In de voetsporen van Julius Caesar

Zoals je in een eerder bericht kon lezen, viel Julius Caesar reeds in 55 v. C. voor het eerst Brittannië binnen. De inheemse stammen verzetten zich tientallen jaren lang tegen onderwerping en verwoestten in de tweede eeuw n. C. een Romeins garnizoen bij het tegenwoordige York. De Romeinse keizer Hadrianus begon met het bouwen van een muur om de oorlogszuchtige noordelijke stammen buiten Romeins grondgebied te houden. De Muur van Antoninus werd 20 jaar later verder in noordelijke richting gebouwd.

Eind mei treden we met onze vereniging in de voetsporen van de Romeinen in Engeland. Alle details over deze reis lees je hier.

Britannia (later ook gespeld als Brittania en Brettania), was de naam die door de Romeinen werd gegeven aan het eiland Groot-Brittannië, dat voordien Albion werd genoemd. Albion, de oudst bekende benaming van het eiland Groot-Brittannië, gaat terug tot de zesde eeuw v. C. Ze zou, met de oudste naam van Ierland (Éire), het eerst zijn geboekstaafd in de Massiliote Periplus, een kustbeschrijving die uit de Griekse kolonie Massalia (Marseille) stamt. Fragmenten daarvan werden aangehaald in de Ora Maritima van de Romeinse dichter Avienus uit de vierde eeuw n. C.

De ‘autochtone’ bewoners van Zuid-Britannia, die reeds tin uit Cornwall verhandelden, werden sinds omstreeks 500 v. C. verdrongen door golven van Keltische invallers uit Gallië. De laatsten die overstaken waren de Belgae (rond 75 v. C. en tijdens Caesars verovering van Gallië). Caesar ondernam zoals eerder verteld in 55 en 54 v. C. ter intimidatie twee invasies in Zuidoost-Engeland, echter zonder blijvend resultaat.

Zijn tegenstanders, de Catuvellauni (hoofdstad Verulamium = St.-Albans) onder Cassivellaunus, bleven in feite onafhankelijk en onderwierpen na Caesars vertrek opnieuw de Trinobantes (steden Camulodunum = Colchester en Londinium = Londen) in Suffolk. Keizer Claudius liet vanaf 43 n.C. Zuid-Britannia door een Romeins expeditieleger onder Aulus Plautius (die de eerste stadhouder werd) veroveren en richtte er de provincie Britannia in, omringd door vazalstaatjes.

De Silures in Zuid-Wales werden in 51 verslagen, de Brigantes (hoofdstad Eburacum = York) werden pas in 142 afdoende gepacificeerd. De stadhouder Gaius Suetonius Paulinus bezette in 61 het eiland Mona (Anglesey), het centrum van anti-Romeinse agitatie door de priesterkaste van de druïden, en onderdrukte de bloedige opstand van de Britse koningin Boudicca in Norfolk.

Druïden waren Keltische ‘tovenaars’ in Gallië en Britannia die een streng gesloten broederschap met een vaste organisatie vormden. Zij beschikten over esoterische wijsheid, waartoe ook een leer over een soort zielsverhuizing schijnt te behoren. Bij offerplechtigheden gaven zij aanwijzingen over het ritueel. Ook konden zij adviezen geven inzake het zich houden aan een geiss (een magische dwang of een verbod om bepaalde dingen te doen of na te laten).

De Romeinen bestreden de druïden fel, keizer Tiberius verbood hun cultus zelfs volledig. Onze kennis omtrent hen is gering. Daarom deden des te meer fabels over hen de ronde. In Engeland is de belangstelling voor de druïden nog levend en heeft zij geresulteerd in een herleving van allerlei rituelen.

Boudicca of Boadicea (gestorven in 62 n. C.) was de vorstin van het Britse volk van de Iceni in het huidige Norfolk. Ze werd na de dood van haar echtgenoot, de vazalkoning Prasutagus (61 n. C.), met haar beide dochters door de Romeinse bezetters mishandeld. Nog in hetzelfde jaar begon zij met steun van de naburige Trinobantes (in Suffolk) en andere stammen een opstand tegen Nero. Zij veroverde de steden Camulodunum (Colchester), Verulamium (St. Albans), Londinium (Londen) en richtte daar onder de Romeinse garnizoenen en kolonisten een bloedbad aan. Na een overwinning op de legaat Petilius Cerialis werden de Britanni echter door de stadhouder Gaius Suetonius Paulinus verslagen.

Mona werd opnieuw veroverd door de stadhouder Gnaeus Julius Agricola, die van 77 of 78 tot 84 het Romeinse gezag uitbreidde over Wales en tot in Schotland (waar hij de Caledoniërs versloeg), maar later een deel van zijn veroveringen in het noorden moest prijsgeven. Tevens bracht hij de romanisering van de Britse notabelen op gang.

Keizer Publius Aelius Hadrianus liet als onderdeel van de Romeinse limes (grenslinie) van 122 tot 128 tussen Carlisle en Newcastle de vandaag nog steeds wereldberoemde en door Unesco beschermde Hadrianuswal tegen de Caledoniërs aanleggen. Grote delen van deze muur bleven bewaard, evenals van de kortere, meer noordelijk gelegen Antoninuswal (142; tussen Glasgow en Edinburgh) van zijn opvolger Antoninus Pius, die echter in 185 weer werd ontruimd.

Keizer Septimius Severus verdeelde de provincie in Britannia Inferior (het oosten) en Superior (het westen). In de periode van militaire anarchie na 235 behoorde Britannia nu en dan tot een westelijk rijk (imperium Galliarum), dat ook Gallië en Spanje omvatte.

Onder Honorius, keizer van de westelijke rijkshelft van het Romeinse Rijk, haalde de opperbevelhebber Stilicho, door de Visigoten onder Alarik bedreigd, in 401-402 een deel van de Romeinse garnizoenen uit Britannia weg.

In 410 berichtte Honorius de Britanniërs, dat Rome hen voortaan niet meer kon helpen tegen de invallen van de Picten en Scoten uit het noorden. In de loop van de vijfde eeuw vestigden heidense Germaanse Angelen, Saksen en Friezen zich aan de oostkust en drongen ondanks de hardnekkige tegenstand van Britse aanvoerders, geleidelijk naar het westen op. Vele Britanniërs weken uit naar Armorica op het vasteland (Bretagne en Normandië).

Tot slot nog dit. De oude naam Albion wordt weleens – misschien ten onrechte – in verband gebracht met het Latijnse woord albus (wit) en verklaard als ‘het witte eiland’. Daarbij zou dan in het bijzonder moeten worden gedacht aan de witte krijtrotsen van Dover die bij helder weer vanaf de Franse kust zichtbaar zijn.

Deze verklaring is waarschijnlijk te danken aan de Romeinen in Gallië. Dat de term Albion waarschijnlijk op een inheems (vroeg- of vóór-Keltisch) woord stoelt zou ondermeer blijken uit verschillende Keltische geografische begrippen. In dit verband is het interessant te weten dat in het Ierse en het Schotse Gaelic Alba Schotland betekent, evenals yr Alban in de taal van Wales.

Eind mei treden we met onze vereniging in de voetsporen van de Romeinen in Engeland. Alle details over deze reis lees je hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s