Het interieur van de Santa Maria degli Angeli dei Marteri

We bevinden ons nog steeds in de Santa Maria degli Angeli dei Marteri aan Piazza della Repubblica in Rome. De kerk is gebouwd op de resten van het enorme thermencomplex van keizer Diocletianus. Alvorens de ronde zaal met de grafmonumenten van Salvatore Rosa en Carlo Maratta te betreden kijk je best nog even omhoog, naar de merkwaardige lichtkoepel.

In de doorgang die volgt, bevindt zich rechts het expressieve standbeeld uit 1767 voor de heilige Bruno van Keulen (1035-1101). In 1084 stichtte hij de Orde der Kartuizers in La grande Chartreuse. Het is een werk van Jean-Antoine Houdon (1741-1827, foto hieronder) die in Rome verbleef van 1764 tot 1768, deels als pensionaire van de Académie de France. Van dit beeld, uitgevoerd in een directe klassieke stijl, zei Clemens XIV dat het zou spreken indien de kloosterregel het niet zou verbieden.

In de nis er tegenover bevond zich een al even fraai plaasteren beeld van dezelfde kunstenaar, met een voorstelling van Johannes de Doper. Het werd echter op 4 juni 1896 gebroken door een koorknaap. Die jongen zou later enige bekendheid genieten als architect met de naam Guglielmo. Het kapotte beeld zou de jongen zijn leven lang achtervolgen, al zou hij altijd blijven volhouden dat de breuk niet zijn schuld was, maar dat het beeld onstabiel was.

Het werk van Houdon werd later in een kleiner formaat opnieuw maar minder fraai uitgevoerd en voor alle zekerheid in het Museo Galleria Borghese geplaatst. In 2012 werd het nogmaals hermaakt, ditmaal door Giuseppe Ducrot, een jonge Romeinse beeldhouwer. Na 1785 werd Jean-Antoine Houdon beschouwd als de belangrijkste beeldhouwer in Europa en zijn faam reikte zelfs tot in Amerika. Bekend is zijn beeld van Georges Washington in Richmond, met de Amerikaanse president als een moderne Cincinnatus.

Links en rechts zien we een fraai wijwatervat, het rechtse is achttiende-eeuws en barok, het linkse is een moderne kopie. In de kleine kapel ernaast (dus links in de doorgang) bevindt zich ‘Sint-Pieter ontvangt de sleutels’, een werk van de zeer gewaardeerde Girolamo Muziano (1528-1592). Hij was één van de meest vooraanstaande schilders van zijn tijd en was vooral gekend voor zijn subtiele kleurenpalet. Ook in Rome genoot hij veel aanzien. Heel beroemd zijn Muziano’s fresco’s in de Villa d’Este in Tivoli. De kunstenaar werd begraven in de Santa Maria Maggiore.

Het transept van de kerk is een immense ruimte die ooit het frigidarium van de thermen was en bij Michelangelo dus de middenbeuk moest worden met links de ingang van de kerk. Na de ingreep van Vanvitelli werd het een meer dan bizar dwarsschip met een breedte van 91 m en een diepte van 27 m. Dit is echter het enige deel van de kerk dat toelaat een idee te vormen van de plechtige grootsheid van de oorspronkelijke antieke gebouwen. Al moeten we er meteen bij vertellen dat wat we vandaag in deze ruimte zien, minder dan een vierde is van de destijds overwelfde ruimten die tot de thermen van Diocletianus behoorden.

Het transept heeft nog acht antieke, rode granieten zuilen behouden, de monolieten hebben een doorsnede van bijna 2 m. Omdat de vloer door Michelangelo ongeveer 2 m verhoogd werd om het gebouw tegen opstijgend vocht te beschermen, zijn de zichtbare voetstukken van deze zuilen dus niet die uit de oudheid. Die bevinden zich onder de grond. Van de oorspronkelijk 16 m hoge zuilen is dus ‘slechts’ 13,8 m zichtbaar.

De acht andere en niet-authentieke zuilen die Vanvitelli liet toevoegen in de twee doorgangen die het transept scheiden van de vestibule en het aangebouwde koor, bestaan uit bepleisterd metselwerk en zijn zo goed nagebootst dat het verschil nauwelijks te zien is. Dergelijke ingrepen kan je echter altijd doorgronden: leg er even je hand op: het temperatuursverschil te duidelijk te voelen, koud is antiek graniet (of desgevallend marmer), een warmer gevoel is steevast pleisterwerk. Voor alle duidelijkheid: er bevinden zich dus tweemaal twee valse zuilen tussen de vestibule en het transept, en tweemaal twee valse zuilen tussen het transept en het tegenover de vestibule gelegen koor. Let ook op het rijk versierde klassiek hoofdgestel.

