De verbouwing van de thermen van Diocletianus tot kerk

In een vorig stukje hadden we het over de thermen van Diocletianus, ooit het grootste badcomplex van Rome. Dat nog altijd een aanzienlijk deel van dit immense bouwwerk bewaard is gebleven, is mede te danken aan het feit dat een gedeelte van het gebouw werd omgebouwd tot de kerk Santa Maria degli Angeli dei Martiri. Een karwei dat werd toevertrouwd aan niemand minder dan Michelangelo, die reeds 86 jaar oud was toen hij aan het ontwerp begon. Brugpensioen was duidelijk niet aan deze creatieve man besteed. Drie jaar later zou de kunstenaar overlijden.

De aanleiding om hier een kerk te bouwen was volgens de overlevering een visioen waarin een godvruchtige Siciliaanse priester een grote groep engelen uit de ruïnes van de thermen van Diocletianus zag vliegen. Paus Pius IV (1559-1565) geloofde dat verhaal en dacht dat de engelen verwezen naar de 40.000 christelijke martelaars die in de oudheid als slaven waren ingezet bij de bouw van het oorspronkelijke thermencomplex. Meteen was ook een naam voor de kerk gevonden.

Pius IV gaf in 1561 opdracht aan de toen 86-jarige Michelangelo (1475-1564) om de centrale zaal van het frigidarium tot kerk te verbouwen en een deel van de gebouwen van de thermen tot een kartuizerklooster. Niet lang daarna zou paus Sixtus V (1585-1590) de rest van het thermencomplex gedeeltelijk ontmantelen ten behoeve van de vele bouwwerken die hij in Rome liet uitvoeren.

Michelangelo heeft de klassieke ruïne met de grootste eerbied behandeld, hij beperkte zijn ingrepen tot een minimum. Het uitgestrekte middenstuk van het frigidarium werd als schip van de kerk ingericht. De ingang tot de kerk situeerde hij aan het zuidoostelijke uiteinde, in de richting van het Termini-station.

Na de dood van Michelangelo in 1564 en van Pius IV in 1565 onderging de kerk voortdurend wijzigingen. Tot uiteindelijk in 1749 de Nederlands-Italiaanse architect Luigi Vanvitelli (1700-1773) de zaken in handen nam. Vanvitelli (Lodewijk van Wittel) was een zoon van de sinds 1672 in Italië verblijvende schilder Caspar Adriaensz. van Wittel uit Amersfoort. Van deze laatste bevinden zich werken in Museo Barberini, Museo Corsini en in de Capitolijnse Musea.

Luigi werkte in Ancona, Perugia en Loreto en werd daarna door Karel III naar Napels gehaald. Voor hem bouwde hij in Caserta het enorme koninklijk paleis (1752), een hoogtepunt van de achttiende-eeuwse architectuur in Italië. Vanvitelli’s werk vormt de overgang van de barok naar het classicisme. Ook de Annunziatakerk in Napels is van zijn hand. Met zo’n referenties is het daarom des te moeilijker te begrijpen waarom de architect in de Santa Maria degli Angeli in Rome zo’n desastreuze ingreep uitvoerde.

Vanvitelli kreeg van de kartuizer-monniken die toen eigenaar waren van het thermencomplex met Michelangelo’s kerk, de opdracht om orde en eenheid te scheppen in het bouwwerk. Zijn ingreep was echter moordend. Hij veranderde de oriëntering van de kerk van Michelangelo zodat het hoofdschip werd herleid tot een immens dwarsschip.

Daarnaast verplaatste hij de hoofdingang van Michelangelo naar het bouwvallige caldarium, het warmwaterbad van de vroegere thermen, dat hij liet afbreken. De door hem ontworpen voorgevel werd gelukkig in het begin van de twintigste eeuw neergehaald, wel bleef de deurversiering behouden. Het gevolg is dat we vandaag de kerk betreden langs de achterste, gebogen en kale binnenmuur van het caldarium, nogal ongebruikelijk en weinig smaakvol.

De Santa Maria degli Angeli dei Martiri (Piazza Repubblica) is dagelijks open van 8 tot 18 u., op zondag van 8 tot 10.30 u. en van 12 u. tot 18 u.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s