Een kijkje in de Villa Giulia

We bevinden ons nog steeds in het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia (zie de voorbije dagen). Vandaag nemen we een kijkje in het museum zelf. De overgrote meerderheid van de in het Etruskisch museum tentoongestelde voorwerpen werd aangetroffen in het voormalige Etrurië, de streek ten noorden van Rome tussen de Tiber en de Arno, in Lazio en in andere delen van Midden-Italië waar de cultuur vóór de Romeinse overheersing een Etruskische stempel droeg. De objecten omvatten vazen en vaatwerk, zowel met een grote kunstwaarde als voor alledaags gebruik. Ook worden wapens getoond, evenals juwelen, toiletartikelen en zelfs keukengerei. Het is onbegonnen werk de collectie te beschrijven, we halen er enkele opmerkelijke zaken uit. Zoals eerder verteld durven zowel de indeling als zelfs de nummers van de zalen weleens wisselen. Wat hierna volgt is dus onder enig voorbehoud.

Zalen 1 tot 6 tonen voorwerpen uit Vulci, het commerciële zenuwcentrum van centraal Etrurië. De eerste zalen tonen vooral bewerkt brons. In zaal 1 vinden we een ruiter op een hippocampus, een fabeldier half paard en half vis, hij evoceert de wereld der doden en de reis van de overledene.

Zaal 2 bevat de ‘tomba del Carro’ die in 1965 intact teruggevonden werd. Ze behoorde wellicht tot een prins, die afgebeeld werd op de kleine bronzen strijdwagen. In dezelfde zaal moet je zeker even letten op de bijzondere urne, vervaardigd in de vorm van een hut uit de eerste helft van de achtste eeuw v. Chr.

In zaal 3 zie je in de voorlaatste vitrine links de bronzen wapenuitrusting van een krijger. In zaal 4, bevinden zich enkele fraaie Griekse vazen en een merkwaardige kom (kylix) met geschilderde ogen die destijds een magische betekenis moeten gehad hebben (tweede vitrine rechts, kom nr. 4). In zaal 5 worden kleine terracotta modellen en andere wijngeschenken getoond, afkomstig uit de beroemde tempel van Vulci.

De dalende trap voert de bezoeker naar de zalen 6, 7 en 8 met een gereconstrueerd Etruskisch graf uit de zesde eeuw v. Chr. dat onbeschadigd is aangetroffen in de Necropolis van Banditaccia nabij Cerveteri. Zaal 8 bevat voorwerpen die werden gevonden in de omgeving van Tarquina, namelijk de graftombes van Bisenzlo. Ze omvatten een uiteenlopende verzameling voorwerpen, waaronder twee bijzondere bronzen voorwerpen die een mooi voorbeeld zijn van de oudste Etruskische kunst (einde achtste, begin zevende eeuw v. Chr.).

Vooreerst een uitbundig versierd bronzen karretje dat heeft gediend om wierook op te branden. De figuren in reliëf tonen verschillende facetten van het dagelijkse leven zoals ploegen, de jacht, een duel. Verder is er een vaas met op het deksel krijgers, eveneens in reliëf, die een rituele dans uitvoeren rond een dier op de top van het deksel. De schilderingen werden verwijderd uit de Tomba del Letto Funebre. De scènes met dansers, muzikanten en acrobaten behoren ofwel tot het banket gegeven ter ere van de overleden, ofwel tot een religieuze plechtigheid ter ere van de Dioscuren.

De zalen 9 tot 13a op het gelijkvloers tonen artefacten uit Cerveteri. Gekend onder de Latijnse naam Caere, had deze stad drie havens, Alsium, Punicum en Pyrgi, die tijdens de tweede helft van de zesde eeuw v. Chr. in nauw contact stonden met de Griekse wereld. Hiervan getuigen de vaak wonderlijk ongeschonden objecten. Let in zaal 10 vooral op de twee buccherovazen uit de zevende eeuw v. Chr. waarbij de zwarte kleur het metaal imiteert, de reliëfs evoceren de expeditie van de Argonauten.

Welke techniek de Etrusken toepasten om dit zwartkleurige aardewerk te maken, is onduidelijk. Op de ene vaas is het Etruskische alfabet te zien, op de andere een lange inscriptie. Het alfabet van de Etrusken is ontcijferd, maar hun taal is onbekend gebleven.

De vitrines zijn chronologisch gerangschikt, beginnend met voorwerpen uit graven van de zevende eeuw v. Chr. en eindigend met die uit de eerste eeuw v. Chr. Een groot aantal schitterende Griekse vazen, enkele Egyptische reukflesjes en zelfs een struisvogelei geven aan hoe welvarend Etrurië is geweest en hoe ver zich de internationale handel uitstrekte.

Ook de ontwikkeling van de binnenlandse kunst wordt uitvoerig geïllustreerd, door bijzonder fraai met reliëfs versierd zwart glanzend bucchero-aardewerk. Let ook op de gewone huishoudelijke voorwerpen, zoals vuurijzers en spitten en zelfs de resten van een begrafenismaal met eieren en kleine schotels, die op een houtskoolgrill werden warm gehouden.