Boven het dwarsschip verheft zich het weergaloze oorspronkelijke gewelf, waarbij Vanvitelli’s toegevoegde koor nogal magertjes afsteekt. Bij het wijzigen van de oriëntatie van de kerk, bouwde Vanvitelli immers een nieuw koor waardoor hij het natatio vernielde, het buitenbad waar de Romeinen hun bezoek aan de thermen beëindigden. De twee ingangen die Michelangelo voorzien had aan de uiteinden van het huidige transept, werden omgebouwd tot kapellen en voorzien van beschilderde bouwelementen.

Vandaag is het transept een schilderijengalerij met vooral werken uit de achttiende eeuw die afkomstig zijn uit de Sint-Pietersbasiliek waar ze door in mozaïek uitgevoerde kopieën vervangen werden. Zoals bekend heeft de Sint-Pietersbasiliek te kampen met een hoge vochtigheid die schilderijen geen goed doet. Ze werden dan ook zoveel mogelijk uit deze kerk gehaald en verspreid in andere gebedshuizen in Rome. Uit de werken die zich in de Santa Maria degli Angeli dei Marteri bevinden blijkt duidelijk hoe de Italiaanse schilderkunst in de achttiende eeuw, met de gelukkige uitzondering van Venetië, geëvolueerd was naar een koud academisme waarvan het zich slechts moeilijk zou kunnen herstellen.

Bij het betreden van het transept komende van de vestibule, vind je direct links (kant vestibule, boven de eerste biechtstoel) ‘De mis van de heilige Basilius in aanwezigheid van keizer Valentius’ geschilderd door Pierre Subleyras (1699-1749), een in Saint Gilles du Gard geboren schilder die vanaf 1728 in Rome verbleef. Het schilderij toont hoe de keizer ontroerd wordt door de waardigheid van de liturgie en daardoor het bewustzijn verliest. De kledij van de keizer en de achtergrond werden klassiek behandeld.

Subleyras had in 1727 de prix de Rome gewonnen, en vestigde zich er voor de rest van zijn dagen. Hij was een allesschilder maar vooral zijn religieuze werken werden gewaardeerd. De Romeinen noemden hem ‘Pusino moderno’, de moderne Poussin. Zijn bekroning kwam toen hij de opdracht kreeg voor ‘De mis van de heilige Basilius’. Bij de onthulling van dit grote werk in 1748 had het een immens succes, maar voor de schilder die kort erna overleed kwam deze waardering telaat. Subleyras moest wachten tot 1987 toen een grote retrospectieve in Parijs en Rome zijn grote kwaliteiten eindelijk in het licht brachten.

Rechts van dit schilderij ziet men ‘De val van Simon de Magiër’, het meesterwerk van Pompeo Batoni (1708-1786). Het schilderij, dat door Benedictus XIV besteld werd voor de Sint Pietersbasiliek, toont een mooi kleurenpalet en de contrasten tussen licht en schaduw zijn kenmerkend voor de kunst van Batoni (ook wel als Battoni geschreven). Deze schilder werd tijdens de achttiende eeuw de grootste schilder van Rome en van Italië genoemd, vandaag is hij niet meer dan een voetnoot in de kunstgeschiedenis.

Daarvoor is een verklaring. Batoni was een uitmuntend portrettist die zijn clienteel vooral vond bij de Engelse aristocratie tijdens hun ‘grand tour’. Zij namen hun portretten mee naar huis waar ze uit het publieke zicht verdwenen. De schilderijen van Batoni verdwenen letterlijk achter de kasteelpoorten. Vandaag is de belangstelling voor Pompeo Batoni weer gegroeid, hij kreeg begin 2008 nog een grote tentoonstelling in de National Gallery in Londen.

Geboren in Lucca, was hij al van kleinsaf aan een briljante tekenaar en evolueerde tot een technisch verbluffende vakman. Maar daar blijft het bij, want zijn neoklassieke stijl doet vandaag erg braaf aan. Vergeten we ook zijn werk als historieschilder niet (Wenen). Profiteer van het werk dat zich in deze kerk bevindt, want de ongeveer zeventig portretten die hij schilderde zijn zoals verteld veel moeilijker of nooit te bekijken.

Dit werk in de Santa Maria degli Angeli was voor Batoni overigens uiterst belangrijk. Hij had grote ambities als schilder van religieuze en historische onderwerpen en die honger kon alleen gestild worden door voor de paus te werken. Batoni werkte tien jaar aan dit project, in zijn ogen het belangrijkste wat een schilder in Rome of zelfs in Italië aangeboden kon krijgen. Toen Batoni vernam dat het Vaticaan zijn olieverfschilderij in mozaïek zou laten uitvoeren, omdat het doek kon gaan schimmelen door de onverwacht hoge vochtigheid in de Sint Pietersbasiliek was hij de wanhoop nabij.

