De overige zalen van Villa Giulia en de aanpalende Villa Poniatowski

In dit laatste deel over het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia wandelen we nogmaals door enkele interessante kamers. Via de trap ter hoogte van zaal 13a bereik je op de tussenverdieping de zeshoekige zaal 14. Deze ruimte is gewijd aan teksten die ons een idee geven van de taal der Etrusken. Volgens sommigen zou er een verband bestaan met het Hongaars, zeker is dat de taal niet eigen is aan het oud-Italische schiereiland.

De zalen 15 tot 20 bevatten de zogenaamde Kircher-verzameling. In zaal 15 bevindt zich de ‘Cista Ficoroni’ uit 350 v. Chr., die in 1738 in Praeneste (het huidige Palestrina) gevonden werd. Een ‘cista’ was een cilindervormig met brons beslagen koffertje dat gebruikt werd om toiletartikelen in op te bergen. Deze cista was een huwelijksgeschenk van een moeder aan haar dochter, met mooie graveerde scènes uit de legende van de Argonauten. Het deksel toont een bronzen groep met Dionysus tussen twee saters.

Tussen de kist en de poten bevinden zich fijn bewerkte platen, de gravures stellen de Argonauten bij de Bebryces voor, met Pollux die koning Amycus aan een boom bindt. De Argonauten waren de vijftig Griekse helden die onder leiding van Jason op het schip Argo uitvoeren om het door een nimmer slapende draak bewaakte gulden vlies te winnen. Onder de helden bevonden zich Heracles, Theseus, Orpheus, Castor en Pollux. Maar het was de hulp van Medea die voor de goede afloop zou zorgen.

Het grote aantal bronzen spiegels, cistae, potjes en kruiken dat in de graven van Praeneste werd aangetroffen, wekt de indruk dat deze stad zo’n beetje het Parijs van haar tijd is geweest. In de vakjes van enkele kistjes, in de vorm van een duif, een hert en een voet met sandaal, bevinden zich nog korreltjes rouge, kleine sponsjes en stukjes houtskool, kortom de make-up van een dame uit de vroege oudheid. Een opmerkelijk artefact.

Zaal 16 bevat kleine bronzen, waaronder het votief beeldje uit de derde eeuw v. Chr. dat een broodmagere haruspex voorstelt, herkenbaar aan het conische hoofddeksel. Haruspices waren zieners die de verborgen bedoelingen van de goden afleidden uit bepaalde kenmerken van ingewanden van een offerdier. De Romeinen hebben deze schouwing van ingewanden overgenomen van de Etrusken die hem meebrachten uit het oosten; vooral de Babyloniërs waren erin gespecialiseerd.

Daarnaast bestonden er in de Etruskische en Romeinse wereld ook auguren, priesters die de wil van de goden aflazen door het observeren van blikseminslagen of aan de hand van de vlucht van vogels. Cato de oudere zei regelmatig dat het hem verbaasde hoe een haruspex zijn lachen kon bedwingen wanneer hij een collega ontmoette. Let ook op de boer uit Arezzo, vijfde eeuw v. Chr., die een ploeg duwt, getrokken door twee ossen.

Zaal 21, de laatste zaal in rechte lijn, bevat de Cima-Pesciotti verzameling die vooral bronzen en keramieken uit zuidelijk Etrurië bevat. Let op de oinochoë, wijnkannen die versierd werden door een Griekse schilder die men delle Rondini noemt, hij vestigde zich in Vulci omstreeks 620 v. Chr.

Bij het verlaten van de zaal bereik je de lange gebogen zaal 23, we bevinden ons nu boven de zuilengalerij van de ingang tot de Villa Giulia. Zaal 23 bevat in haar noordelijke deel een prachtige verzameling keramieken, behorend tot de Collezione Augusto Castellani. Ze toont de ontwikkeling van het Grieks en Etruskisch aardewerk van de achtste eeuw v. Chr. tot de Romeinse tijd. In deze ruimte is heel wat te bewonderen, beschilderde en versierde vazen, kommen en kannen uit Griekenland en uit vele andere streken van Italië, allemaal gevonden in Etruskische graven.

Kijk zeker even naar de langwerpige vazen uit de zevende – zesde eeuw v. Chr. uit Oost-Griekenland geïnspireerd op Egyptische albasten vazen. Ze werden door atleten gevuld met geurige oliën zodat ze dankzij de platte tuit hun lichaam gemakkelijk konden insmeren. Ook is er bucchera-aardewerk uit dezelfde periode te zien.

