Twee kunstenaars die ‘alles’ konden

Vandaag stappen we binnen in de Santa Maria degli Angeli dei Martiri, die ondanks de vernietigende ingreep van Luigi Vanvitelli toch nog steeds indrukwekkend oogt, vooral omdat de bezoeker zich nog enigszins kan voorstellen hoe groots de oorspronkelijke thermen van Diocletianus moeten geweest zijn. Ook al blijft er vandaag slechts een klein gedeelte van de vroegere ruimte over, geeft het geheel toch een vage indruk van de Romeinse bouwkunst. Er bestaat een plannetje waar de huidige gebouwen worden ingepast in het oorspronkelijke thermencomplex. Het is helaas niet meer in de handel maar wie dit tweedehands nog te pakken krijgt, neemt dit best mee bij een bezoek aan de Santa Maria degli Angeli dei Martiri.

De vestibule van de kerk is een ronde ruimte die overeenstemt met het vroegere tepidarium, de zaal met de lauwe baden. Links, net voorbij de ingang, zien we het graf van de veelzijdige en onderschatte Napolitaanse schilder, etser, dichter, musicus en acteur Salvatore Rosa (1615-1673). Zijn huis aan de Via Sistina werd na zijn dood verkocht aan graaf Stroganoff.

Het werk van de schilder werd vooral tijdens de achttiende en negentiende eeuw zeer gewaardeerd. Salvatore Rosa had een flamboyante persoonlijkheid en beoefende net als Gian Lorenzo Bernini vrijwel alle kunstvormen. Rosa was niet verwaand maar wel overtuigd van zijn eigen genie, hij was het prototype van de artiest uit de romantiek, en de schepper van het wilde landschap dat in scherp contrast stond met Lorrain of Poussin. Rosa was ook gekend voor zijn soms macabere onderwerpen, zoals heksen.

Zijn merkwaardige zelfportret vinden we in de National Gallery in Londen (zaal 32, indien je eens in de buurt bent), waar de meester zich voorstelt als een stoïcijns filosoof. Rosa’s zoon Augustus eerde zijn vader met een grafmonument in de Santa Maria degli Angeli dei Marteri, waarop twee knaapjes respectievelijk de Schilderkunst en de Dichtkunst verbeelden.

De tekst luidt ‘pictorum sui temporis nulli secundum, poetarum omnium temporum princibus parem’, dus dat papa Rosa één der beste schilders van zijn tijd was en één der beste dichters aller tijden. Zijn gedichten bevinden zich vermoedelijk nog steeds ergens in een archief. We hebben niet kunnen achterhalen of iemand ze ooit (gedeeltelijk) heeft uitgegeven. In juli 2007 vond in de Uffici in Firenze een mooie overzichtstentoonstelling plaats over het leven en werk van Rosa.

De kunstenaar werd geboren in Arenella, bij Napels, op 21 juli 1615. Hij werkte aanvankelijk in het atelier van Francesco Fracazano en van 1632 tot 1635 bij Aniello Falcone, bij wie hij zich specialiseerde in het schilderen van veldslagen. In 1635 en opnieuw in 1638 verbleef hij in Rome, waar hij grote opdrachten kreeg.

Van 1640 tot 1648 woonde hij in Firenze als hofschilder van de familie de’ Medici, waar hij de centrale figuur was van de door hem opgerichte Accademia dei Percossi. Behalve als schilder van veldslagen was Rosa beroemd om zijn theatrale landschappen met woeste rotspartijen en grillig geboomte, gestoffeerd met kluizenaars of groepjes rovers, waarin hij een voorloper was van de romantische landschapschilderkunst.

Hoewel Salvatore Rosa eigenlijk een hekel had aan het schilderen van landschappen en een voorkeur had voor historische gebeurtenissen, zijn het nog steeds die landschappen die zijn faam en naam maken. In 1649 keerde hij voorgoed terug naar Rome. Sedert 1660 trok hij veel aandacht als etser, vooral met zeventig studiebladen met soldateske en pittoreske figuren.

Hij schreef zeven satires (uitgegeven in 1694), waarvan de bekendste zijn: de satire over de muziek, waarin hij de ‘virtuosi’ van zijn tijd hekelde, de satire over de poëzie, die het barokke maniërisme bespotte, en de satire over de schilderkunst, waarin hij zich keerde tegen degenen, zoals de bamboccianti, die een ‘venster op de werkelijkheid’ schilderden.

Bambocciaden (bamboccio = dikzak, domoor, potsenmaker …,) is de benaming voor schilderingen van het volksleven (taferelen met kwakzalvers, boeren, bedelaars, scènes voor de herberg, op de kermis of de jaarmarkt, enz.) gemaakt door de zogenaamde bamboccianti, een groep Nederlandse, Vlaamse en Italiaanse schilders die in de periode 1625-1650 in Rome werkte. Bamboccio was de Bentvueghel-naam van Pieter jacobsz van Laer die als baanbreker van het genre geldt.

Met een satire op Gian Lorenzo Bernini maakte Rosa zich echter een tijdlang weinig geliefd in Rome. Salvatore Rosa trad ook op in de commedia dell’arte en was een verdienstelijke luitspeler. Composities die aan hem werden toegeschreven blijken echter door anderen te zijn gemaakt. Het werk van Rosa was zeer geliefd in Engeland. De eerste biografie van de kunstenaar werd in 1824 door Lady Morgan geschreven.

De voet van de doopvont in de Santa Maria degli Angeli dei Martiri, in de grote inham rechts voorbij het grafmonument van Salvatore Rosa, toont een nogal mistroostige putto. Erboven zien we tussen de zuilen de ‘Noli me tangere’ van de Mechelaar Hendrick van den Broeck (1530-1597). Hij verbleef in Rome tussen 1550 en 1588 waar men hem Arrigo Fiammingo of ook Henricus van Mecheln (sic) noemde. Van hem kennen we een muurfresco in de Sixtijnse kapel. Het ‘Noli me tangere’ verwijst naar Johannes 20:17 waar de herrezen Christus zich met de woorden ‘raak mij niet aan’ richtte tot Maria Magdalena. Let op de hoed van Christus.

Aan de overkant, dus direct rechts bij het binnenkomen, bevindt zich het grafmonument van een andere fantastische kunstenaar, namelijk Carlo Maratta (1625-1713) waarvan hijzelf het ontwerp maakte. Ook hij was een alleskunner die in het Rome van de late barok zowat de belangrijkste schilder was. Maratta werkte in de stijl die men ‘the gusto grande’, of ‘le beau ideal’ noemde, een theoretische, academische stijl afgeleid van het werk van Rafaël.

Daarbij gebruikte men vaste concepten. Zo moest bijvoorbeeld het onderwerp op een verhoog staan en mochten de achtergronden met landschappen slechts minimaal aanwezig zijn, individuen mochten geen eigen particulariteiten hebben enz. Vooral Poussin en de School van Bologna volgden die stijl. Maratta was internationaal gekend voor zijn voorstellingen van ‘Madonna met Kind’, die in feite geïnspireerd waren op soortgelijke werken uit de hoog-renaissance.

Hij was een zeer goed frescoschilder en in zijn tijd de beste portretschilder in Rome. Vele van zijn werken bevinden zich in Romeinse kerken, musea en paleizen. Let ook op het mooie Latijnse opschrift op het monument, wat overigens ook geldt voor het tegenover liggende graf van Rosa.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s