Maar financiële problemen gooiden roet in het eten, er kwam geen mozaïekkopie van het schilderij en het doek zelf verhuisde naar de Santa Maria degli Angeli. Batoni was daardoor zo ontgoocheld dat hij weigerde nog religieuze werken uit te voeren. Voortaan zou hij zich nog enkel bezighouden met de lucratieve stiel van het portretteren van de bezoekende Britse lords.

Batoni was voor Italië wat de grote portretschilder Joshua Reynolds voor Engeland was. Reynolds zelf dacht er anders over, een jaar na de dood van Batoni schreef hij over zijn Italiaanse collega’s ‘hoe roemrijk hun namen ons nu ook in de oren mogen klinken, ze zullen weldra vrijwel totaal in de vergetelheid zijn geraakt’. Hij had nog gelijk ook, want zoals verteld is de naam van Batoni nauwelijks gekend bij het publiek.

Tegen de afsluitmuur van het linker transept hangt ‘De verschijning van de Maagd aan de heilige Bruno’, het is een licht en helder werk van Giovanni Odazzi (1663-1731), een leerling van Baciccia en voortzetter van de barok-stijl. De rechterarm van het transept bevat de graftomben van personages uit de Eerste Wereldoorlog: maarschalk Armando Diaz (tegen de muur, aan de kant van het koor), de overwinnaar in Vittorio Veneto in 1918; admiraal Paolo Thaon di Reval (zelfde kant, maar meer naar rechts) die de leiding had over de geallieerde strijdkrachten in de Adriatische zee van 1917 tot 1918 en minister Vittorio Emanuele Orlando (recht tegenover de vorige, dus kant vestibule).

Vermeldenswaard is nog dat in het rechtertransept tegen de muur, net rechts van het koor, een schilderij hangt dat de ‘Verkondiging van Hiëronymus’ voorstelt. Het is een werk van Muziano (1528-1592), maar het landschap dat Assisi voorstelt is van de hand van de hoog gewaardeerde Antwerpenaar Paul Bril.

Het koorgedeelte van de kerk kan niet vrij betreden worden en zelfs vanaf de gebedsruimte is het zicht zeer beperkt. Rechts voorbij de communiebank zie je ‘Het martelaarschap van Sebastiaan’, een werk van Domenichino (1581-1641). Het schilderij achteraan links toont het ‘Doopsel van Jezus’, het is één van de beste werken van de eerder vermelde Carlo Maratta. Let op de affectie van de figuren van Christus en Johannes de Doper, beide zijn opvallend maniëristisch. In de apsis bevinden zich plafondschilderingen uit 1574 van Hendrick van den Broeck.

Ook staat er in het koor het grafmonument voor Pius IV Medici (1559-1565) naar een ontwerp van Michelangelo. Het beperkt zich tot de grote witte plaat achteraan links tegen het gebogen deel van de apsismuur. Pius IV was de paus die in 1561 aan Michelangelo de opdracht gaf hier een kerk in te richten. Hoewel hij een de Medici was, behoorde hij niet tot de machtige Florentijnse tak van de familie. Hij was Milanees en studeerde geneeskunde en rechten. Maar hij had wel een broer die dank zij zijn militaire successen de titel van markies kreeg en de hand van een Orsini, die de schoonzus was van Paulus III.

Met een dergelijke combinatie lag voor Giovanni Angelo de’ Medici dus een carrière binnen de Kerk voor het grijpen, ondanks zijn drie kinderen. Pius IV was wellicht de laatste paus die zelf kinderen had, en als renaissancepaus vergat hij overigens niet zijn familie van alle goeds te voorzien, waaronder zijn neef de jonge Carolus Borromeus (1538-1584) die in 1610 heilig zou verklaard worden. In 1564 publiceerde deze paus de conclusies van het concilie van Trente dat 18 jaar had aangesleept. Een jaar later stierf hij, hij was 65.

Achter het hoogaltaar bevindt zich een klein schilderij dat veel vereerd wordt, ‘De Maagd aanbeden door de engelen’. Het werd in 1543 besteld bij een Venitiaans schilder door de Siciliaanse priester Antonio del Duca, de man die volgens de overlevering de engelen uit de thermen van Diocletianus zag vliegen.

De deur naar de sacristie in het linker transept, kant koor, leidt naar interessante overblijfselen van het frigidarium van de baden van Diocletianus. Er is een tentoonstelling met plannen en foto’s, er is ook een toilet. Je kan langs hier ook de kerk verlaten of betreden. Vanaf deze zijde heb je een beperkt zicht op de overgebleven maar nog steeds indrukwekkende delen van de thermen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s