Een prachtig mengvat uit 570 v. Chr. werd in Sparta vervaardigd in de typisch Laconische stijl en versierd met lotusbloemen, een oosters motief. De twee waterkannen, Caere-hydria’s, werden vervaardigd tussen 530 en 520 v. Chr., de naam verwijst naar hun vindplaats nabij Cerveteri, het antieke Caere. Ze zijn versierd met mythologische voorstellingen, op één kan is Zeus afgebeeld die Europa ontvoert, en op de andere kan zien we Hercules gekleed in leeuwenvel die Cerberus naar Eurystheus leidt, terwijl deze zich doodsbang in een kruik verbergt.

Verder zijn er de Attische vazen met rode figuren. Ze laten de grote vernieuwing zien van de Attische keramiek tussen 540-530 v. Chr. waarbij de zwarte figuren plaats maakten voor rode figuren. De kunstenaar begon nu ook zijn werk te signeren, zo zijn twee amfora’s van een zekere Nicosthenes. Verder zijn er twee vazen van de pottenbakker Cleophrades tentoongesteld, op één daarvan staat Hercules met de Nemeïsche leeuw die zeer natuurgetrouw werd afgebeeld.

Zaal 24 bereik je langs een doorgang in het midden van de gebogen zaal 23. Deze zaal bevat de sieraden van de Castellani-collectie. Het is een uitzonderlijke verzameling van meer dan 2.500 stukken bijeengebracht door de Castellani’s die juwelier van vader op zoon waren. We zien antieke sieraden uit een periode die loopt van de achtste eeuw v. Chr. tot de Romeinse tijd en verder tot de middeleeuwen.

Ten slotte toont men ook negentiende-eeuwse kopieën en bewerkingen van antieke juwelen. Let vooral op een borststuk (pectoral) in bladgoud met amberincrustaties. Het is gevonden in een prinselijk graf in Palestrina nabij Rome en is afkomstig uit het begin van de zevende eeuw v. Chr.

Het zuidelijke deel van de gebogen zaal 23 die toont bronswerk uit dezelfde verzameling Castellani. Naast figuurtjes, juwelen, cistae, vinden we hier een merkwaardige kelk met kariatiden (vitrine 12) uit het einde van de zevende eeuw v. Chr. Let ook op de ‘lacunari’ (vitrine 14) uit de zesde eeuw v. Chr. en afkomstig uit Tarquina, het zijn versieringen die de Etrusken op hun plafond aanbrachten. Verder zijn er begrafeniskronen met bronzen myrtheblaadjes en verguld steengoed, ze dateren uit de periode tussen de vierde en de tweede eeuw v. Chr.

Zaal 30 is bereikbaar langs een trapje, we vinden er artefacten uit Bisenzio aan het meer van Bolsena. Let op het karretje dat diende om offeranden te vervoeren, met een decor dat mannen en vrouwen toont tijdens de jacht, de oorlog en landbouwactiviteiten. Een merkwaardige bronzen amfora uit de achtste eeuw v. Chr. heeft op het deksel dansende figuurtjes rond een geketend monster. Op de wand zien we een soort triomftocht die eindigt met het offeren van een stier. In het verlengde van zaal 30 vinden we, na enkele trapjes zaal 31 die het begin vormt van de eerste verdieping van de zuidvleugel van het museum.

Zaal 31 en 32 betreft Capena dat in 395 v. Chr. door de Romeinen veroverd werd. De Capenaten, met Sabijnse roots, woonden in een bocht van de Tiber en kenden hun hoogtepunt tijdens de achtste en zevende eeuw v. Chr.

Van recentere datum (derde eeuw v. Chr.) is de met zwart vernis gedecoreerde schaal met een olifant en haar jong geleid door een Indiër en boogschutters op haar rug. De afbeelding op deze in Capena gevonden schaal refereert aan een parade ter gelegenheid van de overwinning van Curius Dentatus op Pyrrhus bij Benevento (275 v. Chr.). Pyrrhus verloor tien olifanten in de strijd, van de acht die levend in handen van de Romeinen vielen werden er vier in triomf meegevoerd naar Rome.

Zalen 33 en 34 behandelen Faleria, op 43 km ten noordoosten van Rome, op de plaats van het huidige Civita Castellana. Faleria was de hoofdstad van de Falerii die hun hoogtepunt kenden tijdens de vierde eeuw v. Chr. De streek was gekend voor de productie van keramieken, en voor architectuurelementen in aardewerk of terracotta.

We dalen nu af naar het gelijkvloers van de zuidelijk met vijf opeenvolgende zalen. Vanaf een balkon, vanwaar je uitkijkt op fragmenten van terracotta sculptuur en ornamenten van vier tempels uit het gebied van Faleria, die men op de tegenoverliggende wand zeer bekwaam heeft gereconstrueerd.

