De Villa Farnesina in Trastevere

Lang niet alle Romebezoekers gaan op zoek naar of houden halt bij de befaamde Villa Farnesina, een fraai landhuis uit het begin van de zestiende eeuw en gelegen op de westelijke oever van de Tiber in Trastevere, aan de voet van de Gianicolo-heuvel. Precies die (nochtans kleine) afwijking van de vaste toeristische route en de klassieke stops in Rome, zorgt ervoor dat veel mensen de Villa Farnesina niet bezoeken. Geheel ten onrechte, want in het gebouw bevinden zich beroemde en schitterende werken van ondermeer de topschilder Rafaël en Baldassare Peruzzi. Hierna lees je een inleidend stukje over deze prachtige villa, maandag, dinsdag en woensdag gaan we wat dieper in op enkele opmerkelijke zaken in dit gebouw.

Het vroegere landhuis aan de Via della Lungara 230 is omringd door bouwwerken waaronder Porta Settimiana, een stadspoort in de antieke Aureliaanse Muur. Op dezelfde plaats stond vroeger de antieke Porta Septimiana. De huidige naam Porta Settimiana is een verbastering van de oude naam. Het was één van de drie poorten in de sectie van de Aureliaanse Muur die gebouwd was op de westelijke oever van de Tiber, in de wijk Trastevere.

De eerste melding van een poort op deze plaats dateert uit het tijdperk van keizer Septimius Severus (192-201). Deze poort gaf toegang tot zijn landgoed met buitenhuis. Het is mogelijk dat de architecten van keizer Aurelianus aan het eind van de derde eeuw deze zelfde poort in de Aureliaanse Muur hebben ingebouwd om als stadspoort te laten dienen. Hoe de Romeinse poort er precies uitzag is niet meer bekend. De nieuwe poort is gebouwd in 1498 onder Paus Alexander VI.

Andere gebouwen in de buurt van Villa Farnesina zijn het Palazzo Corsini en het Casa della Fornarina (het huis van de geliefde van Rafaël). Rondom de Villa Farnesina liggen de geheel symmetrische Farnesetuinen met twee grote fonteinen in het midden.

De villa met de grote tuin werd voor bankier Agostino Chigi (1465-1520) in de periode 1506-1510 gebouwd door Baldassarre Peruzzi (1481-1536). In de zalen hebben feesten plaatsgevonden die elke vergelijking met die van het antieke Rome konden doorstaan. De Chigi’s hebben niet zo heel lang van hun villa kunnen genieten, door een ruzie in de familie en slecht beheer verdween het enorme fortuin van de overleden Agostino Chigi en werden de bezittingen verkocht.

De villa werd vervolgens in 1580 door Alessandro Farnese gekocht. Vandaar de huidige naam die het gebouw onderscheidt van het veel grotere Palazzo Farnese (vandaag de ambassade van Frankrijk) op Piazza Farnese, aan de overzijde van de Tiber. Michelangelo had lange tijd de intentie om beide paleizen met een brug met mekaar te verbinden maar dat is er nooit van gekomen.

Bankier Agostino Chigi uit Siena behoorde tot de allerhoogste kringen en was schatrijk. Hij was de rijkste handelsbankier in Europa en had ruim honderd kantoren van Caïro tot Londen. Dat was in die tijd een ongelooflijke prestatie. Gedurende enkele jaren had hij zelfs de pauselijke tiara in zijn bezit als borg voor een lening van veertigduizend dukaten aan Julius II. De paus liet de tiara na verloop van tijd door zijn soldaten terughalen zonder zijn schuld af te lossen.

Agostino Chigi was de begunstiger en een vriend van Rafaël die o.a. zijn grafkapel in de Santa Maria del Popolo ontwierp. Op 30 april 1518 hield Chigi in Villa Farnesina een fantastisch feest waarop ook zijn vriend paus Leo X Medici (1513-1521) aanwezig was. Bij dat banket werd van gouden en zilveren borden gegeten waarop, net als op het bestek, het persoonlijke wapenschild van de gasten was aangebracht.

Om met zijn rijkdom te pronken en nog meer indruk te maken op zijn toch al verblufte gasten, liet Chigi, bijgenaamd ‘Il Magnifico’, het servies na de maaltijd door zijn dienaren achteloos in de Tiber werpen. Wat de aanwezigen niet wisten, was dat onder het wateroppervlak netten waren gespannen, zodat Chigi de kostbaarheden na afloop van het festijn weer netjes kon laten opvissen.

Twee jaar later stierf Chigi. Tussen het overlijden van Rafaël op Goede Vrijdag 1520 en dat van Chigi op 10 april 1520 lagen slechts vier dagen en het jaar daarop stierf ook paus Leo X aan een ‘lichte koorts’. Na Chigi’s dood stond Villa Farnesina een tijd leeg en werden zowat alle kostbaarheden uit het gebouw geroofd. Tijdens de Sacco in 1527 verbleven er soldaten van keizer Karel V. Na de Farneses kwam de villa in handen van de Bourbons en uiteindelijk van de Italiaanse staat.

Het is toch wel verrassend dat Peruzzi bij het ontwerpen van een gebouw voor een dergelijke bestemming, zijn gebruikelijke soberheid niet heeft laten varen. Peruzzi deed geen toegevingen en het resultaat is een juweeltje van renaissancekunst met prachtige schilderingen in de vertrekken. Naast Baldassarre Peruzzi en Rafaël, werkten hier ook Giulio Romano, Sebastiano del Piombo en de Italiaanse maniëristische kunstschilder Giovanni Antonio Bazzi, die bekend stond als Il Sodoma.

Baldassarre Peruzzi (1481-1536), een wonderboy uit Siena, kwam in 1503 naar Rome waar hij onder Bramante meewerkte aan de nieuwe Sint-Pietersbasiliek om uiteindelijk na de dood van Rafaël in 1520 zelf de hoofdarchitect te worden. Hij had een totaal andere stijl dan zijn leermeesters, zijn werken zijn meer gesofistikeerd en missen monumentaliteit.

De Villa Farnesina, zeker het belangrijkste gebouw uit de hoog-renaissance, was niet enkel het architecturale meesterwerk van Peruzzi maar hier bevindt zich bovendien ook zijn absolute topwerk in de schilderkunst, namelijk in de ‘Sala delle Prospective’, zonder meer een briljante prestatie die zijn gelijke in Rome niet kent.

Peruzzi werd begraven in het Pantheon, links van Rafaël. Volgens Vasari was hij materieel niet zeer succesvol wegens zijn ‘eenzelvige’ karakter. In Rome kennen we Peruzzi onder meer van zijn fresco’s in de San Pietro in Montorio, hij ontwierp het graf voor paus Adrianus VI in Santa Maria dell’ Anima, hij was de architect van verschillende paleizen waaronder het palazzo Massimo alle Colonne.

Daarnaast was Peruzzi (na de dieven) ook de eerste die er in slaagde binnen te dringen in het mausoleum van Augustus. In feite was Peruzzi een genie dat vrijwel alles aankon. Het is onvoorstelbaar wat van deze kunstenaar allemaal in Rome terug te vinden is, maar nochtans staat zijn naam in tegenstelling tot bv. Bernini of Michelangelo zelden of nooit in een naslagwerk en is Peruzzi voor velle mensen een nobele onbekende. Hij moet dringend een keer uit de vergetelheid worden gehaald, liefst met een fraaie overzichtstentoonstelling.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s