. Uit vroeg-middeleeuwse teksten blijkt dat de beelden toen beschouwd werden als voorstellingen van Alexander de Grote bij het temmen van zijn paard Bucephalus (naar het Griekse boukefalos, of runderkop, zijnde het gebruikelijke brandmerk van de Thessalische paarden).

Toen Napoleon in 1798 Rome had bezet en Pius VI gevangen had genomen, wilde hij de beelden van Castor en Pollux met hun paarden naar Parijs laten overbrengen. Gelukkig ging dat plan niet door omdat het karwei te zwaar bleek. De beelden zijn in het verleden verschillende keren zwaar gerestaureerd en hersteld, zo beperkt het paard links zich enkel tot de kop, de rest van het lichaam werd tijdens de zestiende eeuw toegevoegd.

De obelisk (hoogte 14,5 m) werd in 1786 in opdracht van Pius VI (1775-1799) tussen de beelden geplaatst. Hij is niet Egyptisch, maar een oud-Romeinse nabootsing die oorspronkelijk aan de ingang tot het mausoleum van Augustus stond. Deze obelisk vormde er een paar met deze die vandaag achter de Santa Maria Maggiore staat op Piazza dell’ Esquilino.

Het fonteinbekken van grijs graniet is afkomstig uit het Forum Romanum waar het als veevoederbak gebruikt werd, tot Pius VII (1800-1823) in 1818 de schaal hier aan de fontein liet toevoegen. Herman Schaepman (1844-1903) schrijft in 1877: ‘De kolossen en paarden tekenden hun onsterfelijke schoone vormen op de doorschijnende lucht, de obelisk verhief zich rank en statig en de wateren der fontein zongen ons weer het eeuwig streelende, het zoo verstaanbare en toch zoo geheimzinnige lied’.

Domenico Fontana (1543-1607) afkomstig uit Melide, bij Lugano, was een architect, stedenbouwer en ingenieur. Hij werd vooral bekend als uitvoerder van grote projecten voor paus Sixtus V. Toen deze nog kardinaal was, bouwde Fontana voor hem de niet meer bestaande Villa Montalto-Negroni (na 1570), evenals de Cappella Sistina naast de Santa Maria Maggiore. Tijdens Sixtus’ pontificaat was zijn belangrijkste werk het nieuwe Lateraanse paleis en de daarbij aansluitende dubbele loggia tegen het transept van de San Giovanni (1586).

Tevens voerde Domenico Fontana de door de paus verlangde stedenbouwkundige werken uit (1586–1589), rechtlijnige verbindingen tussen de belangrijkste punten in de stad, met obelisken als blikvangers op de verschillende pleinen. In die tijd was dat een staaltje van ongeziene en visionaire stedenbouw.

Samen met Giacomo della Porta voltooide hij Michelangelo’s koepel van de Sint-Pietersbasiliek (1588–1590). Bij paus Clemens VIII viel hij echter in ongenade, waarna hij in 1593 naar Napels vertrok, waar hij als hofarchitect het koninklijk paleis bouwde (vanaf 1600). Fontana is vooral op het gebied van de stedenbouw van invloed geweest. Hij zou Napels niet meer verlaten en er ook sterven.

De Dioscuren zijn in de Griekse mythen de tweelingbroers Castor en Polydeuces (Pollux in het Latijn). De mythen omtrent hun afstamming zijn verschillend. Bij Homerus zijn zij kinderen van Leda en de sterveling Tyndareus; later meende men dat Polydeuces een kind van Zeus en dus onsterfelijk was, en dat Castor een kind van Tyndareus was en dus sterfelijk. Polydeuces was beroemd als vuistvechter, Castor als paardenbedwinger.

De Dioscuren zouden hebben deelgenomen aan de tocht van de Argonauten en de Calydonische jacht; zij streden met Heracles tegen de Amazonen en bevrijdden hun zuster Helena, die door Theseus was geschaakt. Zelf schaakten zij de dochters van de Messeense koning Leucippus en leverden daarbij strijd met Idas en Lynceus, de neven en verloofden van de meisjes. Bij dit gevecht sneuvelde Castor. Op Polydeuces’ voorbede doodde Zeus Idas en verleende de broers het voorrecht nimmer van elkaar gescheiden te worden. Beurtelings verbleven zij sindsdien een dag in de onderwereld en op de Olympus.

De cultus der Dioscuren stamt uit Sparta, waar zij misschien oorspronkelijk de beschermgoden waren van de beide koningen. Weldra genoten zij in heel Hellas (Griekenland) grote verering als helpers in de nood, vooral van zeelieden, en als weldoende genezers. Doordat men zich voorstelde dat de Dioscuren het onoverwinnelijke Spartaanse leger beschermden, zag men hen als ruiters te paard. In de hellenistische tijd werden zij vereenzelvigd met het sterrenbeeld de Tweelingen.

Bij de Romeinen waren Castor en Pollux al sinds de koningstijd evenzeer geliefd. De cultus in Rome ontstond door een sage dat de Romeinen in 499 v. Chr. de bewoners van Tusculum (nu Frascati) overwonnen met de hulp van Castor en Pollux, die daarna naar Rome reden om de zege te melden. Zij drenkten hun paarden aan de Juturna-bron op het Forum Romanum. Naast deze bron werd hun tempel gebouwd.

Advertenties

Eén reactie to “Dioscurenfontein op Piazza del Quirinale wordt gerestaureerd”

  1. Giannidipanni Says:

    Ik zag vorige week dat de houten schotten werden weggehaald, Ik denk dat de restauratie nu is afgerond. Het ziet er erg mooi uit allemaal, vooral de achterkant van de paarden zijn mooi golvend gemarmerd, wat ik nooit eerder zo heb gezien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s