Naast de beroemde beelden uit Veii (Veio) is dit misschien wel het interessantste deel van het museum. De terracotta’s, vooral de hellenistische van de ‘tempel van Apollo’, zijn buitengewoon. De objecten zijn zo goed geordend en van fotografische toelichting voorzien, dat het geheel uitstekend te volgen is.

Zaal 35 (trapzaal) betreft eveneens Faleria en bevat architecturale elementen in terracotta, ze versierden het heiligdam der Sassi Caduti. Het geheel vormt de grootste en meest homogene verzameling ter wereld. Let ook op de buste van Apollo die op het einde van de vierde eeuw v. Chr. het fronton van een heiligdom in Faleria versierde. De invloed van het laat-Griekse classicisme is duidelijk. Apollo is lichtelijk naar rechts gedraaid alsof hij een orakel bijwoont.

De zalen 38 tot 40 bevatten artefacten uit Veii op 17 km ten noordoosten van Rome en van de Apollo-tempel van Portonaccio. In zaal 38 vinden we de wonderlijke olpe Chigi, één van de beroemdste stukken van de verzameling. Deze oinochoë (wijnkan) uit het derde kwart van de zevende eeuw v. Chr. is gemaakt uit klei, is 26 cm hoog en werd uit Korinthe geïmporteerd. Vanwege zijn rijke en kwalitatief zeer goede decoraties is ze één van de beste voorbeelden van de zogenaamde proto-Korinthische keramiek.

Korinthe, gelegen aan de maritieme oost-west handelsroute, versierde in die tijd zijn keramiek met randen vol kleine figuurtjes. Bovenaan zijn nog twee groepen krijgers te onderscheiden die tegen elkaar ten strijde trekken. Ieder detail is met de grootste zorg ingekerfd. Eén van de mooiste figuren op deze fries is de jonge fluitspeler die tussen de gelederen staat en met het hoofd in de nek en het instrument omhooggericht het krijgslied blaast.

Een donkere band scheidt het oorlogstafereel van een tweede fries. waarop drie taferelen zijn afgebeeld. We zien een groep bestaande uit vier ruiters en een vierspan met wagenmenner, vervolgens een leeuwenjacht en het Parisoordeel. Op de onderste, smalle

Zaal 40 is zeshoekig en bevat een terracottagroep met Apollo en Hercules, men toont het dispuut om de teruggave van de door Hercules ontvreemde driepoot van het orakel van Delphi. Mooi is het hoofd van Gorgone op een antefix uit de zesde eeuw v. Chr., dat is de versiering die de Etrusken aanbrachten op hun dakgoot. Dit beëindigt ons bezoek aan het hoofdgebouw van het museum.

Rechts bevindt zich in een park de villa Poniatowsky, een niet te missen onderdeel van het Etruskisch museum. Bij het verlaten van de Villa Giulia ga je dus naar links. De Villa Poniatowski is een zestiende-eeuws gebouw dat door Giuseppe Valadier (1762-1839) in 1780 omgebouwd werd voor prins Stanislas Poniatowski, een neef van de laatste Poolse koning en bevat eveneens een aantal prachtstukken uit de Etruskische tijd.

De getoonde voorwerpen betreffen de regio Latium Vetus die Rome, de Tiburtijnse heuvels, Lanuvio, Satrico en Praeneste omvatte. De gevonden objecten wijzen op de commerciële bindingen tussen de Etrusken en de Latijnen, en de prachtige bewerkte ivoren voorwerpen getuigen van de contacten tussen Etrusken en Feniciërs.

De Etrusken die uitmuntende goudsmeden waren, pasten al vanaf de zevende eeuw v. Chr. de filigraantechniek toe bij het goudsmeden. Zij verbeterden de granulatietechniek waarbij ze erin slaagden het goud te herleiden tot korreltjes met een doorsnede van minder dan een millimeter.

Van de tentoongestelde juwelen zijn vooral de broches bijzonder mooi, evenals het rechthoekige gouden plaatje met 150 dierfiguurtjes (monsterdieren, leeuwen, sirenen, paarden) die met korrels verfraaid zijn. Samen met de twee andere plaatjes dateren ze uit 670-650 v. Chr., ze werden als versiering op de borst gedragen. Voor vaatwerk en ornamenten werd ook overvloedig gebruik gemaakt van ivoor, men denkt dat de ivoortjes in de vorm van handen en armen als handvatten van vergane voorwerpen hebben gediend.

Op een gegraveerd deksel staan drie figuurtjes in sterk reliëf, waarvan het middelste Dionysus uitbeeldt. In dezelfde zaal vinden we ook de Barberini-tombe die een merkwaardige bronzen troon bevatte, evenals een grote bronzen ketel versierd met griffioen- en leeuwenkoppen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s