In zaal 12 bevindt zich de wereldberoemde sarcofaag met het echtpaar uit Cerveteri, één van de topstukken uit het museum. Dit object uit aardewerk beeldt een echtpaar af dat aanligt bij een maaltijd. De 400 stukjes van de sarcofraag (141 x 220 cm) werden allemaal opnieuw samengepast. Het is een meesterwerk van Etruskische terracottakunst uit het einde van de zesde eeuw v. Chr.

De sarcofaag is zoals vermeld afkomstig uit Cerveteri en duidt op het Etruskische geloof in een leven na de dood. Het lijkt alsof het echtpaar hun leven in het hiernamaals voortzetten, ze liggen met opgericht bovenlichaam en steunend op de linkerarm op een rustbank met een hoge matras waarover een deken ligt. Beiden hebben een buitengewoon zachtmoedige gelaatsuitdrukking, en uit het beschermende gebaar waarmee de man zijn hand op de schouder van zijn vrouw legt, spreekt een roerende genegenheid.

Uit dat contact en uit het feit dat zij samen op de ligbank de maaltijd gebruiken, blijkt hoe zeer de behandeling van vrouwen en hun positie in de Etruskische samenleving verschilden van die in de Romeinse Republiek. In Etrurië lagen tot verontwaardiging van de Romeinen (tot de tijd van Augustus) mannen en vrouwen gezamenlijk aan bij het eten. Dat was voor de Romeinen voldoende om de Etruskische vrouwen als zeer zedeloos te omschrijven.

In tegenstelling tot hun gestileerde onderlichaam is hun bovenlichaam in realistische proporties weergegeven. De gevulde lichamen, de ronde vormen van ledematen, de typische vorm van de scheefgaande ogen, de glimlach rond de mond en de min of meer schematisch weergegeven plooien in de gewaden doen denken aan de Ionische beeldhouwkunst uit het Griekenland van het eind van de zesde eeuw v. Chr. maar de vormkenmerken in dit werk zijn zwaarder aangezet.

Wat de sarcofaag verder tot een Etruskisch in plaats van een Grieks werk maakt, is het feit dat de door de gewaden bedekte onderlichamen en benen van beide figuren plat op het oppervlak liggen en dat de rugzijden slechts oppervlakkig bewerkt zijn. Deze terracotta sarcofaag was oorspronkelijk beschilderd en is in vier stukken gebakken, de twee helften van de kist en de twee helften van het deksel. In feite gaat het om een monumentale versie van de klassieke urn met afneembaar deksel waarin van oudsher de as van de doden bewaard werd.

De datering volgt o.a. uit de kleding van de vrouw, vooral uit haar merkwaardige ronde hoofdbedekking, die in latere tijd a1leen bij rituelen of godsdienstige gelegenheden werd gedragen, maar die in de zesde eeuw nog het karakteristieke hoofddeksel van de Etruskische patriciërsvrouwen vormde. Ook haar grappige laarsjes met de spitse, omhoogwijzende punten behoren tot de typisch Etruskische kleding, al zijn ze van oorsprong Grieks.

In zaal 13b worden archeologische vondsten uit Pyrgi getoond, de oude haven van Cerveteri die vooral beroemd was om zijn heiligdom. Bij opgravingen zijn twee tempels ontdekt, van tempel A uit 460 v. Chr. toont men hier het fronton. De decoratie van het fronton van de achterzijde beeldt twee dramatische episoden uit van de legende van de ‘Zeven tegen Thebe’, een tragedie van de Griekse tragediedichter Aeschylus. Het werk werd opgevoerd in Athene in 467 v. Chr.

De door hun vader vervloekte zonen van Oedipus strijden om de macht. Eén van de zonen trekt met de hulp van zes kompanen ten strijde tegen Thebe (waar de tweede zoon verblijft), en zoals het hoort in een Grieks drama overleeft niemand. Daarom komt Zeus een handje helpen. Tien jaar later zullen de zonen van de zeven, de Epigonen, met succes optrekken tegen Thebe, Zeus gaf die dag verstek.

Daarover schreef Aeschylus een treurspel. Eerst ziet men Zeus staande tegenover Capaneus, een van de zeven helden, en in de tweede ligt Tydeus dodelijk gewond op de grond en maakt aanstalten om de hersenen van Melanippus te verslinden. Thebe was de hoofdstad van Boetië in midden Griekenland of Hellas waarvan de burcht in de Ilias de ‘zevenpoortige’ genoemd werd.

In 1964 vond men in tempel B drie gouden lamellen waarvan er twee een Etruskische tekst dragen, op de andere staat een Fenicische inscriptie uit het begin van de vijfde eeuw v. Chr. Deze lamellen bevestigen de betrekkingen tussen de Etrusken en de bewoners van Carthago.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s